Een Kroon van Zwarden
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #7
- Год: 1998
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:
‘Zijn weg kan ons allen naar de Doemkrocht leiden,’ mopperde Egwene, maar het was geen tegenwerping. Er moest een manier zijn om die gans te plukken en toch te voorkomen dat Rhand gevaarlijke fouten maakte, al wist ze nu nog niet hoe. Nee, het waren geen kikkers; het klonk meer als honderden zagen die stammen vol knoesten doorzaagden. ‘Dit is wel de slechtste plek voor een kalmerend wandelingetje die ik ooit heb bezocht. Ik kan net zo goed naar bed gaan.’
Leane keek op. ‘In dat geval, Moeder; met uw verlof? Er is een man in het kamp van heer Brin... Niemand heeft toch ooit gehoord van een Groene zuster zonder zwaardhand?’ Uit het plotseling sneller praten zou men kunnen opmaken dat ze onderweg was naar een minnaar. Na wat Egwene over de Groenen had gehoord, was dat zeer waarschijnlijk.
Weer terug tussen de tenten waren de laatste kampvuren met zand gedoofd. Niemand wilde het gevaar van brand lopen, nu het land zo kurkdroog was. Enkele sliertjes rook stegen op in het maanlicht waar het niet goed was gedaan. In een tent mompelde een man suffig in zijn slaap en hier en daar was gekuch te horen, of een zagend gesnurk, maar verder was het kamp stil en vredig. Daarom verbaasde het Egwene toen iemand vanuit de schaduwen naar haar toekwam, nog wel een vrouw in het eenvoudige witte gewaad van een novice.
‘Moeder, ik moet u spreken.’
‘Nicola?’ Egwene had zorgvuldig de naam bij elk novicegezicht geleerd. Geen gemakkelijke dus, nu er zoveel zusters jaagden op meisjes en jonge vrouwen die konden leren geleiden. Op zoek gaan werd nog steeds niet erg hoog geacht. Het was gebruikelijk te wachten tot het meisje kwam vragen en het allerbeste was te wachten tot ze uit zichzelf naar de Witte Toren kwam. Nu leerden er in het kamp echter tienmaal zoveel novices voor Aes Sedai als de Witte Toren de laatste jaren binnen zijn muren had gehad. Nicola was echter moeilijk over het hoofd te zien en bovendien had Egwene vaak gemerkt dat de jonge vrouw naar haar staarde. ‘Tiana zal het niet fijn vinden als ze jou nog zo laat op vindt. Tiana Noselle was de Meesteres der Novices. Ze stond zowel bekend om haar troost biedende schouder wanneer een novice de behoefte had om uit te huilen, als om haar onverbiddelijke aanpak wanneer het op regels aankwam.
De ander bewoog alsof ze zich wilde weghaasten, maar rechtte toch weer haar rug. Zweet glansde op haar wangen. De nacht was koeler dan de dag was geweest, maar niemand kon het echt koel noemen en het eenvoudige kunstje van het negeren van de hitte werd pas bij het verstrekken van de stola geleerd, ‘Ik weet dat ik verondersteld word eerst Tiana Sedai te vragen of ik u mag spreken, Moeder, maar ze heeft nog nooit een novice naar de Amyrlin Zetel doorgestuurd.’
‘Waarover, kind?’ vroeg Egwene. De vrouw was minstens zes of zeven jaar ouder, maar dit was nu eenmaal de juiste aanspreektitel voor een novice.
Aan haar rok frummelend kwam Nicola een stap dichterbij. Haar grote ogen keken Egwene strakker aan dan voor een novice gepast was. ‘Moeder, ik wil zo ver gaan als ik kan.’ Haar handen plukten aan haar kleding maar haar stem klonk koel en zelfbewust, alsof ze al een volleerde zuster was. ‘Ik zeg niet dat ze me tegenhouden, maar ik weet zeker dat ik sterker kan worden dan zij zeggen. Ik weet gewoon dat ik dat kan. U bent nooit tegengehouden, Moeder. Niemand anders heeft ooit zo snel zoveel vermogen verworven als u. Ik vraag alleen maar dezelfde kans.’
Een beweging in de schaduw achter Nicola ging over in een tweede vrouw met een bezweet gezicht. Deze droeg een korte jas, een wijde broek en een boog. Haar lange haren reikten tot haar middel in een vlecht met zes linten en ze droeg lage laarzen met hoge hakken.
Nicola Trehil en Areina Nermasiv leken een vreemd stel vriendinnen. Nicola was zoals veel oudere novices – vrouwen die minstens tien jaar ouder waren dan Egwene, werden nu beproefd, hoewel veel zusters nog steeds mopperden dat ze veel te oud waren om zich te schikken in de strenge novicetucht – ze verlangde er vurig naar zo veel en zo snel mogelijk te leren. Dat bleek tenminste uit de verslagen en vergeleken met de huidige Aes Sedai bezat ze mogelijkheden die alleen door Nynaeve, Elayne en Egwene zelf werden overtroffen. Feitelijk boekte Nicola zoveel vooruitgang dat haar leraressen haar moesten intomen. Sommigen zeiden dat ze weefsels oppikte alsof ze die al kende. En afgezien daarvan, had ze ook aangetoond over twee bijzondere Talenten te beschikken. Dat ze een ta’veren kon zien was niet zeer nuttig, belangrijker was dat ze kon Voorspellen, al begreep niemand wat ze nu precies Voorspelde. Zelf herinnerde ze zich geen woord van wat ze had gezegd. Alles bij elkaar werd Nicola ondanks haar late start door de zusters reeds gezien als iemand die in de gaten moest worden gehouden. De mopperende instemming om vrouwen te beproeven die ouder waren dan een jaar of achttien, kon waarschijnlijk aan Nicola’s prestaties worden toeschreven.
Areina daarentegen wilde een Jager naar de Hoorn zijn, hoewel ze in Illian niet de eed had afgelegd. Ze beende rond als een man en hield niet op over de avonturen die ze had meegemaakt en die nog zouden komen. Als ze tenminste niet met haar boog aan het oefenen was, iets dat ze tegelijk met de kleding van Birgitte had overgenomen. Ze leek alleen maar belangstelling voor de boog te hebben, al palmde ze zo nu en dan heel vrijmoedig een of andere man in, hoewel dat de laatste tijd weinig gebeurd was. De lange reisdagen maakten haar wellicht moe, hoewel ze het boogschieten bleef oefenen. Waarom ze nog steeds met hen meetrok, begreep Egwene niet. Het leek heel onwaarschijnlijk dat Areina geloofde dat de Hoorn van Valere tijdens hun tocht zou opduiken en ze kon gewoon onmogelijk vermoeden dat hij ergens in de Witte Toren verborgen was. Heel weinig mensen wisten dat. Egwene wist niet eens zeker of Elaida het wel wist.
Areina gedroeg zich dwaas, maar Egwene kon best met Nicola meevoelen. Ze begreep haar ontevredenheid en haar wens alles zo snel mogelijk te weten. Zij was ook zo geweest; was misschien nog zo. ‘Nicola,’ zei ze zacht, ‘we hebben allen beperkingen. Ik zal bijvoorbeeld nooit Nynaeve Sedai evenaren, wat ik ook doe.’
‘Maar ik wil ten minste de kans krijgen, Moeder.’ Nicola wrong letterlijk smekend haar handen en dat klonk ook door in haar stem, maar haar ogen keken die van Egwene nog effen aan. ‘De kans die u gekregen hebt.’
‘Wat ik heb gedaan – omdat ik geen keus had en niet beter wist – wordt sneldwang genoemd, Nicola, en het is gevaarlijk.’ Ze had er pas van gehoord toen Siuan zich voor die daad verontschuldigde. Het was de enige keer dat Siuan werkelijk berouwvol had geklonken. ‘Je weet dat je niet moet proberen meer saidar te geleiden dan je kunt hebben. Anders loop je het gevaar op te branden voor je ook maar in de buurt van je volle vermogen komt. Je kunt veel beter geduld betrachten. De zusters zullen trouwens niets anders toestaan, tot je er echt klaar voor bent.’
‘We zijn op dezelfde rivierboot als Nynaeve en Elayne naar Salidar gekomen,’ zei Areina opeens. Haar blik was meer dan rechtstreeks, hij was uitdagend. ‘En Birgitte.’ Om de een of andere reden zei ze die naam heel verbitterd.
Nicola gebaarde haar kalm te zijn. ‘Het is niet nodig dat te zeggen.’ Vreemd genoeg klonk het niet alsof ze dat meende. In de hoop dat ze haar gezicht half zo goed in bedwang hield als Nicola het hare, probeerde Egwene haar plotselinge ongerustheid te onderdrukken. ‘Marigan’ was op dezelfde boot naar Salidar gekomen. Een uil riep en ze huiverde. Sommige mensen dachten dat een uilen-roep bij maanlicht slecht nieuws betekende. Ze was niet bijgelovig, maar... ‘Niet nodig wat te zeggen?’
De twee keken elkaar aan en Areina knikte. ‘Het was tijdens de tocht van de rivier naar het dorp.’ Ondanks al haar gespeelde terughoudendheid keek Nicola Egwene recht in de ogen. ‘Areina en ik hoorden Thom Merrilin en Juilin Sandar praten. De speelman en de dieven-pakker. Juilin zei dat als er Aes Sedai in het dorp waren – we waren er nog niet zeker van – en als zij hoorden dat Nynaeve en Elayne hadden gedaan of ze Aes Sedai waren, dat we dan allemaal in een school zilvertanden sprongen. Ik neem aan dat zoiets niet echt gezond is.’