Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Grote Jacht
De Grote Jacht - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Grote Jacht

Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:

De Grote Jacht
1 ... 86 87 88 89 90 91 92 93 94 ... 203
Перейти на страницу:

‘Ik ben niet ziek,’ zei Rhand ruw en zei toen wat vriendelijker: ‘Met mij is alles in orde, Loial.’ Selene nam hem behoedzaam op. Uit de afgraving klonk het geluid van roepende mannen; de woorden waren niet te verstaan.

‘Heer Rhand,’ zei Hurin. ‘Ik denk dat die wachters ons hebben gezien. Als ze aan deze kant een weg naar boven kennen, zullen ze heel gauw hier zijn.’

‘Ja,’ zei Selene. ‘Laten we hier snel weggaan.’ Rhand keek om naar de diepte en toen weer snel de andere kant op. Het grote kristal toonde slechts het weerspiegelde licht van de avondzon, maar hij wilde er niet naar kijken. Hij kon zich bijna... iets van

dat kristal herinneren. ‘Ik zie geen enkele reden op hen te wachten. We hebben niets gedaan. Laten we een herberg zoeken.’ Hij wendde Rood naar het dorp en ze lieten de diepe kuil en de roepende mannen zo snel mogelijk achter zich.

Zoals veel dorpen lag Tremonsien op de top van een heuvel, maar net als bij de boerderijen waar ze langs waren gekomen, verdeelden stenen muurtjes de hellingen in terrassen. Vierkante stenen huizen op kleine stukjes land met afgepaste tuinen erachter stonden aan een paar rechte straten die elkaar in rechte hoeken sneden. Men leek het te betreuren dat de heuvels bochtige straten noodzakelijk maakten. Maar de mensen leken open en vriendelijk. Ze gunden zich tijd voor een begroeting, terwijl ze haastig hun werk afmaakten voor de nacht inviel. Ze waren klein van stuk, want niemand reikte tot Rhands schouders en slechts enkelen waren even lang als Hurin. Ze hadden zwarte ogen in bleke, smalle gezichten en waren gekleed in donkere kledij, op een paar mensen na, die kleurige banen op de borst droegen. Er hingen kookgeuren in de lucht en Rhand rook vreemde kruiden, hoewel een handjevol dorpsvrouwen nog voor een praatje over hun onderdeur hingen. De mensen namen de nieuwkomers nieuwsgierig, zonder iets van vijandigheid op. Enkelen staarden wat langer naar Loial – een Ogier naast een paard dat zo groot was als een Durraner hengst – maar nooit te lang.

De herberg op de heuveltop was net als alle andere gebouwen in het stadje van steen. Hij onderscheidde zich door een geschilderd uithangbord boven de brede deur. De Negen Ringen. Rhand zwaaide met een glimlach uit het zadel en bond Rood aan een paal vast. Als jongen had hij De negen ringen een van de mooiste avonturenverhalen gevonden. Hij veronderstelde dat dat nog steeds zo was. Selene leek nog steeds gespannen toen hij haar hielp afstijgen. ‘Ben je in orde?’ vroeg hij. ‘Ik heb je daarginds toch geen angst aangejaagd, hè? Rood zou nooit met mij van een hoogte vallen.’ Hij vroeg zich af wat er werkelijk was gebeurd.

‘Je maakte me doodsbang,’ zei ze strak, ‘en ik ben niet zo gauw bang. Je had jezelf kunnen doden, had ons...’ Ze streek haar kleren glad. ‘Rij met me mee. Vanavond. Nu. Neem de Hoorn en ik zal voor altijd bij je blijven. Denk eraan. Wij samen en de Hoorn van Valere in je handen. En dat zal nog maar het begin zijn, dat beloof ik je. Wat kun je nog meer verlangen?’

Rhand schudde zijn hoofd, ik kan het niet, Selene. De Hoorn...’ Hij keek rond. Aan de overkant van de straat keek een man uit een raam die vervolgens de gordijnen dichttrok. Het avondduister maakte de straat donker en behalve Loial en Hurin was er niemand te zien. ‘De Hoorn is niet van mij. Dat heb ik je al gezegd.’ Ze keerde hem de rug toe en haar witte mantel maakte haar even onbereikbaar als een muur van steen.

21

De Negen Ringen

Rhand had een lege gelagkamer verwacht, aangezien het etenstijd was, maar rond èen tafel met pullen bier zat een handvol mannen te dobbelen en aan een ander tafeltje zat een man alleen te eten. De dobbelaars droegen zo te zien geen wapens en geen wapenrusting, slechts eenvoudige jassen en donkerblauwe kniebroeken. Toch was er iets in hun houding waardoor Rhand de indruk kreeg dat ze krijgslieden waren. Zijn ogen gleden naar de man alleen aan het tafeltje. Een officier die de laarsranden had omgeslagen en zijn zwaard naast zijn stoel tegen de tafel had geplaatst. Over de borst van zijn blauwe jas liepen een rode en een gele baan van de ene naar de andere schouder. De voorste helft van zijn hoofd was gladgeschoren, maar achter hingen zijn lange zwarte haren tot ver op zijn rug. Het haar van de soldaten was kort alsof ze allemaal onder dezelfde kom waren geknipt. De zeven mannen draaiden zich om toen Rhand en de anderen binnenkwamen.

De herbergierster was een magere vrouw met een lange neus en grijzend haar, maar haar rimpels leken veroorzaakt door haar eeuwige glimlach en niet zozeer door ouderdom. Ze kwam bedrijvig aanlopen en veegde haar handen af aan een smetteloos witte schort. ‘Genavond aan u,’ – haar snelle ogen schoten snel langs Rhands rode jas met het gouden borduursel en langs het mooie witte gewaad van Selene, ‘mijn heer, mijn vrouwe. Ik ben Maglin Madwen, mijn heer. Wees welkom in De Negen Ringen. En een Ogier! Er zijn tegenwoordig niet zoveel Ogier hier in de buurt, vriend Ogier. Bent u misschien van stedding Tsofu?’

Loial slaagde erin met de zware kist een onhandig buiginkje te maken. ‘Nee, beste vrouw. Ik kom uit een andere richting, uit de Grenslanden.’

‘Zo, zo, uit de Grenslanden. Wel, wel. En u, mijn heer? Vergeef me

de vraag, maar u ziet er niet zozeer uit als een Grenslander, als ik dat mag zeggen.’

‘Ik kom uit Tweewater, vrouw Madwen, in Andor.’ Hij wierp een blik op Selene, die hem nadrukkelijk negeerde. Uit haar effen blik bleek amper dat er een kamer met mensen bestond. ‘Vrouwe Selene komt uit Cairhien, uit de hoofdstad, en ik uit Andor.’

‘Wat u zegt, mijn heer.’ Madwens ogen flitsten snel naar Rhands zwaard. De koperen reigers op de schede en het gevest waren duidelijk zichtbaar. Even toonde haar voorhoofd diepe rimpels, maar vrijwel meteen verdween die bezorgdheid weer. ‘U, uw knappe vrouwe en uw gevolg zullen wel wat willen eten. En kamers, denk ik. Ik zal de paarden laten verzorgen. Ik heb hier een goede tafel voor u, wilt u me maar volgen? Op het vuur staat varkensvlees met gele pepers. Bent u misschien op jacht naar de Hoorn van Valere, mijn heer, u en uw vrouwe?’

Rhand die achter haar aan liep, struikelde bijna. ‘Nee! Waarom denkt u dat?’

‘Neem me niet kwalijk, mijn heer. We hebben er hier de afgelopen maand al twee gehad, van top tot teen als helden opgedoft. Niet dat ik iets dergelijks van u denk, mijn heer. Er komen hier niet zoveel vreemdelingen, hoogstens enkele kooplieden die haver en gerst opkopen. Ik neem aan dat de Jacht Illian nog niet heeft verlaten, maar misschien zijn er enkelingen die denken dat ze de zegening niet nodig hebben, zodat ze een voorsprong hebben op de anderen.’

‘Wij zijn niet op jacht naar de Hoorn, vrouw.’ Rhand keek niet eenmaal naar het grote pak in Loials armen. De deken met de kleurige banen hing in een prop over de dikke armen van de Ogier, waardoor de omtrek van de kist moeilijk was te zien. ‘Zeker niet. We zijn op weg naar de hoofdstad.’

‘Het is toch wat, mijn heer. Vergeef me mijn vraag, maar voelt uw vrouwe zich wel goed?’

Selene keek haar aan en sprak voor het eerst. ‘Ik voel me uitstekend.’ Haar stem liet een kilte in de lucht hangen die het gesprek deed stokken.

‘U bent niet van Cairhien, vrouw Madwen,’ zei Hurin opeens. Hij was bedolven onder hun zadeltassen en het pak van Rhand en zag eruit als een menselijk pakpaard. ‘Vergeef me, maar ik hoor het aan uw spraak.’

Vrouw Madwens wenkbrauwen vormden een hoge boog. Ze wierp een snelle blik op Rhand en maakte toen een grimas. ‘Ik had kunnen weten dat u uw dienaar vrijelijk laat spreken, maar langzamerhand ben ik eraan gewend geraakt...’ Haar ogen schoten naar de officier, die zich weer aan zijn eigen eten wijdde. ‘Licht, nee. Ik ben geen Cairhiense, maar wel aangetrouwd, het Licht straffe mij. Drieëntwintig jaar van mijn leven heb ik met hem gedeeld en toen hij stierf – moge het Licht op hem schijnen – was ik volkomen bereid weer naar Lugard te verhuizen, maar wie het laatst lacht... Hij in ieder geval wel. Hij heeft mij de herberg nagelaten en zijn broer het geld, terwijl ik bijna zeker wist dat het andersom zou zijn. Die Barin van mij... Voortdurend ideetjes en handigheidjes, net als elke andere man, en Cairhienin zijn het ergst. Wilt u plaatsnemen, mijn heer? Mijn vrouwe?’ De herbergierster knipperde verrast met haar ogen toen Hurin aan dezelfde tafel ging zitten. Het leek of een Ogier nog wel kon, maar in haar ogen hoorde Hurin duidelijk bij de dienaren. Na Rhand nog eenmaal snel te hebben aangekeken, haastte ze zich naar de keuken en weldra dienden enkele giechelende meisjes het eten op. Ze namen de heer, de vrouwe en de Ogier vrijmoedig op, tot vrouw Madwen hen maande op te schieten. Rhand staarde achterdochtig naar zijn bord. Het vlees was in kleine stukjes gesneden en vermengd met erwten, reepjes gele peper en nog wat groenten en dingen die hij niet herkende. Het geheel vormde een soort kleurrijke stoofpot die zowel zoet als scherp rook. Selene at met mondjesmaat maar Loial tastte met smaak toe.

1 ... 86 87 88 89 90 91 92 93 94 ... 203
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)