Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 74 75 76 77 78 79 80 81 82 ... 217
Перейти на страницу:

Onwillekeurig zuchtte Egwene. Volgens sommige zusters bestond er nog een redmiddel voor een zwaardhand wiens binding door de dood was verbroken. Breng hem in de armen en het bed van een vrouw. Geen enkele man kon zich dan nog op de dood richten, was de algemene overtuiging. Mijrelle had blijkbaar ook daarvoor gezorgd. Gelukkig was ze nog niet met hem getrouwd, als ze echt de bedoeling had hem door te geven. Het zou maar het beste zijn als Nynaeve dit nooit ontdekte.

‘Dat kan wel zo zijn,’ merkte ze verstrooid tegen Nisao op. Areina maakte snel en handig de riemen van Mandarbs zadel vast. De grote zwarte hengst hield het hoofd hoog, maar liet het wel toe. Het was zo te zien niet de eerste keer dat ze het dier zadelde. Nicola stond vlak bij een dikke stam van een eik met de armen over elkaar naar Egwene en de anderen te staren. Ze leek op het punt te staan ervandoor te gaan. ‘Ik weet niet wat Areina jullie heeft afgeperst,’ zei Egwene kalm, ‘maar de bijzondere lessen voor Nicola stoppen nu.’

Nisao en Mijrelle sprongen op, evenbeelden in verbazing. Siuans ogen werden zo groot als kopjes, maar gelukkig herstelde ze zich voor iemand het merkte. ‘U weet echt alles,’ fluisterde Mijrelle. ‘Areina wil alleen maar in de buurt van Lan zijn. Ze gelooft volgens mij dat hij haar dingen kan leren die ze als Jager naar de Hoorn kan gebruiken. Wellicht wil ze samen met hem op Jacht.’

‘Nicola wil een tweede Caraighan worden,’ mompelde Nisao bijtend. ‘Of een tweede Moiraine. Ik denk dat ze ervan droomt Lans binding van Mijrelle over nemen. Goed! Eindelijk kunnen we die twee aanpakken zoals ze verdienen, nu dit alles bekend is. Wat er ook met mij gebeurt, het zal me veel plezier doen als die twee tot het einde van het jaar als varkens zullen krijsen.’

Siuan besefte eindelijk wat er zich had afgespeeld en op haar gezicht vermengde woede zich met de vragende blikken die ze op Egwene richtte. Dat iemand dit eerder had ontdekt, maakte haar waarschijnlijk evenzeer van streek als Nicola’s en Areina’s afpersing. Of misschien ook wel niet. Tenslotte waren Nicola en Areina geen Aes Sedai. Dat veranderde Siuans opvattingen over wat wel en niet mocht grondig. Net als bij iedere andere zuster.

Nu er zoveel ogen op haar gericht waren en er geen enkele vriendelijke blik bij was, schoof Nicola achteruit tegen de eikenboom en probeerde schijnbaar nog verder weg te schuiven. De vlekken op die witte kleren zouden haar bij terugkomst in het kamp een heet waterbad bezorgen. Areina had slechts aandacht voor Lans paard en besefte niet dat rotsblokken op haar neer dreigden te vallen.

‘Dat zou rechtvaardig zijn,’ beaamde Egwene, ‘behalve wanneer ook jullie tweeën niet volledig recht wordt gedaan.’

Niemand keek meer naar Nicola. Mijrelles ogen leken even groot als haar gezicht en Nisao’s ogen werden nog groter. Niemand leek het aan te durven met haar tanden te knarsen. Siuan toonde een uiterlijk van grimmige voldoening. Bij het Licht, ze verdienden in het geheel geen medelijden. Maar Egwene was ook niet van plan genadig te zijn.

‘We zullen het er verder over hebben na mijn terugkomst,’ zei ze toen Lan weer verscheen, het zwaard om een openhangende groene jas gegord, waardoor een losgeknoopt hemd zichtbaar was. Over zijn schouder hingen propvolle zadeltassen. De van kleur veranderende zwaardhandmantel op zijn rug wapperde achter hem aan en verwarde ieders ogen.

Egwene liet de stomverbaasde zusters in hun eigen sop gaar koken en stapte op hem af. Siuan zou hen mooi van leer geven als ze ook maar een sprankje taaiheid had. ‘Ik kan je binnen een maand in Ebo Dar brengen,’ zei ze. Een ongeduldig knikje was het enige en hij riep Areina toe Mandarb te brengen.

Zijn felheid maakte haar zenuwachtig; een lawine die dreigde neer te storten, nog vastgehouden aan een dun draadje.

Ze weefde een poort op de plek waar hij met zijn zwaard had geoefend, van ruim acht voet in het vierkant, en stapte erdoorheen op een soort veerpont in een eindeloze ruimte. Scheren vereiste een bodem onder je voeten en hoewel die alles kon zijn wat je je verbeeldde, leek iedere zuster haar eigen voorkeur te hebben. Voor haar was dat een houten barkas met een stevig hek eromheen. Als ze eraf viel, kon ze een tweede barkas eronder maken, hoewel het maar de vraag was waar ze dan uiteindelijk zou aankomen. Voor iedereen die niet kon geleiden, zou die val even eindeloos zijn als het zwart dat zich naar alle kanten uitstrekte. Alleen aan deze kant van de barkas was er een soort licht, waardoor de poort een beperkt zicht op de lichte ondiepte bood. Niets ervan drong in deze duisternis door, maar er bestond een of ander licht. Ze kon tenminste even goed zien als in Tel’aran’rhiod. Het was niet voor het eerst dat ze zich afvroeg of dit niet een of ander deel van de Wereld der Dromen was.

Lan volgde zonder dat ze hem dat had hoeven te zeggen en leidde zijn paard aan de hand mee. Hij bekeek de poort ondertussen nauwkeurig en nam de duisternis op toen zijn laarzen en de hoeven van de hengst bonzend over de dikke planken naar haar toe stampten. Hij vroeg alleen: ‘Hoe snel ben ik hiermee in Ebo Dar?’

‘Zo gaat het niet,’ zei ze, en ze geleidde de doorgang weg waarna ze de poort afsloot. ‘Niet tot vlak hij de stad.’ Er bewoog niets dat iemand had kunnen zien. Er was geen briesje, geen wind en er was niets te voelen. Ze bewogen zich echter wel. Heel snel. Sneller dan ze zich kon voorstellen. Ze moesten die ruim zeshonderd span pijlsnel afleggen. ‘Ik kan je zo’n vijf, misschien zes dagen van Ebo Dar af brengen.’ Ze had zelf de poort geweven waarmee Nynaeve en Elayne naar het zuiden waren gereisd en herinnerde zich nog genoeg om naar dezelfde plek te scheren.

Hij knikte en tuurde voor zich uit, alsof hij hun reisdoel kon zien. Hij deed haar denken aan een pijl op een gerichte boog.

‘Lan, Nynaeve verblijft in het Tarasin-paleis en is te gast bij koningin Tylin. Ze zal wel ontkennen dat er gevaar bestaat.’ Dat zou ze zeker doen, en heel verontwaardigd zijn als Egwene Nynaeve goed kende, en dat was het geval. ‘Probeer het niet op de spits te drijven – je weet hoe koppig ze kan zijn – maar let er verder niet op. Bescherm haar zo nodig zonder dat ze het weet.’ Hij zei niets, keek haar niet eens aan. In zijn plaats zou ze honderden vragen hebben. ‘Lan, wanneer je haar vindt, moet je haar zeggen dat Mijrelle jouw binding zal overdragen zodra jullie drieën bij elkaar kunnen komen.’ Ze had eraan gedacht dat nieuws zelf door te geven maar het leek haar beter Nynaeve niet te laten weten dat Lan onderweg was. Ze was even stapel op hem als... als... Als ik op Gawein, dacht ze met zelfspot. Als Nynaeve wist dat hij kwam, zou ze aan niets anders meer denken. En dan kon ze best nog van alles willen, maar ze zou de zoektocht helemaal aan Elayne overlaten. Niet dat ze lui zou liggen dagdromen, maar het zoeken zou met sterretjes voor haar ogen plaatsvinden. ‘Luister je wel, Lan?’

‘Tarasin-paleis,’ zei hij vlak, zonder zijn ogen van de verte af te wenden. ‘Gast van koningin Tylin. Ontkent wellicht in gevaar te zijn. Koppig, alsof ik dat al niet wist.’ Daarna pas keek hij haar aan en dat had ze veel liever niet gezien. Ze was vervuld van saidar, vol van warmte, vreugde en macht, van het pure leven, maar een ontzettend sterke oerdrift ziedde in die kilblauwe ogen, een ontkenning van het leven. Zijn ogen waren een gruwel en niets anders. ‘Ik zal haar alles vertellen wat ze moet weten. Je hoort het, ik luister.’

Ze dwong zich zijn blik te beantwoorden zonder in elkaar te kruipen, maar hij wendde zich weer af. In zijn nek had hij een plek, een roodblauwe vlek. Dat kon een liefdesbeet zijn. Misschien moest ze hem waarschuwen, tegen hem zeggen dat zijn uitleg over Mijrelle en hemzelf niet al te... nauwkeurig hoefde te zijn. De gedachte deed haar blozen. Ze probeerde niet naar de vlek te kijken, maar nu die haar was opgevallen, leek ze niets anders meer te zien. Hij zou in elk geval niet zo dwaas zijn. Je kon niet verwachten dat een man verstandig was, maar zelfs mannen deden niet zó warrig.

1 ... 74 75 76 77 78 79 80 81 82 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)