De Grote Jacht
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #2
- Год: 2005
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:
‘Als ik dat allemaal moet leren,’ onderbrak Nynaeve haar stijfjes, ‘dan zou ik liever iets nuttigs willen leren. Al dit... dit... “Laat de lucht bewegen, Nynaeve. Steek de kaars aan, Nynaeve. Doof de kaars, Nynaeve. Steek weer aan.” Bah!’
Egwene deed haar ogen even dicht. Alsjeblieft, Nynaeve. Probeer alsjeblieft je drift te beheersen. Ze moest op haar lip bijten om te voorkomen dat ze het hardop zei.
Heel even bleef de Amyrlin zwijgen. ‘Nuttig,’ zei ze ten slotte, iets nuttigs. Jij wilde een zwaard hebben. Veronderstel dat er een man met een zwaard op me afkomt. Wat zal ik doen? Iets nuttigs, daar kun je op rekenen. Dit bijvoorbeeld.’
Een moment lang meende Egwene een gloed te zien rond de vrouw aan de andere kant van haar bed. Toen leek de lucht zich te verdikken. Er veranderde niets, voor zover Egwene kon zien, maar toen ze probeerde haar arm op te tillen, wilde die niet buigen, alsof ze tot haar nek in een dikke gelei zat. Ze kon niets bewegen, alleen haar hoofd.
‘Laat me los!’ kraste Nynaeve. Haar ogen gloeiden en haar hoofd schokte van links naar rechts, maar haar lichaam was even roerloos als een beeld. Egwene besefte dat zij niet de enige was die werd vastgehouden. ‘Laat me los!’
‘Nuttig, vind je niet? En het is alleen maar Lucht.’ De Amyrlin sprak alsof ze bij een kopje thee over koetjes en kalfjes zat te praten. ‘Grote man, met zijn spieren en zijn zwaard, en het zwaard helpt hem evenveel als de haren op zijn borst.’
‘Laat me gaan, zeg ik!’
‘En als zijn plek je niet bevalt, nou, dan pak je hem gewoon op.’ Nynaeve gilde woest toen ze langzaam opsteeg, nog steeds in een zit-houding, tot haar hoofd haast de zoldering raakte. De Amyrlin glimlachte. ‘Ik heb er vaak naar verlangd dat ik dit kon gebruiken om te vliegen. De archieven vertellen dat in de Eeuw der Legenden een Aes Sedai kon vliegen, maar ze maken niet duidelijk hoe dat werd gedaan. In ieder geval niet op deze manier. Zo werkt het niet. Je kunt je handen uitsteken en een kist oppakken die evenveel weegt als jezelf en je lijkt sterk. Maar hoe je het ook aanpakt, je kunt jezelf niet optillen.’
Nynaeves hoofd maakte woeste bewegingen, maar geen enkel spiertje van haar lichaam bewoog. ‘Het Licht verbrande je, laat me los!’ Egwene slikte hevig en hoopte dat zij niet opgetild zou worden. ‘Dus,’ ging de Amyrlin verder, ‘zo’n grote man, harig en gespierd. Hij kan me niets doen, terwijl ik alles met hem uit kan spoken. Nou, als ik er zin in had...,’ ze boog zich naar voren, met haar ogen strak op Nynaeve gericht, en opeens leek haar glimlach niet vriendelijk meer, ‘... dan kan ik hem ondersteboven draaien en hem een pak voor zijn broek geven. Net als...’ Opeens vloog de Amyrlin zo hard naar achteren dat haar hoofd van de wand terug bonsde. Daar bleef ze hangen, alsof iemand haar ertegenaan perste.
Egwene staarde hen met droge mond aan. Dit is niet echt. Dit is niet echt.
‘Ze hadden gelijk,’ zei de Amyrlin. Haar stem klonk gespannen, alsof de ademhaling haar moeite kostte. ‘Ze zeiden al dat je snel leerde. En ze zeiden ook dat je razend moest zijn om tot de kern te komen van je mogelijkheden.’ Ze hapte naar adem. ‘Zullen we elkaar tegelijk loslaten, kind?’
Nynaeve zweefde met vlammende ogen in de lucht en zei: ‘Als je me niet meteen loslaat, zal ik...’ Opeens verscheen er verbazing in haar ogen, een blik van verlies. Haar mond bewoog zonder geluid te maken.
De Amyrlin ging weer overeind zitten en bewoog haar schouders. ‘Toch weet je nog niet alles, of wel, kind? Nog niet het honderdste deel van alles. Je had niet verwacht dat ik je van de Ware Bron kon afsnijden. Je kunt het nog steeds ergens voelen, maar je kunt het net zo min aanraken als een vis de maan. Als je genoeg hebt geleerd om tot het ware zusterschap te worden verheven, kan geen enkele vrouw je dat meer aandoen. Hoe sterker je wordt, hoe meer Aes Sedai er nodig zijn om je tegen je wil af te schermen. Nou, wat denk je, wil je leren?’ Nynaeve perste haar lippen tot een dunne streep op elkaar en staarde haar grimmig recht in de ogen. De Amyrlin zuchtte. ‘Als je ook maar een sprankje minder mogelijkheden had, kind, zou ik je naar de Meesteresse der Novices sturen met de boodschap jou de rest van je leven te houden. Maar je zult krijgen wat je verdient.’ Nynaeves ogen sperden zich wijd open en ze kon nog net een gil slaken voor ze viel en met een luide klap op haar bed belandde. Egwene kromp in elkaar. De matrassen waren dun en het hout eronder was hard. Nynaeves gezicht verstrakte maar heel even toen ze wat beter ging zitten.
‘Nou dan,’ zei de Amyrlin ferm, ‘tenzij je nog meer voorbeelden verlangt, zullen we met jullie les beginnen. Doorgaan met jullie les, kunnen we beter zeggen.’
‘Moeder?’ vroeg Egwene zwakjes. Onder haar kin kon ze nog steeds niets bewegen.
De Amyrlin keek haar vragend aan en glimlachte toen. ‘Ach, het spijt me, kind. Ik ben bang dat je vriendin mijn volle aandacht had.’ Opeens kon Egwene zich weer bewegen. Ze hief haar armen, alleen maar om zich ervan te overtuigen dat ze het kon. ‘Zijn jullie beiden klaar om te leren?’
‘Ja, Moeder,’ zei Egwene vlug. De Amyrlin trok een wenkbrauw op naar Nynaeve. Even later zei Nynaeve met een strakke stem: ‘Ja, Moeder.’ Egwene slaakte een zucht van opluchting.
‘Goed. Nou. Denk nergens meer aan, behalve aan een bloemknop.’
Tegen de tijd dat de Amyrlin wegging, zat Egwene te zweten. Ze had gedacht dat enkele andere Aes Sedai streng waren, maar die glimlachende vrouw met haar eenvoudige gezicht had er iedere druppel inspanning uitgeperst, uitgetrokken. Maar het was goed gegaan. Toen de deur achter de Amyrlin dichtviel, stak Egwene een hand op. Een klein vlammetje sprong op, balanceerde op een haardikte boven het puntje van haar wijsvinger en danste toen van vingertop naar vingertop. Ze werd niet geacht dit te doen zonder begeleidster of eventueel een Aanvaarde die op haar kon letten, maar ze was te opgewonden over haar vordering om er enige aandacht aan te besteden. Nynaeve sprong overeind en gooide haar kussen naar de dichtvallende deur. ‘Dat... dat smerige, verachtelijke, ellendige, oude... rotwijf! Het Licht verbrande haar! Wat zou ik haar graag aan de vissen willen voeren. Wat zou ik haar graag kruiden laten slikken die haar voor de rest van haar leven groen maken! Het kan me niet schelen dat ze oud genoeg is om mijn moeder te zijn. Als ik haar in Emondsveld had, zou ze niet meer normaal kunnen zitten voor de rest van haar...’ Het kwam er zo tandenknarsend uit dat Egwene schrok.
Terwijl Egwene de vlam uit liet gaan, richtte ze haar ogen strak op haar schoot. Ze wou dat ze ongemerkt de hut uit kon sluipen. De les was voor Nynaeve niet zo goed gegaan, omdat ze haar drift had beteugeld tot de Amyrlin was vertrokken. Het lukte haar nooit
goed, tenzij ze boos was, en dan barstte alles tegelijk los. Na de zoveelste mislukking had de Amyrlin alles gedaan om haar weer razend te maken. Egwene had liever gehad dat Nynaeve kon vergeten dat zij erbij was geweest en alles had gezien en gehoord. Nynaeve stapte stijf naar haar bed en stond naar de wand erachter te staren met een gebalde vuist in haar zij. Egwene keek verlangend naar de deur.
‘Jouw schuld was het niet,’ zei Nynaeve en Egwene schrok. ‘Nynaeve, ik...’
Nynaeve draaide zich om en keek haar aan. ‘Jouw schuld was het niet,’ herhaalde ze, maar het klonk niet overtuigend. ‘Als je het echter waagt iemand hier iets van te vertellen, dan... dan...’
‘Geen letter,’ zei Egwene snel. ‘Ik herinner me al niets meer wat de moeite van het vertellen waard is.’