Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 52 53 54 55 56 57 58 59 60 ... 217
Перейти на страницу:

Lopend langs een open plek, afgezet met in de grond geslagen palen, flitste in de duisternis de felle, zilveren lichtstreep van een opendraaiende poort. Het was feitelijk geen licht, want het wierp geen schaduwen. Ze bleef naast een hoekpaal staan kijken. Aan de nabije kampvuren keek niemand meer op; ze waren er nu aan gewend. Een tiental zusters, tweemaal zoveel bedienden en een groepje zwaardhanden haastten zich erdoorheen met berichten en een rieten mandje met duiven uit de til in Salidar, hemelsbreed ruim vijfhonderd span naar het zuidwesten.

Ze liepen reeds alle kanten op, terwijl de poort zich sloot, hun pakjes en zakjes meenemend naar de Gezetenen, naar de Ajahs of gewoon terug naar hun eigen tent. Veel andere avonden zou Siuan erbij zijn. Zij vertrouwde zelden iemand anders om haar boodschappen op te halen, zelfs als ze waren geschreven in geheimschrift of verpakt in een zinloos lijkend berichtje. Soms leek de wereld meer netwerken van ogen-en-oren te hebben dan Aes Sedai, hoewel de meeste door de omstandigheden ernstig waren gekortwiekt. De meeste faktoors van de verschillende Ajahs leken zich gedekt te houden tot de ‘moeilijkheden’ in de Witte Toren voorbij waren, en een groot aantal faktoors van individuele zusters had geen flauw benul waar hun Aes Sedai zich bevond.

Verscheidene zwaardhanden zagen Egwene en maakten een afgemeten buiging vanwege hun eerbied voor de stola. De zusters mochten haar schuinse blikken geven, maar de Zaal had haar tot Amyrlin verheven en meer hadden de gaidin niet nodig. Ook een aantal bedienden maakte een buiging of een knix. Geen enkele haastige Aes Sedai keek haar kant op. Misschien hadden ze haar niet gezien. Misschien.

Dat iemand nog steeds nieuws van haar ogen-en-oren kon vernemen, was in feite aan Moghedien te danken. De zusters met genoeg vermogen om een poort te maken waren zo lang in Salidar geweest dat ze die plek goed kenden. Wie een poort van een nuttige grootte kon weven, was in staat vanaf die plek bijna overal heen te reizen en precies uit te komen waar ze wilde. Een reis naar Salidar echter betekende dat je de helft van de avond besteedde aan het leren kennen van het nieuwe afgepaalde stuk grond en dat bijna elke avond opnieuw. Egwene had uit Moghedien een manier weten los te peuteren om van een vrij onbekende plek naar een bekende plaats te gaan. Scheren was langzamer dan Reizen en geen verloren Talent, want niemand had er ooit eerder van gehoord. En dus werd ook de naam aan Egwene toegeschreven. Wie kon Reizen kon ook Scheren, dus scheerden er iedere avond zusters naar Salidar voor de duiven die in de til waren aangekomen, waarna ze terug reisden.

Dit alles had haar plezier moeten doen, want de opstandige Aes Sedai hadden Talenten heroverd die de Witte Toren voor altijd verloren had geacht, en ook nieuwe Talenten ontdekt. Die vaardigheden zouden Elaida uiteindelijk de Amyrlin Zetel kosten, maar Egwene voelde zich veeleer bitter gestemd. Dat ze onheus bejegend werd, had er niets mee te maken, niet veel in elk geval. Ze liep door. De kampvuren lagen verder uiteen en verdwenen achter haar in het donker. Overal om haar heen stonden de donkere vormen van wagens – de meeste met kappen van zeil over ijzeren hoepels – en tenten die bleek glansden in het maanlicht. Verderop waren de omringende heuvels bezaaid met de kampvuren van het leger, alsof de sterren zich op de wereld hadden neergevleid. De stilte uit Caemlin legde harde knopen in haar maag, wat ieder ander er ook van mocht denken.

Op de dag van hun vertrek uit Salidar was er een bericht binnengekomen, al had Sheriam pas enkele dagen geleden de moeite genomen het haar te tonen, na vele waarschuwingen dat de inhoud geheim moest worden gehouden. De Zaal was op de hoogte, maar niemand anders mocht ervan weten. Een van de tienduizend geheimen die in het kamp etterden. Egwene wist zeker dat ze het nooit zou hebben gezien als ze het niet voortdurend over Rhand had gehad. Ze kon zich elk zorgvuldig gekozen woord herinneren, geschreven in heel kleine lettertjes op papier dat zo dun was dat het een wonder was dat de pen er niet doorheen had geprikt.

We hebben heel goed onderdak gevonden in de door ons besproken herberg en met de wolkoopman gesproken. Het is een zéér opmerkelijke jongeman, precies zoals Nynaeve ons gezegd heeft. Toch was hij hoffelijk. Ik denk dat hij enigszins bang voor ons is, wat wel goed is. Alles zal naar wens verlopen. Wellicht hebben jullie geruchten gehoord over mannen hier, onder wie een kerel uit Saldea. De geruchten zijn maar al te waar, vrees ik, maar we hebben er niet één gezien en zullen hen mijden. Als je op twee hazen jaagt, ontsnappen ze allebei. Verin en Alanna zijn hier, met een aantal jonge vrouwen uit dezelfde streek als de wolkoopman. Ik zal proberen ze naar jullie door te sturen voor hun opleiding. Alanna heeft een verbintenis gevormd met de wolkoopman, wat nuttig kan blijken te zijn, hoewel het de zaken ook bemoeilijkt. Ik weet zeker dat alles goed zal gaan.

Merana

Sheriam benadrukte het goede nieuws zoals zij het zag. Merana, een ervaren onderhandelaarster, was in Caemlin aangekomen en was door Rhand, de ‘wolkoopman’, keurig ontvangen. Voor Sheriam was dat prachtig nieuws. En Verin en Alanna brachten meisjes uit Tweewater mee om novice te worden. Sheriam wist zeker dat ze over dezelfde weg zouden aankomen als zij nu namen. Ze leek aan te nemen dat Egwene in haar sas zou zijn door het vooruitzicht van bekende gezichten van thuis. Merana zou alles goed aanpakken. Merana wist wat ze deed. ‘Wat een emmer paardenzweet,’ mompelde Egwene in de nacht. Een kerel met ontbrekende tanden die een grote houten emmer droeg, schrok en keek haar met grote ogen aan, zo verbijsterd dat hij vergat te buigen.

Rhand, hoffelijk? Ze was bij zijn eerste ontmoeting met Coiren Saeldain geweest, de gezante van Elaida. ‘Aanmatigend’ was een goede omschrijving. Waarom zou hij bij Merana anders zijn? En Merana dacht dat hij bang was en vond dat goed. Rhand was zelden bang, zelfs niet als hij het hoorde te zijn. Wanneer hij het nu wel was, diende Merana te bedenken dat vrees de zachtste man gevaarlijk kon maken. Ze moest er eveneens aan denken dat Rhand gevaarlijk was, doordat hij was wie hij was. En wat voor verbintenis had Alanna gevormd? Egwene vertrouwde Alanna niet helemaal. De vrouw deed soms bijzonder vreemde dingen, misschien onbezonnen en wellicht met een diep verborgen reden. Egwene achtte haar best in staat zich Rhands bed in te werken. Hij zou was in haar handen zijn. Egwene zou Alanna de nek omdraaien als ze dat deed, al was dit een van haar minste zorgen. Veel erger was dat er geen tweede duif van Merana in de duiventil van Salidar was neergestreken.

Merana zou toch wel iets meer te vertellen hebben dan dit eerste briefje, al was het maar dat zij en de rest van het gezantschap naar Cairhien waren vertrokken. De laatste tijd gaven de Wijzen eigenlijk alleen nog toe dat Rhand in leven was, maar het leek of hij daar gewoon rustig lui lag te wezen voor zover zij het begreep. Wat een vuurbaken van jewelste had moeten zijn, legde Sheriam heel anders uit. Niemand wist toch waarom een man iets deed? Waarschijnlijk wist een man het vaak zelf niet eens, en wanneer hij ook nog een geleider was... De stilte bewees juist dat alles goed ging. Merana zou echte moeilijkheden zeker hebben doorgegeven. Ze moest onderweg zijn naar Cairhien, wellicht was ze er al en bestond er geen noodzaak voor nieuwe berichten, tot ze kon vertellen dat de opdracht was gelukt. Wat dat betreft was Rhands aanwezigheid in Cairhien al een goed punt. Een van de dingen – niet het belangrijkste – die Merana diende te bereiken was hem weg te praten uit Caemlin, zodat Elayne daar veilig kon terugkeren, de Leeuwentroon kon innemen en de gevaren van Cairhien werden opgelost. Hoe ongelooflijk het ook leek, de Wijzen zeiden dat Coiren met haar gezantschap de stad had verlaten en terugreed naar Tar Valon. Of misschien was dat niet zo ongeloofwaardig. Het paste allemaal wel in elkaar, als ze aan Rhand dacht en aan de manier waarop Aes Sedai dingen deden. Desondanks voelde Egwene dat het... verkeerd zat.

‘Ik moet naar hem toe,’ mompelde ze. Eén klein reisje en alles kon opgelost zijn. ‘Dat is het enige dat erop zit. Ik moet naar hem toe.’

1 ... 52 53 54 55 56 57 58 59 60 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)