Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Grote Jacht
De Grote Jacht - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Grote Jacht

Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:

De Grote Jacht
1 ... 66 67 68 69 70 71 72 73 74 ... 203
Перейти на страницу:

Een vlekje verscheen – een paard met ruiter; een vrouw zag Perijn, lang voor een ander de ruiter kon onderscheiden – en kwam snel naderbij. Dichterbij gekomen ging ze over in een kalme draf en wuifde zich met één hand koelte toe. Een plompe, grijzende vrouw die haar mantel achter haar zadel had opgerold en die hen allen wazig en met de ogen knipperend aankeek.

‘Da’s een van die Aes Sedai,’ zei Mart teleurgesteld, ik herken haar. Verin.’

‘Verin Sedai,’ zei Ingtar scherp en maakte toen in zijn zadel een buiging voor haar.

‘Moiraine Sedai heeft me gestuurd, heer Ingtar,’ verkondigde Verin met een tevreden glimlach. ‘Ze dacht dat u me misschien nodig had. Wat heb ik hard gereden. Ik dacht dat ik u pas bij Cairhien zou inhalen. U hebt dat dorp natuurlijk gezien? Wat was dat akelig, vindt u niet? En dan die Myrddraal. Boven alle daken vlogen raven en kraaien, maar van hem bleven ze af, al was hij zo dood als een pier. Maar ik moest het gewicht van de Duistere aan vliegen wegjagen voor ik kon zien wat het was. Jammer dat ik geen tijd had om hem los te maken. Ik heb nooit de kans gehad een studie te maken van...’ Opeens kneep ze haar ogen half dicht en haar verstrooide manier van doen verdween als rook. ‘Waar is Rhand Altor?’ Ingtars gezicht betrok. ‘Weg, Verin Sedai. Vannacht verdwenen, zonder enig spoor na te laten. Hij, de Ogier en Hurin, een van mijn mannen.’

‘De Ogier, heer Ingtar? En uw snuiver is met ze mee? Wat kunnen die twee nu gemeen hebben met...’ Ingtar zat haar met open mond aan te staren en ze snoof. ‘Dacht u echt zoiets geheim te kunnen houden?’ Ze snoof opnieuw. ‘Snuivers. Verdwenen, zei u?’

‘Ja, Verin Sedai.’ Ingtar klonk uit z’n doen. Het was nooit prettig te merken dat Aes Sedai je geheimen kenden. Perijn hoopte dat Moiraine niemand over hem had verteld. ‘Maar ik heb... ik heb een nieuwe snuiver.’ De Shienaraanse heer gebaarde naar Perijn. ‘Deze man lijkt de vaardigheid ook te hebben. Vrees niet, ik zal de Hoorn van Valere vinden, zoals ik heb gezworen. Uw gezelschap, Verin Sedai, zal welkom zijn, als u met ons mee wilt rijden.’ Tot Perijns verrassing klonk het niet helemaal gemeend.

Verin wierp een blik op Perijn en hij bewoog ongemakkelijk in zijn zadel. ‘Een nieuwe snuiver, net als u uw vorige kwijtraakt. Wat een... gelukkig toeval. U hebt geen sporen gevonden? Nee, natuurlijk niet. U zei geen sporen. Vreemd. Vannacht.’ Ze verschoof in het zadel en keek om naar het noorden en heel even dacht Perijn dat ze zou terugrijden.

Ingtar keek haar vragend aan. ‘Denkt u dat hun verdwijning iets met de Hoorn te maken heeft, Verin Sedai?’

Verin maakte het zich gemakkelijk. ‘De Hoorn? Nee. Nee, ik... denk het niet. Maar het is vreemd. Heel vreemd. Ik hou niet van vreemde zaken, tot ik ze begrijp.’

‘Ik kan twee man met u meesturen naar de plek waar ze verdwenen zijn, Verin Sedai. Ze kunnen u er zonder moeite recht naartoe brengen.’

‘Nee. Als u zegt dat ze spoorloos zijn verdwenen...’ Ze zat heel lang naar Ingtar te kijken en van haar gezicht viel niets af te lezen, ik rij met u mee. Misschien komen we ze tegen of vinden ze ons terug. Vertel me er alles over tijdens de rit, heer Ingtar. Vertel me alles wat u van deze jongeman weet. Alles wat hij deed, alles wat hij zei.’ Ze vertrokken met een gekletter van harnassen en wapenrustingen.

Verin reed dicht bij Ingtar en vroeg hem van alles, maar te zacht om afgeluisterd te kunnen worden. Ze keek Perijn aan toen hij probeerde zijn plaats in de stoet te behouden en hij liet zich afzakken. ‘Ze moet Rhand hebben,’ fluisterde Mart, ‘niet de Hoorn.’ Perijn knikte. Waar je ook naar toe bent, Rhand, blijf er. Het is er veiliger dan hier.

15

Verwantslachter

Door de manier waarop die vreemde, vage heuvels op Rhand af leken te komen als hij er recht naar keek, ging hij zich duizelig voelen, tenzij hij zich in de leegte hulde. Soms kroop de leegheid onbewust omhoog, maar hij vermeed het als de dood. Beter duizelig dan de leegte te delen met dat afschuwelijke licht. Het was veel beter in het vage land rond te staren. Toch probeerde hij niet in de verte te kijken, tenzij iets recht voor hem lag.

Hurin staarde voor zich uit en schonk alle aandacht aan het ruiken van het spoor, alsof hij het land waar het spoor doorheen liep, probeerde te negeren. Op momenten dat de snuiver wel zag wat er om hem heen lag, schrok hij op en veegde zijn handen aan zijn jas af. Hij stak dan met glazige ogen als een hond zijn neus naar voren en sloot al het andere buiten. Loial zat in elkaar gedoken in het zadel en keek fronsend rond terwijl zijn oren verontrust bewogen. Hij mompelde voortdurend in zichzelf.

Opnieuw reden ze over zwartgeblakerde landen. Zelfs de grond knarste onder de paardenhoeven alsof die was verzengd. De verbrande plekken, soms wel een span wijd, soms slechts een paar honderd pas, liepen allemaal van oost naar west, zo recht als de vlucht van een pijl. Tweemaal zag Rhand het eind van een verbrand gedeelte, eenmaal toen ze eroverheen reden, eenmaal toen ze erlangs reden; ze liepen uit in een punt. Tenminste, die plekken waren zo, maar hij vermoedde dat ze allemaal hetzelfde waren.

Thuis in Emondsveld had hij een keer toegekeken hoe Wallie Eldin een boerenwagen voor Zonnedag versierde. De tafereeltjes en de krullen schilderde Wallie in vrolijke kleuren. Voor de rand zette Wallie de punt van zijn kwast licht tegen de wagen en maakte een dunne lijn die dikker werd door kracht te zetten en dan dunner door kracht te verminderen. Zo zag het land eruit: alsof iemand er met een monsterachtige vuurkwast over had gestreken.

Waar het vuur was geweest, groeide niets, hoewel sommige brandplekken nog het gevoel van een begin gaven. Er zweefde geen enkel roetdeeltje rond, zelfs niet het allerkleinste als hij zich bukte om een zwarte tak af te breken en eraan te ruiken. Oud, maar toch had niets het land weer opgeëist. Zwart ging over in groen en groen in zwart, langs messcherpe lijnen.

Op een eigen manier lag het overige land er even doods bij als de brandplekken, hoewel daar gras op de grond groeide en er bladeren aan de bomen zaten. Alles zag er verbleekt uit, als kleren die te vaak waren gewassen en te lang in de zon hadden gelegen. Er waren geen vogels of dieren. Rhand zag en hoorde ze tenminste niet. Er kringelde geen enkele havik in de lucht, er blaften geen jagende vossen, er floten geen vogels. Er ruiste niets in het gras, niets streek op een boomtak neer. Er was geen bij, geen vlinder. Verschillende keren staken ze een ondiep stroompje over, maar vroeger had het water hier een diepe geul gegraven met steile oevers, waardoor de paarden omlaag en aan de andere kant weer omhoog moesten klauteren. Het water was helder, behalve waar de hoeven modder opwierpen, maar er kronkelde geen visje of kikkervisje in de waterrimpels rond, geen enkel waterspinnetje danste over het oppervlak, er zweefde geen enkele webvleugel.

Het water was te drinken en dat was maar goed ook, aangezien hun waterflessen niet onuitputtelijk waren. Rhand proefde als eerste en liet Loial en Hurin wachten om te zien of er iets met hem gebeurde voordat hij ze liet drinken. Het was zijn schuld dat ze hier waren; hij was verantwoordelijk. Het water was koel en nat, maar dat was dan ook het enige. Net gekookt water, het smaakte nergens naar. Loial vertrok zijn gezicht en de paarden hielden er ook niet van; ze schudden de hoofden en dronken met tegenzin. Er was een teken van leven. Rhand dacht tenminste dat het zoiets moest zijn. Tweemaal zag hij een nevelige streep langs de hemel kruipen, alsof een wolk een lijn trok. De strepen leken te recht om natuurlijk te zijn, maar hij kon zich niet voorstellen wie ze trok. Hij vertelde het maar niet tegen de anderen. Misschien zagen zij de strepen niet. Hurin had slechts aandacht voor het spoor en Loial was in zichzelf teruggetrokken. Ze zeiden in ieder geval helemaal niets over die strepen.

1 ... 66 67 68 69 70 71 72 73 74 ... 203
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)