De Grote Jacht
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #2
- Год: 2005
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:
‘Ach ja. Nog heel jong om die verantwoordelijkheid te dragen.’ Rhand beheerste zich. ‘Garet Brin heeft voldoende grijs in zijn haren om uw vader te zijn, kapitein.’
‘Vergeef me, mijn heer Rhand. Ik bedoelde te zeggen dat hij die titel jong kreeg.’ Caldewin wendde zich tot Selene en bleef haar korte tijd aankijken. Ten slotte vermande hij zich, alsof hij uit een droom ontwaakte. ‘Vergeef me, mijn vrouwe, dat ik u op deze manier aankijk en vergeef me dat ik u zomaar aanspreek, maar u bent zeer zeker genadiglijk begunstigd. Wilt u me de naam geven die zoveel schoonheid vergezelt?’
Net toen Selene wilde antwoorden, slaakte een van dienstmeiden een kreet; ze liet een lamp vallen die ze van een plank had gepakt. Olie spatte in het rond en uit een plasje op de vloer laaiden vlammen op. Rhand sprong samen met de anderen aan zijn tafel op, maar voor iemand iets had kunnen doen, verscheen vrouw Madwen, die samen met de meid het vuur doofde met behulp van hun schorten. ‘Ik heb je nog zo gezegd voorzichtig te zijn, Catrine,’ zei de herbergierster terwijl ze haar vuile schort vlak voor het gezicht van het meisje heen en weer schudde. ‘Je steekt de herberg nog eens in brand, en jezelf erbij.’
Het meisje leek op het punt te staan om in tranen uit te barsten, ik was echt heel voorzichtig, vrouw Madwen, maar ik kreeg opeens zo’n kramp in mijn arm.’
Vrouw Madwen stak beide handen omhoog. ‘Je hebt altijd je smoesje klaar, maar je breekt nog steeds veel meer borden dan de andere meisjes. Ach, het is nog goed afgelopen. Maak alles schoon en kijk uit met vuur.’ De herbergierster wendde zich tot Rhand en de anderen, die nog steeds rond de tafel stonden. ‘Ik hoop dat u me dit alles niet kwalijk neemt. Het meisje laat echt de herberg niet afbranden. Ze is wild bij de afwas als ze staat te dromen over een jonge kerel, maar het is voor het eerst dat ze zo onhandig met een lamp doet.’ ik zou graag naar mijn kamer gebracht willen worden. Ik voel me eigenlijk niet zo goed,’ merkte Selene afgemeten op, alsof ze niet zeker wist hoe het met haar maag was, maar ze klonk even koeltjes en kalm als anders. ‘Zo’n reis; die brand.’
De herbergierster klokte als een moederhen ‘Natuurlijk, mijn vrouwe. Ik heb een mooie kamer voor u en uw heer. Zal ik moeder Caredwain laten halen? Ze is heel kundig met helende kruiden.’ Selenes stem klonk scherper. ‘Nee. En ik wil een kamer voor mezelf.’ Vrouw Madwen wierp een blik op Rhand, maar het volgende moment ging ze Selene gedienstig buigend voor naar de trap. ‘Zoals u wenst, mijn vrouwe. Lidan, wees eens lief en breng de spullen van de vrouwe meteen naar haar kamer.’ Een dienstmeid kwam aanhollen om Selenes zadeltassen van Hurin over te nemen en de vrouwen verdwenen naar boven. Selene stijf en stil.
Caldewin staarde hen na tot ze boven waren en vermande zich toen. Hij wachtte tot Rhand weer zat voor hij opnieuw plaatsnam. ‘Vergeef me, mijn heer Rhand, dat ik uw vrouwe zo vrijpostig aankeek, maar u bent zeker genadiglijk met haar begunstigd. Ik bedoel het niet kwaad.’
‘Zo vat ik het ook niet op,’ zei Rhand. Hij vroeg zich af of iedere
man die Selene zag, zich zo voelde als hij. ‘Voor we het dorp inreden, kapitein, zag ik een enorme bol. Van kristal, leek het wel. Wat is het?’
De ogen van de Cairhienin werden scherp. ‘Een deel van het beeld,
mijn heer Rhand,’ zei hij langzaam. Zijn blik flikkerde naar Loial.
Een moment lang leek hij aan iets anders te denken.
‘Beeld? Ik heb een gezicht en ook een hand gezien. Het moet enorm
zijn.’
‘Dat is het, mijn heer Rhand. En oud.’ Caldewin zweeg. ‘Uit de Eeuw der Legenden, hebben ze mij verteld.’
Rhand voelde zich verkillen. De Eeuw der Legenden, toen de Ene Kracht overal werd gebruikt, als men de verhalen mocht geloven. Wat is daar gebeurd? Ik weet dat er iets was. ‘De Eeuw der Legenden,’ zei Loial. ‘Ja, dat moet wel. Niemand heeft daarna zo’n enorme onderneming opgezet. Een heel karwei, kapitein, om dat op te graven.’ Hurin zat er stil bij, alsof hij helemaal niet aanwezig was.
Caldewin knikte met tegenzin, ik heb vijfhonderd gravers in een kamp achter de opgraving en zelfs daarmee zullen we het beeld pas lang na de zomer kunnen blootleggen. Het zijn mannen uit Voorpoort. De helft van mijn werk is hen aan het graven te houden en de andere helft hen uit dit dorp weg te houden. Voorpoorters zijn verzot op slempen en brassen, begrijpt u, en de mensen hier leiden een vreedzaam bestaan.’ Aan zijn stem was te horen dat de dorpelingen zijn volledige sympathie hadden.
Rhand knikte. Hij had geen belangstelling voor Voorpoorters, wie dat ook waren. ‘Wat gaat u ermee doen?’ De kapitein aarzelde, maar Rhand bleef hem aankijken tot hij antwoord gaf. ‘Koning Galdrian zelf heeft opdracht gegeven het naar de hoofdstad te brengen.’
Loial zat met zijn ogen te knipperen. ‘Dat is echt een grote onderneming. Ik zou niet weten hoe zo’n enorm beeld over zo’n afstand verplaatst kan worden.’
‘Zijne Majesteit heeft het bevolen,’ zei Caldewin scherp. ‘Het beeld zal buiten de stad worden opgericht; een monument voor de grootheid van Cairhien en van Huis Riatin. De Ogier zijn niet de enigen die weten hoe ze steen kunnen verplaatsen.’ Loial keek beteuterd en de kapitein probeerde zich duidelijk te beheersen. ‘Vergeef me, vriend Ogier. Ik was te haastig en al te grof met mijn woorden.’ Het klonk nog steeds lomp. ‘Is uw verblijf in Tremonsien van lange duur, mijn heer Rhand?’
‘We gaan morgenochtend verder,’ zei Rhand. ‘We gaan naar Cairhien.’
‘Dat is ook toevallig. Ik wilde juist morgen enkele mannen terugsturen naar de stad. Ik moet ze regelmatig aflossen. Ze verslappen als ze lang toezicht moeten houden op met houwelen en schoppen zwaaiende mannen. U zult het niet erg vinden als ze u gezelschap houden tijdens de rit?’ Hij stelde de vraag zo dat er alleen bevestigend op geantwoord kon worden. Vrouw Madwen verscheen boven aan de trap en hij stond op. ‘Als u me wilt verontschuldigen, mijn heer Rhand. Ik moet morgen vroeg op. Tot morgen dan. De genade begunstige u.’ Hij maakte een buiging voor Rhand, gaf Loial een knikje en verdween.
Toen de deur zich achter de Cairhienin sloot, kwam de herbergierster naar hun tafeltje toe.
‘Ik heb uw vrouwe haar kamer getoond, mijn heer. En ik heb mooie kamers voor u en uw lijfknecht laten klaarmaken en voor u, vriend Ogier.’ Ze zweeg even en nam Rhand inschattend op. ‘Vergeef me als ik me te veel aanmatig, mijn heer, maar ik neem aan dat ik vrijelijk mag spreken bij een heer die zijn lijfknecht het woord gunt. Mocht ik het mis hebben... nou ja, ik wil u niet beledigen. Drieëntwintig jaar lang waren we getrouwd, Barin Madwen en ik, en als we niet aan het zoenen waren, dan hadden we woorden, om het zo maar te zeggen.. Waarmee ik alleen maar duidelijk wil maken dat ik enige ervaring heb. Op dit moment zult u denken dat uw vrouwe u nooit meer wenst te zien, maar ik denk zomaar dat als u vanavond bij haar aanklopt, ze u dan wel binnenlaat. Glimlach en zeg dat het uw schuld was, of het nou zo is of niet.’
Rhand schraapte zijn keel en hoopte dat zijn gezicht niet rood werd. Licht, Egwene vermoordt me als ze wist dat ik één tel aan zoiets dacht. En Selene vermoordt me als ik dat doe. Of niet? Bij die gedachten verscheen er een felle blos op zijn wangen, ik... dank u voor uw raad, vrouw Madwen. De kamers...’ Hij vermeed naar de kist onder de deken te kijken bij Loials stoel. Ze durfden die niet onbewaakt te laten staan. ‘Wij delen een kamer met z’n drieën.’ De herbergierster keek of de bliksem was ingeslagen, maar ze herstelde zich snel. ‘Zoals u wenst, mijn heer. Deze kant op, alstublieft.’ Rhand volgde haar de trap op. Loial droeg de kist. De treden kraakten onder het gewicht van hem en de kist, maar vrouw Madwen leek aan te nemen dat het door de grote Ogier kwam en door Hurin, die nog steeds alle zadeltassen, de opgerolde mantel met de harp en de fluit droeg.
Vrouw Madwen lier een derde bed in de kamer plaatsen en maakte dat haastig op. Een van de twee bedden reikte bijna van de ene naar de andere muur en was duidelijk voor Loial bedoeld. Er was amper ruimte om tussen de bedden door te lopen. Zodra de vrouw was vertrokken, wendde Rhand zich tot de anderen. Loial had de toegedekte kist onder zijn bed geschoven en probeerde de matras uit. Hurin zette de zadeltassen netjes neer.