Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Grote Jacht
De Grote Jacht - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Grote Jacht

Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:

De Grote Jacht
1 ... 94 95 96 97 98 99 100 101 102 ... 203
Перейти на страницу:

Nynaeve probeerde niet nijdig te kijken. Tot nog toe had ze zich het meest aan de roodharige Aes Sedai geërgerd wanneer die sprak alsof ze spreuken aanhaalde. ‘Wat is dat voor ding?’

‘Een ter’angreaal.’

‘Nou, dat zegt me niets. Wat doet het?’

‘Ter’angreaal doen vele dingen, kind. Net als angreaal en sa’angreaal zijn het overblijfselen uit de Eeuw der Legenden die de Ene Kracht gebruiken, hoewel ze niet zo zeldzaam zijn als de andere twee. Deze ter’angreaal en enkele andere kunnen alleen worden gebruikt door een Aes Sedai, terwijl andere al gewoon werken als er een geleidster bij is. Er schijnen zelfs ter’angreaal te zijn die voor iedereen werken. In tegenstelling tot angreaal en sa’angreaal zijn ter’angreaal gemaakt om heel specifieke dingen te kunnen doen. Er is er een in de Toren die geloften bindend maakt. Als je verheven wordt tot het volledige zusterschap, zul je je laatste geloften afleggen terwijl je die ter’angreaal vasthoudt. Nimmer een onwaar woord uit te spreken. Nimmer een dodelijk wapen te maken. Nimmer de Ene Kracht als wapen te gebruiken, behalve tegen Duistervrienden of Schaduwgebroed, of in het uiterste geval ter verdediging van je eigen leven, dat van je zwaardhand of van een andere zuster.’

Nynaeve schudde het hoofd. Volgens haar was het óf te veel om te zweren óf te weinig. Dat zei ze dan ook.

‘Er was een tijd dat van een Aes Sedai geen geloften werden gevraagd. Men wist wat Aes Sedai waren, waarvoor ze stonden, en meer was niet nodig. Velen onder ons wensen dat het nog steeds zo was. Maar het Rad draait en de tijden veranderen. Door deze geloften, doordat men weet dat we zijn gebonden, gaan de naties met ons om zonder de vrees dat we de Ene Kracht tegen hen zullen gebruiken. Wij hebben hiervoor gekozen tussen de Trollok-oorlogen en de Oorlog van de Honderd Jaren. Daardoor staat de Witte Toren er nog steeds en kunnen we ons nog steeds inzetten tegen de Schaduw.’ Sheriam haalde diep adem. ‘Licht, kind, ik probeer je bij te brengen wat elke andere vrouw die hier ooit heeft gestaan, jaren studie heeft gekost. Je moet je nu bekommeren om de ter’angreaal. We weten niet waarom ze gemaakt werden. Wij durven er slechts een handvol te gebruiken en onze toepassing is mogelijk iets heel anders als de oorspronkelijke makers hebben bedoeld. Het meeste hebben we met schade en

schande leren vermijden. Om die les te leren zijn veel Aes Sedai gestorven in de loop van de jaren of hebben ze hun gave verloren.’ Nynaeve huiverde. ‘En u wilt dat ik daar doorheen loop?’ Het licht binnen de bogen flikkerde nu minder, maar ze kon nog steeds niet zien wat er binnenin was.

‘We weten wat deze ter’angreaal doet. Je komt oog in oog te staan met je grootste angsten.’ Sheriam glimlachte beminnelijk. ‘Niemand zal je vragen wat je onder ogen moest zien; je hoeft niet meer te vertellen dan je wilt. De angsten van een vrouw zijn de hare.’ Vaagjes dacht Nynaeve aan haar angst voor spinnen, vooral in het donker, maar ze meende dat Sheriam wel iets anders zou bedoelen, ik loop gewoon door een boog naar binnen en door een ander naar buiten? Drie keer erdoorheen en dan is het gebeurd?’ De stola van de Aes Sedai verschoof toen ze geprikkeld een schouder optrok. ‘Als je het tot zoiets eenvoudigs wilt terugbrengen, ja,’ zei ze droogjes. ‘Onderweg hierheen heb ik je alles verteld watje over deze daad moet weten, evenveel als ieder ander vooraf mag weten. Als je hier als Novice had gestaan, zou je het van buiten hebben geleerd, maar maak je geen zorgen over fouten. Ik zal je er zo nodig aan herinneren. Weet je zeker dat je er klaar voor bent? Als je er nu niet mee door wilt gaan, kan ik nog steeds je naam in het Noviceboek schrijven.’

‘Nee!’

‘Goed dan. Ik zal je nu twee dingen vertellen die geen vrouw hoort voordat ze in deze kamer staat. Dit is het eerste. Wanneer je eenmaal begint, moet je doorgaan tot het eind. Als je weigert door te gaan, maakt het niet uit wat voor mogelijkheden je hebt. De Toren zal je heel vriendelijk wegsturen, met genoeg zilvergeld voor een jaar levensonderhoud, maar je zult nimmer mogen terugkeren.’ Nynaeve wilde al zeggen dat ze niet zou weigeren, maar Sheriam onderbrak haar met een abrupt gebaar. ‘Luister, en spreek als je weet wat je moet zeggen. Ten tweede: om te zoeken, om te streven, moet men weten wat gevaar is. Hier zul je gevaar kennen. Sommige vrouwen zijn binnengegaan en nimmer teruggekomen. Wanneer de ter’angreaal weer tot rust was gekomen, waren... zij... er... niet... meer. En zij werden nimmer teruggezien. Als je het wilt overleven, kind, dan moet je standvastig zijn. Aarzel, faal en...’ Haar stilte was welsprekender dan woorden. ‘Dit is je laatste kans, kind. Je kunt terugkeren, nu, op dit punt, en ik zal je naam in het Noviceboek zetten; je zult maar

één aantekening krijgen. Nog twee keer zal het je toegestaan worden om hier te komen, en pas bij de derde weigering word je van de Toren weggestuurd. Het is geen schande om te weigeren. Velen doen het. Zelf kon ik het ook niet, de eerste keer. Nu mag je spreken.’ Nynaeve keek achterdochtig naar de zilveren bogen. Het licht erbinnen flikkerde niet langer; er hing een zachtwitte glans. Om te leren wat ze wilde leren had ze de vrijheid van de Aanvaarden nodig om vragen te stellen, om zelf te kunnen studeren, met niet meer begeleiding dan wat ze zelf vroeg. Ik moet Moiraine laten boeten voor wat ze ons heeft aangedaan. Ik moet. ‘Ik ben gereed.’ Sheriam stapte op de bogen toe. Nynaeve liep naast haar mee. Alsof dat een teken was, sprak de Rode zuster luid en ernstig: ‘Wie brengt gij met u mede, Zuster?’ De drie Aes Sedai rond de ter’angreaal lieten hun aandacht geen moment verslappen. ‘Een die geroepen is voor Aanvaarding, Zuster,’ antwoordde Sheriam al even ernstig. ‘Is zij bereid?’

‘Zij is bereid om achter te laten wat zij was en Aanvaarding te gewinnen door het overwinnen van haar angsten.’

‘Kent zij haar angsten?’

‘Zij heeft ze nimmer onder ogen gezien, maar is nu bereid.’

‘Laat haar dan onder ogen zien wat zij vreest.’ Sheriam stond op twee stap van de bogen stil en Nynaeve stopte ook. ‘Je kleren,’ fluisterde Sheriam, recht voor zich uit kijkend. Nynaeves wangen kleurden. Ze was nu al vergeten wat Sheriam haar op weg naar deze kamer had gezegd. Haastig trok ze alles uit. Even kon ze de bogen bijna vergeten, toen ze haar kleren opvouwde en netjes opzij legde. Ze stopte Lans ring zorgvuldig onder haar jurk; ze wilde niet dat iemand hem zag. Toen was ze klaar en de ter’angreaal stond er nog steeds, wachtte nog steeds. De stenen voelden koud aan onder haar blote voeten en ze kreeg over haar hele lijf kippenvel, maar ze bleef recht staan en haalde langzaam adem. Ze wilde niemand laten zien dat ze bang was. ‘De eerste keer,’ zei Sheriam, ‘is voor wat was. De terugweg komt slechts één keer. Wees standvastig.’

Nynaeve aarzelde. Toen stapte ze naar voren, onder de boog door, de gloed in. Die omgaf haar, alsof de lucht zelf glansde, alsof ze in licht verdronk. Het licht was overal. Het licht was alles.

Nynaeve schrok toen ze besefte dat ze naakt was en staarde toen verbaasd rond. Links en rechts van haar rezen stenen muren op; ze waren twee keer zo hoog als zij en glad alsof ze uitgehouwen en gepolijst waren. Haar tenen gleden over bestoft, ongelijk stenen plaveisel. De lucht boven haar leek vlak en loodgrijs, ondanks de afwezigheid van wolken, en de zon hing rood en gezwollen boven haar hoofd. Aan beide kanten waren openingen in de muren, toegangen die aangegeven werden door kleine, vierkante zuilen. De muren vernauwden haar blikveld, maar voor en achter haar liep de grond geleidelijk naar beneden. Achter de poorten kon ze nog meer dikke muren zien, met gangen ertussen. Ze stond in een reusachtige doolhof. Waar is dit? Hoe ben ik hier gekomen? Een andere gedachte kwam op, als van een andere stem. De terugweg komt slechts één keer. Ze schudde het hoofd. ‘Als er maar één uitweg is, zal ik die niet vinden als ik hier blijf staan.’ De lucht was gelukkig warm en droog, ik hoop dat ik wat kleren vind voordat ik mensen tegenkom,’ mompelde ze.

1 ... 94 95 96 97 98 99 100 101 102 ... 203
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)