De Grote Jacht
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #2
- Год: 2005
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:
De roerganger hield de helmstok grimmig beet, zijn voeten wijd uiteen op het dek geplant. De scheepsmaten liepen blootsvoets heen en weer en gaven hun werkzaamheden alle aandacht. Als ze naar de hemel of de rivier keken, wendden ze stil mompelend snel hun ogen af. Achter hen verdween net een dorp uit het zicht. Op de oever holde een jongen mee. Hij had hen een stukje bij kunnen houden, maar de boten lieten hem nu achter. Toen hij verdween, ging Egwene benedendeks.
In de kleine hut die ze met Nynaeve deelde, keek de laatste boos op van haar smalle bed. ‘Ze zeggen dat we vandaag in Tar Valon aankomen. Het Licht helpe me, wat zal ik blij zijn weer voet aan land te zetten, zelfs al is het in Tar Valon.’ Het schip stampte in de wind en de stroom en Nynaeve slikte, ik zet nooit meer een voet op een boot,’ zei ze gesmoord.
Egwene schudde de druppels van haar mantel en hing die aan een haak bij de deur. Het was geen grote hut; er leken geen grote hutten op het schip te zijn. Zelfs de kapiteinshut, waar de Amyrlin in was getrokken, was klein, al was die wel wat groter dan de andere. Met de twee ingebouwde bedden, de planken eronder en de kastjes erboven was alles dicht bij de hand.
Egwene had moeite met haar evenwicht, maar verder had ze minder last van de bewegingen van het schip dan Nynaeve. Ze bood de Wijsheid geen voedsel meer aan, nadat die voor de derde keer een kom met eten had weggesmeten, ik maak me zorgen over Rhand,’ zei ze. ‘Ik ben over alledrie bezorgd,’ antwoordde Nynaeve dof. Even later vroeg ze: ‘Vannacht weer gedroomd? Je stond maar een beetje te staren toen je was opgestaan.’
Egwene knikte. Voor Nynaeve had ze nooit veel geheim kunnen houden en met die dromen had ze het niet eens geprobeerd. Nynaeve had aanvankelijk geprobeerd ze weg te praten, tot ze had gehoord dat een Aes Sedai er belangstelling voor had.. ‘Hij leek op die andere dromen. Anders, maar hetzelfde. Rhand loopt gevaar. Ik weet het. En het wordt nog erger. Hij heeft iets gedaan of hij. gaat iets doen waarbij hij gaat...’ Ze liet zich op het bed vallen en boog zich naar Nynaeve toe. ‘Ik wou maar dat ik er iets van begreep.’
‘Geleiden?’ zei Nynaeve zachtjes.
Egwene keek rond om te zien of iemand hen kon afluisteren. Ze waren alleen, de deur was gesloten, maar niettemin sprak ze erg zacht, ik weet het niet. Misschien.’ Niemand kon zeggen wat Aes Sedai konden – ze had al genoeg gezien om ieder verhaal over hun kracht te geloven – en ze wilde niet het gevaar lopen afgeluisterd te worden. Ik wil Rhand niet in gevaar brengen. Als ik het juiste zou doen, zou ik het hun vertellen, maar Moiraine weet het en zij heeft nog niets gezegd. En het gaat om Rhand. Ik kan het niet. ik weet niet wat ik moet doen.’
‘Heeft Anaiya nog iets meer over die dromen gezegd?’ Nynaeve leek de eretitel Sedai met opzet nooit toe te voegen, zelfs niet wanneer ze alleen waren. De meeste Aes Sedai leken er niet om te geven, maar haar gewoonte had enkele vreemde blikken uitgelokt en enkele boze ogen. Ze was per slot van rekening op weg naar haar opleiding in Tar Valon.
‘Het Rad weeft wat het Rad wil,’ herhaalde Egwene uitspraken van Anaiya: ‘De jongen is ver weg, kind, en tot we meer weten, kunnen we niets doen. Ik zal zien, kind, of ik je kan onderzoeken als we in de Witte Toren terug zijn. Jakkes! Ze wéét dat er iets met die dromen is. Ik merk dat het zo is. Ik vind die vrouw echt aardig, Nynaeve. Maar ze wil me niet vertellen wat ik wil weten. En ik kan haar niet alles vertellen. Misschien als ik dat wel...’
‘De man met het masker weer?’
Egwene knikte. Op de een of andere manier was ze er zeker van dat het beter was Anaiya niets over hem te vertellen. Ze kon geen reden bedenken om dat niet te doen, maar ze wist het zeker. Driemaal was de man met zijn ogen als ovenvuren in haar dromen voorgekomen. Iedere keer was het een droom geweest waarin ze had gevoeld dat Rhand in gevaar verkeerde. Hij droeg altijd een masker voor zijn gezicht. Soms kon ze zijn ogen zien en soms kon ze alleen vlammen zien waar zijn ogen hadden moeten zitten. ‘Hij lachte me toe. Hij was zo... minachtend. Alsof ik een jong hondje was dat hij met zijn voet opzij wilde schuiven. Hij maakt me bang.’
‘Ben je er zeker van dat het iets te maken heeft met die andere dromen, met Rhand? Vaak is een droom gewoon een droom.’ Egwene gooide haar handen omhoog. ‘Soms, Nynaeve, ben je net Anaiya Sedai.’ Ze gaf de aanspreektitel een zekere nadruk en zag tot haar plezier een kleine grimas bij Nynaeve. ‘Als ik ooit nog uit dit bed kom, Egwene...’
Een klopje op de deur voorkwam wat Nynaeve had willen zeggen. Voor Egwene iets kon zeggen of kon opstaan, kwam de Amyrlin binnen, de deur achter zich sluitend. Vreemd genoeg was ze alleen. Ze verliet haar hut zelden en dan altijd met Leane naast haar en soms nog een andere Aes Sedai.
Egwene sprong overeind. De ruimte was met drie personen nu overvol.
‘Jullie voelen je allebei goed?’ zei de Amyrlin vrolijk. Ze keek met een schuin hoofd naar Nynaeve. ‘Jullie eten goed, hoop ik? Hebben we een goed humeur?’
Met veel moeite ging Nynaeve tegen de wand rechtop zitten. ‘Met mijn humeur is alles in orde, dank u wel.’
‘We zijn vereerd, Moeder,’ begon Egwene, maar de Amyrlin gebaarde haar te zwijgen.
‘Het is fijn dat we weer op het water zijn, maar als je niets te doen hebt, wordt het na een tijdje net zo vervelend als een molenvijver.’ Het schip helde over, maar ze behield haar evenwicht zonder daar veel moeite voor te doen. ‘Vandaag krijgen jullie les van mij.’ Ze ging op Egwenes bed zitten met haar voeten onder zich. ‘Zit, kind.’ Egwene ging zitten, maar Nynaeve maakte aanstalten op te staan. ‘Ik denk dat ik naar het dek ga.’
‘Ik zei: zit!’ De stem van de Amyrlin knalde als een zweep, maar Nynaeve probeerde desondanks wankelend overeind te komen. Ze had nog steeds beide handen op het bed, maar stond nu bijna. Egwene hield zich klaar om haar op te vangen als ze viel. Nynaeve sloot haar ogen en liet zich langzaam weer op het bed zakken. ‘Misschien blijf ik toch maar. Er staat ongetwijfeld veel wind boven.’
De Amyrlin lachte blaffend. ‘Ze hebben me al verteld dat je zo driftig was als een visvogel met een graat in zijn keel. Sommigen zeggen dat het goed voor je zou zijn enige tijd Novice te blijven, kind, hoe oud je ook bent. Maar ik zeg dat als je de kunde hebt waar ik over hoor, dat je verdient een Aanvaarde te worden.’ Weer lachte ze. ‘Ik heb altijd gemeend mensen te geven wat hun toekomt. Ja. Ik vermoed dat je heel veel zult leren als je eenmaal in de Witte Toren bent.’ ik zou liever hebben dat een zwaardhand me leert zwaardvechten,’ gromde Nynaeve. Ze slikte hevig en deed haar ogen open. ‘Er is iemand bij wie ik dat graag zou gebruiken.’ Egwene keek haar scherp aan. Bedoelde Nynaeve echt de Amyrlin – wat stom was en bovendien gevaarlijk – of bedoelde ze Lan? Ze snauwde Egwene telkens af als die het over hem had.
‘Een zwaard?’ zei de Amyrlin Zetel, ik heb zwaarden nooit erg nuttig gevonden. Zelfs als je heel bedreven bent, kind, zijn er altijd mannen die vaardiger zijn, en veel sterker. Maar als je een zwaard wilt hebben...’ Ze stak haar hand op. Egwene snakte naar adem en zelfs de ogen van Nynaeve leken uit de kassen te rollen, want opeens had de Amyrlin een zwaard in haar hand. Kling en gevest vertoonden een vreemd blauwig wit. Het zag er op de een of andere manier... koud uit. ‘Gemaakt van lucht, kind, met... Lucht. Het is even goed als een stalen zwaard, beter zelfs dan de meeste, maar nog steeds even nutteloos.’ Het zwaard werd een schilmesje. Het kromp niet. Het was gewoon eerst het een en toen het andere. ‘Dit is echter wel nuttig.’ Het schilmesje ging over in mist en de mist trok weg. De Amyrlin legde haar lege hand weer in haar schoot. ‘Maar beide zaken kosten meer moeite dan ze waard zijn. Het is beter, gemakkelijker om gewoon een goed mes bij je te hebben. Je moet leren wanneer je je kunde dient te gebruiken, evenals hoe en wanneer her beter is dingen te doen zoals elke andere vrouw ze zou doen. Laat een smid een mes maken om vis te fileren. Als je de Ene Kracht te vaak en te lichtvaardig gebruikt, kan het gebeuren dat je er te veel van gaat houden. Daarin schuilt gevaar. Je wilt er steeds meer van en vroeg of laat riskeer je dat je er meer van gebruikt dan je aankunt. En daardoor kun je als een afgeknepen kaars uitdoven of...’