Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Grote Jacht
De Grote Jacht - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Grote Jacht

Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:

De Grote Jacht
1 ... 69 70 71 72 73 74 75 76 77 ... 203
Перейти на страницу:

‘Jij vindt vreemde volgelingen,’ peinsde Ba’alzamon. ‘Heb je altijd gedaan. Deze twee. Het meisje dat probeert over je te waken. Een armzalige lijfwacht, Verwantslachter. Al kon ze een heel leven groeien, ze zal toch nooit zo sterk worden dat jij je achter haar kunt verschuilen.’

Meisje? Wie? Moiraine is zeker geen meisje. ‘Ik weet niet waar je het over hebt, Vader van de Leugen. Je liegt en liegt en zelfs als je de waarheid spreekt, verwring je die tot een leugen.’ is dat zo, Lews Therin? Jij weet wat je bent, wie je bent. Ik heb het je gezegd. Net als die vrouwen van Tar Valon.’ Rhand bewoog en Ba’alzamon uitte een lach als een lichte donderslag. ‘Ze denken dat ze veilig in hun Witte Toren zitten, maar zelfs onder hen zijn mijn volgelingen te vinden. De Aes Sedai die Moiraine heet, heeft je verteld wie je bent, nietwaar? Heeft zij gelogen? Of hoort ze bij mij? De Witte Toren wil jou als een hond aan de riem leggen. Lieg ik? Lieg ik als ik zeg dat je de Hoorn van Valere zoekt?’ Weer lachte hij en ondanks de rust van de leegte wilde Rhand zijn oren dichtstoppen. ‘Soms strijden oude vijanden zo lang dat ze bondgenoten worden zonder dat ooit te beseffen. Ieder denkt de ander te treffen, maar ze zijn zo nauw met elkaar verbonden dat ze zichzelf slaan.’ ik ben niet met je verbonden,’ zei Rhand. ‘Ik wijs je af.’

‘Duizenden lijnen binden jou aan mij, Verwantslachter, en elke lijn is fijner dan zijde en sterker dan staal. De Tijd heeft duizenden koorden tussen ons geweven. De strijd die wij hebben gestreden – herinner jij je er nog iets van? Heb jij ook maar het flauwste vermoeden dat we eerder hebben gestreden? Dat we talloze veldslagen hebben geleverd vanaf het begin van de Tijd? Ik weet veel dat jij niet weet! Die strijd zal weldra eindigen. De Laatste Dag komt dichterbij. De laatste, Lews Therin. Denk je echt dat je die kunt ontlopen? Armzalige bevende worm. Jij zult me dienen of sterven! En deze keer zal de kring niet nog eens met je dood beginnen. Het graf behoort aan de Grote Heer van het Duister. Deze keer zul je als je sterft, volledig en volkomen vernietigd worden. Deze keer zal het Rad worden gebroken, wat je ook doet, en de wereld zal in een nieuwe vorm worden gegoten. Dien mij! Dien Shai’tan of word voor altijd vernietigd!’ Bij het noemen van die naam leek de lucht dik te worden. De duisternis achter Ba’alzamon zwol op, groeide en dreigde alles op te slokken. Rhand voelde hoe het hem omhulde, kouder dan ijs en tegelijk heter dan gloeiende kool, zwarter dan de dood. Hij werd meegezogen in de diepte die de wereld overmeesterde. Hij greep zijn zwaardgevest zo stevig beet dat zijn knokkels pijn deden. ‘Ik wijs je af en ik wijs je macht af. Ik wandel in het Licht. Het Licht behoedt ons en wij schuilen in de hand van de Schepper.’ Hij knipperde met zijn ogen. Ba’alzamon stond er nog steeds en de enorme duisternis hing nog achter hem, maar het leek net of al het andere een droombeeld was geweest. ‘Wil je mijn gezicht zien?’ Een fluistering.

Rhand slikte. ‘Nee.’

‘Zou je moeten doen.’ Een gehandschoende hand ging naar het zwarte masker. ‘Nee!’

Het masker viel weg. Het was een mannengezicht, afschuwelijk verbrand. Maar toch zag de huid er tussen de zwartgerande, rode strepen gezond en glad uit. Donkere ogen staarden Rhand aan; wrede lippen glimlachten met een flits van witte tanden. ‘Kijk naar mij, Verwantslachter, en zie het honderdste deel van je eigen lot.’ Heel even werden ogen en mond doorgangen naar eindeloze grotten van vuur. ‘Dit kan onbeheerste Kracht doen, zelfs met mij. Maar ik genees, Lews Therin. Ik ken de paden naar een grotere macht, die jou zal verteren als een mot in een oven.’

‘Ik raak het niet aan!’ Rhand voelde de leegte om zich heen, voelde saidin. ‘Ik niet.’

‘Je kunt jezelf niet tegenhouden.’

‘Laat – me – met – rust!’

‘Macht.’ Ba’alzamons stem werd zacht en suggestief. ‘Je kunt weer macht bezitten, Lews Therin. Je bent ermee verbonden, nu, op dit moment. Ik weet het. Ik kan het zien. Voel, Lews Therin Verwantslachter! Voel de gloed in je. Voel de macht die de jouwe is. Steek enkel je hand uit. Maar de Schaduw zit ertussen. Waanzin en dood. Je hoeft niet te sterven, Lews Therin, nooit meer.’

‘Nee,’ zei Rhand, maar de stem ging verder en boorde dieper. ‘Ik kan je leren hoe je die macht kunt beheersen, zodat hij je niet vernietigt. Er is niemand anders meer in leven die het jou kan leren. De Grote Heer van het Duister kan je tegen de waanzin beschermen. De macht kan jou behoren en je kunt eeuwig leven. Eeuwig! Jouw enige wederdienst is te dienen. Alleen maar dienen. Eenvoudige woorden – ik ben de uwe, Grote Heer – en de macht zal de jouwe zijn. Een macht die sterker is dan alles waar die vrouwen van Tar Valon over dromen, en eeuwig leven. Alleen als je jezelf aanbiedt en dient.’ Rhand likte zijn lippen. Niet krankzinnig worden. Niet sterven. ‘Nooit! Ik wandel in het Licht,’ kraste hij schor, ‘en je zult me nooit kunnen aanraken!’

‘Aanraken? Jou, Lews Therin? Jou raken? Ik kan je verteren! Voel dit en weet, zoals ik het weet!’

Die zwarte ogen en die mond werden weer laaiende vuren die opsprongen en groeiden tot ze feller vlamden dan een zomerzon. Ze

groeiden en opeens gloeide Rhands zwaard alsof het net uit een smidsvuur kwam. Hij schreeuwde het uit toen het gevest zijn handen brandde, krijste en liet het zwaard vallen. De mist vatte vlam, vlammen die opsprongen, vlammen die alles verteerden. Gillend sloeg Rhand tegen zijn kleren terwijl ze rookten en schroeiden en tot as vervielen, sloeg met handen die zwart werden en verschrompelden toen zijn naakte huid in de vlammen barstte en schilferde. Hij krijste. Pijn sloeg tegen zijn leegte en hij trachtte zich dieper in de leegte te verschuilen. Daar hing de gloed, het bevuilde licht, net buiten zicht. Bijna dol van pijn reikte hij naar saidin, gaf er niet om wat het was, en probeerde die om zich heen te wikkelen, probeerde zich af te schermen tegen de brand en de pijn. Even plotseling als de vlammen waren opgesprongen, waren ze verdwenen. Rhand staarde verwonderd naar zijn hand, die uit de rode mouw van zijn jas stak. Er was nog geen schroeivlekje op de wol te vinden. Ik heb het me allemaal verbeeld. Verbeten keek hij rond. Ba’alzamon was verdwenen. Hurin bewoog in zijn slaap; de snuiver en Loial waren nog steeds gewoon twee hoopjes in de lage mist. Ik heb het me verbeeld.

Voordat de opluchting hem overweldigde, vlijmde er pijn door zijn rechterhand. Hij draaide hem om en keek. Dwars over zijn palm was een reiger ingebrand. De reiger van het gevest, venijnig en rood. Even keurig getekend alsof een vaardig kunstenaar dat had gedaan. Hij tastte in zijn jaszak naar een doek en wikkelde die om zijn hand. De hand begon nu te kloppen. De leegte zou nuttig kunnen zijn – in de leegte was hij zich bewust van de pijn, maar hij had niets gevoeld – maar hij schoof de gedachte terzijde. Hij had nu tweemaal onwetend – en eenmaal opzettelijk, dat kon hij niet vergeten – geprobeerd de Ene Kracht te geleiden terwijl hij in de leegte verkeerde. Daarmee wilde Ba’alzamon hem verlokken. Daarmee wilden Moiraine en de Amyrlin Zetel hem sturen. Hij wilde het niet.

16

In de spiegel van het duister

‘Dat had u niet moeten doen, heer Rhand,’ zei Hurin toen Rhand de anderen in het ochtendgloren wekte. De zon verborg zich nog achter de horizon, maar het was licht genoeg om iets te zien. De mist was in het donker al traag opgetrokken. ‘Als u zichzelf uitput om ons te sparen, mijn heer, wie zorgt er dan voor dat wij thuiskomen?’ ik had tijd nodig om na te denken,’ zei Rhand. Nergens was nog te zien dat er ooit mist had gelegen of dat Ba’alzamon was verschenen. Hij voelde aan de doek om zijn rechterhand, het bewijs dat Ba’alzamon er echt was geweest. Hij wilde hier weg. ‘Tijd dat we opstijgen als we Fajins Duistervrienden willen inhalen. De hoogste tijd. We kunnen onder het rijden wel brood eten.’

1 ... 69 70 71 72 73 74 75 76 77 ... 203
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)