Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Herrezen Draak
De Herrezen Draak - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Herrezen Draak

Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:

De Herrezen Draak
1 ... 54 55 56 57 58 59 60 61 62 ... 178
Перейти на страницу:

Mart liet langzaam zijn adem ontsnappen. Zweet druppelde van zijn gezicht. Wie is zij, in Lichtsnaam? Misschien een Duistervriend. Hoewel ze even minachtend over Ba’alzamon als de Aes Sedai sprak. Duistervrienden spraken over Ba’alzamon zoals ieder ander over de Schepper. En ze had hem niet gevraagd haar bezoek voor de Aes Sedai te verzwijgen.

Tuurlijk, dacht hij zuur. Neem me niet kwalijk, Aes Sedai, maar die vrouw kwam me opzoeken. Ze was geen Aes Sedai, maar ik denk dat ze misschien de Ene Kracht op me wilde gebruiken en ze zei dat ze geen Duistervriend was, maar ze zei wel dat jullie van plan waren mij te gebruiken en dat de Zwarte Ajah vrij door jullie Toren rondzwerft. O, en ze zei ook nog dat ik belangrijk ben. Ik weet niet hoe. Jullie vinden het toch niet erg als ik nu vertrek ?

Hoe meer hij erover nadacht, hoe liever hij wilde vertrekken. Hij gleed onhandig van het bed en liep onvast naar de kleerkast terwijl hij de deken nog steeds omhield. Zijn laarzen stonden onder in de kast en zijn mantel hing aan een haak, onder zijn riem met de buidel en het mes in de schede. Het was een boerenmes, met een stevig lemmet, maar het kon net zoveel als een mooie dolk. Zijn andere kleren – twee dikke wollen jassen, drie broeken, een handvol linnen hemden en ondergoed – waren schoongeborsteld of zo nodig gewassen en lagen netjes opgevouwen op de planken in de andere helft van de kleerkast. Hij voelde aan de buidel aan de haak, maar die was leeg. De inhoud lag op een plank, samen met de inhoud van zijn broekzakken. Hij schoof een roodhavikveer opzij, een gladde gestreepte steen waarvan hij de kleuren mooi vond, zijn scheermes, zijn zakmes met beenheft en vond tussen enkele rollen hoogkoord zijn wasleren beurs. Toen hij hem opendeed, zag hij dat zijn geheugen hem ditmaal absoluut niet in de steek had gelaten.

‘Twee zilvermarken en een handvol koperstukken,’ mompelde hij. ‘Daar kom ik niet ver mee.’ Vóór zijn vlucht uit Emondsveld had het hem een klein fortuin geleken.

Hij rekte zich uit om achter op de plank te kijken. Waar zijn ze? Hij vreesde al dat de Aes Sedai ze misschien hadden weggegooid, zoals zijn moeder zou hebben gedaan als die ze ooit gevonden had. Waar...? Opluchting golfde door hem heen. Heel ver achterin, achter zijn tondeldoos en een opgerold snoer voor strikken en dergelijke, lagen zijn twee leren dobbel bekers.

Ze rammelden toen hij ze pakte, maar toch drukte hij de gesloten leren deksels open. Alles was zoals het hoorde. Vijf handgesneden dobbelstenen met kronen en vijf stenen met ogen. De stenen met de ogen kwamen bij een aantal spelletjes van pas, maar mannen speelden vaker kroon dan iets anders. Hiermee zouden zijn twee marken snel genoeg aangroeien om hem ver van Tar Valon weg te voeren. Zowel weg van Aes Sedai als van Selene.

Een gebiedend klopje werd onmiddellijk gevolgd door het openen van de deur. Vliegensvlug draaide hij zich om. De Amyrlin Zetel en de Hoedster van de Kronieken kwamen binnen. Hij zou ze ook zonder de brede gestreepte stola van de Amyrlin en de smallere blauwe stola van de Hoedster hebben herkend, want hij had ze een keer eerder ontmoet, in Fal Dara, ver van Tar Valon, en de twee machtigste vrouwen onder de Aes Sedai waren niet licht te vergeten. De wenkbrauwen van de Amyrlin rezen hoog op toen ze hem zag staan met de deken rond zijn schouders en de beurs en de dobbelbekers in zijn handen. ‘Ik denk niet dat je die de komende tijd nodig zult hebben, mijn zoon,’ zei ze droog. ‘Berg ze op en ga in bed liggen voor je op je gezicht valt.’

Hij aarzelde, zijn rug verstrakte, maar net op dat moment knikten zijn knieën en de twee Aes Sedai keken hem aan. De donkere en blauwe ogen leken iedere opstandige gedachte te lezen. Hij deed wat hem gezegd was en hield de deken met beide handen strak om zich heen. Hij ging zo recht als een plank liggen, niet zeker wat hij anders kon doen. ‘Hoe voel je je?’ vroeg de Amyrlin bruusk terwijl ze een hand op zijn voorhoofd legde. Hij kreeg over zijn hele lijf kippenvel. Had ze iets met de Ene Kracht gedaan of kwam het door de aanraking van een Aes Sedai dat hij een rilling voelde?

‘Met mij is alles in orde,’ antwoordde hij. ‘Nou, ik ben klaar om te vertrekken. Vergun me Nynaeve en Egwene gedag te zeggen en ik zal u niet langer lastig vallen. Ik bedoel, ik zal vertrekken, eh... Moeder.’ Moiraine en Verin schenen er weinig om te geven hoe hij sprak, maar dit was per slot van rekening de Amyrlin Zetel.

‘Onzin,’ zei de Amyrlin. Ze trok de stoei met de hoge rug dichter bij het bed en ging zitten, terwijl ze zich tot Leane richtte. ‘Mannen willen nooit toegeven dat ze ziek zijn, tot ze zo ziek zijn dat ze een vrouw dubbel zoveel werk geven. Dan verklaren ze zich veel te snel weer beter en zit je met hetzelfde probleem.’

De Hoedster wierp een blik op Mart en knikte. ‘Ja, Moeder, maar deze hier kan niet beweren dat hij beter is als hij amper overeind kan blijven. Hij heeft in ieder geval wel alles van het blad opgegeten.’

‘Het zou me verbazen als hij genoeg kruimeltjes had overgelaten om een vink te voeden. En hij is nog steeds hongerig, tenzij ik het mis heb.’ ik kan iemand hem wat taart laten brengen, Moeder. Of koek.’

‘Nee, ik denk dat hij al zoveel gehad heeft dat hij niet meer kan verdragen. Als hij nu gaat overgeven, zal dat hem geen goed doen.’ Mart keek boos. Volgens hem negeerden vrouwen een zieke, tenzij ze die rechtstreeks toespraken. En dan deden ze net of het een jongetje van tien was. Nynaeve, zijn moeder, zijn zussen, de Amyrlin Zetel, ze deden het allemaal.

‘Ik heb helemaal geen honger,’ verkondigde hij. ‘Ik voel me geweldig. Als ik mijn kleren mag aantrekken, zal ik u laten zien hoe goed ik me voel. Ik sta weer buiten voor u het beseft.’ Ze keken hem nu allebei aan. Hij schraapte zijn keel. ‘Eh... Moeder.’

De Amyrlin snoof. ‘Je hebt gegeten voor vijf man en je zult nog zeker een aantal dagen drie of vier van die maaltijden per dag eten, anders ga je dood van de honger. Je bent pas geheeld van de band met een kwaad dat iedere man, iedere vrouw en ieder kind in Aridhol heeft gedood, een kwaad dat in het geheel niet is verzwakt in de tweeduizend jaar dat het op jou lag te wachten. Het zou je even zeker hebben gedood als hen. Dit is wel iets anders dan een visgraat in je keel, jongen. Het scheelde niet veel of wij hadden jou bij je Heling gedood.’ ik heb geen honger,’ hield hij vol. Zijn maag rommelde luid als om zijn leugen te logenstraffen.

‘Ik had je de eerste dag dat ik je zag al door,’ zei de Amyrlin. ‘Ik wist meteen dat je als een geschrokken visarend zou opstuiven zodra je vermoedde dat iemand je wilde vasthouden. Maar goed dat ik wat voorzorgsmaatregelen heb genomen.’

Hij keek hen behoedzaam aan. ‘Maatregelen?’ Ze keken heel ingetogen terug. Het voelde of hun ogen hem als naalden aan het bed vastpinden.

‘Je naam en uiterlijk zijn aan de brugwachters doorgegeven,’ zei de Amyrlin, ‘en aan de havenmeesters. Ik ga niet proberen je in de Witte Toren te houden, maar je zult Tar Valon niet verlaten voor je beter bent. Als je je in de stad wilt verstoppen, zal de honger je ten slotte weer hierheen dwingen, en als dat niet gebeurt, zullen wij je vinden voor je van honger omkomt.’

‘Waarom wilt u me zo vreselijk graag hier houden?’ wilde hij weten. Hij hoorde Selenes stem. Ze willen je gebruiken. ‘Wat maakt het u uit of ik sterf of niet? Ik kan best voor mijn eigen kostje zorgen.’ De Amyrlin glimlachte lichtjes met maar weinig vermaak. ‘Met twee zilvermarken en een handvol koper, mijn zoon? Je zult wel heel veel geluk met de stenen moeten hebben om al het voedsel te kopen dat je de komende dagen nodig zult hebben. Wij helen mensen niet om ons werk in het water te zien vallen doordat ze weggaan terwijl ze nog steeds verzorging nodig hebben. Daar komt nog bij dat je misschien nog een keer geheeld moet worden.’

‘Nog een keer? U zei dat u me had geheeld. Waarom zou het nog een keer moeten gebeuren?’

‘Mijn zoon, je hebt die dolk maanden bij je gehad. Ik neem aan dat we ieder spoortje uit je hebben gegraven, maar als we één klein restje over het hoofd hebben gezien, kan dat nog steeds dodelijk zijn. En niemand kent de gevolgen voor iemand die hem zo lang in zijn bezit heeft gehad. Misschien zul je over een half jaar, een jaar, nog verlangen dat je een Aes Sedai bij de hand hebt om je te helen.’

1 ... 54 55 56 57 58 59 60 61 62 ... 178
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)