Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Grote Jacht
De Grote Jacht - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Grote Jacht

Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:

De Grote Jacht
1 ... 45 46 47 48 49 50 51 52 53 ... 203
Перейти на страницу:

Nog meer feestvierders renden vals zingend langs hem, terwijl de wijn hun woorden vervormde. Laat mijn ouwe grootmoeder de Hoorn van Valere krijgen! dacht Domon somber. Ik wil mijn schip houden. En mijn leven. Het Fortuin mag me steken!

Hij perste zich een herberg in; op het uithangbord danste een grote, witgestreepte das op zijn achterpoten met een man die een zilveren schop droeg. Kalmeer de Das heette de gelegenheid, maar zelfs Nieda Sidoro, de eigenares, wist niet wat de naam betekende. Er had altijd een herberg met die naam in Illian gestaan. De gelagkamer, met zaagsel op de vloer en een muzikant die zachtjes een van die droevige Zeevolk-liedjes op een twaalfsnarige hanou tokkelde, was rustig en goed verlicht. Nieda stond geen opschudding in haar nering toe en haar neef Bili was groot genoeg om aan iedere hand een man naar buiten te slepen. Zeelieden, dokwerkers en pakhuissjouwers kwamen naar de Das voor een drankje en misschien om wat te praten, voor een spelletje Steen of pijltjesgooien. Momenteel was het vertrek halfvol; zelfs degenen die van rust hielden, waren door de straatfeesten naar buiten gelokt. Er werd zacht gepraat, maar Doman ving flarden op over de Jacht, over de valse Draak die de Morlanders hadden opgepakt en over die andere die de Tyrenen in Haddon Mir opjoegen. Er leek wat onenigheid te bestaan over de vraag of het beter was dat de valse Draak omkwam of dat de Tyrenen stierven.

Domons gezicht vertrok. Valse Draken! Het Fortuin hale me, tegenwoordig is het nergens meer veilig. Maar hij had al net zo weinig belangstelling voor valse Draken als voor de Jacht. De stevige herbergierster, met haar haren in een knotje, droogde een kroes af terwijl ze een scherp oog op haar nering hield. Ze bleef afdrogen, keek niet eens naar hem, maar haar linkerooglid zakte en haar ogen wezen op drie mannen rond een hoektafeltje. Die waren erg rustig, somber bijna, en hun klokvormige fluwelen baretten en donkere jassen, met zilveren, purperen en gouden banden op de borst, vielen op tussen de gewone dracht van de andere klanten. Domon zuchtte en zocht zelf een hoektafel op.Cairhienin, deze keer. Hij pakte van een dienstertje een kroes bruin bier aan en nam een forse teug. Toen hij de kroes liet zakken, stonden de drie mannen in de gestreepte jassen naast zijn tafel. Hij gaf Nieda heimelijk te kennen dat hij Bili niet nodig had.

‘Schipper Domon?’ Ze waren alledrie onopvallend, maar de spreker had een houding die Domon deed vermoeden dat hij hun leider was. Ze leken ongewapend. Ondanks hun fraaie kleren zagen ze eruit alsof ze dat niet hoefden te zijn. Er stonden harde ogen in die zo opvallend gewone gezichten. ‘Schipper Baile Domon, van de Schuimvlok?’

Domon gaf een kort knikje en de drie mannen gingen zitten zonder te wachten op een uitnodiging. Dezelfde man bleef aan het woord; de andere twee keken slechts toe, zonder zelfs maar met hun ogen te knipperen. Lijfwachten, dacht Domon, al dragen ze nog zulke fijne kleren. Wie kan dit zijn dat hij een paar lijfwachten heeft? ‘Schipper Domon, wij hebben iemand die van Mayene naar Illian gebracht moet worden.’

‘De Schuimvlok is een binnenschip,’ onderbrak Domon hem. ‘Het heeft weinig diepgang en geen kiel voor diep water.’ Dat was niet helemaal waar, maar het was genoeg voor landrotten. Het is tenminste eens iets anders dan Tyr. Ze worden slimmer. De onderbreking leek de man niet te storen. ‘We hoorden dat u de rivierhandel wilde opgeven.’

‘Misschien wel, misschien niet. Ik heb nog niks besloten.’ Maar dat had hij wel. Hij zou nooit meer de rivier opgaan, nooit meer terug naar de Grenslanden, nog niet voor alle zijde in alle Tyreense schepen. Saldeaanse bontvellen en ijspepers waren het niet waard. Met de valse Draak daar, waarvan hij had gehoord, had het niets te maken. Hij vroeg zich echter opnieuw af hoe iemand dat kon weten. Hij had er met niemand over gesproken en toch hadden ook anderen het geweten.

‘Langs de kust naar Mayene is gemakkelijk genoeg. Schipper, voor duizend mark wilt u vast en zeker de kust wel volgen.’ Domon kon het niet helpen dat zijn ogen uitpuilden. Dit was vier keer zo hoog als het laatste aanbod, en dat was al genoeg geweest om open monden te veroorzaken. ‘Wie moet ik voor u ophalen? De Eerste van Mayene zelf? Heeft Tyr haar er eindelijk helemaal uit weten te werken?’

‘U hebt geen namen nodig, schipper.’ De man legde een grote leren beurs en een verzegeld perkament op tafel. De beurs rinkelde doordringend toen hij deze over de tafel schoof. Het grote rode waszegel op het perkament toonde de stralende Rijzende Zon van Cairhien. ‘Tweehonderd vooruit. Voor duizend mark hebt u, naar ik aanneem, geen namen nodig. Geef dit, met onverbroken zegel, aan de havenmeester van Mayene en hij zal u er nog driehonderd geven. Ik geef u de rest als de opgehaalde persoon hier aankomt. Tenminste, als u geen pogingen hebt gedaan om achter de naam van deze persoon te komen.’

Domon haalde diep adem. Fortuin, het zou de reis waard zijn. Zelfs als hij er niets meer uit zou halen dan wat er in deze buidel zat. En duizend mark was meer dan hij in drie jaar bij elkaar kon krijgen. Hij vermoedde dat als hij nog wat meer zou aftasten, er gezinspeeld zou worden – niet meer dan dat – op verborgen betrekkingen tussen Illians Raad van Negen en de Eerste van Mayene. De stadstaat van de Eerste was vrijwel een gewest van Tyr en hulp van Illian zou haar zonder twijfel plezieren. Er waren veel mensen in Illian die zeiden dat het tijd werd voor een nieuwe oorlog, dat Tyr een veel te groot deel van de handel op de Zee der Stormen in handen had. En hij zou erin getrapt zijn als hij de afgelopen maand al niet drie soortgelijke aanbiedingen had gekregen.

Hij reikte naar de buidel en de man die het woord had gedaan, greep zijn pols beet. Domon keek hem woest aan maar de spreker keek kalm terug.

‘U moet zo snel mogelijk uitvaren, schipper.’

‘Bij het eerste licht,’ gromde Domon. De man knikte en liet zijn pols los.

‘Bij het eerste licht dan, schipper Domon. Onthoud: een man die een geheim kan bewaren, blijft in leven om van zijn geld te genieten.’ Domon keek hoe het drietal vertrok en staarde toen misprijzend naar de beurs en het perkament op tafel. Iemand wilde dat hij naar het oosten ging. Tyr of Mayene, dat maakte niet uit, als hij maar naar het oosten ging. Hij dacht dat hij wist wie erachter stak. Aan de andere kant heb ik er geen enkele aanwijzing voor. Wie wist wie er een Duistervriend was? Hij wist wel dat hij achtervolgd was door Duistervrienden toen hij na Marabon de rivier was afgezakt. Sterker: het was al begonnen voor hij uit Marabon was vertrokken. Duistervrienden en Trolloks. Daar was hij zeker van. De vraag was nu: waarom? Hij had geen flauw idee wat het antwoord daarop zou kunnen zijn.

‘Moeilijkheden, Baile?’ vroeg Nieda. ‘Je ziet eruit alsof je een Trollok gezien hebt.’ Ze giechelde, wat heel gek klonk bij iemand met haar omvang. Zoals de meeste mensen die nog nooit in de Grenslanden waren geweest, geloofde Nieda niet in Trolloks. Hij had geprobeerd haar de waarheid te vertellen; ze genoot van zijn verhalen en dacht dat ze allemaal verzonnen waren. Ze geloofde ook niet in sneeuw.

‘Niks aan de hand, Nieda.’ Hij maakte de beurs open, pikte er ongezien een munt uit en gooide haar die toe. ‘Drinken voor iedereen tot dit op is. En dan krijg je er nog een.’

Nieda bekeek de munt verbaasd. ‘Een mark uit Tar Valon! Ga je nu met die feeksen handeldrijven?’

‘Nee,’ zei hij hees. ‘Dat doe ik niet!’

Ze beet op de munt en stopte hem toen snel weg achter haar brede riem. ‘Nou ja, goud is goud. En ik vermoed dat die wijven niet zo erg zijn als sommigen beweren. Dat zou ik van veel mannen niet durven zeggen. Ik ken een geldwisselaar die met zulke munten wel raad weet. Een tweede mark is niet nodig, zo druk is het niet vanavond. Nog een bier, Baile?’

1 ... 45 46 47 48 49 50 51 52 53 ... 203
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)