Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 95 96 97 98 99 100 101 102 103 ... 217
Перейти на страницу:

‘De erfdochter en Nynaeve Sedai hebben het zelden over jou,’ zei ze, ‘maar men leert te horen wat niet gezegd wordt.’ Achteloos hief ze haar hand en gaf een tikje op zijn wang. Hij tilde zijn eigen hand ietwat onzeker op. Was er inkt op gekomen toen hij op de pen kauwde? Vrouwen wilden alles netjes hebben, met inbegrip van mannen. Koninginnen wellicht ook? ‘Wat zij niet zeggen, maar wat ik hoor, is dat je een onbeheerste schelm bent, een gokker en een rokkenjager.’ Haar ogen hielden de zijne vast, op haar gezicht bewoog geen spiertje en haar stem bleef koel en beslist klinken. Al pratend begon ze echter zijn andere wang te strelen. ‘Onbeheerste mannen zijn vaak het aantrekkelijkst. Om mee te praten.’ Een vinger gleed over zijn lippen. ‘Een wilde schelm op reis met Aes Sedai, een ta’veren die hun wat angstig maakt, geloof ik. Of op zijn minst onrustig. Een man heeft een sterke maag nodig om een Aes Sedai te verontrusten. Hoe ga je het Patroon in Ebo Dar verbuigen, gewoon Mart Cauton?’ Haar hand kwam tot rust tegen zijn hals; hij voelde zijn hartslag tegen haar vingers kloppen.

Zijn mond viel open. De schrijftafel achter hem stootte tegen de muur toen hij probeerde haar te ontwijken. De enige manier om weg te komen, was haar opzij te duwen of over haar rokken heen te klimmen. Vrouwen gedroegen zich niet op deze manier! Ach, enkele oude herinneringen duidden er wel op, maar dat waren vooral herinneringen aan herinneringen; dat deze vrouw dit had gedaan, of die vrouw dat. De dingen die hij zich scherp voor de geest kon halen, waren voor het merendeel veldslagen, en daar had hij hier helemaal niets aan. Ze glimlachte met licht krullende lippen, wat de roofzuchtige blik in haar ogen helemaal niet verminderde. De haren rezen hem te berge.

Haar ogen flitsten over zijn schouder naar de spiegel; ze draaide zich abrupt om en liet hem met open mond achter. ‘Ik dien ervoor te zorgen dat we weer met elkaar kunnen spreken, meester Cauton. Ik...’ Ze hield op toen de deur openzwaaide, kennelijk verrast. Maar toen besefte hij dat ze de deur in de spiegel al had zien bewegen.

Een slanke, licht hinkende jongeman kwam naar binnen. Hij was donker, met scherpe ogen die vrijmoedig langs Mart gleden. Zijn zwarte haar hing tot aan zijn schouders, en hij had een van die jassen die niet bedoeld waren om gewoon te dragen, over zijn schouders geschikt. Een jas van groene zijde, met een gouden ketting aan de voorkant en gouden luipaarden in de kraagranden verwerkt. ‘Moeder,’ zei hij, voor Tylin buigend en zijn lippen met zijn vingers aanrakend.

‘Beslan.’ Ze zei het warm en kuste hem op beide wangen en zijn oogleden. De strenge, zelfs ijzige stem die ze bij Mart gebruikt had, was nergens meer te horen, ‘Ik zie dat het goed gegaan is.’

‘Niet zo goed als ik had gehoopt.’ De jongen zuchtte. Ondanks zijn ogen was zijn optreden kalm en zijn stem zacht. ‘Nevin raakte mijn been bij de tweede uitval en gleed bij de derde uit, zodat ik zijn hart doorstak in plaats van zijn vechtarm. De belediging was een dood niet waard, en nu moet ik zijn weduwe mijn deelneming betuigen.’ Hij leek dat al even erg te vinden als Nevins dood.

Tylins stralende gezicht leek weinig gepast bij een vrouw wier zoon juist heeft verteld dat hij een man heeft gedood. ‘Zorg ervoor dat je bezoek van korte duur is. Zelfs als je mijn ogen uitsteekt kan ik zien dat Davindra zo’n weduwe is die graag getroost wil worden, en dan moet je haar huwen of haar broers doden.’ Aan haar toon te horen was de eerste keuze veel erger, en de tweede slechts een vervelende bijkomstigheid. ‘Dit is meester Mart Cauton, mijn zoon. Hij is ta’veren. Ik hoop dat je hem tot vriend zult maken. Misschien kunnen jullie samen naar de Swovansnachtdansen.’

Mart sprong op. Het laatste dat hij wilde, was ergens heen gaan met een kerel die tweegevechten hield en wiens moeder Mart Cautons wangen wilde strelen, ‘Ik ben niet zo dol op dansfeesten,’ zei hij snel. Ebodaranen waren stapel op feesten. Hoog Gesselein was net voorbij en volgende week waren er weer vijf. Twee ervan duurden zelfs een hele dag, niet slechts een avond, ‘Ik dans liever in taveernes. Het ruigere soort, ben ik bang. Niet jouw smaak.’

‘Ik ben gek op taveernes van het rauwe soort,’ zei Beslan glimlachend met zijn zachte stem. ‘Een bal is voor oudere mensen, en hun liefjes.’ Daarna ging het allemaal bergafwaarts, op een uiteenvallende slee. Voor Mart doorhad wat er gebeurde, had Tylin hem stevig ingepakt. Hij en Beslan zouden samen de feesten bezoeken. Alle feesten. Beslan noemde het ‘jagen’, en toen Mart onnadenkend ‘jagen op meiden’ zei – hij had altijd gedacht dat hij zoiets nooit zou zeggen als iemands moeder erbij zat – lachte de jongen en zei: ‘Een meisje of een gevecht, getuite lippen of een flitsend mes. Elke dans is de leukste wanneer je hem danst. Denk je ook niet, Mart?’ Tylin glimlachte Beslan warm roe. Mart slaagde erin zwakjes te lachen. Die Beslan was gek, hij en zijn moeder, allebei.

17

Nuchter denken wint

Zodra Tylin hem eindelijk liet gaan, stampte Mart het paleis uit, en als hij had gedacht dat het hem enig goed zou doen, zou hij het op een hollen hebben gezet. Het prikte zo erg tussen zijn schouderbladen dat hij de in zijn hoofd dansende dobbelstenen bijna vergat. Er was een heel rijtje van slechte ogenblikken geweest, maar het allerergste was toen Beslan zijn moeder plagend had gezegd dat ze zelf een liefje voor het dansfeest moest vinden, en Tylin lachend had beweerd dat een koningin geen tijd voor jongemannen had, terwijl ze al die tijd met die vervloekte arendsogen naar Mart had gekeken. Nu wist hij waarom konijnen zo snel wegrenden. Hij stampte over het Mol Haraplein zonder iets te zien. Zelfs als Nynaeve en Elayne met Jaichim Carridin en Elaida in de fontein hadden zitten stoeien, onder dat ruim twaalf voet hoge standbeeld van een naar zee wijzende koningin van lang geleden, zou hij zonder te kijken voorbijgelopen zijn.

De gelagkamer van De Zwerfster was schemerig en tamelijk koel na de zinderende hitte buiten. Dankbaar nam hij zijn hoed af. Er hing een vage nevel van pijprook, maar de krullen in de luiken voor de brede boogramen lieten meer dan genoeg licht door. Er waren een paar zielige pijnboomtakken boven de ramen bevestigd vanwege Swovansnacht. In een hoek zorgden twee vrouwen met fluiten en een kerel met een kleine trom tussen de knieën voor een schrille, wild bonzende muziek, die Mart was gaan waarderen. Zelfs op deze tijd van de dag waren er een paar gasten, enkele buitenlandse kooplieden in tamelijk gewone wollen kleren en hier en daar wat Ebodaranen, de meeste in hun lange gildejassen. Geen leerlingen en zelfs geen gezellen zo dicht bij het paleis. De Zwerfster kon voor eten en drinken al amper goedkoop worden genoemd, laat staan om te slapen.

Het geratel van dobbelstenen aan een tafel in de hoek was een weerklank van wat hij in zijn hoofd voelde, maar hij ging de andere kant op, waar drie van zijn mannen op banken om een tafel zaten. Corevin was een zwaar gespierde Cairhiener met een neus die zijn ogen nog smaller maakte dan ze al waren. Hij was tot zijn middel ontkleed en had zijn getatoeëerde armen over zijn hoofd geslagen, terwijl Vanin stroken verband om zijn middel wond. Vanin was drie keer zo groot als Corevin, maar leek op een kale zak met vet, die over de bank heen en weer leek te golven. Zijn jas zag eruit alsof er al een week lang in geslapen was. Zo zag hij er altijd uit, zelfs vlak nadat een dienstmeid zijn jas had gewassen en gestreken. Sommige kooplieden keken weinig op hun gemak naar het drietal, maar geen enkele Ebodaraan. Mannen of vrouwen, ze hadden het allemaal gezien, of nog erger.

Harnan, een Tyreense brigantleider met een vierkante kaak en een grove havik-tatoeage op zijn linkerwang, las Corevin net de les. ‘... zal me een zorg zijn wat die vervloekte visverkoper zei, dikke paddengeit. Gebruik je bloedknuppel, je gaat geen vervloekte uitdagingen aannemen, alleen maar omdat je...’ Hij zag Mart, hield meteen zijn mond en probeerde net te doen of hij helemaal niets gezegd had. Hij keek of hij kiespijn had.

1 ... 95 96 97 98 99 100 101 102 103 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)