Een Kroon van Zwarden
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #7
- Год: 1998
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:
Lopend langs een open plek, afgezet met in de grond geslagen palen, flitste in de duisternis de felle, zilveren lichtstreep van een opendraaiende poort. Het was feitelijk geen licht, want het wierp geen schaduwen. Ze bleef naast een hoekpaal staan kijken. Aan de nabije kampvuren keek niemand meer op; ze waren er nu aan gewend. Een tiental zusters, tweemaal zoveel bedienden en een groepje zwaardhanden haastten zich erdoorheen met berichten en een rieten mandje met duiven uit de til in Salidar, hemelsbreed ruim vijfhonderd span naar het zuidwesten.
Ze liepen reeds alle kanten op, terwijl de poort zich sloot, hun pakjes en zakjes meenemend naar de Gezetenen, naar de Ajahs of gewoon terug naar hun eigen tent. Veel andere avonden zou Siuan erbij zijn. Zij vertrouwde zelden iemand anders om haar boodschappen op te halen, zelfs als ze waren geschreven in geheimschrift of verpakt in een zinloos lijkend berichtje. Soms leek de wereld meer netwerken van ogen-en-oren te hebben dan Aes Sedai, hoewel de meeste door de omstandigheden ernstig waren gekortwiekt. De meeste faktoors van de verschillende Ajahs leken zich gedekt te houden tot de ‘moeilijkheden’ in de Witte Toren voorbij waren, en een groot aantal faktoors van individuele zusters had geen flauw benul waar hun Aes Sedai zich bevond.
Verscheidene zwaardhanden zagen Egwene en maakten een afgemeten buiging vanwege hun eerbied voor de stola. De zusters mochten haar schuinse blikken geven, maar de Zaal had haar tot Amyrlin verheven en meer hadden de gaidin niet nodig. Ook een aantal bedienden maakte een buiging of een knix. Geen enkele haastige Aes Sedai keek haar kant op. Misschien hadden ze haar niet gezien. Misschien.
Dat iemand nog steeds nieuws van haar ogen-en-oren kon vernemen, was in feite aan Moghedien te danken. De zusters met genoeg vermogen om een poort te maken waren zo lang in Salidar geweest dat ze die plek goed kenden. Wie een poort van een nuttige grootte kon weven, was in staat vanaf die plek bijna overal heen te reizen en precies uit te komen waar ze wilde. Een reis naar Salidar echter betekende dat je de helft van de avond besteedde aan het leren kennen van het nieuwe afgepaalde stuk grond en dat bijna elke avond opnieuw. Egwene had uit Moghedien een manier weten los te peuteren om van een vrij onbekende plek naar een bekende plaats te gaan. Scheren was langzamer dan Reizen en geen verloren Talent, want niemand had er ooit eerder van gehoord. En dus werd ook de naam aan Egwene toegeschreven. Wie kon Reizen kon ook Scheren, dus scheerden er iedere avond zusters naar Salidar voor de duiven die in de til waren aangekomen, waarna ze terug reisden.
Dit alles had haar plezier moeten doen, want de opstandige Aes Sedai hadden Talenten heroverd die de Witte Toren voor altijd verloren had geacht, en ook nieuwe Talenten ontdekt. Die vaardigheden zouden Elaida uiteindelijk de Amyrlin Zetel kosten, maar Egwene voelde zich veeleer bitter gestemd. Dat ze onheus bejegend werd, had er niets mee te maken, niet veel in elk geval. Ze liep door. De kampvuren lagen verder uiteen en verdwenen achter haar in het donker. Overal om haar heen stonden de donkere vormen van wagens – de meeste met kappen van zeil over ijzeren hoepels – en tenten die bleek glansden in het maanlicht. Verderop waren de omringende heuvels bezaaid met de kampvuren van het leger, alsof de sterren zich op de wereld hadden neergevleid. De stilte uit Caemlin legde harde knopen in haar maag, wat ieder ander er ook van mocht denken.
Op de dag van hun vertrek uit Salidar was er een bericht binnengekomen, al had Sheriam pas enkele dagen geleden de moeite genomen het haar te tonen, na vele waarschuwingen dat de inhoud geheim moest worden gehouden. De Zaal was op de hoogte, maar niemand anders mocht ervan weten. Een van de tienduizend geheimen die in het kamp etterden. Egwene wist zeker dat ze het nooit zou hebben gezien als ze het niet voortdurend over Rhand had gehad. Ze kon zich elk zorgvuldig gekozen woord herinneren, geschreven in heel kleine lettertjes op papier dat zo dun was dat het een wonder was dat de pen er niet doorheen had geprikt.
We hebben heel goed onderdak gevonden in de door ons besproken herberg en met de wolkoopman gesproken. Het is een zéér opmerkelijke jongeman, precies zoals Nynaeve ons gezegd heeft. Toch was hij hoffelijk. Ik denk dat hij enigszins bang voor ons is, wat wel goed is. Alles zal naar wens verlopen. Wellicht hebben jullie geruchten gehoord over mannen hier, onder wie een kerel uit Saldea. De geruchten zijn maar al te waar, vrees ik, maar we hebben er niet één gezien en zullen hen mijden. Als je op twee hazen jaagt, ontsnappen ze allebei. Verin en Alanna zijn hier, met een aantal jonge vrouwen uit dezelfde streek als de wolkoopman. Ik zal proberen ze naar jullie door te sturen voor hun opleiding. Alanna heeft een verbintenis gevormd met de wolkoopman, wat nuttig kan blijken te zijn, hoewel het de zaken ook bemoeilijkt. Ik weet zeker dat alles goed zal gaan.