Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Herrezen Draak
De Herrezen Draak - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Herrezen Draak

Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:

De Herrezen Draak
1 ... 92 93 94 95 96 97 98 99 100 ... 178
Перейти на страницу:

‘Breng alsjeblieft een brief naar mijn moeder, Mart,’ zei hij zachtjes met een hoog spottend stemmetje. ‘Dwaas! De Amyrlin kon een zwaardhand sturen om elke brief van de erfdochter naar de koningin te brengen. Verblinde dwaas, je wilde zo ontzettend graag uit de Toren weg dat je dat niet eens zag.’ Thoms gesnurk scheen er trompetterend mee in te stemmen.

Maar het meeste dacht hij aan geluk, en aan straatrovers. Hij merkte amper dat er iets tegen het achterschip botste. Hij besteedde geen aandacht aan een klap en geschuifel op het dek boven hem, of aan stampende laarzen. Het schip maakte zelf genoeg lawaai, en er moest iemand aan dek zijn zodat het schip de rivier af kon varen. Maar de sluipende voetstappen in het gangetje naar zijn deur klikten vast aan zijn gedachten over de straatrovers en hij spitste zijn oren. Hij porde Thom met zijn elleboog in de ribben. ‘Wakker worden,’ zei hij zacht. ‘Er is iemand buiten in de gang.’ Hij liet zichzelf al uit het bed glijden en hoopte dat de vloer van de hut – dek, vloer, wat het ook is! - niet onder zijn voeten zou kraken. Thom gromde, smakte met zijn lippen en snurkte door.

Er was geen tijd meer om zich zorgen te maken om Thom. De voetstappen waren nu vlakbij. Mart pakte zijn vechtstok, ging voor de deur staan en wachtte.

Langzaam zwaaide de deur open en hij zag twee in mantels gehulde mannen die achter elkaar stonden. Ze staken vaag af in het vale maanlicht dat door het luik boven de ladder in het gangetje viel. Maar er was genoeg maanlicht om de getrokken messen te laten glinsteren. Beide mannen hijgden van verrassing; ze hadden kennelijk niet verwacht iemand te vinden die hen verwachtte.

Mart stootte met de vechtstok en raakte de man hard op de plaats waar zijn ribben bij elkaar kwamen. Terwijl hij toesloeg, hoorde hij zijn vaders stem. Het is een dodende slag, Mart. Gebruik hem nooit, tenzij het om je leven gaat. Maar die messen waren dodelijk; in de hut was geen ruimte om met een stok te zwaaien.

De man maakte een verstikt geluid en klapte ineengekrompen op het dek neer, terwijl hij vergeefs naar adem hapte. Terwijl hij viel, stapte Mart al naar voren en dreef het einde van de vechtstok met een krakend geluid over hem heen in de keel van de tweede. Deze liet zijn mes vallen, greep naar zijn keel en viel toen boven op zijn metgezel. Hun voeten schraapten over het dek en in hun kelen klonk reeds doodsgereutel.

Mart stond naar hen te staren. Twee mannen. Nee, ik mag branden, drie! Ik geloof niet dat ik ooit eerder een mens kwaad heb gedaan, en nu heb ik er in één nacht drie gedood. Licht!

De donkere gang werd vervuld van stilte en hij hoorde het gestamp van laarzen op het dek boven zijn hoofd. De bemanning was blootsvoets.

Mart probeerde niet te denken aan wat hij van plan was terwijl hij de mantel van een van de dode mannen greep en om zijn schouders sloeg, zodat het bleke linnen van zijn onderkleren verborgen werd. Op blote voeten liep hij de gang door en klom de ladder op. Zijn ogen kwamen nauwelijks boven de rand van het luik uit.

Het bleke maanlicht weerkaatste van de strak staande zeilen, maar de nacht hulde het dek nog steeds in schaduwen. Er was geen geluid behalve het bruisende water aan weerszijden van het schip. Er scheen slechts één man aan dek te zijn, de man aan het roer, die zijn mantelkap had opgeslagen tegen de kilte. De man verplaatste zich en leren laarzen schraapten over het dek.

Mart hield zijn vechtstok laag en hoopte dat die niet ontdekt zou worden terwijl hij naar boven klom. ‘Hij is dood,’ mompelde hij op een lage, ruwe fluistertoon.

‘Ik hoop dat hij piepte toen je zijn keel doorsneed.’ Mart herinnerde zich de stem met het zware accent en hoe die geklonken had aan het eind van een kronkelige straat in Tar Valon. ‘Die jongen bezorgt ons te veel moeilijkheden. Wacht! Wie ben jij?’

Mart zwaaide de staf met al zijn kracht. Het zware hout raakte het hoofd van de man. De kap van zijn mantel dempte het geluid van een neerploffende meloen maar half.

De man viel over het roer en liet het omzwaaien. Het schip boog scherp af en Mart viel bijna op het dek. Uit een ooghoek zag hij een gestalte oprijzen uit de schaduwen bij de reling, en een glinsterende kling, en hij wist dat zijn staf de toeslaande kling nooit op tijd kon afweren. Iets flitste door de nacht en boorde zich met een doffe klap in de vage gestalte. De rijzende beweging werd een vallende, waarna een man bij Marts voeten neerviel.

Benedendeks klonken steeds luidere kreten toen het schip opnieuw rondzwaaide en het roer onder het gewicht van de dode man rondtolde.

Thom hinkte bij het luik weg, gekleed in mantel en onderkleren, en opende het deurtje van een dievenlantaarn. ‘Je had geluk, kerel. Een van die lui beneden had deze lantaarn. Had het schip in brand kunnen steken, zoals hij daar lag.’ Het licht maakte een mesheft zichtbaar dat uit de borst van een man met dode, starende ogen stak. Mart had hem nog nooit eerder gezien; iemand met zoveel littekens op zijn gezicht zou hij zich zeker hebben herinnerd. Thom schopte een dolk weg van de uitgestrekte hand van de dode man en boog zich toen voorover om zijn eigen mes terug te pakken. Hij veegde de kling af aan de mantel van het lijk. ‘Veel geluk, kerel. Ja, veel geluk.’ Aan de reling was een touw gebonden. Thom liep ernaar toe en liet het licht naar beneden schijnen. Mart voegde zich bij hem. Aan de andere kant van het touw bevond zich zo’n kleine boot uit Zuidhaven, met een gedoofde boeglantaarn. Er stonden twee mannen tussen de opgehaalde riemen.

‘De Grote Heer hale me! Hij is het!’ hijgde de ene. De ander schoot naar voren en begon als een bezetene te sjorren aan de knoop waarmee de boot vastzat.

‘Wil je deze twee ook doden?’ vroeg Thom. Zijn stem galmde als bij een voorstelling.

‘Nee, Thom,’ zei Mart zacht. ‘Nee.’

De mannen in de boot hoorden het antwoord waarschijnlijk niet, want ze lieten hun pogingen varen hun boot los te maken en sprongen met veel gespetter overboord. Het geluid van hun gespartel was goed hoorbaar op de stille rivier.

‘Dwazen,’ bromde Thom. ‘Na Tar Valon wordt de rivier wat nauwer, maar hier is ze nog ruim een halve span breed. Dat redden ze nooit in het duister.’

‘Bij de Steen!’ brulde er iemand bij het luik, ‘wat gebeurt hier? Er liggen dode mannen in de gang. Wat hangt Vasa daar over het roer? Hij vaart ons regelrecht een modderbank in!’ Naakt, op een linnen broekje na, sprong Mallia naar het roer en stootte de dode man ruw opzij, waarna hij de lange roerbalk aantrok om het schip weer op koers te brengen. ‘Dat is Vasa niet! Mijn ziel mag branden, wie zijn al die dode mannen?’ Er klauterden meer mensen het dek op, bemanningsleden op blote voeten en angstige passagiers die in dekens en mantels gewikkeld waren.

Met zijn lichaam verborg Thom wat hij deed toen hij zijn mes onder het touw stak en het met één haal doorsneed. De kleine boot dreef in het donker achter hen weg. ‘Rivierrovers, schipper,’ zei hij. ‘De jonge Mart en ik hebben uw schip gered van rivierrovers. Ze hadden iedereen de keel kunnen afsnijden als wij er niet geweest waren. Misschien moet u de vaarprijs maar herzien.’

Mart liep stijfjes naar het luik. Achter zich hoorde hij Mallia. ‘Dat is een kouwe. Ik had nooit gehoord dat Andor sluipmoordenaars gebruikte, maar mijn ziel mag branden als hij er niet koel onder blijft.’ Mart struikelde de ladder af, stapte over de twee dode lichamen in de gang en dreunde de deur van de schippershut achter zich dicht. Hij haalde het tot halverwege het bed voor hij begon te beven en langzaam door zijn knieën zakte. Licht, in welk spel speel ik mee? Ik moet het spel kennen om te winnen. Licht, welk spel?

Terwijl hij zacht Morgenroosje op zijn fluit speelde, staarde Rhand in zijn kampvuur, waarboven een konijn werd geroosterd aan een tak die schuin over de vlammen hing. Een nachtbriesje liet de vlammen flikkeren; hij merkte de geur van het konijn nauwelijks op, hoewel hij vluchtig bedacht dat hij in het volgende dorpje of stadje meer zout moest zien te krijgen. Morgenroosje was een van de wijsjes die hij op die huwelijksfeesten had gespeeld.

1 ... 92 93 94 95 96 97 98 99 100 ... 178
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)