De Herrezen Draak
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #3
- Год: 1996
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:
22
De prijs van de ring
Egwene was net de gang naar Verins kamer uit toen ze Sheriam tegenkwam. De Meesteresse der Novices keek bezorgd. ‘Als iemand zich niet had herinnerd dat Verin jou had aangesproken, zou ik je niet hebben gevonden.’ Er klonk lichte ergernis in haar stem door. ‘Kom mee, kind. Je houdt alles op. Wat zijn dat voor papieren?’ Egwene drukte ze steviger tegen zich aan. Ze probeerde zowel onderdanig als eerbiedig te antwoorden. ‘Verin Sedai vindt dat ik deze moet bestuderen, Aes Sedai.’ Wat moest ze doen als Sheriam ze wilde inzien? Wat voor uitvlucht kon ze bedenken voor een weigering, welke uitleg kon ze geven aan papieren die alles vertelden over de dertien vrouwen van de Zwarte Ajah en de ter’angrealen die ze hadden gestolen?
Maar Sheriam leek haar vraag meteen weer te vergeten. ‘Laat maar. We zoeken je en iedereen wacht op je.’ Ze nam Egwene bij de arm en dwong haar sneller door te lopen. ‘Gezocht, Sheriam Sedai? Waarom wachten ze?’ Sheriam schudde vermoeid het hoofd. ‘Ben je vergeten dat je tot Aanvaarde wordt verheven? Als je morgen in mijn werkkamer bent, draag je de ring, hoewel ik betwijfel of het je veel zal helpen.’ Egwene wilde blijven staan, maar de Aes Sedai trok haar mee naar een smalle wenteltrap die in de librijemuren omlaag voerde. ‘Vanavond? Nu al? Maar ik slaap al half, Aes Sedai, en ik ben smerig en... Ik dacht dat ik nog enkele dagen had om me klaar te maken, voor te bereiden.’
‘Het uur wacht op geen enkele vrouw,’ zei Sheriam. ‘Het Rad weeft zoals het Rad wil, wannéér het Rad wil. Hoe wil je je voorbereiden? Je weet alles wat je moet weten. Beter dan je vriendin Nynaeve.’ Ze duwde Egwene door een deur onder aan de trap en sleurde haar bijna mee naar een schuin omhoog en omlaag lopende gang. ‘Ik heb naar de lezingen geluisterd,’ protesteerde Egwene, ‘en ik weet ze nog goed, maar... mag ik niet eerst een nachtje slapen?’ Er leek geen eind aan de kronkelende gang te komen.
‘De Amyrlin Zetel heeft besloten dat wachten geen zin heeft.’ Sheriam gaf Egwene naast haar een glimlachje. ‘Of in haar eigen woorden: “Als je eenmaal besloten hebt vis schoon te maken, heeft het geen zin te wachten tot hij stinkt.” Elayne zal nu de bogen al door zijn en de Amyrlin wil dat jij vanavond hetzelfde doet. Niet dat ik de reden achter al die haast begrijp,’ voegde ze eraan toe, half tegen zichzelf, ‘maar als de Amyrlin beveelt, gehoorzamen wij.’
Egwene liet zich zwijgend door de hellende gang leiden en er leek een steen op haar maag te liggen. Nynaeve was allesbehalve mededeelzaam geweest over wat er bij haar Aanvaarding was gebeurd. Ze wilde er helemaal niet over praten en merkte hoogstens met een grimas op: ‘Ik haat de Aes Sedai.’ Toen de helling ver onder de Toren, diep in de rots van het eiland, eindelijk uitmondde in een brede gang, liep Egwene te beven.
De gang was uitgehouwen in de lichte rots die was gladgemaakt maar verder niet was bewerkt. Aan het einde van de gang was een donkere deur zichtbaar, even hoog en breed als een burchtpoort en even eenvoudig, al was hij vervaardigd van goed afgewerkte en naadloos aansluitende planken. Die enorme deur was echter zo goed opgehangen dat Sheriam een zijde met gemak openduwde en Egwene achter haar aan een groot koepelvertrek introk.
‘Dat werd tijd,’ snauwde Elaida. Ze stond opzij, gekleed in haar stola met rode franje, naast een tafel waarop drie grote zilveren kelken stonden.
Lampen op hoge standaards verlichtten het vertrek en wat er midden onder de koepel was opgesteld. Drie ronde zilveren bogen, net hoog genoeg om eronderdoor te lopen, waren bevestigd aan een dikke zilveren ring op de vloer. Bij elk punt waar de bogen de ring raakten, zat een Aes Sedai in kleermakerszit op de kale rotsvloer, en ieder droeg haar stola. Alanna was de zuster van de Groene Ajah, maar de Gele zuster kende ze niet en de Witte evenmin.
Gehuld in de gloed van saidar staarden de drie Aes Sedai strak naar de bogen en binnen het zilveren bouwsel flikkerde en groeide bij wijze van antwoord een gloed. Het bouwsel was een ter’angreaal die in de Eeuw der Legenden misschien voor een ander doel was vervaardigd, maar nu moesten de Novices erdoorheen als ze Aanvaarde wilden worden. Daarbinnen diende Egwene haar vrees onder ogen te zien.
Drie keer. Het witte licht achter elke boog flikkerde niet meer; het bleef binnen alsof het erin gevangen was, maar het vulde de ruimte geheel en maakte hem matwit.
‘Kalm aan, Elaida,’ zei Sheriam rustig. ‘We zijn nu gauw klaar.’ Ze wendde zich tot Egwene. ‘Novices worden nu drie kansen geboden. Je mag tweemaal weigeren naar binnen te stappen, maar na de derde weigering word je voor altijd uit de Toren verbannen. Zo wordt het gewoonlijk gedaan en je hebt zeker het recht nee te zeggen, maar ik denk niet dat een weigering de Amyrlin Zetel genoegen zal doen.’
‘Ze zou deze kans niet eens behoren te krijgen.’ In Elaida’s stem klonk staal door en haar gezicht stond niet veel zachter. ‘Het kan me niet schelen wat haar mogelijkheden zijn. Ze hoort uit de Toren te worden weggestuurd. En als dat niet kan, moet ze de volgende tien jaar maar de vloer boenen.’
Sheriam keek de Rode zuster scherp aan. ‘Bij Elayne was je niet zo hardvochtig. Je hebt geëist erbij te zijn, Elaida – misschien vanwege Elayne – maar nu lever je ook bij deze Novice je aandeel, zoals van je verwacht wordt, anders kun je vertrekken en zoek ik een ander.’ De twee Aes Sedai staarden elkaar zo lang aan dat het Egwene niet verbaasd had als de gloed van de Ene Kracht rondom hen was opgegloeid. Ten slotte knikte Elaida stijf en snoof luid. ‘Als het toch moet gebeuren, laten we het dan doen. Geef dit onnozele kind haar kans te weigeren en dan zijn we klaar. Het is laat.’ ik weiger niet.’ Egwenes stem trilde, maar ze sterkte zich, hield het hoofd hoog en zei met meer zekerheid: ik wil doorgaan.’
‘Goed,’ zei Sheriam. ‘Goed. Ik ga je nu twee dingen zeggen die een vrouw pas hoort als ze op deze plek staat. Als je er eenmaal aan begint, moet je er tot het eind mee doorgaan. Weiger ergens, waar dan ook, en je zult van de Toren worden weggezonden, alsof je driemaal nee had gezegd. Ten tweede. Te zoeken, te streven, is het gevaar kennen.’ Het klonk of ze dit vele malen had gezegd. Er lag iets van mededogen in haar blik, maar haar gezicht stond bijna even streng als dat van Elaida. Haar medeleven maakte Egwene nog banger dan haar strengheid. ‘Sommige vrouwen zijn er binnengegaan en nooit meer teruggekomen. Toen de ter’angreaal werd toegestaan weer te verstillen, waren... ze... er... niet... meer. En ze werden daarna nooit meer gezien. Als je dit wilt overleven, moet je vastberaden zijn. Weifel, faal en...’ Sheriams gezicht versterkte de indruk van wat ongezegd bleef. Egwene beefde. ‘Dit is je laatste kans. Weiger nu en het telt slechts als de eerste keer. Je mag het dan nog tweemaal proberen. Als je het nu aanvaardt, is er geen terugkeer mogelijk. Het is geen schande te weigeren. Ikzelf kon het de eerste keer niet. Kies.’