Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Grote Jacht
De Grote Jacht - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Grote Jacht

Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:

De Grote Jacht
1 ... 64 65 66 67 68 69 70 71 72 ... 203
Перейти на страницу:

‘Drie mannen en drie paarden verdwijnen niet zomaar,’ gromde Ingtar. ‘Zoek de grond nog eens af, Uno. Als iemand kan ontdekken waar ze heen zijn, ben jij het.’

‘Misschien zijn ze er gewoon vandoor,’ zei Mart. Uno bleef staan en keek hem woest aan. Alsof bij een Aes Sedai uitvloekt, dacht Perijn verbaasd.

‘Waarom zouden ze wegvluchten?’ De stem van Ingtar klonk gevaarlijk zachtjes. ‘Rhand, de Bouwer, mijn snuiver – mijn snuiver! – waarom zou een van hen, laat staan alledrie, ervandoor gaan?’ Mart haalde zijn schouders op. ‘Ik weet het niet. Rhand was...’ Perijn wilde iets naar hem toe gooien, hem slaan, iets doen om hem tegen te houden, maar Ingtar en Uno stonden te kijken. Hij voelde zich ontzettend opgelucht toen Mart aarzelde, vervolgens beide handen opstak en mompelde: ‘Ik weet niet waarom. Ik dacht zomaar dat ze dat misschien hadden gedaan.’

Ingtar grimaste. ‘Ervandoor gaan,’ grauwde hij alsof hij het geen moment had geloofd. ‘De Bouwer kan gaan waar hij wil, maar Hurin zou er nooit vandoor gaan. En Rhand Altor evenmin. Dat zou hij niet doen; hij kent nu zijn plicht. Ga verder, Uno. Zoek de grond nog eens af.’ Uno maakte een halve buiging en haastte zich weg; zijn zwaardgevest wipte boven zijn schouder op en neer. Ingtar mopperde: ‘Waarom zou Hurin midden in de nacht op zo’n manier vertrekken, en zonder iets te zeggen? Hij weet wat we moeten doen. Hoe kan ik zonder hem dat Schaduwgebroed volgen? Ik zou duizend goudkronen geven voor een troep speurhonden. Als ik niet beter zou weten, zou ik zeggen dat Duistervrienden dit hebben uitgevreten, zodat ze ongemerkt naar het oosten of westen kunnen wegglippen. Vrede, ik weet niet eens of ik nog iets beter weet.’ Hij stampte achter Uno aan.

Perijn bewoog zich onrustig. De Duistervrienden liepen ongetwijfeld ieder moment verder op hen uit. Ze vluchtten steeds verder weg met de Hoorn van Valere en de dolk uit Shadar Logoth. Hij dacht niet dat Rhand, wat hij ook was geworden en wat er ook met hem was gebeurd, die jacht zou opgeven. Maar waar was hij heen gegaan? En waarom? Loial had uit vriendschap met Rhand mee kunnen gaan, maar waarom Hurin?

‘Misschien is hij gevlucht,’ mompelde hij en keek toen rond. Niemand leek het te hebben gehoord; zelfs Mart lette niet op hem. Hij woelde met zijn hand door zijn haar. Als er Aes Sedai achter hem aan zaten omdat hij een valse Draak was, zou hij er ook vandoor gaan. Maar zijn bezorgdheid om Rhand zorgde er niet voor dat de Duistervrienden werden opgespoord.

Misschien bestond er een manier, als hij bereid was die te gebruiken. Hij wilde het niet. Hij was ervoor op de vlucht, maar misschien kon hij nu niet langer vluchten. Dit zal me leren om wat van Rhand te zeggen. Ik wou dat ik ervandoor kon gaan. Zelfs nu hij wist hoe hij hulp kon bieden – hoe hij móést helpen – aarzelde hij. Niemand keek naar hem. Niemand zou weten wat ze zagen, zelfs niet als ze goed keken. Ten slotte sloot hij na lang aarzelen zijn ogen en liet zichzelf drijven, liet zijn gedachten wegdrijven, naar buiten, van hem weg.

Vanaf het begin had hij geprobeerd het te ontkennen, lang voor zijn ogen van donkerbruin in glanzend goudgeel begonnen te veranderen. Bij die eerste ontmoeting, dat eerste moment van herkenning, had hij het niet willen geloven en sindsdien had hij het niet willen erkennen. Nog steeds wilde hij ervoor vluchten. Zijn gedachten dreven rond, voelden naar wat daarbuiten moest zijn, naar wat altijd daarbuiten rondzwierf in streken waar geen of heel weinig mensen woonden, voelden naar zijn broeders. Hij wilde liever niet op die manier denken, maar het waren zijn broeders. In het begin was hij bang geweest dat deze daad uit het kwaad van de Duistere voortkwam of iets van de Ene Kracht was. Allebei heel slecht voor iemand die niets liever dan smid wilde zijn en die zijn leven in het Licht en in vrede wilde leven. Vanaf die tijd wist hij iets van Rhands gevoelens: bang van zichzelf en vies van zichzelf. Hij had dat nog steeds niet helemaal overwonnen. Wat hij deed, was echter ouder dan mensen die de Ene Kracht gebruikten, iets uit de Dageraad van de Tijd. Niet de Kracht, had Moiraine hem verteld. Iets wat al lang geleden was verdwenen en nu weer was opgestaan. Egwene wist het ook, al had hij dat liever niet gewild. Hij wilde dat niemand ervan wist. Hij hoopte dat ze het niemand had verteld. Contact. Hij voelde ze, voelde andere geesten. Voelde zijn broeders, de wolven.

Hun gedachten kwamen als een wervelende wanorde van beelden en gevoelens. Aanvankelijk had hij slechts naakte gevoelens herkend, maar nu vond zijn geest er woorden voor. Wolfsbroeder. Verrassing. Tweepoot die praat. Een vaag beeld, nevelig door de tijd, ouder dan oud, van mannen die met de wolven meerenden, twee wolvenpakken die samen jaagden. Wie hebben gehoord dat dit weerkomt. Ben jij Langtand?

Het was een vaag beeld van een man die gekleed was in huiden, met een lang mes in zijn hand, maar over dat beeld heen, meer naar het midden, stond een ruige wolf met één tand die langer was dan de rest. Een stalen tand die glansde in het zonlicht, toen de wolf het pak door de diepe sneeuw in een wanhopige aanval naar het hert leidde, dat leven betekende en de trage hongerdood zou verdrijven, maar het hert sprong in de zon weg. De zachte sneeuw kwam tot hun buiken en de zon glinsterde op het wit tot de ogen pijn deden en de wind huilde door de bergpassen, wervelde de poedersneeuw op als mist en... Wolvennamen waren altijd ingewikkelde beelden. Perijn herkende de man. Elyas Machera, die bij zijn eerste ontmoeting met de wolven was geweest. Soms wilde hij dat hij Elyas nooit had ontmoet.

Nee, dacht hij en probeerde in zijn geest een beeld van zichzelf te vormen.

Ja. We hebben van jou gehoord.

Het was niet het beeld dat hij had gevormd: een jongeman met stevige schouders en warrige bruine krullen, een jongeman met een bijl aan zijn riem die volgens anderen traag bewoog en dacht. Die man was ook ergens in de wolvengeest aanwezig, maar zijn beeld werd overheerst door een enorme wilde stier met gebogen hoorns van glanzend metaal, die door de nacht rende met de snelheid en uitbundigheid van de jeugd. Zijn krullende vacht glom in het maanlicht, toen hij zich in de bijtende wind tussen de Witmantelruiters wierp. In de kou en het donker was het bloed rood op de hoorns en...

Jonge Stier.

Door de schok verloor Perijn heel even het contact. Hij had nooit kunnen dromen dat ze hem een naam hadden gegeven. Hij wilde dat hij kon vergeten hoe hij die had verdiend. Hij raakte de bijl aan zijn riem aan, met het glanzende halvemaanvormige blad. Het Licht helpe me, ik heb twee mannen gedood. Zij zouden mij en Egwene zelfs nog eerder hebben gedood, maar...

Hij zette het allemaal van zich af. Het was gebeurd en voorbij; hij wilde het voorgoed vergeten. Hij gaf de wolven de geur van Rhand, Loial en Hurin en vroeg of ze het drietal hadden geroken. Dat was een van de dingen die hij had verkregen toen zijn ogen veranderden: hij kon mensen nu aan hun geur herkennen, zelfs wanneer hij ze niet zag. Hij kon ook scherper zien, altijd iets zien, behalve in het pikkedonker. Hij vroeg nu altijd snel om lantaarns en kaarsen, soms al voor anderen aan de noodzaak dachten.

Van de wolven kwam een beeld van mannen te paard die de kom laat in de middag naderden. Dat was het laatste wat ze van Rhand of de andere twee hadden gezien of geroken.

Perijn aarzelde. De volgende stap zou nutteloos zijn tenzij hij het aan Ingtar vertelde. En Mart zal sterven als we die dolk niet vinden. Bloedvuur, Rhand, waarom heb je die snuiver meegenomen? Die ene keer dat hij met Egwene naar de kerkers was gegaan, deed Fajins stank zijn haren recht overeind staan, zelfs Trolloks roken niet zo smerig. Hij had zich door de tralies van de kerker willen bijten om de man in stukken te scheuren en toen gemerkt dat zijn eigen aard hem meer angst aanjoeg dan Fajin. Om Fajins stank in zijn eigen geest te verzwakken, voegde hij er de geur van Trolloks aan toe voor hij luid riep.

1 ... 64 65 66 67 68 69 70 71 72 ... 203
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)