Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 69 70 71 72 73 74 75 76 77 ... 217
Перейти на страницу:

Egwene liet Mijrelles woorden voorbijstromen. Brin had haar aangekeken bij het noemen van Mart. De zusters meenden te weten hoe het zat met de Bond en Mart en schonken er weinig aandacht aan, maar Brin had blijkbaar meer belangstelling. Ze hield haar hoofd schuin, zodat de rand van haar hoed haar gezicht in de schaduw hield en nam hem vanuit haar ooghoeken op. Hij had zich met een eed verbonden om het leger op te bouwen en het te leiden tot Elaida afgezet was, maar waarom had hij dat gezworen? Hij had best een veel lichtere belofte kunnen zweren en dat zouden de zusters zeker hebben aanvaard. De Aes Sedai wilden die krijgslieden net als een mombakkes op Kierewiet gebruiken om Elaida aan het schrikken te maken. Dat ze hem aan haar zijde wist, was een troostrijke gedachte; zelfs de andere Aes Sedai leken dat te voelen. Net als haar vader was hij het soort man dat je liet geloven dat er geen reden tot paniek was, hoe slecht de toestand ook was. Ze besefte opeens dat Brin als tegenstander even erg zou zijn als de Zaal, en dat had niets met zijn leger te maken. Siuan had één goedkeurende opmerking over hem gemaakt, namelijk dat hij geweldig was. Ze had haar uitspraak daarna wel meteen laten volgen door de woorden dat ze iets anders bedoelde. Ze diende op te passen voor iedere man die Siuan Sanche geweldig vond.

Ze spetterden een smal stroompje door, een riviertje dat de hoeven amper nat maakte. Een broodmagere kraai pikte in een vis die door het ondiepe water niet verder had kunnen zwemmen, en fladderde met zijn gehavende vleugels als om op te vliegen, maar stortte zich toen weer op zijn voedsel.

Siuan nam Brin eveneens op – de merrie stapte veel gemakkelijker door, wanneer Siuan vergat aan de teugels te rukken en niet op het verkeerde ogenblik met haar hielen in haar flanken porde. Egwene had naar de redenen van heer Brin gevraagd, maar Siuan voelde zich zo in de war door haar banden met die man dat ze slechts wat zure woorden over hem kon opbrengen. Ze haatte Garet Brin ofwel van kop tot teen of ze hield van hem en als Egwene zich een verliefde Siuan Sanche verbeeldde, kon ze zich net zo goed verbeelden dat die kraai achter haar ging zwemmen.

De heuvelrug waar de soldaten van de Bond zich hadden laten zien, vertoonde nu slechts onregelmatige rijen van dode naaldbomen. Ze had hen niet zien wegrijden. Had Mart een naam opgebouwd als soldaat? Zoiets was niet eens met een zwemmende kraai te vergelijken. Ze had aangenomen dat hij vanwege Rhand het bevel voerde en dat was al een brok geweest dat nauwelijks viel te verteren. Iets aannemen omdat je meent het te weten, is gevaarlijk, herinnerde ze zichzelf, Brin opnemend.

‘... behoort te worden gegeseld!’ Mijrelles stem schroeide nog steeds, ‘Ik waarschuw je. Als ik hoor dat je nog eens met die Draakgezworenen praat...’

Wat Brin betrof, leek het regen die langs een rotshoogte afspoelde. Die indruk maakte het althans. Hij reed ontspannen verder, mompelde zo nu en dan: ‘Jawel, Mijrelle Sedai,’ of: ‘Nee, Mijrelle Sedai,’ zonder dat er iets van spanning bleek, terwijl hij het landschap nauwlettend in het oog bleef houden. Ongetwijfeld had hij die soldaten wel zien wegrijden. Hij kon geduld opbrengen – Egwene wist zeker dat er geen onsje vrees bij zat – maar zij had geen zin ernaar te luisteren.

‘Hou je mond, Mijrelle! Niemand gaat heer Brin iets doen.’ Ze wreef over haar slapen en bedacht dat ze een zuster moest vragen haar te helen. Siuan en Mijrelle waren hier niet zo vaardig in. Niet dat ze veel baat bij Heling zou vinden, want het kwam gewoon door gebrek aan slaap en al te veel zorgen. En ze wilde evenmin dat men zou rond fluisteren dat het zware werk een te grote belasting voor haar was. Bovendien waren er andere middelen dan Heling om hoofdpijn aan te pakken, al had ze die nu niet bij zich.

Mijrelles mond verstrakte kort. Ze hield haar hoofd in de nek en keek met een rode blos op haar wangen opzij. Brin leek opeens volledig in beslag genomen door het kijken naar een havik met rode vleugels die links van hen wegcirkelde. Zelfs een dapper man wist wanneer hij zich afzijdig diende te houden. De havik sloot de vleugels en stortte zich achter een bos van verkommerde lederbladbomen op een onzichtbare prooi. Zo voelde Egwene zich ook. Het was alsof ze zich op onzichtbare doelen stortte in de hoop het juiste gekozen te hebben en in de hoop dat er een echt doelwit bestond.

Ze haalde diep adem en had liever gehad dat ze niet zo beefde. ‘Desondanks, heer Brin, denk ik dat u heer Talmanes beter niet kunt opzoeken. U weet onderhand toch wel genoeg van zijn bedoelingen.’ Het Licht mocht geven dat Talmanes er nog niet te veel had uitgeflapt. Jammer dat ze Leane en Siuan niet met een waarschuwing naar hem toe kon sturen. Maar denkend aan de gevoelens onder de zusters kon ze dan net zo goed een persoonlijk bezoek aan Rhand brengen.

Brin maakte een buiging in zijn zadel. ‘Zoals u beveelt, Moeder.’ In zijn toon klonk geen spot door. Nooit eigenlijk. Hij had waarschijnlijk geleerd zijn stem te beheersen wanneer hij met Aes Sedai sprak. Siuan hield zich aan de staart van de groep op en keek hem fronsend aan. Misschien kon zij hem ontfutselen waar zijn trouw lag. Ondanks alle vijandschap bracht ze heel wat tijd in zijn gezelschap door, veel meer dan ze eigenlijk hoefde.

Met moeite hield Egwene haar handen aan de teugels van Daishar en niet tegen haar hoofd. ‘Hoe ver nog, heer Brin?’ Het was nog moeilijker het ongeduld uit haar stem te bannen.

‘Nog een klein stukje, Moeder.’ Om een of andere reden draaide hij zich half en half om voor een blik op Mijrelle. ‘Niet zo ver meer.’ In deze streek werden steeds meer boerderijen zichtbaar. Ze waren zowel tegen heuvelhellingen als op vlakkere grond gebouwd, hoewel de Emondsveldse in Egwene boeren hier een zinloze onderneming vond. Lage grijze stenen huizen en schuren en niet omheinde weilanden met enkele broodmagere koeien en droef ogende schapen met zwarte staartjes. Verreweg de meeste boerderijen waren niet in vlammen opgegaan, slechts hier en daar een. Vermoedelijk moesten de branden aan anderen duidelijk maken wat er zou gebeuren wanneer ze zich niet voor de Herrezen Draak uitspraken.

Op een boerderij zag ze een bevoorradingsploeg van heer Brin met een wagen. Dat het zijn mannen waren, was even duidelijk door de wijze waarop hij naar hen keek en knikte, als door het ontbreken van de witte vaan. De Bond zorgde dat hij opviel en sommige soldaten droegen de laatste tijd een rode doek om de arm. Een handvol runderen en zo’n twintig schapen loeiden en blaatten onder bewaking van mannen te paard. Andere mannen droegen zakken uit de schuur naar de wagen, daarbij langs een plompe boer en zijn gezin stappend, een triest uitziend stel in donkere ruwe wol. Een meisje dat net als de anderen een brede hoed droeg, hield haar gezicht huilend in de rok van haar moeder gedrukt. Enkele jongens hadden de vuisten gebald, alsof ze wilden vechten. De boer zou er geld voor ontvangen, maar als hij het gekochte voedsel feitelijk niet kon missen en zich niet durfde te verzetten tegen een twintigtal mannen in borstkurassen en helmen, zouden de verbrande boerderijen hem tot nadenken hebben gestemd. Heel vaak vonden Brins krijgslieden verkoolde lijken in de puinhopen; mannen, vrouwen en kinderen die tijdens een vluchtpoging waren gestorven. Soms waren de deuren en ramen van buiten versperd.

Egwene vroeg zich af of er een manier bestond om boeren en dorpelingen ervan te overtuigen dat er een verschil was tussen struikrovers en het leger. Ze wilde dat heel graag, maar wist niet hoe, tenzij ze haar eigen krijgslieden honger liet lijden en dan zouden zij weglopen. Als de zusters geen verschil zagen tussen de rovers en de Bond, bestond er voor het boerenvolk al helemaal geen hoop. Terwijl de boerderij achter hen uit het zicht verdween, weerstond ze de aandrang zich voor een laatste blik om te draaien. Kijken hielp niets.

Heer Brin kwam zijn belofte na. Na drie tot vier span – drie of vier in vogelvlucht; tweemaal zoveel door de aard van dit land – reden ze een heuvelrug op met hier en daar struikgewas en bomen, waar hij de teugels aantrok. De zon stond nu halverwege de ochtend. Onder hen liep een andere weg, smaller en veel kronkeliger dan de weg bij hun kamp. ‘Ze hadden het idee dat ze door ’s nachts te rijden veilig langs de bandieten konden komen,’ zei hij. ‘Geen slecht idee, zoals is gebleken, en anders bezitten ze het geluk van de Duistere. Ze komen uit Caemlin.’

1 ... 69 70 71 72 73 74 75 76 77 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)