Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 90 91 92 93 94 95 96 97 98 ... 217
Перейти на страницу:

Hij wilde zich omdraaien en haar flink de waarheid zeggen – hij had resultaten nodig, geen vragen, geen uitvluchten! – maar haar woorden werden onbeduidend toen zijn ogen op een jongeman vielen die schuin tegenover het paleis stond, een jongeman in een blauwe jas met zoveel roodgouden borduursel op de mouwen en omslagen dat twee edelen er genoeg aan zouden hebben. Een jongeman die langer was dan de meesten en die zich koelte toewuifde met een breedgerande hoed. Hij verschoof de sjaal om zijn hals, terwijl hij met een gebogen, witharige man stond te praten. Carridin herkende hem.

Opeens had hij het gevoel of er een touw om zijn hoofd zat geknoopt dat al draaiend steeds strakker werd aangetrokken. Heel even zag hij niets anders dan een gezicht achter een rood masker. Nachtzwarte ogen staarden hem aan, werden bodemloos diepe grotten van vuur, maar bleven hem aanstaren. In zijn hoofd ontplofte de wereld in woeste vlammen waaruit gestalten opdoemden die hem murw sloegen en meesleurden naar een wereld van zinloos gekrijs. De gestalten van drie jongemannen hingen in de lucht en een ervan begon te gloeien en werd de gestalte van de man daar in de straat, die al feller en feller brandde tot elk levend oog verschroeid en verast moest zijn. Een gebogen gouden hoorn schoot op hem af en het geschetter verscheurde zijn ziel. Een ring van goudgeel licht flitste op, verteerde hem en verkilde hem tot in zijn merg, tot het laatste stukje van hemzelf dat zich nog zijn naam herinnerde, meende dat elk botje in fijne splinters uiteenviel. Een dolk met een robijnpunt schoot recht op hem af en het gebogen lemmet trof hem tussen zijn ogen en drong door tot lemmet en in goud gevatte heft geheel waren verdwenen. Hij maakte een kwelling door die alle eerdere pijn volkomen deed verbleken. Hij zou tot een Schepper hebben gebeden als hij geweten had hoe. Hij zou gekrijst hebben als hij geweten had hoe, als hij zich herinnerd had dat mensen krijsten, als hij geweten had dat hij menselijk was. Het ging door en door, werd erger en erger...

Hij hield een hand tegen zijn voorhoofd en vroeg zich af waarom die trilde. Ook zijn hoofd deed pijn. Er was iets geweest... Geschrokken staarde hij naar de straat onder hem. In één oogopslag was alles veranderd, waren de mensen anders, bewogen er wagens, waren kleurrijke koetsen en draagstoelen vervangen door anderen. Nog erger: Cauton was verdwenen. Hij wilde de hele karaf brandewijn in één teug opdrinken.

Ineens besefte hij dat Shiaine niet meer praatte. Hij draaide zich om, bereid om haar op haar plaats te zetten. Ze zat naar voren gebogen alsof ze op wilde staan, een hand op de armleuning en de ander gebarend opgeheven. Haar smalle gezicht was verstrakt in iets van kribbig verzet, maar niet tegen Carridin. Ze verroerde zich niet. Ze knipperde zelfs niet met haar ogen. Hij zag niet eens of ze wel ademhaalde. Hij merkte haar nauwelijks op.

‘Aan het peinzen?’ vroeg Sammael. ‘Mag ik dan tenminste hopen dat het gaat over wat je hier voor mij zult vinden?’ Hij was slechts iets groter dan een gemiddelde man, gespierd en stevig in een jas met een hoge kraag in Illiaanse stijl, maar zo vol goudbrokaat dat moeilijk te zeggen viel of de stof groen was. Zijn gezag kwam echter veeleer voort uit het feit dat hij een der Uitverkorenen was. Sammaels blauwe ogen waren kouder dan strenge wintervorst. Een opvallend litteken liep over zijn gezicht vanaf zijn gouden haren tot aan de rand van de goudblonde, vierkant geknipte baard, en op een of andere manier leek dat passend. Wie hem in de weg liep werd opzij geveegd, onder de voet gelopen, vernietigd. Zelfs als Carridin Sammael slechts per ongeluk zou hebben ontmoet, wist de Witmantel dat zijn ingewanden in water zouden zijn veranderd.

Hij verliet haastig het raam en viel op zijn knieën voor de Uitverkorene neer. Hij verachtte de feeksen van Tar Valon; ja, hij verachtte iedere geleider van de Ene Kracht die speelde met wat de wereld ooit had gebroken, die iets gebruikte wat gewone stervelingen niet zouden mogen aanraken. Deze man gebruikte de Ene Kracht ook, maar de Uitverkorenen konden geen gewone stervelingen genoemd worden. Misschien waren ze wel helemaal geen stervelingen. En als hij hen goed diende, zou hij dat ook niet meer zijn. ‘Hoge Meester, ik heb Mart Cauton gezien.’

‘Hier?’ Even leek Sammael geschrokken. Hij mompelde iets onhoorbaars en het bloed vloeide uit Carridins gezicht toen hij een woord opving.

‘Grote Heer, u weet dat ik u nooit zou verraden...’

‘Jij? Dwaas. Daar ben je te laf voor. Weet je zeker dat je Cauton hebt gezien?’

‘Ja, Hoge Meester. Op straat. Ik weet dat ik hem weer kan vinden.’

Sammael keek hem nadenkend aan en streek over zijn baard. Zijn blik ging dwars door Jaichim Carridin heen. Die vond het niet prettig zich zo onbeduidend te voelen, vooral doordat hij wist dat het terecht was. ‘Nee,’ zei Sammael ten slotte. ‘Jouw speurtocht is het belangrijkst, het énig belangrijke, wat jou betreft. Cautons dood zou zeker van pas komen, maar niet als het de aandacht op Ebo Dar vestigt. Als blijkt dat die aandacht al bestaat en als hij belangstelling voor jouw speurtocht krijgt, mag hij sterven, maar anders kan hij wachten.’

‘Maar...’

‘Heb je me niet gehoord?’ Sammaels litteken trok zijn glimlach aan een kant tot een snauw naar beneden, ‘Ik zag onlangs je zuster Vanora. Ze zag er niet zo goed uit, in het begin. Krijsen en janken en maar beven en aan haar haren trekken. Vrouwen hebben meer te lijden onder de aandacht van Myrddraal dan mannen, maar ook Myrddraal moeten hun pretjes krijgen. Niet dat ze zo lang geleden heeft, hoor. De Trolloks zijn altijd hongerig.’ De glimlach vervaagde; zijn stem werd steenhard. ‘Wie mij ongehoorzaam is, kan ook in een ketel boven het vuur terechtkomen. Vanora leek te glimlachen. Zou jij glimlachen, Carridin, als je aan een spit ronddraait?’

Onwillekeurig slikte Carridin en onderdrukte zijn wroeging over Vanora met haar gulle lach, die zo goed kon paardrijden dat zij galoppeerde waar anderen nog te bang waren om stapvoets te rijden. Ze was zijn lievelingszuster geweest, maar zij was nu dood en hij niet. Als er nog genade in deze wereld bestond, had zij nooit gehoord waardoor ze aan haar einde was gekomen, ‘Ik leef om te dienen en te gehoorzamen, Hoge Meester.’ Hij vond zichzelf geen lafaard, maar niemand was de Uitverkorenen ongehoorzaam. Niet meer dan één keer.

‘Spoor dan op wat ik wil hebben!’ bulderde Sammael. ‘Ik weet dat ze ergens in dit kjasic vliegenpoepje van een stad verborgen zijn! Ter’angrealen, angrealen, zelfs sa’angrealen! Ik heb gezocht en hun sporen gevonden. Vind ze, Carridin. Laat me niet ongeduldig worden.’

‘Hoge Meester...’ Hij bewoog zijn mond hevig om wat speeksel te vinden. ‘Hoge Meester, er zijn feeksen... Aes Sedai... hier. Ik weet niet zeker hoeveel. Als zij ook maar iets opvangen...’

Sammael gebaarde hem zijn mond te houden en ijsbeerde, drie snelle stappen heen en weer terug, zijn handen op de rug. Hij zag er niet bezorgd uit... eerder nadenkend. Uiteindelijk knikte hij. ‘Ik zal... iemand... sturen om met die Aes Sedai af te rekenen.’ Hij lachte kort en blaffend. ‘Wat zou ik graag hun gezichten willen zien. Goed. Je krijgt nog wat tijd. Daarna kan iemand anders een kans krijgen.’ Met zijn vinger tilde hij een haarlok van Shiaine op. Ze bewoog nog steeds niet en haar ogen staarden strak in de leegte. ‘Dit kind zou zo’n kans zeker met beide handen aangrijpen.’

Carridin voelde een steek van angst en vocht om die de baas te blijven. De Uitverkorenen brachten iemand even snel en vaak ten val als zij hem verhieven. Mislukkingen werden altijd gestraft. ‘Hoge Meester, ik had u om een gunst verzocht. Zou ik mogen weten... Heeft u... Wilt u...?’

‘Je lijkt erg weinig geluk te hebben, Carridin,’ zei Sammael, opnieuw glimlachend. ‘Je kunt maar beter hopen dat je bij mijn opdrachten meer geluk hebt. Blijkbaar zorgt iemand dat sommige orders van Ishamael tenminste nog wel worden uitgevoerd.’ Hij glimlachte maar leek zeer zeker niet vermaakt. Misschien kwam het door het litteken. ‘Je hebt gefaald en daardoor je hele familie verloren. Alleen mijn hand biedt je nu bescherming. Ik heb een keer, lang geleden, drie Myrddraal bezig gezien. Ze wisten een man te bewegen zijn vrouw en dochters een voor een aan hen af te staan. Daarna smeekte hij of ze eerst zijn rechter-, vervolgens zijn linkerbeen wilden afhakken, toen zijn armen, en ten slotte of ze zijn ogen uit wilden branden.’ Het was of hij een praatje over het weer maakte, waardoor de opsomming gruwelijker klonk dan die ooit met gebulder of gesnauw zou zijn. ‘Het was een spelletje voor ze, weet je, om te zien hoe lang hij zou blijven smeken om meer en meer te nemen. Natuurlijk bewaarden ze zijn tong voor het laatst, maar toen was er niet zoveel meer van hem over. Hij was ooit een machtige, knappe en beroemde man geweest. Hij werd benijd. Niemand zou ooit benijden wat de Myrddraal de Trolloks uiteindelijk toewierpen. Niet te geloven dat die restjes nog zulke geluiden konden maken. Vind wat ik wil hebben, Carridin. Je zult het niet prettig vinden als ik mijn beschermende hand van je aftrek.’

1 ... 90 91 92 93 94 95 96 97 98 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)