De Grote Jacht
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #2
- Год: 2005
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:
‘Ik word geen Novice,’ zei Nynaeve flink, maar een beetje te snel. ‘De Amyrlin zelf zei dat ik een Aanvaarde zou worden.’
‘Dat is mij verteld.’ Sheriam vond het vermakelijk. ‘Voor zover ik weet, is dit nog nooit eerder gebeurd, maar ze zeggen dat je... buitengewoon bent. Bedenk echter wel dat ook een Aanvaarde naar mijn werkkamer kan worden geroepen. Zij moet dan wel meer voorschriften hebben geschonden dan een Novice, maar het is voorgekomen.’ Ze wendde zich tot Egwene alsof ze niet had gezien dat Nynaeve haar fronsend aankeek. ‘En jij bent onze nieuwe Novice. Altijd fijn om weer een Novice te zien binnenkomen. We hebben er tegenwoordig te weinig. Jij bent slechts de veertigste. En niet meer dan acht of negen zullen tot Aanvaarde worden verheven. Hoewel ik niet denk dat je je daar veel zorgen over hoeft te maken, als je hard werkt en jezelf aanpast. Het werk is hard en het zal je niet gemakkelijker worden gemaakt, ook al heb je veel aanleg volgens de berichten. Als je het niet kunt volhouden of als je door de inspanning instort, kunnen we het beter nu ontdekken en je je eigen weg laten gaan dan wachten tot je volleerd zuster bent en anderen afhankelijk van je zijn. Het leven van een Aes Sedai is niet gemakkelijk. Maar we gaan je erop voorbereiden, als je in je hebt wat nodig is.’ Egwene slikte. Instorten door de inspanning? ‘Ik zal het proberen, Sheriam Sedai,’ zei ze zwakjes. En ik zal niet instorten. Nynaeve keek haar bezorgd aan. ‘Sheriam...’ Ze zweeg en haalde diep adem. ‘Sheriam Sedai,’ – ze kreeg de titel slechts met de grootste moeite over haar lippen – ‘moet het haar echt zo moeilijk gemaakt worden? Vlees en bloed kunnen niet alles verdragen. Ik weet... iets van... wat Novices moeten doorstaan. Het is toch zeker niet nodig dat u probeert haar te breken, alleen maar om uit te zoeken hoe sterk ze is?’
‘Bedoel je zoals de Amyrlin vandaag met jou heeft gedaan?’ Nynaeve verstijfde, Sheriam keek alsof ze trachtte elk spoortje van vermaak te onderdrukken. ‘Ik heb je verteld dat ik met de Amyrlin heb gepraat. Wat je vriendin betreft: zet je zorgen opzij. De opleiding van een Novice is hard, maar niet te hard. Zulke beproevingen zijn alleen voor een Aanvaarde in haar eerste weken.’ Nynaeves mond viel open en Egwene dacht dat de ogen van de Wijsheid eruit zouden rollen. ‘Om die ene te vinden die mogelijk door de Novice-opleiding is geglipt terwijl ze eigenlijk ongeschikt is. We kunnen niet het gevaar lopen dat iemand van ons – een Aes Sedai-zuster – instort door de spanningen van de buitenwereld.’ De Aes Sedai sloeg haar armen om de schouders van de twee jonge vrouwen uit Emondsveld. Nynaeve leek nauwelijks te beseffen waar ze heen ging. ‘Kom,’ zei Sheriam. ‘Ik zal jullie naar je kamers brengen. De Witte Toren wacht.’
19
In Therins Dolk
Zoals gebruikelijk in de bergen was het ’s nachts koud in de uitlopers van Therins Dolk. Van de hoge toppen gierde de wind omlaag en voerde de ijzige kou van sneeuw en ijs mee. Rhand zocht een andere houding op de harde grond, trok zijn mantel en deken dichter om zich heen en sliep maar half. Zijn hand schoof naar zijn zwaard naast hem. Nog maar één dag, dacht hij doezelig. Nog maar één dag en dan gaan we. Als er morgen niemand komt, Ingtar niet en die Duistervrienden niet, breng ik Selene naar Cairhien. Hij had zich dat al eerder voorgenomen. Ze hadden de laatste dagen daar op de berghelling doorgebracht om de plek in het oog te houden waar volgens Hurin in die andere wereld het spoor was geweest. Volgens Selene zouden daar in deze wereld de Duistervrienden opdagen en iedere dag had hij zich voorgehouden dat het de hoogste tijd was om te vertrekken. Maar Selene had het steeds over de Hoorn van Valere en raakte voortdurend zijn arm aan. Daarbij keek ze hem diep in de ogen en voor hij het besefte, had hij ermee ingestemd nog een dag te wachten. Hij rilde in de koude wind en dacht aan hoe Selene hem aanraakte en in de ogen keek. Als Egwene dit ziet, zal ze me villen als een schaap en Selene erbij. Egwene zal zo langzamerhand wel in Tar Valon zijn, voor haar Aes Sedai-opleiding. Als ik haar weer zie, zal ze waarschijnlijk proberen me te stillen. Toen hij zich opnieuw omdraaide, streek zijn hand over het zwaard en voelde hij het pak met Thom Merrilins harp en fluit. Onbewust klampten zijn vingers zich vast aan de mantel van de speelman. Ik denk dat ik toen gelukkig was, al was ik toen op de vlucht om mijn leven te redden. Wat liedjes spelen voor een bord eten. Ik wist toen amper wat er aan de hand was. Je kunt nooit meer terug. Huiverend opende hij zijn ogen. Het enige licht kwam van een laag aan de hemel staande, krimpende maan die net niet meer vol was.
Een houtvuur zou hen verraden aan degenen waarnaar ze uitkeken. Loial mompelde grommend in zijn slaap. Een paard schraapte met zijn hoef. Hurin hield de eerste wacht op een rots hoger op de berghelling. Spoedig zou hij Rhand voor zijn wachtbeurt komen wekken. Rhand draaide zich weer op zijn andere zij... en verstarde. In het maanlicht zag hij Selenes gebukte gestalte bij zijn zadeltassen; ze frommelde aan de gespen. Haar witte kleren waren in het zwakke licht goed zichtbaar. ‘Heb je iets nodig?’
Ze schoot overeind en keek hem aan. ‘Je... je liet me schrikken.’ Hij kwam overeind, schudde de deken van zich af, sloeg de mantel om zich heen en ging naar haar toe. Hij wist zeker dat hij de zadeltassen vlak naast zich had neergelegd toen hij was gaan slapen. Hij hield ze altijd bij zich. Hij nam de tassen van haar over. Alles zat nog dicht, ook de tas met de banier. Waarom hangt mijn leven ervan af of ik hem bij me heb? Als iemand de banier ziet en herkent, betekent dat mijn dood. Hij keek haar achterdochtig aan. Selene bleef gewoon staan en keek naar hem op. De maan glansde in haar donkere ogen. ‘Ik besefte opeens,’ zei ze, ‘dat ik mijn kleren al veel te lang aan heb. Ik wil ze graag even schoonborstelen, als ik tenminste zolang iets anders kan dragen. Ik dacht aan een van jouw hemden.’
Rhand knikte en voelde zich vreemd opgelucht. Hij vond haar kleding nog net zo schoon als bij het begin van hun ontmoeting, maar hij wist dat als Egwene een vlekje op haar kleren kreeg, alles moest wachten tot ze het meteen had schoongemaakt. ‘Natuurlijk.’ Hij deed de overvolle tas open waarin hij alles behalve de banier had gepropt en trok er een witzijden hemd uit.
‘Dank je.’ Haar handen gingen naar haar rug. Naar de knoopjes, drong het opeens tot hem door. Met grote ogen wendde hij zich snel af. ‘Als je me even wilt helpen, gaat het veel gemakkelijker.’ Rhand schraapte zijn keel. ‘Dat zou niet gepast zijn. Wij zijn elkaar toch niet beloofd, of...’ Denk daar niet meer aan! Je kunt nooit met iemand trouwen. ‘Het is gewoon niet gepast.’ Haar zachte lach stuurde een rilling langs zijn rug, alsof haar vinger zijn ruggengraat streelde. Hij probeerde niet naar het geritsel achter zich te luisteren. Hij zei: ‘Eh... morgen... morgen vertrekken we naar Cairhien.’
‘En hoe moet het dan met de Hoorn?’
‘Misschien hadden we het mis. Misschien komen ze hier helemaal niet langs. Hurin zegt dat er meer passen door Therins Dolk leiden. Als ze iets verder naar het westen rijden, hoeven ze de bergen helemaal niet door.’
‘Maar het spoor dat we hebben gevolgd, kwam hierlangs. Ze komen eraan. De Hoorn van Valere komt. Je mag je nu weer omdraaien.’
‘Dat zeg je nou wel, maar we weten het niet...’ Hij draaide zich om en de woorden stierven in zijn mond. Ze had haar gewaad over de arm en droeg nu zijn hemd, dat in wijde plooien om haar heen viel. Het was een hemd met lange panden, dat bij zijn lengte paste, maar Selene was lang voor een vrouw. De onderkant van het hemd reikte net tot haar dijen. Niet dat hij nooit eerder meisjesbenen had gezien, want als de meisjes van Tweewater in de poelen van het Waterwold gingen pootjebaden, bonden ze altijd de rok op. Maar lang voor ze hun haar mochten vlechten, deden ze dat niet meer en bovendien was het nu donker. Haar huid leek te glanzen in het maanlicht. ‘Wat weet je niet, Rhand?’