Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Grote Jacht
De Grote Jacht - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Grote Jacht

Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:

De Grote Jacht
1 ... 49 50 51 52 53 54 55 56 57 ... 203
Перейти на страницу:

‘Wat was dat?’ vroeg Mart. ‘Dat spuwen in het oog van de Duistere?’

‘Dat is een zegswijze van de Aiel over hoelang ze zullen vechten,’ zei Ingtar, ‘en ongetwijfeld menen ze dat. De Aiel verdelen de wereld in twee groepen, ketellappers en speelmannen niet meegerekend: Aiel en vijanden. Vijfhonderd jaar geleden hebben ze een uitzondering gemaakt voor de Cairhienin om een reden die alleen een Aiel kon begrijpen, maar ik denk niet dat ze dat ooit nog eens zullen doen.’

‘Ik veronderstel van niet,’ zuchtte Loial. ‘Maar zij laten inderdaad de Tuatha’an, het Trekkende Volk, door de Woestenij reizen. En ze zien de Ogier ook niet als vijanden, hoewel ik betwijfel of een van ons de Woestenij in zou trekken. Soms komen er Aiel naar stedding Shangtai om hun waren te ruilen voor zanghout. Maar het is een hard volk.’

Ingtar knikte, ik wou dat ik een paar mannen had die zo hard waren. Zelfs maar half zo hard.’

‘Is dat een grap?’ lachte Mart. ‘Als ik een span zou rennen met die hele ijzerhandel van jullie, zou ik neervallen en een week lang slapen. En jullie doen het span na span.’

‘Aiel zijn hard,’ zei Ingtar. ‘Mannen en vrouwen, hard. Ik heb tegen ze gevochten en ik weet het. Ze kunnen vijftig span rennen en daarna een gevecht aangaan. Ze zijn de wandelende dood, met of zonder wapen. Maar nooit met een zwaard. Om de een of andere reden zullen ze nooit een zwaard aanraken. Of op een paard rijden. Niet dat ze het nodig hebben. Als jij een zwaard hebt en de Aiel alleen zijn blote handen, dan is het een gelijke strijd. Als je tenminste goed bent. Ze hoeden vee en geiten op plaatsen waar jij of ik binnen een dag van de dorst zou omkomen. Ze houwen hun dorpen uit in enorme rotspartijen midden in de Woestenij. Ze wonen er al bijna vanaf het Breken van de Wereld. Artur Haviksvleugel probeerde ze eruit te slaan en heeft ervan langs gekregen; de enige grote nederlaag die hij ooit heeft geleden. Overdag zindert de Aielwoestenij van de hitte en ’s nachts vriest het er. En een Aiel kan je met die grijsblauwe ogen van hem aanstaren en zeggen dat hij nergens ter wereld liever is. En hij zou niet liegen. Als ze er ooit uit zouden komen, zouden we allemachtig veel moeite hebben om ze tegen te houden. De Aiel-oorlog duurde drie jaar en daar waren slechts vier van de dertien stammen bij betrokken.’

‘De grijze ogen van zijn moeder maken Rhand nog geen Aiel,’ zei Mart.

Ingtar schokschouderde. ‘Zoals ik al zei: ik stel geen vragen.’ Toen Rhand zich eindelijk voor de nacht gereedmaakte, tolde zijn hoofd van de vragen. Ik lijk op een Aielman. Moiraine Sedai beweert dat je uit Tweewater komt. Aiel verwoestten alles op hun weg naar Tar Valon. Geboren op de helling van de Drakenberg. De Herrezen Draak.

‘Ik laat me niet gebruiken,’ mompelde hij, maar het duurde lang voor hij in slaap viel.

Ingtar brak het kamp op voordat de zon was opgekomen. Ze hadden gegeten en reden weer naar het zuiden, terwijl de wolken in het oosten nog rood omrand waren van de komende zonsopgang en de dauw nog aan de bladeren hing. Deze keer stuurde Ingtar verkenners naar voren. Hij hield een straf tempo aan, maar putte de paarden niet meer uit. Rhand dacht dat Ingtar misschien had beseft dat ze het niet in één dag zouden klaren. Hurin zei dat het spoor nog steeds naar het zuiden leidde. Totdat een van de verkenners, twee uur na zonsopgang, terug kwam draven.

‘Een verlaten kamp vooruit, heer. Daar op die heuveltop. Daar moeten er de afgelopen nacht zo’n dertig of veertig zijn geweest, heer.’ Ingtar spoorde zijn paard aan alsof hem verteld was dat de Duistervrienden er nog steeds zaten. Rhand moest hem zien bij te houden, anders zou hij onder de voet worden gelopen door de Shienaranen die achter hem de heuvel opstormden.

Er viel weinig te zien. De koude as van kampvuren, goed verborgen tussen de bomen, met zo te zien de resten van een maaltijd erin gegooid. Een berg afval bij de vuren gonsde al van de vliegen. Ingtar hield de anderen van het kamp weg terwijl hij afsteeg en met Uno door het kamp liep om de grond te onderzoeken. Hurin reed snuivend langs de randen van de plek. Rhand bleef bij de anderen; hij wilde geen beter zicht op een plek waar Trolloks en Duistervrienden hadden gekampeerd. En een Schim. En iets ergers. Mart klauterde te voet de heuvel op en stampte het kamp in. ‘Ziet een kamp van Duistervrienden er zo uit? Het stinkt een beetje, maar ik kan niet zeggen dat het anders is als een ander kamp.’ Hij schopte tegen een ashoop en een gebroken verkoold bot werd zichtbaar. Hij bukte zich en raapte het op. ‘Wat eten Duistervrienden? Ziet er niet uit als een schapenbot. Of dat van een koe.’

‘Hier is een moord gepleegd,’ zei Hurin somber. Hij wreef met een doek over zijn neus. ‘Erger dan moord.’

‘Er zijn hier Trolloks geweest,’ zei Ingtar, Mart recht aankijkend, ik neem aan dat ze honger kregen en de Duistervrienden waren bij de hand.’ Mart liet het geblakerde bot vallen; het leek of hij wilde overgeven.

‘Ze gaan niet langer naar het zuiden, heer;’ zei Hurin. Dat trok ieders aandacht. Hij wees terug naar het noordoosten. ‘Misschien hebben ze besloten om de tocht naar de Verwording toch te wagen. Misschien wilden ze ons alleen maar misleiden door naar het zuiden te gaan.’ Het klonk niet alsof hij het geloofde. Hij leek in de war. ‘Wat ze ook proberen,’ snauwde Ingtar, ‘ik zal ze krijgen. Opstijgen!’ Maar iets meer dan een uur later trok Hurin zijn teugels aan. ‘Ze zijn weer van richting veranderd, heer. Opnieuw naar het zuiden. En ze hebben er hier nog een gedood.’

In de diepte tussen twee heuvels was geen as te zien, maar na een korte zoektocht werd het lichaam gevonden. Een in elkaar gerolde man die onder enkele bosjes was weggestopt. Zijn achterhoofd was ingeslagen en zijn ogen puilden nog steeds uit door de kracht van die klap. Ondanks zijn Shienaraanse kleren herkende niemand hem. ‘We verspillen geen tijd aan het begraven van Duistervrienden,’ gromde Ingtar. ‘We rijden verder zuidwaarts.’ Hij volgde zijn eigen bevel al op voor hij was uitgesproken.

De dag verliep hetzelfde als de vorige dag. Uno onderzocht sporen en uitwerpselen en zei dat ze iets op hun prooi waren ingelopen. De schemering viel zonder dat er Trolloks of Duistervrienden te zien waren en de volgende dag was er weer een verlaten kamp – waar, aldus Hurin, weer een moord was begaan – en weer een andere richting, deze keer naar het noordwesten. Na een paar uur vonden ze opnieuw een lichaam, een man met een door een bijl opengespleten schedel, en een nieuwe richting. Opnieuw naar het zuiden. Uno las opnieuw het spoor en zei dat ze inliepen. Opnieuw waren tot de avondschemer alleen enkele verre boerderijen te zien. En de volgende dag verliep hetzelfde: een nieuwe richting, moordpartijen. Zo ook de dag erna.

Elke dag bracht hen een beetje dichter bij hun prooi, maar Ingtar brieste van woede. Toen het spoor op een morgen weer van richting veranderde, stelde hij voor om rechtdoor te rijden. Ze zouden verder naar het zuiden het spoor zeker weer oppikken en zodoende tijd winnen. Maar voor iemand iets kon zeggen, zei hij al dat het een slecht idee was, want hij wilde niet het geringste risico lopen dat hun prooi net deze keer niet naar het zuiden zou afbuigen. Hij maande iedereen aan meer haast te maken, vroeger in de ochtend te vertrekken en ’s avonds pas af te stappen als het helemaal donker was. Hij herinnerde iedereen aan de opdracht van de Amyrlin Zetel om de Hoorn van Valere terug te winnen en zich door niets te laten weerhouden. Hij sprak van de roem die ze zouden winnen en hoe hun namen herinnerd zouden worden in verhalen en in de geschiedenis, in de vertellingen van een speelman of in de liederen van een bard. De mannen die de Hoorn hadden gevonden. Hij praatte alsof hij niet kon ophouden en hij keek omlaag naar het spoor dat ze volgden, alsof hij hoopte dat ze aan het eind het Licht zouden vinden. Zelfs Uno begon hem scheefjes aan te kijken. Toen kwamen ze aan de oever van de Erinin.

1 ... 49 50 51 52 53 54 55 56 57 ... 203
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)