Een Kroon van Zwarden
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #7
- Год: 1998
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:
‘De speelman zag ons en siste hem toe te zwijgen,’ bracht Areina naar voren, de pijlkoker aan haar zij bevoelend, ‘maar we hadden het al gehoord.’ Haar stem was even hard als haar blik.
‘Ik weet dat ze nu beiden Aes Sedai zijn, Moeder, maar zouden ze niet in moeilijkheden komen als iemand zoiets ontdekte? De zusters, bedoel ik? Iemand die beweert zuster te zijn, krijgt zelfs na vele jaren nog grote problemen als ze het ontdekken.’ Nicola’s gezicht veranderde niet, maar haar ogen leken plotseling die van Egwene vast te willen houden. Ze boog zich gespannen wat naar voren. ‘Wie dan ook. Is dat niet zo?’
Gesterkt door Egwenes zwijgen, grijnsde Areina. Een onplezierige grijns in de nacht, ‘Ik heb gehoord dat Sanche, toen ze nog Amyrlin was, Nynaeve en Elayne een of andere taak buiten de Toren heeft opgedragen. En ook dat u er in dezelfde tijd op uit werd gestuurd en in allerlei problemen belandde na uw terugkomst.’ Een sluwe toon van verdachtmaking glipte haar stem in. ‘Herinnert u zich nog dat ze voor Aes Sedai speelden?’
Ze stonden haar aan te kijken, Areina uitdagend op haar boog steunend, Nicola afwachtend, zo strak dat de lucht bijna knisperde.
‘Siuan Sanche is Aes Sedai,’ zei Egwene kil, ‘evenals Nynaeve Almaeren en Elayne Trakand. Jullie dienen hun de juiste achting te betonen. Voor jullie zijn het Siuan Sedai, Nynaeve Sedai en Elayne Sedai.’ Het tweetal keek beduusd. Ze kreeg maagpijn van boosheid. Na alles wat ze vanavond had meegemaakt, werd ze nu op afpersing bediend door deze twee... Ze kon geen scheldwoord bedenken dat smerig genoeg was. Elayne had dat gekund. Die luisterde naar stalknechten, voerlui en dat soort lieden en leerde de woorden die zijzelf liever niet wenste te horen. Ze vouwde de gestreepte stola open en schikte die zorgvuldig om haar schouders.
‘Ik denk niet dat u het begrijpt, Moeder,’ merkte Nicola haastig op. Maar ze was niet bang en trachtte enkel haar bewering te staven, ‘Ik was louter bezorgd dat als iemand ontdekte dat u...’ Egwene gaf haar geen kans verder te praten.
‘O, ik begrijp het, kind.’ Die dwaze vrouw was zeer zeker een kind. Er waren altijd wel oudere novices die last gaven, meestal doordat ze de Aanvaarde beledigden die les gaf, maar zelfs de domste novice was zo verstandig om onbeschaamdheid jegens de zusters te vermijden. Haar geprikkelde boosheid werd een laaiende woede. Dat de vrouw dit bij haar probeerde! Ze waren beiden iets langer dan zij, maar Egwene zette haar vuisten in haar zij en richtte zich op, terwijl de twee ineenkrompen alsof ze over hen heen gebogen stond. ‘Hebben jullie enig idee hoe ernstig het beschuldigen van een zuster is, zeker als een novice dat doet? Beschuldigingen op grond van een gesprek dat naar jullie beweren is opgevangen van mannen die wel duizend span uit de buurt zijn! Tiana vilt je levend en zet je voor de rest van je leven aan het boenen en schrobben.’ Nicola probeerde er telkens tussen te komen – met verontschuldigingen en tegenwerpingen dat Egwene het niet begreep, desperate pogingen om alles terug te draaien – maar Egwene negeerde haar en ging vlak voor Areina staan. De Jager deed een stap achteruit, bevochtigde haar lippen en keek opmerkelijk onzeker. ‘En jij hoeft niet te denken dat je zo vrij als een vogeltje kunt weglopen. Zelfs een Jager kan voor zoiets naar Tiana. Met enig geluk zul je niet aan een wagenboom worden gegeseld, zoals ze met krijgslieden doen die op stelen zijn betrapt. In elk geval zul je dan op de weg worden achtergelaten, met je striemen als gezelschap.’
Egwene haalde diep adem en vouwde de handen voor haar middel. Door haar handen zo vast te houden zouden ze niet beven. Het tweetal stond geheel in elkaar gedoken en leek passend gekastijd. Ze hoopte dat de neergeslagen ogen en afhangende schouders en schuifelende voeten niet gespeeld waren. Ze diende hen eigenlijk meteen naar Tiana te sturen. Ze had geen idee wat de straf voor afpersing van de Amyrlin Zetel was, maar het zou waarschijnlijk op wegsturen neerkomen, en dat zou nog wel het minste zijn. In Nicola’s geval zou de verwijdering moeten wachten tot haar leraressen tevreden waren over haar beheersing van de Ene Kracht, zodat ze zichzelf en anderen niet per ongeluk zou verwonden. Nicola Trehil zou echter nooit Aes Sedai worden als die aanklacht eenmaal was uitgesproken, en al haar mogelijkheden zouden verspild zijn.
Behalve... Iedere vrouw die beweerde Aes Sedai te zijn, werd zo hard op haar plaats gezet dat ze nog jaren later zou kreunen en steunen. En als het een Aanvaarde betrof... Die zou het lot van die vrouw benijden. Nynaeve en Elayne zouden nu ze volledig zuster waren toch wel veilig zijn? En zijzelf dus ook? Niettemin was het minste gefluister voldoende om elke kans te vernietigen dat de Zaal haar waarlijk als Amyrlin Zetel zou erkennen. Ze kon dan net zo goed meteen naar Rhand reizen en dat de Zaal midden in hun gezichten zeggen. Ze durfde dit tweetal haar twijfel niet te laten merken, of zelfs maar haar achterdocht.
‘Ik wil het vergeten,’ zei ze scherp, ‘maar als ik hiervan ooit zelfs maar één zuchtje opvang, van wie dan ook...’ Ze haalde bevend adem – zelfs als ze het geschreeuw hoorde, kon ze er eigenlijk niets tegen doen -maar gezien de manier waarop ze opveerden, hadden ze de dreiging begrepen en was die goed doorgedrongen. ‘Ga naar bed voor ik van gedachten verander.’
In een oogwenk maakten ze een snelle knix, mompelden: ‘Ja, Moeder,’ en: ‘Nee, Moeder,’ en: ‘Zoals u beveelt. Moeder.’ Ze haastten zich weg, telkens omkijkend, met elke stap vlugger, tot ze holden. Egwene moest schrijden, maar ook zij wilde eigenlijk rennen.
10
Onzichtbare ogen
Selame wachtte Egwene bij haar terugkomst in de tent al op. Ze was een broodmagere vrouw met een donkere, Tyreense huidkleur en een bijna onaantastbare zelfverzekerdheid. Chesa had gelijk: ze hield haar lange neus in de lucht alsof ze terugschrok voor een vieze stank. Maar zo hovaardig ze misschien was in de omgang met de andere dienstmeiden, zo heel anders was ze tegen haar meesteres. Toen Egwene binnenkwam, boog Selame zo diep dat haar hoofd bijna over het tapijt veegde. Ze spreidde haar rok zo wijd uit als de krappe ruimte toeliet. Voor Egwene verder binnen kon komen, was de vrouw al opgesprongen en maakte ze zich druk over Egwenes knopen. En over Egwene. Selame had maar weinig gezond verstand.
‘O, Moeder, u bent wéér met onbedekt hoofd naar buiten gegaan.’ Alsof ze ooit zo’n kralenkapje zou dragen dat de vrouw mooi vond, of Meri’s geborduurde fluwelen kapjes, of Chesa’s pluimveerhoeden. ‘Nee maar, u rilt helemaal. U hoort ook niet zonder sjaal of zonnescherm buiten te lopen, Moeder.’ Hoe moest een zonnescherm het rillen voorkomen? Zweetdruppels gleden langs Selames wangen, hoe snel ze die ook droog depte. Geen enkele keer kwam de vraag bij haar op waarom Egwene rilde. Wat misschien maar goed was. ‘En u gaat er ’s nachts alleen op uit. Zoiets hoort gewoon niet. Moeder. Met al die krijgslieden, ruwe mannen die geen behoorlijke achting voor een vrouw hebben, zelfs niet voor een Aes Sedai. Moeder, u mag gewoon niet...’
Egwene liet de lege praat op dezelfde manier langs zich afglijden als ze de vrouw toestond haar te ontkleden, door er gewoon niet op te letten. Als ze haar opdroeg te zwijgen, zou het slechts bezeerde blikken en verongelijkt gezucht opleveren, wat weinig verschil maakte. Afgezien van haar ijdele gebabbel voerde Selame haar taken ijverig uit, zij het met zoveel tierelantijnen dat het een soort dans werd van grootse gebaren en terloopse knixen. Het leek onmogelijk dat iemand zo dwaas bezig kon zijn als Selame, met haar eeuwige zorg over Egwenes uiterlijk en over wat de mensen zouden denken. Voor haar bestonden de mensen uit Aes Sedai, edelen en hun voornaamste bedienden. In haar boekje deden anderen er in het geheel niet toe, misschien had volgens haar niemand anders enig verstand. Het was waarschijnlijk onmogelijk. Egwene zou zeker niet vergeten wie Selame had aangesteld, evenmin als ze dat bij Meri deed. Weliswaar had Sheriam voor Chesa gezorgd, maar Chesa had al meermalen haar trouw aan Egwene getoond.