Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Herrezen Draak
De Herrezen Draak - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Herrezen Draak

Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:

De Herrezen Draak
1 ... 94 95 96 97 98 99 100 101 102 ... 178
Перейти на страницу:

Maar daarna kwam er een plaatsje dat Willar heette, en het vierde feest. De bron op de dorpsbrink was weer gaan vloeien, nadat de inwoners een jaar lang water hadden geput uit een stroom die op een span afstand lag en nadat alle pogingen om nieuwe bronnen te slaan gefaald hadden en de halve bevolking was weggetrokken. Willar zou uiteindelijk toch niet uitsterven. Daarna waren er drie of meer dorpjes snel op elkaar gevolgd, allemaal binnen één dag, waarna Samaha kwam, waar iedere bron in het stadje de vorige nacht was drooggevallen en waar mensen mompelden over de Duistere. Toen kwam Tallan, waar vroeg op een ochtend alle oude veten die het dorp had gekend, als beerputten waren opengebarsten. Het had drie moorden gekost voor iedereen door de schok weer tot zichzelf kwam. En ten slotte was er Fval, waar de oogst van dit voorjaar de schraalste leek die men zich kon herinneren, maar de dorpsmeester had bij het graven van een nieuw stilletje achter zijn huis vergane leren buidels met goud gevonden, zodat niemand honger hoefde te lijden. Niemand in Fyal kende de zware munten met het gezicht van een vrouw op de ene en een adelaar op de andere kant. Moiraine had gezegd dat ze in Manetheren geslagen waren.

Uiteindelijk had Perijn het haar gevraagd, toen ze op een nacht rond het kampvuur zaten. ‘Na Jarra dacht ik... Ze waren allemaal zo gelukkig, met die trouwpartijen. Zelfs de Witmantels werden alleen maar belachelijk gemaakt. Met Fyal was het goed – Rhand kon niets met hun oogst te maken gehad hebben; die was al mislukt voor hij zelfs maar langskwam, en dat goud was toch zeker goed, met de hulp die ze nodig hadden – maar al dat andere... Die brandende stad, de bronnen die droogvielen, en... Dat is slecht, Moiraine. Ik kan niet geloven dat Rhand slecht is. Het Patroon mag zich rond hem vormen, maar hoe kan het Patroon zo slecht zijn? Het is onbegrijpelijk, en dingen moeten begrijpelijk zijn. Als je nutteloos gereedschap maakt, is het verspild metaal. Het Patroon kan toch niet verspillen?’ Lan keek hem wrang aan en verdween in de duisternis om een ronde om het kamp te maken. Loial, die zich al in zijn dekens had uitgestrekt, hief zijn hoofd op en spitste zijn oren.

Een tijdje was Moiraine stil en warmde haar handen aan het vuur. Ten slotte sprak ze, terwijl ze in de vlammen staarde. ‘De Schepper is goed, Perijn. De Vader van de Leugen is slecht. Het Patroon van de Eeuw, het Eeuwkant zelf, is geen van beide. Het Patroon is wat er is. Het Rad des Tijds weeft alle levens in het Patroon, alle daden. Een patroon dat uit één kleur bestaat, is geen patroon. Voor het Patroon van een Eeuw zijn goed en kwaad de schering en de inslag.’

Zelfs nu hij drie dagen later in het zonlicht van de late middag reed, kon Perijn de kilte nog voelen toen hij haar dit hoorde vertellen. Hij wilde geloven dat het Patroon goed was. Hij wilde geloven dat lieden die slechte dingen deden, tegen het Patroon ingingen, het verstoorden. Voor hem was het Patroon een mooi en ingewikkeld werk dat gemaakt was door een meestersmid. Dat het onverschillig goedkoop metaal en erger mengde met goed staal was een verkillende gedachte, ik geef erom,’ mompelde hij zacht. ‘Licht, ik geef erom.’ Moiraine keek hem even aan en hij werd stil. Hij wist niet zeker waar de Aes Sedai, buiten Rhand, om gaf.

Even later kwam Lan terugdraven en hij stuurde zijn zwarte krijgsros naast Moiraines merrie. ‘Remen ligt net over de volgende heuvel,’ zei hij. ‘Blijkbaar hebben ze een paar opwindende dagen gehad.’

Loials oren trokken even. ‘Rhand?’

De zwaardhand schudde het hoofd, ik weet het niet. Misschien kan Moiraine het zeggen als ze het zelf gezien heeft.’ De Aes Sedai keek hem onderzoekend aan en spoorde toen haar witte merrie aan tot een vluggere stap.

Ze reden over de heuveltop heen en voor hen strekte Remen zich langs de rivier uit. De Manetherendrelle was hier meer dan een halve span breed, en er was geen brug. Maar over het water kropen twee volle veerboten die op aken leken en met behulp van lange roeiriemen werden voortbewogen, terwijl een bijna lege boot terugkwam. Nog drie veerboten deelden lange stenen kaden met zowat een tiental rivierschepen, sommige met één mast, sommige met twee. Tussen de kaden en de stad lagen een paar omvangrijke grijsstenen pakhuizen, en ook de huizen in de stad waren voornamelijk van steen gebouwd. De daken hadden echter dakpannen in alle mogelijke kleuren, van geel tot rood tot purper. Rond een plein in het midden van de stad lag een doolhof van straten.

Voordat ze de heuvel afreden, trok Moiraine de grote kap van haar mantel op om haar gezicht te verbergen.

De mensen op straat staarden zoals gewoonlijk naar Loial, maar deze keer hoorde Perijn dat het woord ‘Ogier’ met ontzag werd gemompeld. Loial zat rechter in het zadel dan hij in tijden gedaan had, terwijl zijn oren recht overeind stonden en een glimlach de hoeken van zijn brede mond krulde. Hij wilde duidelijk niet laten merken dat hij in zijn sas was, maar hij zag eruit als een kat die achter de oren werd gekrabd.

Remen zag er voor Perijn uit als elk ander stadje – overal hingen menselijke en door mensen gemaakte geuren, en natuurlijk de sterke geur van de rivier – en hij vroeg zich net af wat Lan had bedoeld toen zijn nekhaartjes recht omhoog kwamen. Hij rook iets... verkeerds. Zodra zijn neus het opsnoof, was het alweer verdwenen, als paardenhaar op hete kolen, maar hij herinnerde het zich. Hij had dezelfde geur in Jarra opgevangen en toen was die op dezelfde manier verdwenen. Het was geen Ontaarde of Nooitgeborene – Trollok, bloedvuur, niet een Ontaarde! Niet een Nooitgeborene! Een Myrddraal, een Schim, een Halfman, alles is goed, maar niet een Nooitgeborene! – geen Trollok of Schim, maar de stank was even scherp, even kwaadaardig. Maar wat die stank ook verspreidde, het liet schijnbaar geen blijvend spoor na.

Ze reden het dorpsplein op. In het midden was een van de grote plavuizen losgewrikt zodat er een galg kon worden opgericht. In de grond stak een enkele dikke paal, waar een dwarsbalk met kniestuk aan zat. Aan de balk bungelde een ijzeren kooi waarvan de bodem vier pas boven de grond hing. In de kooi zat een lange man die gekleed was in grijs en bruin. Zijn knieën zaten tegen zijn kin. Hij had geen ruimte om anders te zitten. Drie kleine jongens waren bezig stenen naar hem te gooien. De man keek recht voor zich uit en verroerde zich niet als een steen tussen de tralies doorvloog. Er liepen meerdere stroompjes bloed over zijn gezicht omlaag. De stedelingen die voorbijkwamen, besteedden even weinig aandacht aan de man als aan de jongens, hoewel ze allen naar de kooi opkeken. De meeste blikken waren goedkeurend, sommige waren bevreesd.

Moiraine maakte een geluid in haar keel dat op afkeer leek.

‘Er is meer,’ zei Lan. ‘Kom. Ik heb al kamers in een herberg geregeld. Ik denk dat jullie er belang in zullen stellen.’

Perijn keek over zijn schouder naar de gekooide man toen hij achter de anderen aan reed. De man had iets bekends, maar hij kon het niet plaatsen.

‘Ze zouden dat niet mogen doen.’ Het gebrom van Loial klonk bijna als een snauw. ‘De kinderen, bedoel ik. De volwassenen zouden hen moeten laten ophouden.’

‘Dat zouden ze, ja,’ stemde Perijn in, maar hij luisterde nauwelijks. Waarom komt bij me bekend voor?

1 ... 94 95 96 97 98 99 100 101 102 ... 178
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)