Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Herrezen Draak
De Herrezen Draak - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Herrezen Draak

Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:

De Herrezen Draak
1 ... 56 57 58 59 60 61 62 63 64 ... 178
Перейти на страницу:

kunnen houden. En Selene... Wie is zij in Lichtsnaam? Wat wil zij? Selene had gelijk gehad met sommige dingen, maar de Amyrlin had hem wel verteld dat ze van plan was hem te gebruiken, en hoe. In zekere zin. Er zaten meer gaten in haar verhaal dan hij leuk vond, te veel gaten waar iets dodelijks doorheen kon glippen. De Amyrlin wilde iets en Selene wilde iets en hij was het touw waar ze beiden aan trokken. Hij dacht dat hij liever tegenover Trolloks zou staan dan tussen die twee gevangen te zitten.

Er moest een uitweg zijn, een weg uit Tar Valon, een manier om aan hun greep te ontsnappen. Als hij eenmaal de rivier over was, kon hij uit de handen van de Aes Sedai blijven, uit die van Selene en ook uit die van de Duistervrienden. Daar was hij zeker van. Er moest een manier zijn. Het belangrijkste voor hem was dat hij alles van alle kanten moest bekijken.

Op de tafel werd de taart koud.

21

Wereld der Dromen

Egwene droogde haar handen aan een handdoek, terwijl ze zich door de schemerig verlichte gang repte. Ze had ze tweemaal gewassen, maar ze voelden nog steeds vettig aan. Ze had niet gedacht dat er zoveel pannen bestonden. Vandaag was het ook nog bakdag geweest, dus moesten er emmers vol as uit de ovens worden gehaald. En de haarden geveegd. En de tafels met fijn zand blank geschuurd en de vloeren op handen en knieën geboend. As en vetvegen vlekten haar witte kleren. Haar rug deed pijn en ze wilde naar bed, maar Verin was naar de keukens gekomen, zogenaamd om een maaltijd in haar kamer te laten brengen, en had haar in het voorbijgaan toegefluisterd langs te komen. Verin had haar vertrekken boven de librije, in gangen die slechts door enkele andere Bruine zusters werden gebruikt. De lucht was er stoffig, alsof de vrouwen die daar huisden, het te druk hadden om ervoor te zorgen dat dienaren daar vaak schoonmaakten, en de gangen hadden vreemde bochten en hoeken en soms stegen of daalden ze onverwachts. Er hingen weinig wandkleden en hun kleurige weefsels waren grauw, doordat ze blijkbaar even weinig werden schoongemaakt als al het andere hier. Veel lampen waren uit, zodat lange stukken somber en duister bleven. Egwene dacht er alleen te zijn, maar verderop zag ze iets wits flitsen, wellicht van een zeer ijverige dienstmeid of Novice. Haar schoenen klikten op de kale zwarte en witte vloertegels; het geluid weerkaatste tegen de wanden. Ze voelde zich hier niet veilig als ze aan de Zwarte Ajah dacht.

Ze zag wat Verin haar had beschreven. Een deur met donkere panelen op een verhoging, naast een stoffig wandkleed met een koning die zich overgaf aan een andere koning te paard. Verin had ze allebei genoemd – mannen die waren gestorven honderden jaren voor Artur Haviksvleugel was geboren. Verin leek al dat soort dingen te weten, maar Egwene kon zich hun namen niet meer herinneren, net zo min als de lang verdwenen landen die ze regeerden. Maar het was het enige wandkleed dat aan Verins beschrijving voldeed.

Als ze het geluid van haar schoenen negeerde, leek de gang nog leger en gevaarlijker. Ze klopte aan en repte zich naar binnen zodra ze een verstrooid ‘Wie is daar? Kom binnen’ hoorde.

Ze deed een stap de kamer in en bleef toen rondstaren. Boekenplanken bedekten de wanden, behalve een deur naar de vertrekken erachter en op plaatsen waar kaarten hingen, vaak over elkaar heen, kaarten van landen en van de nachthemel. Ze herkende sommige sterrenbeelden – de Ploeger en de Opper, de Boogman en de Vijf Gezusters – maar andere waren onbekend. Elk oppervlak lag vol boeken, papieren en rollen en daartussen stonden en lagen allerlei merkwaardige dingen, soms op de boekenstapels zelf. Vreemde voorwerpen van glas of metaal, door bollen of buizen verbonden, of bestaande uit cirkels binnen cirkels, stonden tussen allerlei botten en schedels. Egwene zag een opgezette bruine uil, niet veel groter dan haar hand, op een gebleekte hagedissenschedel. Maar dat kon het niet zijn, want de schedel was langer dan haar arm en bezat gekromde tanden die even lang waren als haar vingers. Her en der waren kaarsen die de schaduwen buiten de lichtcirkels dreigender maakten en brandgevaar opleverden voor de papieren ernaast. De uil knipoogde en ze sprong op. ‘Ach,’ zei Verin. Ze zat achter een tafel die al even vol en rommelig was als de rest van de kamer en hield voorzichtig een uitgescheurde bladzijde vast. ‘Jij bent het. Ja.’ Ze zag Egwene scheefjes naar de uil gluren en zei afwezig: ‘Hij jaagt op muizen. Die vreten papier.’ Haar armzwaai omvatte de hele kamer en bracht haar terug bij het papier in haar hand. ‘Dit is heel boeiend. Rosel van Essam beweert dat ruim honderd bladzijden het Breken hebben overleefd en zij kan het weten, want ze schreef dit nauwelijks tweehonderd jaar later, maar voor zover ik weet, bestaat alleen dit ene blad nog. Misschien wel dit ene afschrift. Rosel schrijft dat het geheimen bevatte die de wereld niet onder ogen mocht krijgen en beschrijft het opzettelijk heel duister. Ik heb de tekst duizenden keren gelezen en geprobeerd te ontraadselen.’ Het uiltje gaf Egwene opnieuw een knipoog. Ze probeerde er niet naar te kijken. ‘Wat staat er geschreven, Verin Sedai?’ Verin knipperde met haar ogen, haast net als het uiltje. ‘Wat er staat? Het is een rechtstreekse vertaling die bij het lezen op een voordracht lijkt van een hofbard in de Hoge Zang. Luister. Hart van het Zwart, Ba’alzamon. Naam verborgen in een naam, verhuld door een naam.

Geheim begraven in een geheim, omgeven door een geheim. Verrader van Hoop. Ishamael verraadt alle hoop. De waarheid brandt en schendt. Hoop faalt voor de waarheid. Een leugen is ons schild. Wie kan het Hart van het Duister weerstaan? Wie kan de Verrader van Hoop aanzien? Ziel van schaduw, Ziel van de Schaduw, hij is...’ Zuchtend hield ze op. ‘Daar eindigt het. Wat maak jij eruit op?’

‘Ik begrijp het niet,’ zei Egwene. ‘Ik vind het eng.’

‘Tja, waarom zou je het ook begrijpen, kind. Eng vinden? Begrijpen? Ik heb het bijna veertig jaar bestudeerd en ik kom er niet verder mee.’ Zorgvuldig legde Verin de bladzijde in een leren map die met zijde was bekleed en schoof alles toen terloops tussen een stapel papieren. ‘Maar daarvoor ben je niet hier.’ Ze rommelde mompelend rond op de tafel, verschillende keren nog net een stapel boeken grijpend voor die omviel. Ten slotte dook ze een aantal losse blaadjes op, vol nette kriebelletters en vastgebonden met eindjes touw. ‘Hier, kind. Alles wat we weten van Liandrin en de vrouwen die met haar meegingen. Namen, leeftijden, Ajahs, waar ze geboren zijn. Alles wat ik in de boeken kon vinden. Zelfs hoe ze het in de lessen deden. En ook wat we weten van de ter’angrealen die ze hebben meegenomen, maar dat is niet veel. Meestal alleen hoe ze eruitzien. Ik weet niet of er iets nuttigs tussen zit. Ik heb niets gevonden.’

‘Misschien vindt een van ons wat.’ Een vleugje achterdocht verraste Egwene volkomen. Als ze niets heeft weggelaten. De Amyrlin leek Verin alleen te vertrouwen omdat ze moest. Als Verin nu zelf tot de Zwarte Ajah behoorde? Ze sterkte zichzelf. Ze had samen met Verin de lange reis van de Kop van Toman naar Tar Valon gemaakt en ze weigerde te geloven dat deze plompe geleerde een Duistervriend kon zijn. ‘Ik vertrouw u, Verin Sedai.’ Kan ik dat echt?

Weer keek de Aes Sedai haar met knipperende ogen aan en toen verwierp ze hoofdschuddend een ingevallen gedachte. ‘Die lijst die ik je geef, kan belangrijk zijn, of verknoeid papier, maar is niet de enige reden waarom ik je hier liet komen.’ Weer zocht ze tussen de spullen op haar tafel en maakte enkele wankele stapels nog hoger om ruimte vrij te maken, ik heb van Anaiya begrepen dat je misschien een Droomster kunt worden. De laatste was Corianin Nedeal, vierhonderddrieënzeventig jaar geleden, en volgens de verslagen verdiende ze die naam amper. Het zou heel interessant zijn als jij die titel wel waarmaakte.’

‘Anaiya heeft proeven genomen, Verin Sedai, maar ze kon er niet achter komen of een van mijn dromen de toekomst voorspelde.’

1 ... 56 57 58 59 60 61 62 63 64 ... 178
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)