Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Grote Jacht
De Grote Jacht - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Grote Jacht

Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:

De Grote Jacht
1 ... 63 64 65 66 67 68 69 70 71 ... 203
Перейти на страницу:

Hij hoopte dat hij zeker klonk. Hij had geen idee hoe de Stenen werkten, of zijn inspanning enige kans op succes had. Misschien bestaan er regels voor het gebruik. Misschien moet je iets bijzonders doen. Misschien kun je dezelfde Steen niet tweemaal gebruiken, of... Hij onderdrukte die gedachtestroom. Daarmee viel niets te winnen. Hij had het om te gebruiken. Hij bleef naar Loial en Hurin kijken en meende te weten wat Lan bedoelde met de plicht die als een berg op je schouders rustte.

‘Heer, ik denk...’ Hurin liet zijn woorden wegsterven en keek heel even beschaamd. ‘Heer, misschien kunnen we als we de Duistervrienden vinden, een van hen dwingen ons te vertellen hoe we eruit moeten komen.’

‘Ik zou het een Duistervriend of zelfs de Duistere zelf vragen als ik dacht een eerlijk antwoord te krijgen,’ zei Rhand. ‘Maar wij zijn de enigen hier. Alleen wij drieën.’ Alleen ik. Ik ben degene die het moet doen.

‘We kunnen hun spoor volgen, heer. Als we hen inhalen...’ Rhand staarde de snuiver aan. ‘Kun je ze nog steeds ruiken?’

‘Dat kan ik, heer,’ zei Hurin met een frons. ‘Het is zwak, net zo bleek als al het andere hier, maar ik kan het spoor ruiken. Daarboven, recht voor ons.’ Hij wees naar de rand van de kom. ‘Ik begrijp het niet, heer, maar... gisteravond zou ik hebben gezworen dat het spoor rechtdoor langs deze ondiepte liep, daarachter waar wij waren. Nou, het ligt op dezelfde plaats, maar dan hier, en zwakker, zoals ik al zei. Niet oud, niet zwak op die manier, maar... Ik weet het niet, heer Rhand, maar het is er wel.’

Rhand dacht na. Als Fajin en zijn Duistervrienden hier waren – waar hier ook was – zouden ze mogelijk weten hoe ze terug konden komen. Dat moest wel, als ze hier eerder waren gekomen. En zij hadden de Hoorn en de dolk. Mart moest die dolk hebben. Alleen daarvoor moest hij hen al vinden. Hij nam een besluit. Hij schaamde zich het toe te geven, wilde niet zeggen dat hij bang was het opnieuw te proberen. Bang voor een nieuwe poging de Kracht te gebruiken. Hij was minder bang om samen met Hurin en Loial Duistervrienden en Trolloks te bevechten dan te geleiden.

‘Dan gaan we de Duistervrienden achterna.’ Hij probeerde het vastberaden te zeggen, zoals Lan zou doen, of Ingtar. ‘De Hoorn moet worden teruggewonnen. Zelfs al kunnen we niets bedenken om die van hen af te pakken, dan zullen we in ieder geval weten waar ze zijn als Ingtar ons weer vindt.’ Als ze me maar niet vragen boe we hem moeten terugvinden. ‘Hurin, zorg ervoor dat we het goede spoor volgen.’

De snuiver sprong in het zadel, gretig zelf iets te kunnen doen, misschien gretig om de ondiepte te verlaten, en liet zijn paard de brede gekleurde trappen opstappen. De hoeven van het paard klakten luid op de steen maar lieten geen krasje achter.

Rhand schoof de kluisters van Rood in zijn zadeltas – de banier zat er nog steeds. Ik had het niet erg gevonden als die achter was gebleven. Hij raapte zijn boog en pijlkoker op en klom op de rug van de hengst. De bundel van Thom Merrilin vormde een dikke bult achter zijn zadel.

Loial leidde zijn grote ros naar hem toe. De Ogier stond nog steeds op de grond, maar zijn hoofd reikte haast tot Rhands schouders, zelfs nu die in het zadel zat. Loial zag er nog steeds nadenkend uit. ‘Denk jij dat we hier zouden moeten blijven?’ vroeg Rhand. ‘Opnieuw proberen de Steen te gebruiken? Als de Duistervrienden hier zijn, op deze plek, dan moeten we ze vinden. We kunnen de Hoorn van Valere niet in handen van Duistervrienden laten; je hebt dat de Amyrlin horen zeggen. En we moeten die dolk terugkrijgen. Anders sterft Mart.’

Loial knikte. ‘Ja, Rhand, dat moeten we. Maar, Rhand, die Stenen...’

‘We vinden wel een andere. Je zei dat ze overal stonden en als ze allemaal zo zijn – met die stenen trappen eromheen – zal het niet moeilijk zijn er een te vinden.’

‘Rhand, dat fragment zei dat de Stenen uit een eerdere eeuw stamden dan de Eeuw der Legenden. Zelfs de Aes Sedai van toen begrepen ze niet, hoewel enkelen van de machtigsten ze met de Ene Kracht gebruikten, Rhand. Hoe dacht jij die Steen te gebruiken om ons terug te brengen? Of een andere Steen die we zien?’ Heel even kon Rhand de Ogier alleen maar aanstaren, sneller denkend dan hij ooit had gedaan. ‘Als ze ouder zijn dan de Eeuw der Legenden, hebben de mensen die ze maakten misschien niet de Kracht gebruikt. Er moet een andere manier zijn. De Duistervrienden zijn hier gekomen en die gebruiken zeker de Ene Kracht niet. Wat voor andere manier ook, Loial, ik zal erachter komen. Ik zal ons terugbrengen, Loial.’ Hij keek naar de hoge stenen zuil met zijn vreemde tekens en rilde van angst. Licht, als ik daar de Kracht maar niét voor hoef te gebruiken. ‘Dat zal ik, Loial. Ik beloof het. Hoe dan ook.’ De Ogier knikte weifelend. Hij zwaaide zich op zijn enorme ros en volgde Rhand de trappen op om zich bij Hurin tussen de zwarte bomen te voegen.

Het land strekte zich voor hen uit, laag en golvend, spaarzaam bebost, met hier en daar wat grasland en door meerdere waterstromen doorsneden. Halverwege de horizon meende Rhand nog een verkoolde plek te zien. Alles zag vaal, met fletse kleuren. Nergens viel iets van mensen te bespeuren, afgezien van de stenen cirkel achter hen. De hemel was leeg, geen schoorsteenrook, geen vogels, alleen een paar wolken en de bleekgele zon.

Maar het ergste van alles was dat het land voor zijn ogen scheen te draaien. Wat dichtbij was, scheen in orde en ook wat je recht vooruit zag. Maar iedere keer wanneer Rhand zijn hoofd draaide, leken dingen die vanuit zijn ooghoeken ver weg hadden geleken, op hem af te snellen. Ze waren dichterbij wanneer hij er recht naartoe keek. Het maakte hem duizelig, zelfs de paarden hinnikten zenuwachtig en rolden met hun ogen. Hij probeerde zijn hoofd langzaam te draaien; de valse beweging van dingen die rotsvast moesten staan, bleef doorgaan, maar het leek iets te helpen.

‘Heeft dat stuk van je boek hier iets over gezegd?’ vroeg Rhand. Loial schudde het hoofd, slikte toen stevig, alsof hij het liever had stilgehouden. ‘Niets.’

‘Ik veronderstel dat we er niets aan kunnen doen. Welke kant op, Hurin?’

‘Naar het zuiden, heer Rhand.’ De snuiver bleef naar de grond kijken.

‘Naar het zuiden dan.’ Er moest nog een andere weg terug bestaan, afgezien dan met de Ene Kracht. Rhand dreef zijn hielen in de flanken van Rood. Hij probeerde zijn stem opgewekt te laten klinken, alsof hij voor hen drieën geen enkel probleem zag. Wat had Ingtar ook al weer gezegd? Drie of vier dagen van dat gedenkteken van Artur Haviksvleugel af? ‘Ik vraag me af of dat hier ook bestaat, net zoals de Stenen hier bestaan. Als dit een wereld is die kan zijn, staat het er misschien nog. Zou dat niet de moeite van het bekijken waard zijn, Loial?’

Ze reden naar het zuiden.

14

Wolfsbroeder

‘Weg?’ wilde Ingtar weten. ‘En mijn schildwachten hebben niets gezien? Niets!? Ze kunnen toch niet zomaar verdwenen zijn!’ Perijn zat met ingedoken schouders te luisteren en naar Mart te kijken, die een eindje verder fronsend in zichzelf stond te mompelen. Het leek wel of hij ruzie met zichzelf maakte. De zon wierp de eerste stralen over de horizon en ze hadden allang in het zadel moeten zitten. De schaduwen strekten zich lang en dun over de kom uit, maar vertoonden nog steeds de vorm van de bomen. De pakpaarden, bepakt en van leidsels voorzien, schraapten ongeduldig over de grond, maar iedereen stond naast zijn rijdier en wachtte. Uno kwam aanbenen. ‘Nog geen geitenkeutel, heer.’ Hij klonk beledigd. Dat hij had gefaald, beschaamde zijn kunde. ‘Bloedvuur, nog geen krasje van een bloedhoef. Ze zijn gewoon in de vervloekte lucht opgegaan.’

1 ... 63 64 65 66 67 68 69 70 71 ... 203
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)