Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Grote Jacht
De Grote Jacht - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Grote Jacht

Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:

De Grote Jacht
1 ... 68 69 70 71 72 73 74 75 76 ... 203
Перейти на страницу:

‘Inderdaad, heer Rhand.’ Hurin spoorde met zijn laarzen zijn paard aan. ‘Inderdaad.’

Maar tegen het vallen van de avond hadden ze nog steeds geen Duistervriend gezien en Hurin zei dat het spoor zwakker was dan die ochtend. De snuiver bleef in zichzelf over ‘herinneren’ mompelen. Er was geen teken geweest. Echt geen enkel. Rhand was niet zo’n goede spoorzoeker als Uno, maar van iedere jongen in Tweewater werd verwacht dat hij goed genoeg was om een verdwaald schaap of een sappig konijntje te kunnen vangen. Hij had niets gezien. Het was net of geen enkel levend wezen het land ooit had verstoord. Er had iets moeten zijn als de Duistervrienden op hen voorlagen. Hurin bleef echter het spoor volgen dat hij zei te ruiken. Toen de zon de horizon raakte, sloegen ze een kamp op in een bosje dat niet door het vuur was aangetast. Ze aten wat uit hun zadeltassen; platbrood en gedroogd vlees, dat ze met het smakeloze water wegspoelden. Nauwelijks een voedzame maaltijd, taai en verre van smakelijk. Rhand dacht dat ze genoeg hadden voor een week. Daarna... Hurin at langzaam, vastbesloten, maar Loial slokte zijn maal weg met een grimas en maakte het zich met zijn pijp gemakkelijk, zijn grote vechtstok bij de hand. Rhand hield hun vuur klein en goed verborgen tussen de bomen. Fajin, zijn Duistervrienden en de Trolloks waren misschien zo dichtbij dat ze het vuur konden zien, ondanks Hurins zorgen over hun vreemde spoor. Hij vond het vreemd dat hij over hen was gaan denken als Fajins Duistervrienden en Trolloks. Fajin was slechts een gek. Waarom hebben ze hem dan bevrijd? Fajin had deel uitgemaakt van het plan van de Duistere om hem te vinden. Misschien had het daarmee te maken. Waarom gaat hij er dan vandoor en maakt hij geen jacht op mij? En wat heeft die Schim gedood? Wat is er gebeurd in die kamer vol vliegen ? En die ogen die me in Fal Dara beloerden. En die wind die me ving, me als een kever in hars vasthield. Nee. Nee, Ba’alzamon moet wel dood zijn. De Aes Sedai geloofden dat niet. Moiraine geloofde het niet, en de Amyrlin evenmin. Koppig weigerde hij er verder over na te denken. Het enige waar hij nu aan moest denken, was die dolk voor Mart vinden. Fajin vinden, en de Hoorn. Het is nooit voorbij, Altor!

De stem leek als een lichte bries ergens in zijn hoofd te fluisteren, een dun ijzig gemompel dat zich diep in zijn geest boorde. Hij had bijna de leegte gezocht om eraan te ontsnappen, maar toen bedacht hij wat daar op hem wachtte en onderdrukte hij dat verlangen. In het halve schemerduister oefende hij de zwaardvormen op de manier die Lan hem had bijgebracht, maar zonder de leegte. Scheiden van zijde, Honingvogel kust de honingroos en Reiger wadend in het riet voor zijn evenwicht. Hij ging helemaal op in de snelle, zekere bewegingen en vergat een tijdlang waar hij was. Hij bleef oefenen tot hij helemaal bezweet was. Maar na afloop kwam het allemaal weer terug. Er was niets veranderd. Het was niet koud, maar hij huiverde en trok zijn mantel om zich heen toen hij bij het vuur neerhurkte. De anderen zagen in welke stemming hij verkeerde en aten snel en stil. Niemand maakte bezwaar toen hij zand over de laatste flakkerende vlammetjes schopte.

Rhand nam zelf de eerste wacht. Hij liep met zijn boog langs de rand van het bosje en speelde soms wat met zijn zwaard in de schede. De kille maan was bijna vol en stond hoog in de zwarte hemel en de nacht was even stil als de dag was geweest, en even leeg. Leeg was het goede woord. Het land was even leeg als een stoffige melkkan. Je kon moeilijk geloven dat er in deze hele wereld ergens leven was, afgezien van hen drieën. Het viel zelfs amper te geloven dat er ook Duistervrienden waren, ergens voor hen uit.

Om zich wat behaaglijker te voelen, ontrolde hij de mantel van Thom Merrilin en zette de harp en fluit in hun hardleren kistjes op de bonte lapjes. Hij nam de zilvergouden fluit eruit en dacht terug aan de lessen van de speelman, terwijl hij spelend zijn vingers erlangs bewoog en er enkele noten aan ontlokte. De wind in de wilg. Zachtjes, zodat hij de anderen niet zou wekken. Hoe zacht ook, het droeve geluid was te luid voor die plek, te echt. Met een zucht legde hij de fluit terug en rolde alles weer op.

Hij hield tot diep in de nacht de wacht en liet de anderen slapen. Hij wist niet hoe ver de nacht was verstreken toen hij opeens merkte dat er mist opkwam. De mist lag dicht en dik bij de grond en maakte van Hurin en Loial onduidelijke hoopjes die boven de wolken uitstaken. Daarboven was het wat ijler, maar het omringende land werd geheel versluierd en verborgen, op een nabije boom na. De maan leek achter verbleekte zijde te staan. Er kon nu van alles ongezien op hen afkomen. Hij raakte zijn zwaard aan.

‘Zwaarden helpen niet tegen mij, Lews Therin. Dat zou jij toch moeten weten.’

De mist wervelde rond Rhands voeten toen hij zich omdraaide, het zwaard in zijn handen, de reigerkling vlak voor zijn gezicht. De leegte sprong in hem op; voor het eerst merkte hij het besmette licht van saidin amper op.

Een schaduwgestalte met een grote staf kwam door de mist naderbij. Daarachter, alsof de schaduw van de schim enorm was, verduisterde de mist tot die zwarter was dan de nacht. Rhand kreeg kippenvel van de naderende gestalte, tot die overging in de vorm van een man, gekleed in het zwart, met zwarte handschoenen en een zwart masker voor het gezicht en gevolgd door de schaduw. Zijn staf was eveneens zwart, alsof het hout was verkoold, maar toch glad en glanzend als water in maanlicht. Heel even gloeiden de ooggaten in het masker, alsof er eigenlijk vuren achter zaten en geen ogen, maar Rhand wist wie het was.

‘Ba’alzamon,’ hijgde hij. ‘Dit is een droom. Dat kan niet anders. Ik ben in slaap gevallen en...’

Ba’alzamon lachte als het geloei van een open oven. ‘Je probeert altijd te ontkennen wat is, Lews Therin. Als ik mijn hand uitstrek, kan ik je aanraken, Verwantslachter. Ik kan je altijd aanraken. Altijd en overal.’

‘Ik ben de Draak niet! Mijn naam is Rhand Al...’ Rhand klemde zijn tanden op elkaar om zich in te houden.

‘O, ik ken de naam die je nu gebruikt, Lews Therin. Ik ken elke naam die je eeuw na eeuw hebt gebruikt, zelfs allang voordat je de Verwantslachter werd.’ De stem van Ba’alzamon klonk steeds feller; soms vlamden de vuren in zijn ogen zo hoog op dat Rhand door de openingen in het zijden masker kon kijken en een eindeloze vlammenzee zag. ‘Ik ken je. Ik ken je bloed en je afstamming vanaf nu tot aan het eerste sprankje leven dat ooit bestond, helemaal tot aan het Eerste Ogenblik. Je kunt je nooit voor me verbergen! Nooit! Wij zijn even hecht verbonden als twee kanten van dezelfde munt. Gewone mensen kunnen zich verstoppen in het uitgestrekte web van het Patroon, maar een ta’veren valt op als een vuurbaken op een heuvel. En jij, jij valt zo op alsof er tienduizend glinsterende pijlen in de hemel naar je wijzen! Je bent van mij en altijd binnen mijn bereik!’

‘Vader van de Leugen!’ kon Rhand nog net uitbrengen. Ondanks de leegte leek zijn tong vast te plakken aan zijn gehemelte. Licht, alsjeblieft, laat het een droom zijn. De gedachte kriebelde buiten de leegte. Zelfs zo’n droom die geen droom is. Hij kan niet echt vlak voor me staan. De Duistere is verzegeld in Shayol Ghul, verzegeld van de Schepper op het ogenblik van de Schepping... Hij kende de waarheid, dus hielp dat niet echt. ‘Jij hebt de juiste naam! Als je mij zo gemakkelijk kunt grijpen, waarom heb je dat dan nog niet gedaan? Omdat je het niet kunt. Ik wandel in het Licht en je kunt me niet aanraken.’

Ba’alzamon leunde op zijn staf en keek even naar Rhand. Toen bewoog hij zich naar Loial en Hurin en tuurde op ze neer. De enorme schaduw bewoog met hem mee. Hij verstoorde de mist niet, zag Rhand – hij bewoog, de staf zwaaide mee, maar de grijze mist wervelde en warrelde niet rond zijn voeten zoals bij Rhand. Dat sterkte hem. Misschien was Ba’alzamon niet écht hier. Misschien was het een droom.

1 ... 68 69 70 71 72 73 74 75 76 ... 203
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)