Een Kroon van Zwarden
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #7
- Год: 1998
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:
Opnieuw dat water. Aviendha sloor haar ogen om Nynaeves gezicht niet te zien, maar daardoor werd haar hoofd gevuld door de geluiden van vogels en klotsend water.
‘Ik heb eens nagedacht,’ zei Elayne plotseling, en ze hield toen op. ‘Aviendha, ben je wel in orde? Je...’ Aviendha’s wangen werden rood, maar Elayne zei tenminste niet hardop dat ze opgesprongen was als een konijn bij het horen van haar stem. Elayne leek te beseffen dat ze Aviendha’s schande bijna had verklapt en praatte met hoogrode wangen verder, ‘Ik heb zitten denken over Nicola en Areina. Over wat Egwene ons vannacht heeft verteld. Jullie denken toch niet dat ze haar moeilijkheden kunnen bezorgen? Wat moet ze doen?’
‘Zorgen dat ze die twee kwijtraakt,’ zei Aviendha, een duim over haar keel halend. De opluchting om te spreken, om stemmen te horen, was zo groot dat ze er bijna van hijgde. Elayne leek geschokt. Soms was ze opmerkelijk zachtaardig.
‘Dat zou weleens het beste kunnen zijn,’ zei Birgitte. Ze had niet meer dan die naam onthuld. Aviendha geloofde dat ze een vrouw met geheimen was. ‘Met wat meer tijd had Areina zichzelf kunnen ontwikkelen, maar... Kijk niet zo, Elayne, en hou op met die zuinige en verontwaardigde gedachten.’ Birgitte gleed vaak van de ene rol in de andere, van de gehoorzame zwaardhand tot de oudere eerstezuster die je iets bijbrengt, of je dat nu wilt of niet. Op dit moment was ze, met die wuivende en vermanende vinger, de eerstezuster. ‘Jullie tweeën zouden niet hoeven wegblijven als de Amyrlin deze moeilijkheid kon oplossen door hen bij de wasvrouwen of zoiets aan het werk te zetten.’ Elayne kon dat moeilijk ontkennen en snoof hoorbaar. Ze streek haar groenzijden rok goed, die aan de voorzijde was opgetrokken om de vele blauwe en witte onderrokken te tonen. Ze droeg de plaatselijke kledingstijl, zelfs afgezet met roomgele kant bij de polsen en hals. Het was een geschenk van Tylin Quintara, evenals de strakke ketting van gevlochten goud. Aviendha keurde het af. De bovenkant van de jurk, het lijfje, zat al even strak als die ketting, en de lage, ronde halslijn onthulde een deel van haar borsten. Er zo op straat mee rondlopen was niet hetzelfde als de zweettenten; de mensen in de stad waren geen gai’shain. Haar eigen jurk was hoog gesloten en kietelde haar kin met kant. En geen uitgeknipte gedeelten.
‘Bovendien,’ ging Birgitte door, ‘zou ik denken dat je je meer zorgen moet maken om Marigan. Die jaagt me de stuipen op het lijf.’ Die naam drong tot Nynaeve door, en dat mocht ook wel. Haar gekreun hield op en ze ging recht overeind zitten. ‘Als ze achter ons aan komt, nemen we haar gewoon weer te pakken. We... we...’ Ze haalde diep adem en keek hen veelzeggend aan, alsof ze met haar aan het bekvechten waren. Maar wat er met een flauwe stem uitkwam, was: ‘Denk je dat ze dat doet?’
‘Het heeft geen zin je op te vreten,’ zei Elayne, veel kalmer dan Aviendha ooit zou kunnen zijn als zij dacht dat een van de Schaduwzielen haar als doelwit had gekozen. ‘We moeten gewoon doen wat Egwene heeft gezegd, en voorzichtig zijn.’ Nynaeve mompelde iets onverstaanbaars, wat waarschijnlijk maar goed was.
Opnieuw daalde de stilte neer. Elayne verzonk in nog dieper gepeins en Birgitte staarde dreigend in het niets met de hand onder haar kin. Nynaeve bleef maar binnensmonds grommen, maar ze had allebei haar handen om haar middel gedrukt en hield van tijd tot tijd op om te slikken. Het klotsen van het water leek luider dan ooit, net als het krijsen van de vogels.
‘Ik heb ook nagedacht, naastzuster.’ Zij en Elayne hadden nog niet het punt bereikt waar ze elkaar als eerstezuster aannamen, maar ze wist nu wel zeker dat ze dit zouden doen. Ze hadden reeds elkaars haar geborsteld, en elkaar elke nacht een geheim toevertrouwd dat ze nooit aan iemand anders verteld hadden. Alleen die Min... Dat was voor later, als ze alleen waren.
‘Waarover?’ vroeg Elayne afwezig.
‘Onze zoektocht. We bereiden ons voor op succes, maar we zijn nog net zo ver als aan het begin. Is het dan niet verstandig om elk wapen onder handbereik te gebruiken? Mart Cauton is ta’veren, maar we doen ons best om hem te ontlopen. Waarom nemen we hem niet mee?
Met hem erbij zouden we de schaal misschien kunnen vinden.’
‘Mart?’ riep Nynaeve ongelovig uit. ‘Dan kun je net zo goed je hemd vol brandnetels stoppen! Ik kan hem niet uitstaan, al had hij de schaal in zijn broekzak.’
‘Ach, hou je mond, Nynaeve,’ mompelde Elayne, zonder enige nadruk. Ze schudde verwonderd haar hoofd en sloeg geen acht op de plotselinge woedeblos van de ander. ‘Stekelig’ was nog het zachtste woord voor Nynaeve, maar ze waren aan haar maniertjes gewend geraakt. ‘Waarom heb ik daar niet aan gedacht? Het ligt zo voor de hand!’
‘Misschien had je je Mart de boef zo sterk ingeprent,’ mompelde Birgitte droog, ‘dat je zijn nut niet eens meer inzag.’ Elayne keek haar koeltjes aan, met haar neus in de lucht, maar grijnsde vervolgens en knikte met tegenzin. Ze kon een aanmerking maar moeizaam slikken.
‘Nee,’ zei Nynaeve met een stem die ergens zowel scherp als zwak was. De ziekelijke kleur van haar gezicht was erger, maar leek niet veroorzaakt te worden door de deinende boot. ‘Dat kun je niet menen! Elayne, je weet wat voor een lastpost hij kan zijn, hoe koppig hij is. Hij zal eisen dat we die soldaten van hem meeslepen alsof het een optocht op een feestdag is. Probeer maar eens wat te vinden in de Rahad met soldaten om je heen. Probeer het maar eens! Binnen twee tellen probeert hij de baas te spelen en zwaait hij met die ter’angreaal. Hij is duizendmaal erger dan Vandene of Adeleas, zelfs dan Merilille. Hij doet net alsof wij een berenhol instappen om een kijkje naar de beer te nemen!’
Birgitte maakte een keelgeluidje dat vermaak kon aanduiden en kreeg een woeste blik. Ze beantwoordde die zo onschuldig dat Nynaeve erin leek te stikken.
Elayne trachtte haar te kalmeren; ze zou nog vrede willen stichten in een watervete. ‘Hij is ta’veren, Nynaeve. Hij verandert het Patroon, verandert de kans, gewoon door zijn aanwezigheid. Ik wil best toegeven dat we geluk nodig hebben, en ta’veren is meer dan geluk. Bovendien kunnen we twee vogels in één keer strikken. We hadden hem niet al die tijd zijn gang moeten laten gaan, hoe druk we het ook hadden. Dat heeft niemand goed gedaan, hemzelf wel het minst. Hij moet zich leren gedragen in beschaafd gezelschap. Vanaf het begin dienen we hem stevig onder de duim te houden.’
Nynaeve streek met behoorlijk wat kracht haar rok glad. Ze beweerde dat ze niet meer belangstelling voor kleren had dan Aviendha – nou ja, in hoe ze er uitzagen; ze mopperde altijd dar gewone wol goed genoeg was voor iedereen – maar haar eigen blauwe jurk was met geel afgezet, en ze had het ontwerp met veel zorg gekozen. Elk stukje kleding dat ze bezat was van zijde of had fraai borduursel, of allebei, en Aviendha had inmiddels leren onderscheiden dat al Nynaeves jurken met de grootste zorg waren geknipt en genaaid.
Deze keer leek Nynaeve te begrijpen dat ze haar zin niet zou krijgen. Soms barstte ze in woede uit tot ze haar zin kreeg, al gaf ze dat nooit toe. De woede zakte weg in nijdig gebrom. ‘Wie gaat het hem vragen? Want hij zal haar er zeker om laten smeken. Dat weet je. Ik trouw nog liever met hem!’
Elayne aarzelde, en zei toen ferm: ‘Birgitte. En ze gaat niet smeken; ze zegt het hem gewoon. De meeste mannen doen wat je zegt als je een besliste en zelfverzekerde stem opzet.’ Nynaeve keek twijfelend en Birgitte schoot overeind op haar bankje. Het was de eerste keer dat Aviendha haar zag schrikken, en bij ieder ander zou ze iets van vrees hebben vermoed. Birgitte zou het, voor een natlanderse, heel goed doen als Far Dareis Mai. Ze was opmerkelijk bekwaam met een boog.