Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 84 85 86 87 88 89 90 91 92 ... 217
Перейти на страницу:

Hij nam zijn hoed af en wuifde zich met de brede rand koelte toe. Hij ging zelfs zo ver om de zwartzijden sjaal los te maken, waarmee hij het litteken op zijn hals verborg. De ochtendlucht trilde al van de hitte, maar de lange, aarden wallen aan weerszijden van de renbaan waren volgepakt met mensenmassa’s. Meer stelde die hele renbaan niet voor. Het gekrijs van hoog vliegende zeemeeuwen werd bijna overstemd door het geroezemoes van stemmen. Er was geen toegangsprijs, en dus stonden zoutwinners in hun witte gildevest en voor de Draakgezworenen gevluchte boeren schouder aan schouder met armzalig geklede Taraboners die hun dikke snorren verborgen onder doorzichtige sluiers. Wevers in verticaal gestreepte wambuizen verdrongen zich naast drukkers in horizontaal gestreepte hemden en ververs met tot aan de elleboog verkleurde armen. Amadicianen van het platteland in hoog gesloten zwarte kledij – ze moesten zich bijna dood zweten – stonden naast dorpelingen uit Morland met schorten die zo smal waren dat ze alleen voor de sier konden zijn. Er was zelfs een handvol koperhuidige Domani, waarvan de mannen of in blote borst of met een klein jasje rondliepen, terwijl de vrouwen gekleed waren in zulke dunne stoffen dat ze afkleedden als zijde. Er waren leerlingen en sjouwers van de havens en pakhuizen, leerlooiers die alle ruimte kregen doordat ze naar hun werk stonken en straatkinderen met smoezelige gezichten die alles scherp opnamen, omdat ze van plan waren alles te stelen wat los en vast zat. Er was echter weinig zilver bij de werklieden te vinden.

Die stonden allemaal achter de afzetting van palen en dik henneptouw. Onderaan was de plaats voor lieden met zilver en goud: de hooggeborenen, de welgekleden, de mensen van stand. Hooghartige bedienden schonken vruchtenwijn in de zilveren beker van hun meester, druk doende dienaressen zwaaiden met gevederde waaiers hun meesteres koelte toe en er sprong zelfs een nar rond met een wit geschilderd gezicht en tinkelende koperen belletjes op zijn zwart-witte hoed en jas. Arrogante mannen stapten pralend rond met hoge fluwelen hoeden op en smalle zwaarden aan hun zij. Hun haren raakten de zijden jas die ze hadden omgeslagen en die met gouden of zilveren kettingen bij de smalle, geborduurde omslagen bijeen werd gehouden. Vrouwen met kort en met lang haar toonden evenveel soorten kapsels als er vrouwen waren. Ze droegen breedgerande hoeden met pluimen of soms een fijne sluier om hun gezicht te verhullen. Of hun gewaden van hier stamden of van ver weg kwamen, maakte voor de halslijn weinig uit. Die was meestal zo laag dat men hun boezem kon bewonderen. De edelen onder hun bonte zonneschermen glinsterden van ringen en oorringen, kettingen, gouden en ivoren armbanden en fraaie juwelen, terwijl ze minachtend op ieder ander neerkeken. Weldoorvoede kooplieden en geldschieters, met hier en daar iets van kant, een sierspeld of een ring met een zware, geslepen steen, bogen nederig of maakten een buiging voor hun meerderen, die hun hoogstwaarschijnlijk enorme geldsommen schuldig waren. Op de Zilveren Baan gingen fortuinen van hand tot hand en niet alleen bij het wedden. Er werd gemompeld dat er beneden de touwen ook levens en eer van eigenaar veranderden.

Mart zette zijn hoed weer op, stak een hand op en een wedboekster met een scherp, mager gezicht en een steekneus kwam naar hem toe. Ze spreidde haar botmagere handen, boog en mompelde de oude groet: ‘Zoals mijn heer wenst te wedden, zo zal ik naar waarheid schrijven.’ Ze slikte het eind van een paar woorden in, maar haar Ebodaraanse tongval behield de zachte klanken. ‘Het boek is open.’ Het geborduurde open boek op haar jas kwam, net als het gezegde, uit een heel ver verleden, toen de weddenschappen nog in een boek werden geschreven, maar vermoedelijk was hij de enige die zich dat herinnerde. Hij herinnerde zich heel wat dingen die hij nog nooit gezien had, uit reeds lang vervlogen tijden.

Hij keek snel naar de inzetten die voor de vijfde ren van deze ochtend op een lei waren gekalkt, opgehouden door de stokdrager achter de vrouw in de rode lange jas, en knikte. Wind stond ondanks zijn overwinningen slechts derde. Hij wendde zich tot zijn vriend. ‘Zet alles op Wind, Nalesean.’

De Tyrener aarzelde en bevoelde zijn vette zware puntbaardje. Hij droop van het zweet, maar hield zijn jas met de blauw gestreepte pofmouwen tot aan zijn kin dichtgeknoopt, en op zijn hoofd droeg hij een vierkant kapje van blauw fluweel dat hem zeker niet tegen de zon beschermde. ‘Alles, Mart?’ Hij zei het zachtjes zodat de vrouw het niet kon opvangen. De inzetten konden binnen een tel veranderen, tot men de weddenschap feitelijk bevestigde. ‘Mijn ziel mag branden, die kleine bonte lijkt me snel, net als die lichtgrijze ruin met zilverwitte manen.’ Dat waren deze dag de eerste op de lijst. Ze waren hier nooit eerder geweest en wekten, zoals alle nieuwe dingen, hoge verwachtingen. Mart verwaardigde zich niet eens om naar de tien paarden te kijken die voor de volgende ren de baan op kwamen en aan de andere kant heen en weer stapten. Hij had er al een goede blik op geworpen toen hij Olver op Wind hielp. ‘Alles. Een of andere dwaas heeft de staart van die bonte ingekort; hij is al zowat halfgek van de vliegen. De grijze oogt fraai, maar er zit een slechte hoek in zijn vetlokken. Wellicht heeft hij wat streekrennen gewonnen, maar vandaag eindigt hij als laatste.’ De kennis van paarden had hij van zichzelf. Abel Cauton had hem veel bijgebracht en zijn vader had een goed oog voor paardenvlees.

‘Hij lijkt me wel wat meer dan fraai ogen,’ gromde Nalesean, maar hij ging er niet over bekvechten.

De wedboekster keek beduusd toe hoe Nalesean zuchtend beurs na beurs uit zijn uitpuilende jaszakken trok. Op een gegeven ogenblik wilde ze hem zelfs afwijzen, maar het Verheven en Geëerde Gilde der Wedboekers hield staande dat ze elke dag, elke weddenschap voor elk bedrag aannamen. Ze wedden zelfs met reders en kooplieden of een schip zou zinken en of de prijs van goederen zou veranderen. Eigenlijk wedden de wedboekers niet, dat deed her gilde. Het goud ging in een van de met ijzer beslagen kisten die gedragen werden door een paar kerels met armen die zo dik waren als Marts benen. Haar lijfwachten, met harde ogen, platte neuzen en in leren vesten die armen vrijlieten die nog dikker waren, hielden stevige, met koper beslagen knotsen in de hand. Een ander gaf haar een witte penning waarop een fraai afgebeelde blauwe vis stond – elke wedboeker had een ander teken. Op de achterkant schreef ze de weddenschap, de naam van het paard en een teken dat aangaf om welke ren het ging. Ze gebruikte een fijn penseel uit een gelakt kistje dat haar werd voorgehouden door een meisje dat er aardig uitzag. Ze was slank, met grote, donkere ogen, en gaf Mart een trage glimlach. De vrouw met het scherpe gezicht glimlachte zeker niet. Ze boog nog een keer, gaf het meisje achteloos een klap en liep weg, terwijl ze met haar drager fluisterde, die haastig een doek over zijn lei haalde. Toen hij het bord weer ophief, was Wind aangegeven met de laagste winst. Het meisje wreef tersluiks haar wang en wierp Mart vanover haar schouder een boze blik toe, alsof de klap zijn schuld was geweest.

‘Ik hoop dat je geluk standhoudt,’ zei Nalesean, terwijl hij de penning voorzichtig vasthield, zodat de inkt kon drogen. Wedboekers konden heel moeilijk doen over een gevlekte penning, en niemand was sneller geprikkeld dan een Ebodaraan. ‘Ik weet dat je niet vaak verliest, maar Bloedvuur, ik heb het zien gebeuren. Ik heb een afspraakje om vanavond te gaan dansen. Slechts een naaistertje...’ Hij was een edelman maar geen slechte kerel, en hij leek zulke dingen belangrijk te vinden. ‘... maar ze ziet er leuk genoeg uit om er een droge mond van te krijgen. Ze houdt van prulletjes. Gouden dingetjes. En ook van vuurfeesten – ik hoor dat er vanavond een paar vuurwerkers aan de gang gaan; dat zou je weleens kunnen bevallen – maar dit soort aardigheidjes zal haar doen glimlachen. Ze zal niet aardig blijven als ik me haar glimlach niet kan veroorloven, Mart.’

1 ... 84 85 86 87 88 89 90 91 92 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)