Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Herrezen Draak
De Herrezen Draak - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Herrezen Draak

Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:

De Herrezen Draak
1 ... 78 79 80 81 82 83 84 85 86 ... 178
Перейти на страницу:

Egwenes lippen vertrokken tot ze bijna glimlachte. ‘Ba’alzamon is een dwaas! Je hebt gelijk, Silvie!’ Het uitlachen van de Duistere gaf haar inderdaad een goed gevoel. De oude vrouw giechelde. Het zwaard wentelde vlak boven haar schouder rond. ‘Silvie, wat is dat?’

‘Callandoi; vrouwe. Dat weet u toch? Het Onberoerbare Zwaard.’ Onverwachts zwaaide ze haar stok naar achteren; op een voet afstand van

het zwaard werd de stok met een doffe klap gestuit en kaatste hij terug. Silvies glimlach werd breder. ‘Het Zwaard dat geen zwaard is, hoewel er maar heel weinig zijn die weten wat dat betekent. Maar niemand kan het aanraken, op één na. Daar hebben ze wel voor gezorgd, degenen die het hier ophingen. De Herrezen Draak zal Callandor op een dag vasthouden en zo de hele wereld bewijzen dat hij de Draak is. Nou ja, het eerste bewijs dan. Lews Therin keert weer, zodat de hele wereld zich voor hem in het stof kan werpen. Ach, de hoogheren vinden het niet prettig dat het hier is. Zij willen niets met de Kracht te maken hebben. Ze zouden het best kwijt willen zijn, als ze konden. Ik neem aan dat anderen het zwaard zouden pakken. Wat zou een van de Verzakers niet willen geven om Callandor vast te houden?’ Egwene staarde naar het flonkerende zwaard. Als de Voorspellingen van de Draak bewaarheid werden, als Rhand de Draak was, zoals Moiraine beweerde, zou hij op een dag dit zwaard heffen. Door wat zij van de andere Voorspellingen over Callandor wist, zag ze niet in hoe dat ooit kon gebeuren. Maar als er een manier bestaat, weet de Zwarte Ajah die misschien wel. En als zij het weten, kan ik het ook bedenken.

Behoedzaam reikte ze met de Kracht, tastend naar hetgeen het zwaard vasthield en beschermde. Ze tastte rond, raakte... iets... en stopte. Ze kon voelen welke van de Vijf Krachten hier gebruikt waren. Lucht, Vuur en Geest. Ze kon het ingewikkelde, verbijsterend sterke weefsel van saidar volgen. Er zaten gaten in het weefsel, openingen waar ze doorheen moest kunnen tasten. Toen ze dat probeerde, leek het of ze rechtstreeks tegen het sterkste gedeelte van het weefsel vocht. Opeens herkende ze wat haar tegenhield en hield op met rond te tasten. De helft van die afscherming was geweven met saidar; de andere helft, het gedeelte dat ze niet kon zien of aanraken, was geweven met saidin. Dat klopte niet precies — de afscherming bestond uit één stuk – maar benaderde het redelijk. Een stenen muur houdt even goed een blinde als een ziende vrouw tegen. In de verte weerklonken voetstappen. Laarzen. Egwene wist niet hoeveel het er waren en waar ze vandaan kwamen, maar Silvie schrok en tuurde tussen de zuilen door. ‘Hij komt er weer naar kijken,’ mompelde ze. ‘Wakend of slapend, hij wil...’ Plotseling leek ze te beseffen dat Egwene er was en lachte bezorgd. ‘U moet nu gaan, mijn vrouwe. Hij mag u hier niet vinden, of zelfs maar weten dat u hier bent geweest.’

Egwene trok zich al tussen de zuilen terug en Silvie kwam druk gebarend en met zwaaiende stok achter haar aan. ‘Ik ga al, Silvie. Ik moet me alleen de terugweg herinneren.’ Ze raakte de stenen ring aan. ‘Breng me terug naar de heuvels.’ Er gebeurde niets. Ze geleidde een haardun stroompje naar de ring. ‘Breng me terug naar de heuvels.’ Nog steeds rezen de roodstenen pilaren rond haar op. De laarzen kwamen dichterbij, zo dichtbij dat het geluid niet meer onderdrukt werd door de galmende weerkaatsingen.

‘U kent de weg naar buiten niet,’ zei Silvie vlak, en ging toen over op een fluistertoon, die tegelijk vleiend en spottend was, een oude dienares die wist dat ze zich vrijheden kon veroorloven. ‘O, mijn vrouwe, dit is een gevaarlijke plek om te betreden als u niet weet hoe u eruit moet. Kom, laat arme ouwe Silvie u naar buiten brengen. Arme ouwe Silvie zal u veilig in uw eigen bed instoppen, vrouwe.’ Ze sloeg beide armen om Egwene en drong haar verder van het zwaard weg. Niet dat Egwene veel aansporing nodig had. De laarzen waren gestopt; hij – wie het ook was – stond nu waarschijnlijk naar Callandor te staren. ‘Wijs me alleen maar de weg,’ fluisterde Egwene. ‘Of zeg het me. Je hoeft me niet te duwen.’ De vingers van de oude vrouw hadden zich op de een of andere manier rond de stenen ring verstrengeld. ‘Raak dat niet aan, Silvie.’

‘Veilig in uw bed.’ Pijn vernietigde de wereld.

Met een verscheurende kreet schoot Egwene in het duister overeind, terwijl het zweet van haar gezicht droop. Even wist ze totaal niet waar ze was; het kon haar ook niet schelen. ‘O Licht,’ kreunde ze, ‘dat deed pijn. O Licht, wat een pijn!’ Haar huid leek te branden en ze liet haar handen alles aftasten om zeker te weten dat haar huid niet geschroeid was of striemen vertoonde, maar ze kon niets ontdekken. ‘We zijn hier,’ klonk Nynaeves stem uit het duister. ‘We zijn hier, Egwene.’

Egwene wierp zich in de richting van de stem en sloeg van pure opluchting haar armen om Nynaeves nek. ‘O, Licht, ik ben terug. Licht, ik ben terug.’

‘Elayne?’ zei Nynaeve.

Een paar tellen later lichtte een kaars op. Elayne stond met de kaars in de ene hand en de splinter die ze met vuursteen en tondel had aangestoken, in de andere. Toen glimlachte ze en elke kaars in de kamer vlamde op. Ze liep naar de wasbak en kwam terug met een koele, vochtige doek, waarmee ze Egwenes gezicht waste.

‘Was het erg?’ vroeg ze bezorgd. ‘Je bewoog helemaal niet. Je mompelde niets. We wisten niet of we je moesten wekken of niet.’ Haastig trok Egwene het leren koord over haar hoofd en wierp het met de stenen ring dwars door de kamer. ‘De volgende keer,’ hijgde ze, ‘spreken we een tijd af en dan maak je me wakker. Maak me wakker, al moet je mijn hoofd in de wasbak stoppen!’ Ze besefte niet dat ze dus had besloten dat er een volgende keer zou komen. Zou je je hoofd in de muil van een beer stoppen om te betvijzen dat je niet bang was? Zou je het tweemaal doen, omdat je het al een keer gedaan hebt en je er niet aan bent doodgegaan?

Toch hield het veel meer in dan jezelf bewijzen dat je niet bang was. Ze was bang en ze wist het. Maar zolang de Zwarte Ajah die ter’angrealen van Corianin bezat, zou ze terug moeten. Ze wist zeker dat de reden voor die ter’angrealen in Tel’aran’rhiod lag. Als zij daar antwoorden over de Zwarte Ajah kon vinden, moest ze terug. Zelfs als maar de helft van haar lessen over Dromen waar was, konden daar misschien ook andere antwoorden gevonden worden. ‘Maar niet vanavond,’ zei ze zachtjes, ‘nog niet.’

‘Wat is er gebeurd?’ vroeg Nynaeve. ‘Wat heb je... gedroomd?’ Egwene zakte terug op het bed en vertelde het hun. Ze verzweeg alleen dat Perijn met de wolf had gepraat. Ze liet de hele wolf eruit. Ze voelde zich ietwat schuldig dat ze dingen voor Elayne en Nynaeve verzweeg, maar het was Perijns geheim. Hij moest het maar vertellen, wanneer hij wilde, als hij het wilde. De rest beschreef ze nauwkeurig, woord voor woord. Toen ze klaar was, voelde ze zich leeg. ‘Behalve dat Rhand vermoeid was,’ zei Elayne, ‘leek hij ook gewond? Egwene, ik kan niet geloven dat hij je ooit zou kunnen verwonden. Dat kan ik niet geloven.’

‘Rhand,’ zei Nynaeve droog, ‘zal nog een tijdje langer voor zichzelf moeten zorgen.’ Elayne bloosde; ze zag er lief uit. Egwene besefte dat Elayne er altijd leuk uitzag, of ze nu huilde of pannen schuurde. ‘Callandor,’ ging Nynaeve door. ‘Het Hart van de Steen. Dat stond ook op die kaart. Ik geloof dat we weten waar de Zwarte Ajah is.’ Elayne was weer kalmer. ‘Dat verandert niets aan de valstrik,’ zei ze. ‘Als het geen vals spoor is, dan is het een valstrik.’ Nynaeve glimlachte grimmig. ‘De beste manier om de zetter te vangen, is de valstrik te laten dichtklappen en op zijn komst te wachten.

Op haar komst, in dit geval.’

‘Je wilt naar Tyr?’ voeg Egwene, en Nynaeve knikte. ‘De Amyrlin heeft ons blijkbaar losgelaten. We nemen onze eigen beslissingen, weet je nog? We weten in ieder geval dat de Zwarte Ajah in Tyr is en we weten naar wie we moeten uitkijken. Hier kunnen we alleen maar in ons eigen vet gaar koken en iedereen verdenken en ons afvragen of er nog een grijzel rondloopt. Ik ben liever de jachthond dan de prooi.’

1 ... 78 79 80 81 82 83 84 85 86 ... 178
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)