De Grote Jacht
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #2
- Год: 2005
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:
Rhand werkte vloeiend, zonder na te denken. Aanleggen en schieten, aanleggen en schieten.
De vijfde pijl verliet de boog en hij liet hem al zakken, nog steeds diep in de leegte, toen de vierde grolm als een speelpop met doorgesneden touwen neerplofte. Hoewel de laatste pijl nog steeds vloog, wist hij op de een of andere manier dat een tweede schot niet nodig was. Het laatste beest zakte in elkaar alsof zijn botten waren gesmolten, terwijl een geveerde schacht precies uit zijn middelste oog stak. Bij alle vijf het middelste oog.
‘Geweldig, heer Rhand,’ zei Hurin. ‘Ik heb nog nooit iemand zo zien schieten.’
De leegte hield Rhand vast. Het licht riep hem en hij... reikte... ernaar. Het omhulde hem, vulde hem.
‘Heer Rhand?’ Hurin raakte zijn arm aan en Rhand schrok op; de leegte vulde zich met alles wat zich... om hem heen bevond. ‘Bent u in orde, heer?’
Rhand veegde met de vingertoppen zijn voorhoofd af. Dat was droog, maar hij had het gevoel alsof hij zweette, ik... het is in orde met me, Hurin.’
‘Iedere keer dat je het doet, wordt het gemakkelijker, heb ik gehoord,’ zei Selene. ‘Hoe langer je in de Eenheid verkeert, hoe gemakkelijker het wordt.’
Rhand richtte zijn ogen op haar. ‘Nou, voorlopig heb ik het niet meer nodig.’ Wat was er gebeurd? Ik wilde... Hij wilde het nog steeds, besefte hij met afschuw. Hij wilde terug in de leegte, wilde weer voelen hoe dat licht hem vulde. Het had net geleken of hij daar echt leefde, misselijk en al, en het nu was slechts een nabootsing. Nee, erger. Hij was bijna levend geweest, wetend hoe ‘leven’ echt kon zijn. Het enige dat hij hoefde te doen was naar saidin te reiken... ‘Nee, niet opnieuw,’ mompelde hij. Zijn blikken dwaalden naar de dode grolms, vijf monsterachtige vormen op de grond. Niet gevaarlijk meer. ‘Nu kunnen we rustig...’
Een maar al te bekend kuchend geblaf klonk achter de heuvel waar de dode grolms lagen en andere gaven antwoord. Er klonk nog meer geblaf, uit het oosten, uit het westen. Rhand tilde alweer half en half zijn boog op. ‘Hoeveel pijlen heb je nog?’ wilde Selene weten. ‘Kun je twintig grolms doden? Dertig? Honderd? We móéten naar de Portaalsteen.’
‘Ze heeft gelijk, Rhand,’ zei Loial langzaam. ‘Je hebt geen andere keus meer.’ Hurin stond Rhand bezorgd aan te kijken. De grolms lieten een verward lang geblaf horen.
‘De Steen,’ stemde Rhand met tegenzin in. Kwaad gooide hij zich in het zadel en slingerde de boog op zijn rug. ‘Leid ons naar de Steen, Selene.’
Met een knikje wendde ze haar merrie en spoorde die aan tot een draf. Rhand en de anderen volgden, hij wat minder gretig dan zij. Het blaffen van de grolms achtervolgde hen, het leken er wel honderden. Het klonk of de grolms in een halve cirkel naar hen toe trokken en van alle kanten naderden, behalve voor hen uit. Snel en zeker leidde Selene hen door de heuvels. Het land werd hoger toen de bergen begonnen, de hellingen steiler. De paarden moesten over vale rotspartijen klauteren, tussen de spaarzame armetierige struiken door die zich aan die rotsen vastklampten. Het pad werd moeilijker, het land steeds steiler.
We balen het niet, dacht Rhand. Voor de vijfde keer gleed Rood terug in een hagelbui van stenen. Loial gooide zijn vechtstok weg. Tegen de grolms was die zinloos en de stok hield hem alleen maar op. De Ogier reed niet meer. Hij gebruikte één hand om zich omhoog te trekken en trok zijn grote ros met de andere hand achter zich aan. Het dier had het moeilijk, maar zonder Loial op zijn rug ging het beter. De grolms blaften nu achter hen, dichterbij. Toen trok Selene de teugels aan en wees naar een kom onder hen in het graniet. Alles was precies hetzelfde. De zeven brede, rondlopende, gekleurde treden rond de bleke vloer en de hoge stenen zuil in het midden.
Ze stapte af en leidde haar merrie de kom in, over de treden naar de zuil. Hij rees hoog boven haar uit. Ze draaide zich om en keek Rhand en de anderen aan. De grolms lieten hun grommende geblaf horen. Er waren er heel veel. Ze klonken heel luid en heel dichtbij. ‘Ze zullen ons gauw inhalen,’ zei ze. ‘Je moet de Steen gebruiken, Rhand. Of anders een manier vinden om alle grolms te doden.’ Met een zucht liet Rhand zich uit het zadel glijden en leidde Rood naar de zuil. Loial en Hurin volgden haastig. Rhand staarde niet op zijn gemak naar de met tekens bedekte zuil, de Portaalsteen. Zij moet kunnen geleiden, zelfs als ze het niet beseft, anders was ze hier nooit gekomen. De Ene Kracht doet vrouwen geen kwaad. ‘Als deze Steen je hierheen heeft gebracht,’ begon hij, maar ze viel hem in de rede.
‘Ik weet wat het is,’ zei ze vastberaden, ‘maar ik weet niet hoe ik het kan gebruiken. Jij moet doen wat gedaan moet worden.’ Ze streek met haar vinger over een teken dat een beetje groter was dan de andere. Een driehoek op zijn punt in een cirkel. ‘Dit teken geeft de echte wereld aan, onze wereld. Ik geloof dat het helpt als je dat teken in gedachten houdt terwijl je...’ Ze spreidde haar handen, alsof ze niet zeker wist wat hij verondersteld werd te doen. ‘Eh... heer?’ vroeg Hurin gespannen. ‘We hebben niet veel tijd meer.’ Hij wierp een blik over zijn schouder, naar de rand van de kom. Het geblaf klonk luider. ‘Die dingen kunnen nu elk moment hier zijn.’ Loial knikte.
Rhand haalde diep adem en legde zijn hand op het teken dat Selene had aangewezen. Hij keek naar haar om te zien of hij het goed deed, maar ze stond enkel te kijken; nog niet het kleinste rimpeltje bezorgdheid tekende haar bleke voorhoofd. Ze is een en al vertrouwen dat je haar kunt redden. Je moet. Haar geur vulde zijn neusgaten. ‘Eh... heer?’
Rhand slikte en zocht de leegte. Die kwam gemakkelijk, sprong moeiteloos rond hem op. Leegte. Leeg, afgezien van het licht, trillend op een manier waar zijn maag zich van omdraaide. Leeg, afgezien van saidin. Maar hij voelde zich niet onpasselijk. Hij was een met de Portaalsteen. De zuil voelde glad en geolied aan, maar de driehoek en cirkel voelden warm tegen het brandmerk op zijn handpalm. Moet ze in veiligheid brengen. Moet ze naar huis brengen. Het licht leek naar hem toe te drijven, omhulde hem en hij... omhelsde... het. Licht vulde hem. Hitte vulde hem. Hij kon de Steen zien, kon de anderen zien kijken. Loial en Hurin bezorgd, Selene onbezorgd, alsof hij haar kon redden. Maar ze hadden er net zo goed niet kunnen staan. Het licht was alles. De hitte en het licht baadden zijn ledematen zoals water in droog zand zakt, vulden hem. Het teken brandde nu tegen zijn huid. Hij probeerde het allemaal op te zuigen, alle hitte, al het licht. Alles. Het teken...
Opeens, alsof de zon een oogwenk was gedoofd, flakkerde de wereld. En opnieuw. Het teken was een gloeiend kooltje onder zijn hand; hij dronk het licht op. De wereld flakkerde. Flakker. Het maakte hem misselijk, dat licht; het was water voor een man die stierf van dorst. Flakker. Hij zoog het op. Het maakte dat hij wilde overgeven. Hij wilde alles. De driehoek en cirkel verschroeiden hem; hij kon voelen hoe zijn huid brandde. Flakker. Hij wilde alles! Hij krijste, jankte van pijn, jankte van verlangen. Flakker... flakker... flakkerflakkerflakker...
Er trokken handen aan hem; hij besefte het maar half. Hij struikelde achteruit; de leegte glipte weg en daarmee ook het licht en de misselijkmakende verwarring. Het licht. Hij zag het met spijt verdwijnen. Licht, dat is dwaas om ernaar te verlangen. Maar ik was er zo vol van! Ik was zo... Verdwaasd staarde hij naar Selene. Ze hield zijn schouders vast en keek hem strak en vol verbazing in de ogen. Hij keek naar zijn handpalm. Daar zag hij het reigerteken, maar verder