Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Grote Jacht
De Grote Jacht - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Grote Jacht

Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:

De Grote Jacht
1 ... 60 61 62 63 64 65 66 67 68 ... 203
Перейти на страницу:

‘Zeg dat wel, maar een klein vuurtje.’ Verin lachte blaffend maar hield zich in na een blik op Nynaeves gezicht. ‘Gaat het, kind? Als je je niet goed voelt, kan ik...’ Nynaeve schudde het hoofd en Verin knikte. ‘Je hebt rust nodig, jullie allebei. Ik heb jullie te hard laten werken. Jullie moeten rusten. De Amyrlin wil voor dag en dauw vertrekken.’ Ze stond op en bewoog haar voet langs de verkoolde dekens. ‘Ik laat nog een paar dekens brengen. Ik hoop dat dit heeft aangetoond hoe belangrijk beheersing is. Je moet leren te doen wat je wilt doen, en niet meer. Je kunt anderen verwonden als je meer van de Kracht put dan je aankunt. Op dit moment kun je nog niet veel aan, maar het groeit, en als je te veel put, kun je jezelf vernietigen. Je kunt sterven, of jezelf opbranden en vernietigen wat je aan vermogen bezit.’ Alsof ze hun niet net had verteld dat ze op het scherp van een mes liepen, voegde ze er een opgewekt ‘welterusten!’ aan toe en verdween.

Egwene sloeg haar armen om Nynaeve heen en omhelsde haar stevig. ‘Het is in orde, Nynaeve. Je hoeft niet bang te zijn. Als je eenmaal hebt geleerd het te beheersen...’

Nynaeve lachte hees. ‘Ik ben niet bang.’ Haar ogen schoten even schichtig over de rokende dekens. ‘Er is meer dan een vuurtje voor nodig om me bang te maken.’ Maar ze keek niet meer naar de dekens, zelfs niet toen een zwaardhand ze kwam weghalen en nieuwe achterliet.

Verin kwam niet meer, zoals ze al gezegd had. Terwijl ze verder reisden, naar het zuidwesten, dag na dag, zo snel als de krijgslieden konden marcheren, schonk Verin de twee vrouwen niet meer aandacht dan Moiraine of welke andere Aes Sedai dan ook. De Aes Sedai waren niet echt onvriendelijk, maar eerder afstandelijk en afzijdig, alsof iets hen bezighield. Door hun koele houding groeide Egwenes onrust; ze herinnerde zich alle verhalen die ze als kind had gehoord. Haar moeder had haar altijd verteld dat de verhalen over de Aes Sedai een hele hoop onzin van mannen was. Maar noch haar moeder of een andere vrouw in Emondsveld had vóór Moiraine ooit een Aes Sedai ontmoet. Zelf had ze veel tijd met haar doorgebracht, en Moiraine was het bewijs dat niet alle Aes Sedai zo waren als in de verhalen. Daarin waren ze kille, berekenende wezens en genadeloze vernietigers, de Brekers van de Wereld. Ze wist nu eindelijk dat dié Brekers van de Wereld mannelijke Aes Sedai uit de Eeuw der Legenden waren geweest, maar het hielp niet veel. Niet alle Aes Sedai waren zoals in de verhalen, maar hoeveel waren wel zo, en wie? De Aes Sedai die iedere nacht naar de tent kwamen, waren zo verschillend dat ze haar gedachten niet bepaald verhelderden. Alviarin was even koel en zakelijk als een koopman in wol en tobak. Ze was verbaasd dat Nynaeve er ook bij was, maar aanvaardde het. Ze maakte scherpe opmerkingen, maar was altijd bereid het opnieuw te proberen. Alanna Mosvani lachte veel en besteedde minstens evenveel tijd aan verhalen over de wereld en over mannen als aan haar les. Maar Alanna had naar Egwenes smaak te veel belangstelling voor Rhand en Perijn. Vooral voor Rhand. De ergste was Liandrin, die als enige altijd haar stola droeg. De anderen hadden die ingepakt bij hun vertrek uit Fal Dara. Liandrin zat maar met haar rode stola te spelen, leerde hun weinig en dat nog met tegenzin. Ze ondervroeg Egwene en Nynaeve alsof ze van een misdaad waren beschuldigd en haar vragen gingen altijd over de drie jongens. Ze bleef dit volhouden tot Nynaeve haar eruit gooide. Egwene wist niet waarom Nynaeve dat deed en de Aes Sedai verliet hen met een waarschuwing. ‘Pas op, dochters. Jullie zijn niet in je dorp. Nu steek je je neus in dingen die kunnen bijten.’

Eindelijk bereikte de stoet het dorp Medo aan de oevers van de Mora, de grensrivier tussen Shienar en Arafel, die uitmondde in de Erinin.

Egwene wist zeker dat ze door de vragen van de Aes Sedai over Rhand was gaan dromen. Dromen waarin ze zich zorgen maakte of hij en de anderen gedwongen zouden zijn de Hoorn van Valere tot in de Verwording te volgen. Aanvankelijk waren het slechts gewone nachtmerries, maar tegen de tijd dat ze in Medo aankwamen, waren de dromen veranderd.

‘Vergeving, Aes Sedai,’ zei Egwene beschroomd, ‘maar hebt u Moiraine Sedai gezien?’ De slanke Aes Sedai wuifde haar opzij en haastte zich verder door de drukke dorpsstraat die met toortsen verlicht was, terwijl ze iemand toeriep voorzichtig met haar paard te zijn. De vrouw behoorde tot de Gele Ajah, hoewel ze haar stola nu niet droeg. Meer wist Egwene niet van haar, zelfs haar naam niet. Medo was een klein dorp – hoewel Egwene geschokt besefte dat dit ‘kleine dorp’ even groot was als Emondsveld – en overvol door de komst van al die vreemden. De paarden en de bezoekers vulden de smalle straatjes en drongen zich op weg naar de kade langs dorpelingen die knielden als een Aes Sedai zich langs hen heen haastte. Scherp toortslicht verlichtte alles. De twee pieren staken als stenen vingers in de Mora en bij elk lagen twee kleine tweemasters. Er werden paarden aan boord gehesen met behulp van bomen en touwen en zeildoek onder hun buik. Op de rivier dreven in het zwart glanzende maanlicht nog meer schepen met hoge zijboorden en lantaarns aan de masten. Ze waren al beladen of wachtten op hun beurt. Roeiboten voeren boogschutters en piekeniers over, en door hun rechtopstaande pieken leken de boten op enorme egels die half boven water zwommen.

Op de linkerpier vond Egwene Anaiya, die toezag op het laden en iedereen aanspoorde die niet snel genoeg werkte. Ze had nooit meer dan twee woorden met Egwene gewisseld, maar Anaiya leek anders dan de anderen, meer iemand van thuis. Egwene kon zich haar voorstellen als een vrouw in haar keuken bezig met bakken en dat kon ze niet bij de anderen. ‘Anaiya Sedai, hebt u Moiraine Sedai gezien? Ik moet haar spreken.’

De Aes Sedai keek afwezig om. ‘Wat? O, ben jij het, kind. Moiraine is weg. En je vriendin Nynaeve is al aan boord van de Rivierkoningin. Ik moest haar zelf op een boot zetten, terwijl ze bleef roepen dat ze niet zonder jou wilde. Licht, wat een herrie! Je zou nu zelf aan boord moeten zijn. Zoek een boot die de Rivierkoningin aandoet. Jullie reizen met de Amyrlin Zetel mee, dus gedraag je als je aan boord bent. Geen geruzie of buien van woede.’

‘Op welk schip vaart Moiraine Sedai?’

‘Moiraine zit op geen enkel schip, meisje. Ze is weg, al twee dagen, en de Amyrlin is in alle staten.’ Anaiya toonde hoofdschuddend een grimas, hoewel de werklieden nog steeds bijna al haar aandacht kregen. ‘Moiraine en Lan hebben hun hielen nog niet gelicht of Liandrin verdwijnt en vervolgens Verin. Geen van hen heeft er met een woord over gerept, tegen niemand. Verin nam zelfs haar zwaardhand niet mee; Tomas zit voortdurend bezorgd op zijn nagels te kluiven.’ De Aes Sedai tuurde naar de lucht. De wassende maan scheen in een wolkeloze nacht. ‘We zullen de wind opnieuw moeten oproepen en ook daar zal de Amyrlin niet mee in haar schik zijn. Ze zegt dat ze ons binnen het uur op weg naar Tar Valon wil hebben en ze duldt geen oponthoud. Ik zou niet in de schoenen willen staan van Moiraine, Liandrin of Verin als ze hen de volgende keer ziet. Ze zouden wensen dat ze weer Novices waren. Wat is er, kind? Wat is er aan de hand?’

Egwene haalde diep adem. Moiraine weg? Dat kan niet! Ik moet het iemand vertellen, iemand die me niet zal uitlachen. Ze stelde zich Anaiya voor, in Emondsveld, luisterend naar de problemen van haar dochter. De vrouw paste in het beeld. ‘Anaiya Sedai, Rhand is in gevaar.’

Anaiya keek haar peinzend aan. ‘Die lange jongen uit jouw dorp? Je mist hem nu al? Tja, het zou me niet verbazen als hij in gevaar is. Jongelui van zijn leeftijd zijn dat meestal. Ik dacht dat die andere – Mart? – eruitzag of hij problemen zou veroorzaken. Goed, kind, het is niet mijn bedoeling ten koste van jou grapjes te maken of de zaak licht op te nemen. Wat voor soort gevaar, en hoe kun je het weten? Hij en heer Ingtar moeten de Hoorn nu wel in handen hebben en naar Fal Dara zijn teruggekeerd. Of anders hebben zij de Hoorn tot in de Verwording moeten volgen, en ook in dat geval kunnen we niets doen.’

1 ... 60 61 62 63 64 65 66 67 68 ... 203
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)