Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 85 86 87 88 89 90 91 92 93 ... 217
Перейти на страницу:

‘Je zult haar laten glimlachen,’ zei Mart verstrooid. De paarden liepen nog steeds in een kring bij de startpalen. Olver zat trots op Winds rug, zijn brede mond in een glimlach die zijn alledaagse gezicht tussen zijn flaporen in tweeën spleet. Op de Ebodaraanse renbaan waren alle rijders jongens; een paar span landinwaarts gebruikten ze meisjes. Olver was vandaag de kleinste en de lichtste, hoewel de hoogbenige grijze ruin dat voordeel helemaal niet nodig had. ‘Ze zal lachen tot ze niet meer op haar benen kan staan.’ Nalesean keek hem fronsend aan, wat hij nauwelijks opmerkte. De man moest toch weten dat Mart zich nooit zorgen hoefde te maken over goud. Hij won misschien niet altijd, maar wel vaak genoeg. Bovendien had zijn geluk niets te maken met Winds winst of verlies. Daar was hij zeker van.

Hij bekommerde zich niet om het goud, maar om Olver. Geen enkele regel verbood de jongens namelijk hun zweep op elkaar los te laten in plaats van op hun rijdieren. In elke ren was Wind aan kop gekomen en er gebleven, maar als Olver een schrammetje of iets overkwam, zou Mart dat tot vervelens toe moeten horen. Van vrouw Anan, zijn herbergierster – niet van Nynaeve of Elayne, of Aviendha of Birgitte. Het laatste dat hij verwachtte van de voormalige Speervrouw en van Elaynes vreemde zwaardhand, was overborrelende moederlijke gevoelens, maar ze hadden al geprobeerd om de jongen stiekem uit De Zwerfster te halen en hem onder te brengen in het Tarasin-paleis. Een gebouw met zoveel Aes Sedai was de slechtst denkbare plek voor Olver, en voor ieder ander, maar als de jongen één builtje opliep, zou Setalle Anan het niet eens aan Birgitte of Aviendha melden, maar de jongen persoonlijk wegbrengen. Olver zelf zou zich waarschijnlijk in slaap huilen als hij niet meer mocht rijden, maar vrouwen begrepen dat soort zaken nooit. Zeker voor de duizendste keer vervloekte Mart Nalesean dat hij Olver en Wind naar die eerste paardenren had gesmokkeld. Natuurlijk, ze moesten iets bedenken om de lege dagen door te komen, maar hadden ze niets anders kunnen zoeken? Die vrouwen zouden beurzen-snijden waarschijnlijk minder erg vinden.

‘Daar komt de dievenvanger,’ zei Nalesean, de penning in zijn jas stoppend. Hij zei het nog net niet spottend. ‘Veel heeft hij tot nog toe niet bereikt. We hadden beter vijftig soldaten meer mee kunnen nemen.’ Juilin schreed vastberaden door de menigte, een donkere, harde man. Als wandelstok gebruikte hij een dunne bamboestaf die net zo groot was als hijzelf. Hij had de rode afgeknotte kegel van een Taraboonse muts op zijn hoofd en droeg een alledaagse jas, strak tot zijn middel en dan breed uitwaaierend tot op zijn laarzen. Het was een veel-gedragen kledingstuk dat geen indruk van rijkdom wekte. Gewoonlijk zou hij dan ook niet beneden het touw zijn toegelaten, maar hij deed net of hij de paarden opnam, waarbij hij goed zichtbaar een dikke munt op zijn handpalm op en neer gooide. Een paar lijfwachten van wedboekers bekeken hem achterdochtig, maar de gouden kroon verleende hem toegang.

‘En?’ vroeg Mart bits, zijn hoed dieper over de ogen trekkend toen de dievenvanger hen bereikte. ‘Nee, laat mij het zeggen. Ze zijn weer uit het paleis geglipt. En weer heeft niemand hen gezien. En weer weet niemand waar ze zijn. Bloedvuur!’

Juilin stopte de munt zorgvuldig in zijn jaszak. Hij wedde niet; hij leek elk ontvangen koperstukje te sparen. ‘De vier vrouwen zijn in een gesloten koets van het paleis naar de rivier gereden, waar ze bij een steiger een boot huurden. Thom heeft een andere gehuurd om ze te volgen en te zien waar ze naartoe gingen. Niets duisters of onplezierigs, zou ik zeggen, te oordelen aan hun kleding. Aan de andere kant zouden edelen nog zijde dragen als ze in de modder kropen.’ Hij gaf Nalesean een grijns, die zijn armen over elkaar sloeg en deed of hij geboeid naar de paarden keek. De grijns hield niet meer in dan het ontbloten van zijn tanden. Ze waren beiden Tyreners, maar in Tyr gaapte een wijde kloof tussen edelen en burgers, en geen van twee was erg op de aanwezigheid van de ander gesteld.

‘Vrouwen!’ Een paar fraai geklede voorbeelden draaiden zich om en wierpen vanonder hun zonnescherm een scheve blik op Mart. Hij keek misprijzend terug, hoewel ze er allebei aardig uitzagen. Ze begonnen tegen elkaar te giechelen alsof hij iets geks had gedaan. Een vrouw deed iets tor je aan de regelmaat gewend was, waarna ze iets volkomen anders ging doen, gewoon om je in de war te brengen. Maar hij had Rhand beloofd Elayne samen met Nynaeve en Egwene veilig in Caemlin af te leveren. En hij had Egwene beloofd voor de veiligheid van die twee te zorgen op hun reis naar Ebo Dar, om van Aviendha nog maar te zwijgen; dat was de prijs om Elayne naar Caemlin te krijgen. Niet dat ze hem verteld hadden waarom ze zo nodig hier moesten zijn, o nee. Ze hadden nog geen twintig woorden met hem gewisseld sinds ze in deze rot stad waren aangekomen!

‘Ik zorg dat ze veilig zijn,’ mompelde hij binnensmonds, ‘al moet ik ze in een ton proppen en op een kar naar Caemlin slepen.’ Hij zou weleens de enige man ter wereld kunnen zijn die zoiets over Aes Sedai kon zeggen zonder over zijn schouder te hoeven kijken. Misschien ook wel over Rhand en die kerels die hij om zich heen verzamelde. Hij raakte het vossenzegel onder zijn hemd aan om er zeker van te zijn dat hij het nog had, al nam hij het zegel zelfs bij een bad nooit af. Het was niet volmaakt, maar een man had wat zekerheid nodig.

‘Tarabon moet nu vreselijk zijn voor een vrouw die niet gewend is voor zichzelf te zorgen,’ mompelde Juilin. Hij keek naar drie gesluierde mannen in gerafelde jassen en slonzige witte broeken die ooit wit waren geweest. Ze kropen de aarden wal op, weggejaagd door een stel met knuppels zwaaiende lijfwachten van wedboekers. Er stond nergens geschreven dat de armen niet onder de touwen door mochten, maar de lijfwachten dachten daar anders over. De twee vrouwen die naar Mart hadden gekeken, wedden kennelijk met elkaar of de Taraboners sneller waren dan de lijfwachten.

‘Er zijn hier meer dan genoeg dwaze vrouwen om het ons gemakkelijk te maken,’ zei Mart. ‘Ga terug naar die aanlegplaats en wacht op Thom. Zeg hem dat ik hem zo snel mogelijk nodig heb. Ik wil weten wat die dwaze vrouwen van plan zijn.’

Juilins blik noemde hém nog net geen dwaas. Eigenlijk hadden ze juist dat al vanaf hun aankomst, ruim een maand geleden, geprobeerd. Na een laatste blik op de weghollende mannen wandelde hij de renbaan af, opnieuw met de munt spelend.

Mart tuurde nadenkend naar de andere kant van de renbaan. De menigte aan de overkant stond zo’n vijftig pas verder, en een aantal gezichten viel hem op. Een gebogen, witharige grijsaard met een haakneus; een vrouw met een spits gezicht onder een hoed die voornamelijk uit pluimen scheen te bestaan; een lange kerel die eruitzag als een eiber, in groene zijde met gouden tressen; een mollige meid met volle borsten die uit haar jurk dreigden te ontsnappen. Hoe langer de hitte aanhield, hoe korter en doorzichtiger de kleding van de vrouwen in Ebo Dar werd, maar deze keer had hij er nauwelijks oog voor. Er waren nu weken voorbijgegaan waarin hij zelfs geen glimp had opgevangen van de vrouwen om wie hij zich nu zorgen maakte.

Birgitte had echt niemand nodig om haar hand vast te houden. Volgens hem zou elke waaghals die een Jager naar de Hoorn lastig viel, flinke moeilijkheden krijgen. En Aviendha... Zij had iemand nodig die haar tegenhield wanneer ze weer eens iemand die haar pad kruiste wilde neersteken. Wat hem betrof mocht ze iedereen aan haar mes rijgen, zolang het maar niet Elayne was. En die vervloekte erfdochter mocht haar neus zo hoog in de lucht steken als ze wilde, maar ze draaide mooi met verliefde kalverogen om Rhand heen. Elayne zou net als Aviendha iedere gluurder neersteken. Rhand wist gewoonlijk wel raad met vrouwen, maar met dit stel was hij mooi in een berenkuil beland. Het was de kortste weg naar rampspoed, en waarom die nog niet had toegeslagen, ging Marts begrip te boven.

1 ... 85 86 87 88 89 90 91 92 93 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)