De Herrezen Draak
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #3
- Год: 1996
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:
Hoelang was dat geleden? Waren het er echt zoveel of heb ik me dat maar verbeeld? Dat iedere vrouw in het dorp besloot om onmiddellijk te trouwen? Hoe heette het ook alweer? Word ik al krankzinnig? Zijn gezicht parelde van het zweet, maar hij bleef doorspelen, nauwelijks luid genoeg om gehoord te worden, terwijl hij in het vuur bleef staren. Moiraine had hem verteld dat hij ta’veren was. Iedereen zei dat hij ta’veren was. Misschien was hij dat ook. Zulke mensen veranderden dingen om hen heen. Maar dat leek te veel op iets waaraan hij helemaal niet wilde denken.
Ze zeggen ook dat ik de Herrezen Draak ben. Dat zeggen ze allemaal. De levenden zeggen het, en de doden. Dat maakt het nog niet waar.
Ik moest mij ertoe laten uitroepen. Plicht. Ik had geen keus, maar dat maakt het nog niet waar.
Het leek wel of hij niet kon ophouden met dat wijsje. Het liet hem aan Egwene denken. Ooit had hij gedacht dat hij met Egwene zou trouwen. Dat leek lang geleden. Dat was weg, nu. Maar ze was in zijn dromen verschenen. Het had haar kunnen zijn. Haar gezicht. Het was haar gezicht.
Maar er waren zoveel gezichten geweest, gezichten die hij kende. Tham, zijn moeder, Mart en Perijn. Allemaal probeerden ze hem te doden. Natuurlijk waren ze het niet echt geweest. Alleen hun gezichten, geplant op Schaduwgebroed. Hij dacht dat zij het niet echt geweest waren. Zelfs zijn dromen leken door Schaduwgebroed te zijn bevolkt. Waren het alleen maar dromen? Sommige dromen waren echt, dat wist hij. En andere waren alleen maar dromen, nachtmerries of iets dat hoop gaf. Maar hoe kon je het verschil zien? Op een nacht was Min in zijn dromen verschenen – en ze had geprobeerd een mes in zijn rug te planten. Hij was nog steeds verrast hoeveel pijn dat had veroorzaakt. Hij was onvoorzichtig geweest, had haar dichtbij laten komen, had zijn waakzaamheid laten verslappen. Met Min in de buurt had hij zich lange tijd niet zo veilig gevoeld, ondanks de dingen die ze zag als ze naar hem keek. Haar aanwezigheid was net zoiets geweest als een zalf voor zijn wonden.
En toen probeerde ze mij te doden! De muziek steeg tot een luid, vals gekrijs, maar hij bracht het weer terug naar een zacht gefluister. Niet haar. Schaduwgebroed, met haar gezicht. Min was wel de laatste die mij pijn zou willen doen. Hij begreep niet waarom hij dat dacht, maar hij wist zeker dat het zo was.
Zoveel gezichten in zijn dromen. Selene was gekomen, koel en geheimzinnig en zo lieflijk dat zijn mond al droog werd als hij aan haar dacht. Eens had ze hem roem aangeboden – dat scheen nu zo lang geleden – maar nu had ze gezegd dat hij het zwaard moest nemen. En met het zwaard zou Selene komen. Callandor. Dat was altijd in zijn dromen. Altijd. En spottende gezichten. Handen die Egwene en Nynaeve en Elayne in kooien duwden, in netten vingen, hen verwondden. Waarom huilde hij meer om Elayne dan om de andere twee? Zijn hoofd tolde. Zijn hoofd deed evenveel pijn als zijn zij, zweet parelde over zijn gezicht, en hij speelde zacht Morgenroosje in de nacht, bang om te slapen. Bang om te dromen.
33
Binnen het web
Perijn keek vanuit zijn zadel naar de platte steen die aan de kant van de weg half verborgen onder het onkruid lag. Deze hard aangestampte weg werd hier al de Lugardweg genoemd, nu ze de Manetherendrelle en de grens van Morland naderden. Moiraine had twee dagen eerder gezegd dat de weg ooit, in een ver verleden, bestraat was geweest, en van tijd tot tijd werkten stukken van de bestrating zich nog steeds naar boven. Op deze steen stond een merkwaardig teken. Als honden in staat waren pootafdrukken op steen achter te laten, zou hij hebben gezegd dat het de afdruk van een grote hond was. Hij kon geen afdrukken in de kale grond eromheen ontdekken en er was geen geur van een hondenspoor. Er hing alleen maar een vage branderige geur die iets leek op de zwavelgeur van afgestoken vuurwerk. Verderop was een stadje, waar de weg de rivier kruiste; misschien waren enkele kinderen hierheen geslopen met wat vuurwerk. Een heel eind weg voor kinderen om weg te sluipen. Maar hij had boerderijen gezien. Het konden boerenkinderen geweest zijn. Wat het ook is, het heeft niets met die afdruk te maken. Paarden vliegen niet en honden laten geen spoor achter op steen. Ik ben te moe om helder te denken.
Hij gaapte en porde zijn hielen in Stappers ribben en het vale paard zette het op een galop, achter de anderen aan. Sinds ze Jarra achter zich gelaten hadden, had Moiraine hen voortgedreven, en er werd niet gewacht op wie er ook maar even stopte. Als de Aes Sedai ergens haar zinnen op zette, was ze zo hard als koudgehamerd ijzer. Loial had zes dagen eerder het lezen opgegeven, toen hij op had gekeken en had gemerkt dat hij een span achter lag terwijl de rest bijna uit het zicht over de volgende heuvel was verdwenen.
Perijn toomde Stapper in naast het grote paard van de Ogier en achter Moiraines witte merrie. Hij gaapte nog eens. Lan was ergens voor hen uit, de weg aan het verkennen. Achter hen stond de zon niet meer dan een uur boven de boomtoppen, maar de zwaardhand had gezegd dat ze het stadje Remen aan de Manetherendrelle vóór donker zouden bereiken. Perijn wist eigenlijk niet of hij wilde ontdekken wat hen daar zou wachten. Hij wist niet wat het was, maar Jarra had hem behoedzaam gemaakt.
‘Ik begrijp niet waarom je niet kunt slapen,’ zei Loial. ‘Tegen de tijd dat ze ons voor de nacht laat stoppen, ben ik zo moe dat ik al in slaap ben gevallen voor ik kan gaan liggen.’
Perijn schudde slechts het hoofd. Hij kon niets bedenken om Loial uit te leggen dat hij niet goed durfde te slapen, dat zelfs een hazenslaapje al vol zat met onrustige dromen. Zoals die ene met Egwene en Springer erin. Nou ja, het is geen wonder dat ik over haar droom. Licht, ik vraag me af hoe het haar vergaat. Ze zal inmiddels veilig in de Toren zijn en voor Aes Sedai leren. Verin zal over haar waken, en ook over Mart. Hij dacht niet dat iemand over Nynaeve hoefde te waken; in zijn gedachten waren het gewoonlijk de mensen rond Nynaeve die zichzelf moesten bewaken.
Hij wilde niet aan Springer denken. Hij was erin geslaagd om levende wolven uit zijn gedachten te houden. De prijs daarvoor was echter dat hij zich voelde alsof hij door een haastige hand gekneed werd; hij wilde er niet aan denken hoe een dode wolf in zijn dromen rond kon sluipen. Zelfs Springer niet. Hij schudde zichzelf door elkaar en dwong zijn ogen wijd open te blijven.
Naast slechte dromen waren er nog meer dingen die zijn slaap verstoorden. Ze hadden andere sporen van Rhands doortocht gevonden. Tussen Jarra en de Eldar had Perijn niets kunnen ontdekken, maar toen ze de Eldar overstaken, over een stenen brug die zich uitstrekte tussen twee vijftig voet hoge klippen, waren ze door een stadje gekomen dat Sidon heette en geheel in de as was gelegd. Elk gebouw. Tussen de bouwvallen stonden nog slechts een paar stenen muren en schoorstenen.
Uitgeputte bewoners hadden gezegd dat het begonnen was met een lantaarn die in een schuur was omgevallen, en daarna had het vuur zich als een razende verspreid en scheen alles fout te gaan. De helft van de emmers die ze hadden kunnen vinden, had gaten. Iedere brandende muur was naar buiten gevallen in plaats van naar binnen toe en had zo de huizen ernaast in lichterlaaie gezet. Brandende houten balken van de herberg waren op de een of andere manier tot aan de grote bron op het plein weggeslingerd, zodat niemand er meer bluswater uit kon putten, en op drie andere bronnen waren huizen neergestort. Zelfs de wind scheen steeds van richting te zijn veranderd en had de vlammen in elke richting aangewakkerd.
Het was niet nodig geweest om Moiraine te vragen of Rhands aanwezigheid dit alles veroorzaakt had; haar gezicht, dat eruitzag als koud ijzer, was antwoord genoeg. Het Patroon vormde zichzelf om Rhand heen en van toeval was niet langer sprake.
Na Sidon waren ze nog door vier stadjes getrokken, waar alleen Lans speurzin hun verteld had dat Rhand hen nog steeds voor was. Rhand was nu te voet, en dat was al een tijdje zo. Ze hadden zijn paard bij Jarra gevonden, dood, alsof het door wolven of wilde honden verscheurd was. Het had Perijn toen moeite gekost om niet om zich heen te reiken, vooral toen Moiraine opkeek en hem nadenkend aanstaarde. Gelukkig had Lan het spoor van Rhands laarzen gevonden, dat van het dode paard wegliep. In één hak zat een driehoekige inkeping, veroorzaakt door een rots, waardoor zijn spoor duidelijk te volgen was. Maar te voet of te paard, hij leek hen steeds voor te blijven. In de vier stadjes na Sion was de grootste opwinding die iedereen zich kon herinneren Loials binnenkomst geweest, en de daaropvolgende ontdekking dat hij een echte Ogier was. Ze waren daar zo van onder de indruk geweest dat ze Perijns ogen nauwelijks opmerkten, en toen ze het deden... Nou ja, als een Ogier echt bestond, konden mensen elke kleur ogen hebben.