Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 97 98 99 100 101 102 103 104 105 ... 217
Перейти на страницу:

Zijn aanvaller slaakte een schrille kreet en Mart besefte vaag dat de knuppel van zijn schouder wegkaatste en op de vloer viel, maar de man bleef zijn keel vasthouden. Struikelend duwde Mart hem terug, trok met een hand woest aan de knijpende vingers, terwijl hij met de andere hand stak en stak en stak.

Opeens verstrakte de man en gleed van Marts lemmet. Het mes volgde hem bijna naar de vloer. Met Mart erbij. Hij snakte naar adem, snakte naar de zoete lucht, terwijl hij zich ergens aan vastklampte, een deurpost, om zich staande te houden. Vanaf de vloer staarde een man hem aan, een man met een gewoon gezicht en ogen die nooit meer iets zouden zien. Het was een zware kerel met een gekrulde Morlandse snor, in een donkerblauwe jas die paste bij een kleine koopman of een welgestelde winkelier. Er was niets wat hem op een dief deed lijken.

Plotseling besefte hij dat ze tijdens het gevecht door een open deur waren gevallen. Het was een kleinere kamer dan die van Mart, zonder ramen, met een paar olielampen op tafeltjes naast het smalle bed, die een wat mistig licht gaven. Een magere man met licht haar richtte zich op van een grote, open kist en staarde naar het lichaam. De kist nam bijna alle open ruimte in beslag.

Mart wilde zich reeds verontschuldigen voor de ruwe storing, maar de magere man trok een lange dolk uit zijn riem, greep een knuppel van het bed en sprong over de kist op hem af. Zo keek je niet naar een dode vreemdeling. Mart hield zich vast aan de deurpost en wierp het mes onderhands. Het wapen had zijn hand nog niet verlaten of hij greep onder zijn jas naar een ander. Zijn mes stak midden in de keel van de man en Mart viel bijna weer, maar deze keer van opluchting, toen de man naar het mes tastte, terwijl het bloed tussen zijn vingers door spoot en hij achterover in de open kist viel.

‘Fijn als je geluk hebt,’ kraste Mart.

Wankelend pakte hij zijn mes terug en veegde het schoon aan de grijze jas van de kerel. Een betere jas dan die andere; ook van wol, maar beter gesneden. Een landedelman zou zich er niet voor schamen. Andoraans, aan de kraag te zien. Hij liet zich op het bed zakken en keek nadenkend naar de man in de kist. Een geluid deed hem opkijken.

Zijn bediende stond in de deuropening en probeerde tevergeefs een enorme zwarte braadpan achter zijn rug te verbergen. Nerim had een volledig stel pannen, en verder alles wat een bediende volgens hem tijdens een reis bij de hand moest hebben. Hij bewaarde alles in de kleine kamer naast die van Mart, die hij met Olver deelde. Nerim was klein, zelfs voor een Cairhiener, en ook nog mager. ‘Mijn heer heeft weer bloed op zijn jas, vrees ik,’ mompelde hij op treurige toon. De dag dat hij anders zou praten, zou de zon in het westen opkomen, ‘Ik zou wensen dat mijn heer zuiniger op zijn kleren was. Bloed is er zo moeilijk uit te krijgen zonder een vlek achter te laten. En insecten hebben nauwelijks aansporing nodig om er gaten in te vreten. Deze plek heeft meer insecten dan ik ooit gezien heb, mijn heer.’ Niets over de twee dode mannen, of wat hij met de braadpan van plan was geweest. Die kreet had elders de aandacht getrokken. De Zwerfster was niet het soort herberg waar kreten onopgemerkt bleven. Voetstappen dreunden in de gang en bazin Anan duwde Nerim ferm opzij, nam haar rok op en stapte om het lijk op de vloer heen. Haar echtgenoot volgde. Het was een grijze man met een vierkant gezicht, met de dubbele ring van de Aloude en Eerbiedwaardige Bond der Netten in zijn linkeroor. De twee witte stenen aan de onderste ring zeiden dat hij behalve zijn eigen boot nog meer boten bezat. Jasfer Anan was één reden waarom Mart oppaste om niet te veel naar de dochters van vrouw Anan te glimlachen. De man had een werkmes in zijn riem en bovendien nog een tweede mes, groter en met een gebogen lemmet. Zijn lange blauwgroene vest toonde dat zijn armen en borstkas bezaaid waren met littekens van tweegevechten. Maar hij leefde nog, en dat kon niet gezegd worden van veel mannen die hem die littekens hadden bezorgd.

De tweede reden voor zijn oplettendheid was Setalle Anan zelf. Mart had nooit vanwege een moeder een meisje links laten liggen, zelfs niet als die moeder de eigenaresse was van de herberg waarin hij verbleef. Bazin Anan had echter iets. De grote gouden ringen in haar oren zwaaiden, terwijl ze de dode mannen onbewogen onderzocht. Ze zag er aardig uit, ondanks een toets van grijs in haar haren, en haar trouwmes nestelde zich tussen rondingen die gewoonlijk zijn ogen getrokken zouden hebben zoals een kaars motten. Maar op die manier naar haar kijken zou net zijn of hij naar... Nee, niet naar zijn moeder keek. Misschien naar een Aes Sedai – hoewel hij best weleens gekeken had – of naar koningin Tylin, wat het Licht verhoede. Het was niet gemakkelijk uit te drukken, maar het had te maken met de manier waarop ze zich gedroeg; het was moeilijk iets te doen wat Setalle Anan zou beledigen.

‘Een van hen besprong me in de gang.’ Mart schopte niet al te hard tegen de kist. Die maakte een hol geluid, ondanks het lijk met de armen en benen over de rand. ‘Deze is leeg, op hem na. Ik geloof dat ze van plan waren hem te vullen met wat ze maar konden stelen.’ Het goud misschien? Het was niet erg waarschijnlijk dat ze ervan gehoord hadden, want hij had het die middag pas gewonnen, maar hij zou bazin Anan naar een veiliger plaats vragen.

Ze knikte rustig. Haar lichtbruine ogen stonden kalm. Neergestoken mannen in haar herberg brachten haar niet van haar stuk. ‘Ze stonden erop hem zelf naar boven te dragen. Hun waren, beweerden ze.

Ze namen de kamer net voor je binnenkwam. Ze wilden een paar uur slapen, zeiden ze, voor ze verder trokken naar Nor Chasen.’ Dat was een klein dorp aan de oostkust, maar het was niet te verwachten dat ze haar de waarheid hadden verteld. Haar toon gaf dat ook min of meer aan. Ze keek ietwat verstoord naar de dode mannen, alsof ze hen tot leven wilde schudden om enkele vragen te beantwoorden. ‘Ze deden wel heel moeilijk over hun kamer. Die man met dat lichte haar was de baas. Hij sloeg de eerste drie af die hem werden aangeboden, en nam toen deze, die bedoeld is voor een lijfknecht. Ik dacht dat hij gierig was.’

‘Zelfs een dief kan zuinig zijn,’ zei Mart afwezig. Dit had de dobbelstenen in zijn hoofd in beweging kunnen brengen. Zijn hoofd zou zeker gespleten zijn als hij niet het geluk had gehad dat die kerel net op de enige krakende plank van de hele herberg was gestapt. De stomme stenen rolden echter nog steeds rond. Hij vond het niet prettig. ‘U denkt dat het toeval was, mijn heer?’

‘Wat anders?’

Daar had ze geen antwoord op, maar opnieuw keek ze nadenkend naar de lichamen. Misschien was ze toch niet zo koelbloedig als hij gedacht had. Ze was tenslotte geen geboren Ebodaraanse.

‘De laatste tijd is er te veel geboefte in de stad.’ Jasfer had een diepe stem, en zelfs als hij gewoon sprak, leek hij vanaf een vissersboot bevelen te blaffen. ‘Misschien zou je moeten overwegen om bewakers te huren.’ Bazin Anan trok slechts een wenkbrauw op, maar zijn handen kwamen afwerend omhoog. ‘Vrede, vrouw. Ik sprak zonder nadenken.’ Het was bekend dat Ebodaraanse vrouwen hun ongenoegen met een echtgenoot vrij scherp tot uiting brachten. Het was niet geheel onmogelijk dat een paar van zijn littekens van haar kwamen. Een trouwmes kon op verschillende manieren gebruikt worden.

Mart dankte het Licht dat hij niet met een Ebodaraanse getrouwd was, en stak zijn eigen mes terug naast de andere. Zijn vingers voelden papier.

Bazin Anan liet haar man niet zomaar gaan. ‘Dat doe je vrij vaak, echtgenoot,’ zei ze, het gevest tussen haar borsten strelend. ‘Veel vrouwen zouden dit niet toelaten. Elynde zegt me altijd dat ik niet streng genoeg ben als je je mond voorbijpraat. Ik moet een goed voorbeeld voor mijn dochters zijn.’ De scherpte smolt in een glimlach, zij het een zuinige. ‘Beschouw jezelf maar als bestraft. Ik zal mezelf ervan weerhouden je te vertellen wie er op welke boot de netten op moet halen.’

1 ... 97 98 99 100 101 102 103 104 105 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)