Een Kroon van Zwarden
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #7
- Год: 1998
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:
Nog wat meer lof, bedacht ze wrang. Er waren heel wat goedkeurende klopjes en uitroepen geweest na haar mededeling het verloren Talent van Reizen te hebben teruggevonden. Dat was tenminste nog haar eigen ontdekking geweest. Nog meer lof was gekomen voor elk geheim dat ze uit Moghedien had weten te krijgen, al had het telkens geleken op het trekken van een gezonde kies. Maar niets van die loftuitingen had ook maar een onsje verschil in haar aanzien gemaakt. Je kon een begaafd kind best een goedkeurend klopje geven zonder te vergeten dat ze nog maar een kind was.
Leane vertrok met een knix en de droge opmerking dat het haar niet zou rouwen dat iemand anders eindelijk eens een hele nacht niet zou slapen. Siuan wachtte. Niemand mocht haar samen met Leane zien weggaan. Een tijdlang bleef Egwene de ander aankijken. Geen van beiden zei iets; Siuan leek in gedachten verzonken. Eindelijk schrok ze op, kwam overeind, streek haar kleren glad en maakte zich op om te vertrekken.
‘Siuan,’ begon Egwene langzaam; ze merkte hoe onzeker ze was over hoe ze door moest gaan.
Siuan meende het te begrijpen. ‘U had niet alleen gelijk, Moeder,’ zei ze, Egwene recht aankijkend, ’u was ook toegeeflijk. Al te toegeeflijk, al ben ik de laatste die daar iets van kan zeggen. U bent de Amyrlin Zetel en niémand mag aanmatigend of onbeleefd tegen u zijn. Als u mij een straf had gegeven waardoor zelfs Romanda medelijden met me kreeg, zou ik die verdiend hebben.’
‘Ik zal er de volgende keer aan denken,’ zei Egwene, en Siuan boog haar hoofd alsof ze het aanvaardde. Misschien deed ze dat ook. Tenzij de veranderingen in haar dieper gingen dan mogelijk leek, zou er zeker een volgende keer komen en ook dat zou niet de laatste zijn. ‘Maar ik wilde je wat vragen over heer Brin.’ Elke uitdrukking verdween als sneeuw voor de zon van Siuans gezicht. ‘Weet je zeker dat je niet wilt dat ik... bemiddel?’
‘Waarom zou ik dat willen, Moeder?’ Siuans stem verried nog minder dan koudwatersoep. ‘Mijn enige plichten zijn u alles bij te brengen van de gebruiken van uw ambt en Sheriam de verslagen door te geven van mijn ogen-en-oren.’ Ze hield nog steeds een deel van haar vroegere netwerk aan, hoewel men kon betwijfelen of iemand wist aan wie de verslagen tegenwoordig nog meer werden verzonden. ‘Garet Brin eist amper zoveel tijd van me dat het mijn werk verzwaart.’ Bijna altijd sprak ze er in deze bewoordingen over en zelfs als ze zijn titel gebruikte legde ze er iets bijtends in.
‘Siuan, een verbrande schuur en enkele koeien kunnen toch niet zoveel kosten?’ Vergeleken met alle betalingen en voedsel voor die krijgslieden zeker niet. Ze had het echter al eerder aangeboden en Siuans afgemeten antwoord was hetzelfde.
‘Ik dank u, Moeder, maar nee. Van mij mag hij niet zeggen dat ik mijn woord heb gebroken en ik heb gezworen de schuld met wérk te delgen.’ Onverwachts ging Siuans strakheid over in gelach. Dat gebeurde maar zelden wanneer ze het over Garet Brin had. Boze buien kwamen vaker voor. ‘Als u zich zorgen wilt maken over iemand, wees dan bezorgd om hem, niet om mij. Ik heb geen hulp nodig om Garet Brin de baas te kunnen.’
Dat was het vreemde eraan. Ze was misschien niet meer zo sterk met de Ene Kracht, maar ook niet zo zwak dat Siuan zijn dienstmeid hoefde te blijven, waardoor ze voor zijn hemden en onderkleren een hele ochtend tot haar ellebogen in het waswater moest staan. Misschien deed ze het om iemand in de buurt te hebben voor haar boze buien, zodat ze die niet hoefde op te zouten. Welke reden ze ook had, het leverde behoorlijk wat geroddel op en bevestigde in veler ogen haar vreemdheid. Uiteindelijk was ze een Aes Sedai, al stond ze laag op de ladder. Zijn manier van omgaan met haar boze buien – nadat ze alle borden en laarzen had rondgeslingerd – maakte haar trouwens woest. Ze schreeuwde dan dreigend iets over vreselijke gevolgen, hoewel ze hem met de Kracht zó kon aanpakken dat hij nog geen vinger kon verroeren. Siuan omhelsde echter nooit saidar als hij in de buurt was. Niet om zijn opdrachten uit te voeren en zelfs niet als het inhield dat ze letterlijk over de knie werd gelegd. Dat feit had ze voor de meesten weten te verzwijgen, maar soms ontglipte haar iets wanneer ze woest was of wanneer Leane slechtgeluimd was. Er leek geen verklaring te bestaan. Siuan was geen leeghoofd of dwaas, ze was evenmin mak of bang, ze was niet...
‘Je kunt nu maar beter gaan, Siuan.’ Ook deze avond zouden blijkbaar enkele geheimen onverklaard blijven. ‘Het is laat en ik weet dat je naar bed wilt.’
‘Ja Moeder, en dank u wel,’ voegde ze eraan toe, hoewel Egwene niet wist waarvoor.
Na Siuans vertrek wreef Egwene opnieuw over haar slapen. Ze wilde heen en weer lopen. In de tent kon het niet. Hij was in het kamp wel de grootste die door één persoon werd gebruikt, maar meette toch minder dan twee bij twee stap en was overvol door een veldbed, stoel en kruk, een wastafeltje, een staande spiegel en niet minder dan drie kisten met kleren. Chesa had dat laatste geregeld, plus Sheriam, Romanda, Lelaine en nog een tiental Gezetenen. Ze bleven het nog steeds goed bijhouden. Nog enkele geschenken als zijden onderkleding of kousen, nog een gewaad erbij, deftig genoeg voor de ontvangst van een koning, en er zou een vierde kist nodig zijn. Misschien hoopten Sheriam en de Gezetenen dat de vele mooie kleren haar zouden verblinden voor alle andere zaken, terwijl Chesa slechts vond dat de Amyrlin Zetel naar haar stand gekleed diende te gaan. Blijkbaar vonden bedienden de juiste vormen en regels net zo belangrijk als de Zaal. Selame zou zo wel komen. Het was haar beurt Egwene te helpen met uitkleden. Ook weer zo’n vormelijkheid. Maar door haar hoofdpijn en rusteloze voeten had ze nog geen zin om naar bed te gaan.
Ze liet de lampen aan en ging snel weg voor Selame binnenkwam. Een ommetje zou haar hoofd verfrissen en haar misschien zo moe maken dat ze diep kon slapen. Zichzelf in slaap brengen was niet moeilijk, want de droomloopsters van de Wijzen hadden haar die kunde meteen bij het begin bijgebracht, al was écht uitrusten weer iets heel anders. Vooral wanneer haar hoofd omliep van een lijst zorgen die begon met Romanda, Lelaine en Sheriam, en via Rhand, Elaida, Moghedien en het weer, uit het oog verdween.
Ze bleef ver uit de buurt van Moghediens tent. Als ze zelf vragen ging stellen, zou er te veel belang aan een weggelopen meid worden gehecht. Heimelijk gedrag werd steeds meer een deel van haar. Het spel dat ze speelde stond fouten en zorgeloosheid niet toe. Ze wist dat achteloos handelen wanneer het er weinig toe deed, kon leiden tot zorgeloosheid in belangrijke zaken. Nog erger: ze kon ontdekken dat ze het belang van een zaak volkomen had onderschat. De zwakken moeten op een voorzichtige manier stoutmoedig zijn. Dat was een opmerking van Siuan. Ze deed echt haar best Egwene van alles te leren, want dit ene spel beheerste ze bijzonder goed.
Vergeleken met eerder op de avond waren er minder mensen buiten in het kamp van schaduwen en maanlicht. Enkelen zaten ineengezakt bij een laag vuurtje, uitgeput van de avondplichten na een zware dagreis. De mensen die haar opmerkten, stonden moeizaam op voor een hoffelijke groet, iets mompelend als: ‘Het Licht schijne op u, Moeder,’ waarbij ze af en toe haar zegen vroegen, die Egwene gaf met een eenvoudig: ‘Het Licht zegene je, kind.’ Mannen en vrouwen die oud genoeg waren om haar grootouders te zijn, ontspanden zich dan stralend, maar zij vroeg zich verbaasd af wat ze feitelijk geloofden en wat ze van haar wisten. Alle Aes Sedai toonden de buitenwereld, ook hun eigen bedienden, gesloten rijen. Maar Siuan zei dat als je aannam dat een bediende tweemaal zoveel wist als hij behoorde te weten, je nog maar de helft van de waarheid wist. Niettemin volgden de buigingen en knixen haar van het ene groepje naar het volgende; het beurde haar op te bemerken dat er toch mensen waren die haar niet zagen als het kind dat indien nodig door de Zaal getoond werd.