Een Kroon van Zwarden
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #7
- Год: 1998
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:
De roemer gleed op Lucht naar Jolines hand en met tegenzin liet ze de Kracht los. Ze was na die eerste keer nooit meer de warme gloed van de aanraking van de Ware Bron kwijtgeraakt. Dauwmeloenwijn was een armzalige vervanging voor saidar. Het ergste deel van haar boete vóór haar vertrek uit de Toren was dat ze saidar niet meer mocht aanraken. Bijna het ergste. Ze had het zichzelf opgelegd, maar Elaida had haar duidelijk gemaakt dat als zij de straf niet streng genoeg maakte, Elaida dat voor haar zou doen. Ze had er niet aan getwijfeld dat dat veel erger zou zijn geweest. ‘In haar gunst? Teslyn! Ze heeft ons vernederd, alleen om aan de anderen te tonen dat ze dat kon. Ze heeft ons hierheen gestuurd, naar dit van vliegen vergeven gat, nog net niet aan de andere kant van de Arythische Oceaan, om ons zo ver mogelijk uit de buurt van belangrijke zaken te houden. We zijn gezanten bij een koningin die nog minder macht heeft dan een handvol van haar eigen edelen. Edelen die de troon onder haar uit kunnen graaien als ze er zin in hebben. En jij wilt met gevlei weer in Elaida’s gunst komen?’
‘Zij is de Amyrlin Zetel.’ Teslyn hield haar hand op de papieren en schoof de vellen wat heen en weer alsof ze haar gedachten wilde bepalen. ‘We hebben ons een tijdlang stilgehouden om haar te laten weten dat we geen schoothondjes zijn, maar te lang zwijgen kan als verraad worden opgevat.’
Joline snoof. ‘Belachelijk! Bij hun terugkomst zullen ze alleen voor hun weglopen gestraft worden, en nu ook omdat ze voorgeven volwaardige zusters te zijn.’ Ze kneep haar lippen op elkaar. Daaraan waren ze allebei schuldig, net als de vrouwen die dat toestonden, maar het maakte een groot verschil dat een van hen aanspraak op haar eigen Ajah maakte. Tegen de tijd dat de Groene Ajah daarover met Elayne klaar was, zou ze zeker als een ootmoedige jonge vrouw de troon van Andor bestijgen. Hoewel het waarschijnlijk het beste zou zijn als Elayne eerst die troon veilig stelde. Hoe dan ook, ze zou haar opleiding moeten afmaken. Joline was niet van plan om Elayne voor de Toren te verliezen, wat ze ook gedaan had.
‘Vergeet niet dat ze zich bij de opstandelingen hebben gevoegd.’
‘Licht, Teslyn, ze werden waarschijnlijk meegesleurd, net als de meisjes die de opstandelingen uit de Toren meenamen. Maakt het echt iets uit of ze de stallen morgen moeten gaan uitmesten, of over een jaar?’ Dat was beslist het ergste dat de opstandige novices en Aanvaarden tegemoet konden zien. ‘Zelfs de Ajahs kunnen best wachten. Ze zijn toch veilig? Het zijn tenslotte Aanvaarden, en ze lijken tevreden met hun verblijf hier, waar we ze kunnen bereiken wanneer we maar willen. Ik zou zeggen dat we blijven waar Elaida ons heeft heen gestuurd, en onze handen laten rusten en onze tong in bedwang houden. Tot ze ons vriendelijk vraagt wat we aan het doen zijn.’ Ze zei er niet bij dat ze bereid was om te wachten tot Elaida afgezet was, zoals Siuan was afgezet. De Zaal zou zich toch zeker niet zó lang haar dwingelandij en stomme fouten laten welgevallen. Maar Teslyn was uiteindelijk een Rode zuster, en ze zou het niet leuk vinden om dat te horen.
‘Ik neem aan dat er geen haast bij is,’ zei Teslyn langzaam. Het niet uitgesproken ‘maar’ bleef bijna als een schreeuw hangen.
Joline trok een balpootstoel met een stroompje Lucht naar zich toe en begon haar gezellin ervan te overtuigen dat stilte de beste keus was. Nog steeds een kind, hè? Als zij haar zin kreeg, zou Elaida pas weer een woord uit Ebo Dar horen wanneer ze erom smeekte.
De vrouw op de tafel kromde haar rug voor zover de touwen dat toelieten. Haar ogen puilden uit en haar keel toonde dikke pezen en spieren van het onophoudelijke, doordringende gekrijs. Ineens veranderde het gegil in een luid, verstikt en krassend geluid, en de vrouw schokte en trilde van polsen tot enkels. Toen viel ze doodstil neer. Wijd open ogen staarden niets ziend naar de spinnenwebben tussen de kelderbalken.
Het was zinloos aan haar vervloekingen lucht te geven, maar Falion Bhoda had de lucht even hard kunnen laten knetteren als een stalknecht. Het was niet voor het eerst dat ze veel liever Temaile Kinderode dan Ispan Shefar hier had gehad. Bij Temaile werden vragen gretig beantwoord, en iemand stierf pas wanneer zij klaar was. Weliswaar genoot Temaile te veel van haar werk, maar dat was het punt niet.
Falion geleidde nog eens, raapte de kleren op en liet ze op het lijk vallen. De roodleren riem viel eraf en ze pakte hem met een hand op en smeet hem op de stapel. Misschien had ze andere manieren kunnen gebruiken, maar riemen, klauwers en brandijzers maakten zo’n... smeerboel. ‘Gooi het lichaam ergens in een steeg. Snij haar keel door zodat het lijkt alsof ze beroofd is. Je kunt de munten in haar beurs houden.’ De twee mannen die op hun hurken tegen de stenen muur zaten, wisselden een blik uit. Arnin en Nad hadden broers kunnen zijn. Allebei hadden ze zwart haar, kraalogen, littekens, meer spierbundels dan drie man nodig hadden, en net genoeg hersens voor eenvoudige bevelen. Gewoonlijk. ‘Vergeving, meesteres,’ zei Arnin aarzelend, ‘maar niemand zal geloven...’
‘Doe wat je gezegd wordt!’ zei ze woest. Ze geleidde, trok hem overeind en sloeg hem keihard tegen de muur. Zijn hoofd kaatste terug, maar dat zou bij hem zeker geen schade aanrichten.
Nad rende al wauwelend naar de tafel toe. ‘Zeker, meesteres. Zoals u beveelt, meesteres.’ Toen ze Arnin losliet, begon hij niet te brabbelen, maar wankelde naar de tafel toe zonder verdere bezwaren te uiten. Hij hielp mee het lichaam op te tillen en als afval mee naar buiten te dragen. Nou ja, nu was het niet meer dan afval. Ze betreurde haar uitbarsting. Het was onverstandig om je luimen te laten overheersen. Maar soms scheen het te werken. Na al die jaren verbaasde dat haar nog steeds.
‘Dit zal Moghedien niet bevallen,’ zei Ispan zodra de mannen weg waren. De blauwe en groene kralen in haar dunne, zwarte vlechten klikten, toen ze haar hoofd schudde. Ze had de hele tijd in de schaduw gezeten, in een hoek waar ze een kleine ban geweven had, opdat ze niets zou horen.
Falion slaagde erin de dreiging in haar ogen te onderdrukken. Ispan zou ze echt als allerlaatste voor deze reis hebben uitgekozen. Ze was een Blauwe, of was dat geweest. Misschien was ze dat nog steeds. Falion vond zichzelf een echte Witte, ook al had ze zich bij de Zwarte Ajah aangesloten. Blauwen waren te vurig en betrokken gevoelens bij zaken die afstandelijk bezien moesten worden. Zelf zou ze Rianna Andomeran, ook een Witte, hebben gekozen, hoewel die vreemde, ongezonde ideeën over bepaalde nuchtere feiten had. ‘Moghedien heeft ons vergeten, Ispan. Of heb je soms persoonlijk bericht van haar gekregen? Hoe dan ook, ik ben ervan overtuigd dat die geheime bergplaats niet bestaat.’
‘Moghedien zegt van wel,’ begon Ispan ferm, maar haar toon werd al snel verhit. ‘Een hoeveelheid angrealen, sa’angrealen en ter’angrealen. Daar krijgen we een deel van. Angrealen die van ons zijn, Falion. Misschien zelfs wel sa’angrealen. Dat heeft ze beloofd.’
‘Moghedien had ongelijk.’ Falion keek toe hoe de ander geschokt haar ogen opensperde. De Uitverkorenen waren slechts mensen. Falion was ook geschokt geweest toen ze die les leerde, maar sommigen weigerden te leren. De Uitverkorenen waren veel sterker, hadden onvoorstelbaar meer kennis en waren hoogstwaarschijnlijk reeds beloond met onsterfelijkheid, maar alles wees erop dat ze onderling even hard intrigeerden en streden als twee Morlanders om één deken.
Ispans schrik ging over in boosheid. ‘Er zijn anderen aan het zoeken. Speuren die allemaal naar niets? Er zijn Vrienden van het Duister op zoek; die moeten door andere Uitverkorenen gestuurd zijn. Als de Uitverkorenen zelf zoeken, hou je dan nog steeds vol dat er niets is?’
Ispan wilde het maar niet begrijpen. Als er iets niet gevonden kon worden, was de meest voor de hand liggende reden dat het er niet was.