Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Herrezen Draak
De Herrezen Draak - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Herrezen Draak

Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:

De Herrezen Draak
1 ... 97 98 99 100 101 102 103 104 105 ... 178
Перейти на страницу:

Moiraine schrok op. ‘Masema. Ja. Natuurlijk. Ik had hem uit mijn hoofd gezet.’ Haar stem klonk krachtiger. ‘De volgende keer dat ik Masema zie, zal hij wensen dat iemand zijn huid had afgestroopt om er laarzen van te maken.’ Ze sloeg de deur zo hard achter zich dicht dat de klap door de gang weerkaatste.

‘Rustig!’ klonk een gedempte kreet aan het einde van de gang. ‘Mijn hoofd barst!’

‘Oho.’ Furlan wreef zijn handen in de ene richting en wuifde in de andere. ‘O, vergeef me, meester Andra, maar vrouwe Alys is een vrouw van sterke woorden.’

‘Alleen voor diegenen die haar mishagen,’ zei Lan onbewogen. ‘Ze bijt nog erger dan dat ze blaft.’

‘Ach. O... eh. Uw kamers zijn hier. O, vriend Ogier, toen meester Andra mij vertelde dat u zou komen, heb ik een oud Ogierbed van zolder laten halen, waar het driehonderd of meer jaar onder het stof lag. Waarom...’

Perijn liet de woorden langs zich heen gaan en hoorde ze net zomin als een rivierrots het water hoort. De zwartharige jonge vrouw baarde hem meer zorgen. En de gekooide Aiel.

Toen hij eenmaal in zijn eigen kleine kamer achterin was – Lan had niets gedaan om bij de herbergier de indruk weg te nemen dat Perijn een dienaar was – was hij nog steeds diep in gedachten. Hij maakte de pees van zijn boog los en zette hem in de hoek – een te lang gespannen boog was slecht voor boog en pees – zette zijn dekenrol en zadeltassen naast de wastafel en gooide zijn mantel eroverheen. Hij hing zijn riemen met de pijlkoker en de bijl op knoppen aan de muur en ging bijna op het bed liggen voordat een enorme geeuw hem eraan herinnerde hoe gevaarlijk dat kon zijn. Het bed was smal en de matras leek vol bulten te zitten; het zag er uitnodigender uit dan elk ander bed uit zijn herinnering. In plaats daarvan ging hij op het krukje zitten en dacht na. Hij wilde altijd graag over dingen nadenken.

Na een tijdje klopte Loial op de deur en stak zijn hoofd naar binnen. De oren van de Ogier trilden bijna van opwinding en zijn grijns spleet zijn gezicht zowat in tweeën. ‘Perijn, je zult het niet geloven! Mijn bed is gemaakt van zanghout! Het moet minstens duizend jaar oud zijn. Zolang is het geleden dat een Boomzanger zo’n groot stuk heeft gezongen. Zelfs ik zou het niet eens willen proberen, en ik heb de gave sterker dan de meesten. Nou ja, om je de waarheid te zeggen, onder ons zijn er niet veel meer met die gave. Maar ik hóór bij de besten die hout kunnen zingen.’

‘Dat is heel interessant,’ zei Perijn. Een Aiel in een kooi. Dat heeft Min gezegd. Waarom staarde dat meisje naar me?

‘Dat dacht ik ook.’ Loial klonk een beetje teleurgesteld toen bleek dat Perijn zijn opwinding niet deelde, maar Perijn wilde alleen maar nadenken. ‘Het avondeten beneden is klaar, Perijn. Ze hebben erg hun best gedaan, voor het geval de Jagers iets willen, maar wij kunnen er wat van krijgen.’

‘Ga maar, Loial. Ik heb geen honger.’ De geuren van braadvlees die van de keuken naar boven dreven, deden hem niets. Hij merkte nauwelijks dat Loial wegging.

Met zijn handen op de knieën, en van tijd tot tijd geeuwend, probeerde hij alles uit te werken. Het leek op een van de puzzels die Meester Lohan maakte, waarvan de metalen stukken onverbrekelijk met elkaar verbonden leken te zijn. Maar er was altijd een handigheidje om de ijzeren hoepels en krullen uit elkaar te halen, en dat moest er hier ook zijn.

Het meisje had naar hem gekeken. Dat kon door zijn ogen komen, hoewel de herbergier er niet op had gelet en het verder niemand was opgevallen. Ze hadden een Ogier om naar te kijken, Jagers op de Hoorn in huis, een bezoekende vrouwe en een gekooide Aiel op het dorpsplein. Zoiets onbeduidends als de kleur van iemands ogen kon hun aandacht niet trekken. Het uiterlijk van een dienaar kon tegen dat alles niet op. Dus waarom pikte ze mij eruit om naar te staren? En de Aiel in de kooi. Wat Min zag was altijd belangrijk. Maar hoe? Wat werd hij geacht te doen? Ik had die kinderen kunnen laten ophouden met stenen te gooien. Dat had ik moeten doen. Het had geen zin om zichzelf voor te houden dat de volwassenen hem zeker zouden hebben gezegd zich met zijn eigen zaken te bemoeien, dat hij een vreemdeling in Remen was en dat de Aiel zijn zaak niet was. Ik had het moeten proberen.

Hij kreeg geen antwoorden, dus begon hij opnieuw en werkte er zich weer geduldig doorheen, en nog eens, en nog eens. Maar hij vond nog steeds niets, behalve spijt om wat hij niet had gedaan. Na een tijdje merkte hij dat de nacht eindelijk gevallen was. De kamer was donker, afgezien van wat maanlicht dat door het enige venster scheen. Hij dacht aan de waskaars en de tondeldoos die hij op de schoorsteenmantel boven de kleine haard had gezien, maar er was meer dan genoeg licht voor zijn ogen. Ik moet iets doen, nietwaar? Hij gespte zijn bijlriem om en hield toen op. Hij had het zonder nadenken gedaan; het dragen van de bijl was even natuurlijk geworden als ademhalen. Dat vond hij niet prettig. Maar hij liet de riem zitten en ging naar buiten.

Het licht uit het trapgat deed de gang bijna helder lijken na zijn donkere kamer. Uit de gelagkamer stegen gepraat en gelach op, en uit de keuken kookluchtjes. Hij liep naar de voorzijde van de herberg, naar Moiraines kamera klopte en ging naar binnen. En stond stil met een vuurrood gezicht.

Moiraine trok de bleekblauwe mantel dicht die om haar schouders hing. ‘Je wilde wat?’ vroeg ze koeltjes. In een hand had ze een met zilver beslagen haarborstel, en haar donkere haar, dat in golven om haar hals viel, glinsterde alsof ze het geborsteld had. Haar kamer was veel mooier dan de zijne, met opgewreven houten lambrizeringen, in zilver gedreven lampen en een warm vuur in een grote bakstenen haard. De lucht rook naar rozenzeep.

‘Ik... ik dacht dat Lan hier was,’ wist hij te stamelen. ‘Jullie steken altijd je hoofden bij elkaar en ik dacht dat hij... Ik dacht...’

‘Wat wil je, Perijn?’

Hij haalde diep adem. ‘Is dit Rhands werk? Ik weet dat Lan hem tot hier heeft gevolgd, en het lijkt allemaal zo vreemd – de Jagers, en Aiel – maar heeft hij het gedaan?’

‘Dat geloof ik niet. Ik zal meer weten als Lan me vertelt wat hij vanavond ontdekt heeft. Met een beetje geluk zullen zijn bevindingen mij bij de keus helpen.’

‘Een keus?’

‘Rhand kan de rivier overgestoken zijn en dwars over het land op weg zijn naar Tyr. Of hij kan een schip stroomafwaarts naar Illian genomen hebben, met de bedoeling om daar een ander schip naar Tyr te nemen. De reis zal op die manier vele roeden langer zijn, maar dagen korter duren.’ ik geloof niet dat we hem zullen inhalen, Moiraine. Ik weet niet hoe hij het doet, maar zelfs te voet blijft hij ons voor. Als Lan gelijk heeft, ligt hij nog steeds een halve dag op ons voor.’

‘Ik zou bijna kunnen geloven dat hij geleerd heeft om te reizen,’ zei Moiraine met samengeknepen wenkbrauwen, ‘maar dan zou hij onmiddellijk naar Tyr zijn gegaan. Nee, hij heeft het bloed van gestage lopers en sterke renners. Maar misschien nemen we toch de rivier wel. Als ik hem niet kan inhalen, zal ik in Tyr vlak achter hem zijn. Of hem opwachten.’

Perijn schuifelde onzeker met zijn voeten; in haar stem klonk een koude belofte. ‘Je hebt me eens gezegd dat je een Duistervriend kon voelen, tenminste een die diep in de Schaduw wandelt. En Lan ook. Hebben jullie zoiets opgemerkt?’

Ze snoof luid en keerde zich weer naar een grote staande spiegel waarvan de poten waren ingelegd met fijn zilverwerk. Ze hield haar mantel met een hand gesloten en streek de borstel met de andere door haar haren. ‘Weinig mensen zijn zo ver heen, Perijn, zelfs onder de ergste Duistervrienden.’ De borstel hield midden in een streek op. ‘Waarom vraag je dat?’

‘Er was een meisje beneden in de gelagkamer dat naar mij staarde. Niet naar jou en Loial, zoals de anderen. Naar mij.’ De borstel hervatte zijn beweging en er speelde even een glimlachje om Moiraines lippen. ‘Je vergeet soms, Perijn, dat je een jongeman bent en er goed uitziet. Sommige meisjes bewonderen een paar brede schouders.’ Hij gromde en schoof met zijn voeten. ‘Was er nog iets, Perijn?’

1 ... 97 98 99 100 101 102 103 104 105 ... 178
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)