De Herrezen Draak
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #3
- Год: 1996
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:
Nynaeve schudde het hoofd. ‘Heb je geen geld? Je hebt zowat elke avond met Hurin zitten dobbelen, tot je te ziek werd om de stenen vast te houden. Waarom zou alles stroomafwaarts duurder zijn?’
‘We dobbelden om kopergeld, Nynaeve, en zelfs dat wilde hij na een tijdje niet meer. Het maakt niet uit. Ik red het wel. Luister je niet naar verhalen van mensen? Er is een burgeroorlog in Cairhien gaande, en ik hoor dat het in Tyr ook slecht gaat. Ik heb gehoord dat een kamer in een herberg in Aringil meer kost dan een goed paard bij ons thuis.’
‘We hadden het druk,’ zei ze scherp, bezorgde blikken met Egwene en Elayne wisselend. Het zette hem weer aan het denken. ‘Het maakt niet uit. Ik red het wel.’ Natuurlijk werd er in de herbergen bij de haven gespeeld. Een nachtje met de dobbelstenen zou hem ’s ochtends vroeg met een volle beurs aan boord van een schip brengen.
‘Lever die brief nou maar af bij koningin Morgase, Mart,’ zei Nynaeve. ‘En laat niemand weten dat je hem hebt.’
‘Ik bezorg hem. Dat had ik toch al gezegd? Iemand zou bijna denken dat ik mijn beloften niet nakom.’ De ogen van Egwene en Nynaeve herinnerden hem aan enkele niet nagekomen beloften, ik doe het. Bloed en... Ik doe het!’
Ze bleven nog een tijdje en praatten het meeste over thuis. Egwene en Elayne zaten op het bed en Nynaeve nam de leunstoel, terwijl hij op het krukje bleef zitten. Het gepraat over Emondsveld maakte heimwee bij hem los, en het leek Nynaeve en Egwene treurig te maken, alsof ze over iets spraken dat ze nooit meer zouden terugzien. Hij was er zeker van dat hun ogen glinsterden, maar als hij probeerde van onderwerp te veranderen, kwamen ze er toch weer op terug, praatten over de mensen die ze kenden, over de feesten van Beltije en Zonnedag, over het dansen na de oogst en de veldmalen bij het schapenscheren. Elayne vertelde hem over Caemlin, over wat hij bij het koninklijk paleis kon verwachten en wie hij moest aanspreken, en een beetje over de stad zelf. Soms gedroeg ze zich zo dat hij bijna de kroon op haar hoofd kon zien. Elke man die zich met deze vrouw zou inlaten, was een dwaas. Toen ze opstonden om te vertrekken, speet het hem. Hij stond op en voelde zich plotseling onhandig. ‘Hoor eens, jullie hebben me hiermee een gunst bewezen.’ Hij raakte het perkament van de Amyrlin op de tafel aan. ‘Een grote gunst. Ik weet dat jullie alledrie Aes Sedai zullen worden – hier haperde hij even – en dat jij op een dag koningin zult zijn, Elayne, maar als jullie ooit hulp nodig hebben, als er ooit iets is wat ik kan doen, dan zal ik komen. Je kunt erop rekenen. Heb ik iets geks gezegd?’
Elayne hield een hand voor haar mond en Egwene bedwong openlijk een lach. ‘Nee, Mart,’ zei Nynaeve gladjes, met trillende lippen. ‘Gewoon iets wat ik bij mannen heb opgemerkt.’
‘Je moet een vrouw zijn om dat te begrijpen,’ zei Elayne. ‘Reis goed en reis veilig, Mart,’ zei Egwene. ‘En onthoud dit: als een vrouw een held nodig heeft, dan heeft ze hem vandaag nodig, niet morgen.’ Ze kon haar lachen niet bedwingen.
Hij staarde naar de deur die zich achter hen sloot. Vrouwen, besloot hij minstens voor de honderdste keer, waren vreemde wezens. Toen viel zijn oog op Elaynes brief en het opgevouwen papier erbovenop. Het gezegende perkament van de Amyrlin, onbegrepen, maar even welkom als een warm vuur in de winter. Hij deed een vreugdedansje midden op het bloementapijt. Caemlin zien en een koningin ontmoeten. Je eigen woorden zullen me van je bevrijden, Amyrlin. En me uit de buurt van Selene houden.
‘Jullie krijgen me nooit te pakken,’ lachte hij en bedoelde beide vrouwen. ‘Jullie krijgen Mart Cauton nooit te pakken!’
29
De val staat open
De draaispithond lag lekker in een hoekje. Nynaeve wierp hem een woeste blik toe en veegde het zweet van haar voorhoofd. Ze kromde haar rug en deed het werk dat hij had moeten doen. Ik acht ze er best toe in staat mij in zijn draaikooi te stoppen in plaats van me aan dit Lichtvervloekte spit te laten draaien! Aes Sedai! Laat ze allemaal branden! Het gaf aan hoe geërgerd ze was, dat ze zulke taal gebruikte. Nog erger: dat ze niet eens wist dat ze het deed. Ze dacht dat het vuur in de grote, grijsstenen haard haar amper heter zou maken als ze er middenin kroop. Ze wist zeker dat de gestreepte hond haar zat uit te lachen.
Elayne schuimde met een lange houten lepel het vet uit de druipschaal onder het gebraad, terwijl Egwene het vlees met eenzelfde soort lepel bedroop. Om hen heen was de grote keuken bezig met het gewone middagwerk. Zelfs de Novices waren zo gewend geraakt Aanvaarden in de keuken te zien werken, dat ze nauwelijks meer naar de drie vrouwen keken. Niet dat de koks de Novices de kans gaven om tijd te verspillen aan rondgapen. Werk vormde het karakter, zeiden de Aes Sedai, en de kokkinnen zagen erop toe dat de Novices een sterk karakter vormden. En de drie Aanvaarden ook.
Laras, de Meesteres van de Keukens – feitelijk was ze hoofdkokkin, maar die aanspreektitel werd al zo lang en door zovelen gebruikt, dat het net zo goed haar titel had kunnen zijn – kwam naar hen toe om het gebraad te bekijken. En de vrouwen die het zwetend verzorgden. Ze was zeker zeer fors gebouwd, met een hele rij onderkinnen en een kraakhelder schort, waarmee drie Novices zich met gemak hadden kunnen kleden. Ze droeg haar eigen pollepel als een scepter. Die lepel was niet om te roeren. Die was om ondergeschikten te leiden en om iedereen een tik te verkopen die volgens haar niet snel genoeg karakter vormde. Ze bestudeerde het gebraad, snoof geringschattend en wendde zich met dezelfde gefronste blik naar de drie Aanvaarden. Nynaeve beantwoordde Laras’ blik kalm en bleef aan het spit draaien. Het gezicht van de omvangrijke vrouw veranderde nooit. Nynaeve had het geprobeerd met een glimlach, maar het had Laras’ gezicht geen andere uitdrukking gegeven. Ophouden met werk voor een beleefd gesprek was een ernstige fout gebleken. Het was heel erg om gekoeioneerd te worden door de Aes Sedai. Al ergerde het haar mateloos, ze moest ermee leren leven als ze wilde leren hoe ze haar vermogen kon gebruiken. Niet dat ze het leuk vond wat ze kon doen. Het was één ding om te weten dat de Aes Sedai ondanks hun geleiden geen Duistervrienden waren, maar het was iets heel anders om te weten dat ze zelf kon geleiden. Maar ze moest de lessen krijgen om het Moiraine betaald te zetten. Ze haatte haar voor wat ze Egwene en de andere Emondsvelders had aangedaan, dat zij hun leven verstoord en hen gemanipuleerd had voor doeleinden van de Aes Sedai. Die haat was bijna het enige dat haar gaande hield. Maar om door Laras behandeld te worden als een lui, niet al te snugger kind, om onder dwang te buigen en te kruipen voor deze vrouw, die ze thuis met een paar welgekozen woorden op haar plaats had kunnen zetten... Die gedachte deed haar bijna net zo erg tandenknarsen als wanneer ze aan Moiraine dacht. Misschien als ik gewoon niet naar haar kijk... Nee! Ik mag branden voordat ik mijn ogen neersla voor die... koe! Laras snoof luider en schommelde weg over de pas gedweilde grijze tegels. Elayne stond nog steeds voorovergebogen met de lepel bij de druipschaal en keek haar met een moordzuchtige blik na. ‘Als die vrouw mij nog één keer slaat, laat ik haar door Garet Brin in de ijzers slaan en...’
‘Stil,’ fluisterde Egwene. Ze bleef het gebraad bedruipen en keek Elayne niet aan. ‘Ze heeft oren als een...’
Laras draaide zich om alsof ze het inderdaad gehoord had. Ze keek nog dreigender en sperde haar mond wijd open. Voor ze echter iets kon zeggen, kwam de Amyrlin Zetel als een wervelwind de keuken binnen. Zelfs de gestreepte stola om haar schouders leek te wapperen. Voor één keertje was Leane nergens te zien. Eindelijk, dacht Nynaeve grimmig. Dat werd tijd! Maar de Amyrlin keek haar kant niet uit. De Amyrlin sprak geen woord, tegen niemand. Ze veegde met haar hand over een botwit geschuurd tafelblad en keek vervolgens vies naar haar vingers, alsof ze vuil zag. Laras stond onmiddellijk naast haar, een en al glimlach, maar de vlakke blik van de Amyrlin deed het lachje in het niets verdwijnen. De Amyrlin beende de keuken rond. Ze staarde naar de vrouwen die haverkoek sneden. Ze tuurde nijdig naar de vrouwen die de groenten schoonmaakten. Ze gluurde minachtend in de soepketels en vervolgens naar de vrouwen die ervoor zorgden en helemaal opgingen in een nauwgezette beschouwing van de soep. Haar frons joeg de meisjes op die borden en schalen naar de eetzaal droegen. Haar dreigende blik liet de Novices rondspringen als muizen die een kat ontdekken. Toen ze halverwege de keuken was, werkte iedere vrouw twee keer zo hard. Tegen de tijd dat ze haar rondgang had voltooid, was Laras de enige die nog verholen naar haar durfde te kijken. De Amyrlin bleef met haar vuisten op de heupen bij het braadspit staan en keek naar Laras. Ze keek alleen maar, uitdrukkingsloos, haar blauwe ogen koud en hard. De grotere vrouw slikte en haar onderkinnen schudden toen ze haar schort gladstreek. De Amyrlin knipperde niet eens met haar ogen. Laras keek naar de vloer en verplaatste haar gewicht van de ene naar de andere voet. ‘Als de Moeder mij wil verontschuldigen,’ zei ze zwakjes. Ze maakte iets wat voor een reverence moest doorgaan en stoof er toen vandoor. Ze was zo volkomen in de war dat ze zich bij de soepketels voegde en met haar eigen pollepel begon te roeren. Nynaeve glimlachte en boog haar hoofd om het te verbergen. Egwene en Elayne bleven aan het werk, maar keken even verstolen naar de Amyrlin, die op nog geen twee pas afstand met de rug naar hen toe stond.