Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 92 93 94 95 96 97 98 99 100 ... 217
Перейти на страницу:

Gewoonlijk voelde Mart zich heel goed wanneer zijn ogen zoveel weelde zagen. Waar geld was, kon altijd iets in zijn hand achterblijven, nietwaar? Maar deze keer was hij ongeduldig, en dat werd met elke stap erger. Net als zijn bezorgdheid. De laatste keer dat de dobbelstenen zo hard in zijn hoofd rondkletterden, was vlak voor hij met driehonderd soldaten van de Bond tegenover duizend Witte Leeuwen van Gaebril stond, die voor hem een heuvelrand bezetten, terwijl er achter hem nog eens duizend razendsnel naderden en hijzelf alleen maar zo vlug mogelijk uit al die rotzooi weg wilde komen. Die keer was hij uit de val ontsnapt, dankzij de herinneringen van andere lieden en meer geluk dan hem toekwam. De dobbelstenen betekenden bijna altijd gevaar, en nog iets anders, waar hij nog niet uit was. Het vooruitzicht van een gebroken schedel was niet genoeg, en een of twee keer had zoiets onmogelijk kunnen gebeuren, maar de aanstaande mogelijkheid van Mart Cautons opzienbarende dood leek de gebruikelijkste oorzaak. Misschien onwaarschijnlijk in het Tarasin-paleis, maar dat deed de dobbelstenen niet verdwijnen. Hij zou zijn boodschap afgeven, en als hij de kans kreeg zou hij Nynaeve en Elayne bij hun nekvel pakken en ze ongezouten vertellen waar het op stond. En als ze rood waren tot achter hun oren, zou hij er weer vandoor gaan.

De jonge vrouw schreed voor hem uit tot ze een kleine man met een stierennek aansprak, die iets ouder was dan zij. Ook hij was een bediende, in een strakke witte broek, een wit hemd met wijde mouwen en een lang groen vest met het Anker en Zwaard van Huis Mitsobar op een witte schijf. ‘Meester Jen,’ zei ze, wederom een knix makend. ‘Dit is heer Mart Cauton, die een boodschap wenst achter te laten voor de geëerde Elayne Aes Sedai en de geëerde Nynaeve Aes Sedai.’

‘Heel goed, Haesel. Je mag gaan.’ Hij boog voor Mart. ‘Als het u behaagt mij te volgen, heer?’

Jen bracht hem naar een donkere, grimmig kijkende vrouw van bijna middelbare leeftijd. Hij boog. ‘Vrouw Carin, dit is heer Mart Cauton, die een boodschap wenst achter te laten voor de geëerde Elayne Aes Sedai en de geëerde Nynaeve Aes Sedai.’

‘Heel goed, Jen. Je mag gaan. Als het u behaagt mij te volgen, heer?’ Carin nam hem mee naar boven over een statige marmeren trap met geel en rood geschilderde treden, naar een magere vrouw die Matilde heette. Deze leverde hem af bij een stevige kerel die Bren heette en die hem naar een kalende man met de naam Madic bracht. Elk van hen was iets ouder dan de vorige. Waar vijf gangen elkaar als de spaken van een wiel ontmoetten, liet Madic hem achter bij een gezette vrouw die Laren genoemd werd, met een statig voorkomen en wat grijs in haar haren. Net als Carin en Matilde droeg ze de Ebodaraanse trouwdolk aan een smalle zilveren ketting tussen meer dan volle borsten. Vijf witte stenen in het gevest, twee ervan in rood gezet, en vier rode stenen waarvan er een in zwart was gezet, gaven aan dat drie van haar negen kinderen dood waren, van wie twee zonen in een tweegevecht. Na haar knix zweefde Laren weg door een gang, maar hij haastte zich achter haar aan en greep haar bij de arm.

Donkere wenkbrauwen gingen ietwat omhoog toen ze naar zijn hand keek. Behalve de trouwdolk had ze geen mes, maar hij liet haar meteen los. De gewoonte zei dat ze dat mes alleen tegen haar echtgenoot kon gebruiken, maar hij had weinig zin om het uit te proberen. Hij praatte echter niet zachter. ‘Hoe ver moet ik nog gaan om een boodschap achter te laten? Breng me naar hun kamers. Het moet toch niet zo moeilijk zijn om enkele Aes Sedai te vinden. Dit is niet de rottige Witte Toren.’

‘Aes Sedai?’ zei een vrouw achter hem met een zware Illiaanse tongval. ‘Als je twee Aes Sedai zoekt, heb je er twee gevonden.’ Larens gezicht veranderde niet, of nauwelijks. Haar bijna zwarte ogen flitsten langs hem heen en hij zag dat die zich wat bezorgd samenknepen.

Mart nam zijn hoed af en draaide zich met een brede glimlach om. Met die zilveren vossenkop om zijn hals was hij helemaal niet bang voor een Aes Sedai. Nou, in ieder geval niet zo erg. Het werkte niet altijd feilloos. Zijn glimlach werd wat minder breed.

De twee vrouwen tegenover hem hadden niet meer kunnen verschillen. De een was slank, met een warme glimlach, gekleed in een goudgroen gewaad dat iets toonde van wat volgens hem een fraaie boezem was. Als hij dat leeftijdloze gezicht niet gezien had, had hij wellicht een praatje met haar aangeknoopt. Het was een aardig gezicht, met ogen die groot genoeg waren om een man in weg te laten zinken. De ander had net zo’n leeftijdloos gezicht, maar het duurde even voor hij dat opmerkte. Hij dacht dat ze kwaad keek, tot hij besefte dat het haar gewone gezichtsuitdrukking was. Haar donkere, bijna zwarte jurk bedekte haar tot aan kin en polsen, waarvoor hij dankbaar was. Ze zag er net zo verdord uit als een oud bramenbosje en leek zowel de bramen als de stekels voor het ontbijt te nuttigen.

‘Ik probeer een boodschap voor Nynaeve en Elayne achter te laten,’ zei hij tegen hen. ‘Deze vrouw...’ Beduusd keek hij de lange gangen zoekend af. Dienaren haastten zich voorbij, maar Laren was nergens te zien. Hij had niet gedacht dat ze zo snel was. ‘Hoe dan ook, ik wil een bericht achterlaten.’ Ineens werd hij voorzichtiger en voegde eraan toe: ‘Bent u bevriend met hen?’

‘Niet bepaald,’ zei de aardigste van de twee. ‘Ik ben Joline, en dit is Teslyn. En jij bent Mart Cauton.’ Marts maag verkrampte. Er waren negen Aes Sedai in het paleis, en hij moest uitgerekend die twee van Elaida tegenkomen. Een ervan nog wel een Rode. Niet dat hij iets te vrezen had. Hij liet zijn handen langs zijn zij zakken, voordat hij de vossenkop onder zijn kleren kon aanraken.

De bramenvreetster, Teslyn, kwam een stap dichterbij. Volgens Thom was zij een Gezetene, hoewel zelfs Thom niet snapte wat een Gezetene hier deed. ‘We zouden bevriend zijn, als we konden. Ze hebben vrienden nodig, baas Cauton, net als jij.’ Haar ogen probeerden gaten in zijn hoofd te branden.

Joline schoof naast hem en legde een hand op de omslag van zijn jas. Van een andere vrouw zou hij die glimlach als een uitnodiging hebben opgevat. Ze was van de Groene Ajah. ‘Ze bevinden zich op gevaarlijk gebied en zijn blind voor wat onder hun voeten ligt. Ik weet dat jij hun vriend bent. Toon dat door hun te zeggen dat ze moeten ophouden met deze onzin, voor het te laat is. Dwaze kinderen die te ver gaan, zullen merken dat ze behoorlijk zwaar gestraft worden.’

Mart wilde achteruit stappen. Zelfs Teslyn was zo dichtbij dat ze hem bijna kon aanraken. In plaats daarvan toonde hij zijn brutaalste grijns. Thuis had die altijd moeilijkheden gebracht, maar hier leek hij van pas te komen. De dobbelstenen in zijn hoofd konden niets te maken hebben met dit stel, anders zouden ze nu niet meer ronddansen. En hij had zijn vossenzegel. ‘Ze kunnen goed op zichzelf passen, zou ik zeggen.’ Nynaeve mocht beslist een toontje of zes lager zingen, en Elayne nog wel meer, maar hij bleef hier niet staan luisteren hoe deze vrouw Nynaeve kleineerde. En als hij daardoor tevens Elayne moest verdedigen, ook goed. ‘Misschien zouden jullie met je onzin moeten ophouden.’ Jolines glimlach verdween, maar nu glimlachte Teslyn, zo scherp als een scheermes.

‘We weten alles van jou, Mart Cauton.’ Ze leek op een vrouw die iets wilde villen, en alles wat in haar buurt was kon ervoor in aanmerking komen. ‘Ta’veren, wordt er gezegd. Met gevaarlijke banden. Dat is meer dan een gerucht.’

Jolines gezicht stond ijskoud. ‘Een jongeman in jouw positie die een toekomst wenst, doet er niet slecht aan de bescherming van de Toren te zoeken. Je had er nooit moeten weggaan.’

De kramp in zijn maag nam toe. Wat wisten ze nog meer? Zeker niet van het zegel. Nynaeve en Elayne wisten het, en Adeleas en Vandene, en het Licht mocht weten wie ze het verder verteld hadden, maar zeker niet aan dit stel. Maar wat hem betrof waren er wel ergere dingen dan ta’veren of de vossenkop, zelfs erger dan Rhand. Als ze wisten van die rottige Hoorn....

Plotseling werd hij zo hard opzij gerukt dat hij struikelde en bijna zijn hoed verloor. Een slanke vrouw met een gladde huid en een bijna witte knot hield hem bij zijn mouw en kraag vast. Onwillekeurig greep Teslyn hem aan de andere kant op dezelfde manier beet. Hij wist bijna zeker wie deze nieuwe zuster met haar rechte rug en eenvoudige grijze gewaad was. Adeleas of Vandene, twee zusters – echte, niet alleen Aes Sedai – die een tweeling hadden kunnen zijn; hij kon ze nooit met zekerheid van elkaar onderscheiden. Zij en Teslyn staarden elkaar aan, de ene kil, de ander onverstoord. Twee katten met hun klauwen op dezelfde muis.

1 ... 92 93 94 95 96 97 98 99 100 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)