Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 96 97 98 99 100 101 102 103 104 ... 217
Перейти на страницу:

Als Mart het gevraagd zou hebben, zou gebleken zijn dat Corevin uitgegleden was en op zijn eigen dolk was gevallen of soortgelijke onzin. Mart werd verondersteld het te geloven. Dus steunde hij slechts met zijn vuisten op tafel, alsof hem niets bijzonders was opgevallen. Het was in feite ook niet zo ongewoon. Vanin was de enige die nog niet in talloze ruzies verwikkeld was geraakt. Om een of andere reden liepen mannen die moeilijkheden zochten, met net zo’n ruime boog om Vanin heen als om Nalesean. Het enige verschil was dat Vanin dat kennelijk heel goed beviel. ‘Zijn Thom of Juilin hier al geweest?’

Vanin keek niet op van zijn verbandwerk. ‘Geen huid, haar of nagel gezien. Nalesean was hier eventjes.’ Geen ‘mijn heer’-onzin van Vanin. Hij liet overduidelijk merken dat hij niet van edelen hield. Jammer dat zich dat niet tot Elayne uitstrekte. ‘Zette een met ijzer beslagen kist in jouw kamer en ging weer weg, iets mompelend over een aardigheidje.’ Hij stond op het punt om door de spleet tussen zijn tanden te spuwen, keek toen naar een dienstmeisje en zag ervan af. Bazin Anan was levensgevaarlijk voor wie op haar vloeren spuwde, botjes op de grond gooide of het waagde een pijp uit te slaan. ‘De jongen is achter, in de stal,’ zei hij, voor Mart ernaar kon vragen, ‘met zijn boek en een dochter van de herbergierster. Een andere dochter heeft hem een pak slaag gegeven, omdat hij in haar bil had geknepen.’ Hij legde de laatste knoop en keek Mart beschuldigend aan, alsof het zijn fout was geweest.

‘Arm kereltje,’ mompelde Corevin, en hij bewoog wat om te zien of het verband bleef zitten. Op één arm had hij een luipaard en een everzwijn laten zetten, op de andere een leeuw en een vrouw. De vrouw droeg slechts haar haren. ‘Snotteren, dat deed-ie. Maar hij werd weer wat vrolijker toen hij Lerals hand mocht vasthouden.’ De mannen zorgden allemaal voor Olver als een rij ooms, hoewel geen enkele moeder zo’n soort oom in de buurt van haar zoon zou dulden.

‘Hij overleeft het wel,’ zei Mart droogjes. De jongen nam waarschijnlijk de gewoonten van zijn ‘ooms’ over. Nog even, en ze zouden hem een tatoeage geven. Olver was tenminste niet met de straatkinderen weggeglipt; dat leek hij bijna even leuk te vinden als zich tegen vrouwen als een lastpak te gedragen. ‘Harnan, jij wacht hier, en als je Thom of Juilin ziet, hou je ze hier. Vanin, ‘Ik wil dat jij probeert wat van het Chelsainepaleis bij de Drietorenpoort te weten te komen.’ Hij keek weifelend rond. Dienstmeisjes liepen de keuken in en uit met eten, maar nog vaker met drinken. De meeste klanten leken alleen belangstelling te hebben voor hun zilveren bekers, maar enkele vrouwen in lange weversjassen bogen zich zachtjes pratend over de tafel en letten amper op hun vruchtenwijn. Een paar kooplieden schenen te onderhandelen; ze zwaaiden met hun handen en doopten vingers in de drank om getallen op tafel te schrijven. Een luistervink zou door de muziek zijn woorden niet kunnen horen, maar hij sprak toch zachter.

Het nieuws dat Jaichim Carridin Duistervrienden op bezoek kreeg, bezorgde Vanins bolle gezicht een norse trek, alsof hij wilde spuwen en er niet om gaf wie dat zou zien. Harnan gromde iets over smerige Witmantels en Corevin stelde voor om Carridin aan te geven bij de stadswacht. Dat trok zulke walgende blikken van de andere twee dat hij zijn gezicht in een beker bier verborg. Corevin was een van de weinige lieden die Mart kende, die in deze hitte Ebodaraans bier kon drinken. En binnenhield.

‘Wees voorzichtig,’ zei Mart, toen Vanin opstond. Hij maakte zich niet echt bezorgd. Vanin bewoog zich verrassend licht voor een dikzak. Hij was de beste paardendief in de weide omtrek en kon zelfs onopgemerkt langs een zwaardhand sluipen, maar... ‘Het is een gemeen stel, zowel Witmantels als Duistervrienden.’ De man gromde slechts en gebaarde Corevin zijn hemd en jas te pakken en mee te gaan.

‘Heer,’ zei Harnan, toen ze vertrokken waren. ‘Heer, ik heb gehoord dat er gisteren in de Rahad mist heeft gehangen.’

Mart, die op het punt stond om weg te gaan, draaide zich om. Harnan leek bezorgd, en er was niet veel wat hem zorgen baarde. ‘Wat bedoel je? Mist?’ Met deze hitte zou zelfs papdikke mist nog geen tel blijven hangen.

De brigantleider voelde zich niet op z’n gemak, haalde zijn schouders op en tuurde in zijn beker. ‘Een mist. Ik hoorde dat er... dingen... in zaten.’ Hij keek op naar Mart. ‘Ik heb gehoord dat mensen gewoon verdwenen. En sommigen werden teruggevonden. Aangevreten. Stukken van hen.’

Het lukte Mart niet te rillen. ‘De mist is nu toch weg? Jij zat er niet in. Ga je zorgen maken als je erin zit. Dat is het enige dat je kunt doen.’ Harnan keek weifelend, maar het was de zuivere waarheid. Deze bellen van het kwaad – zo hadden Rhand en Moiraine ze genoemd – barstten zomaar ergens open, en niets, zelfs Rhand niet, scheen ze tegen te kunnen houden. Je erover opwinden hielp net zoveel als je zorgen maken of je morgen op straat een leisteen op je hoofd kreeg. Minder nog, aangezien je kon besluiten om binnen te blijven.

Over iets anders kon hij zich echter wél zorgen maken. Nalesean had hun gewin boven neergezet. Die bloedheren strooiden met goud alsof het water was. Harnan mocht van Mart zijn beker blijven bekijken. Hij liep naar de trap zonder leuningen, maar voor hij er was, sprak een dienstmeisje hem aan.

Caira was een slank meisje met volle lippen en een vurige blik. ‘Er is een man geweest om u te spreken, mijn heer,’ zei ze, terwijl ze haar rokken heen en weer zwaaide en hem door haar lange wimpers aankeek. Haar stem klonk ook vurig. ‘Zei dat hij een vuurwerker was, maar hij leek me een zwerver. Hij bestelde een maaltijd en ging weg toen bazin Anan hem niks wilde geven. Hij wilde het op uw kosten doen.’

‘De volgende keer, duifje, geef je hem dat maal,’ zei hij, en hij liet een zilvermark in de lage halslijn van haar jurk vallen, ‘Ik zal het er met bazin Anan over hebben.’ Hij wilde inderdaad een vuurwerker vinden – een echte, niet een of andere kerel die vuurwerk vol zaagsel verkocht – maar het maakte nu niets meer uit. Niet met dat onbewaakte goud. En mist in de Rahad, Duistervrienden en Aes Sedai en die stomme Tylin bij wie het verstand op de loop was en...

Caira giechelde en draaide als een poes die geaaid wordt. ‘Zal ik u wat vruchtenwijn brengen, mijn heer? Of iets anders?’ Ze glimlachte vol verwachting, uitnodigend.

‘Later misschien,’ zei hij terwijl hij haar een tikje op de neus gaf met een vingertop. Ze giechelde weer; dat deed ze altijd. Caira zou haar rok versteld hebben om haar onderrokken tot boven haar dijen te tonen, als bazin Anan het had toegestaan, maar de herbergierster hield haar dienstmeisjes bijna even goed in het oog als haar dochters. Bijna. ‘Misschien later.’

Hij liep de brede stenen trap op en zette Caira uit zijn gedachten. Wat moest hij met Olver aan? De jongen zou op een dag echt in de narigheid belanden als hij dacht vrouwen op die manier te kunnen behandelen. Hij veronderstelde dat hij hem zoveel mogelijk van Harnan en de anderen moest weghouden. Ze hadden een slechte invloed op de jongen. Dat hij uitgerekend nu naast alle andere zaken hiermee opgescheept zat! Hij moest Nynaeve en Elayne uit Ebo Dar zien te krijgen voor er iets volkomen mis ging.

Zijn kamer lag aan de voorkant, met ramen die uitkeken op het plein en toen hij naar de deur reikte, kraakte de vloer achter hem. In andere herbergen zou het niet zijn opgevallen, maar de vloeren van De Zwerfster kraakten nooit.

Hij keek over zijn schouder en draaide zich net op tijd om om met zijn linkerhand de neersuizende knuppel op te vangen, zodat die niet op zijn schedel landde. Zijn hand was meteen gevoelloos, maar hij hield de knuppel wanhopig vast, terwijl dikke vingers zijn keel omvatten en hij tegen de deur van zijn kamer werd geduwd. Vlet een klap raakte zijn hoofd de deur. Zwarte met zilver omrande vlekken dansten in zijn blikveld en verdoezelden een bezweet gezicht. Hij zag slechts wazig een grote neus en gele tanden. Opeens besefte hij dat hij bijna bewusteloos was; die vingers stopten het bloed naar zijn hersens, en de lucht. Zijn vrije hand gleed onder zijn jas en over de grepen van zijn messen, alsof zijn vingers niet meer wisten waarvoor die dienden. De knuppel werd met een ruk bevrijd. Hij kon hem zien rijzen, kon hem voelen dalen om zijn schedel in te slaan. Hij wendde alle kracht aan, trok een mes uit de schede en stak toe.

1 ... 96 97 98 99 100 101 102 103 104 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)