Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Grote Jacht
De Grote Jacht - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Grote Jacht

Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:

De Grote Jacht
1 ... 42 43 44 45 46 47 48 49 50 ... 203
Перейти на страницу:

De Ogier toomde zijn paard een eindje verder in en keek naar Rhand. Zijn pluimoren bewogen onzeker.

‘Ik wist niet dat je meeging,’ zei Rhand. ‘Ik dacht dat je wel genoeg had van onze trektochten. Deze keer kunnen we met geen mogelijkheid weten hoe lang het zal duren of waar we terecht zullen komen.’ Loials oren richtten zich een beetje op. ‘Dat wist ik ook niet toen ik je voor het eerst ontmoette. Bovendien: wat toen gold, geldt nu nog. Ik kan me de kans niet laten ontglippen om met eigen ogen te zien hoe de geschiedenis zich rond ta’veren weeft. En om de Hoorn te helpen vinden...’

Mart en Perijn kwamen achter Loial aanrijden en wachtten. Mart had donkere kringen rond de ogen maar zijn gezicht had een gezonde kleur.

‘Mart,’ zei Rhand, ‘ik heb spijt van wat ik tegen je gezegd heb. Perijn, ik meende er niets van. Ik deed stom.’

Mart keek hem slechts even aan, schudde toen het hoofd en zei iets tegen Perijn dat Rhand niet kon verstaan. Mart had alleen zijn boog en pijlen, maar Perijn droeg aan de riem ook zijn bijl met het brede sikkelblad, dat in balans werd gehouden door de zware punt aan de andere kant.

‘Mart? Perijn? Echt, ik wilde niet...’ Ze reden door naar Ingtar. ‘Dat is geen reismantel, Rhand,’ zei Loial.

Rhand wierp een blik op de gouden doornen die zich om zijn karmozijnen mouw slingerden en grimaste, ‘geen wonder dat Mart en Perijn nog steeds denken dat ik het hoog in mijn bol heb.’ Toen hij naar zijn kamer was teruggekeerd, was alles al ingepakt en weggebracht. Alle gewone mantels die hij had gekregen, zaten al op de pakpaarden, dat had de dienaar tenminste gezegd. Elke mantel die nog in de kleerkast hing, was minstens zo elegant als deze mantel. Behalve wat hemden, wollen kousen en een extra broek bevatten zijn zadeltassen niets wat ook maar enigszins op kleren leek. Hij had wel het gouden koord van zijn mouw gehaald, hoewel hij de rode ade-laarsspeld in zijn zak had. Lan had het immers als geschenk bedoeld. ‘Als we vanavond stoppen, trek ik wat anders aan,’ gromde hij. Hij haalde diep adem. ‘Loial, ik zei dingen tegen je die ik niet had mogen zeggen en ik hoop dat je me wilt vergeven. Je hebt alle reden om me verwijten te maken, maar ik hoop dat je dat niet zult doen.’ Loial grinnikte en zijn oren kwamen overeind. Hij stuurde zijn paard dichterbij, ik zeg de hele tijd dingen die ik niet zou mogen zeggen. De Ouderen zeiden altijd dat ik een uur eerder spreek dan denk.’ Plotseling stond Lan bij Rhands stijgbeugel. Hij was gekleed in zijn grijsgroene harnas, waardoor hij bijna geheel in het bos of de duisternis kon opgaan, ik moet met je praten, schaapherder.’ Hij keek Loial aan. ‘Alleen graag, Bouwer.’ Loial knikte en reed op zijn grote rijdier weg.

‘Ik weet niet of ik wel naar je zou moeten luisteren,’ zei Rhand tegen de zwaardhand. ‘Deze opsmuk en alles wat je me vertelde, heeft me niet veel geholpen.’

‘Als je geen grote zege kunt behalen, schaapherder, leer dan tevreden te zijn met een kleine. Als zij door je optreden geloofden dat je meer bent dan een boerenkinkel, dan heb je een kleine overwinning behaald. Hou je mond nu even en luister. Ik heb alleen maar tijd voor één laatste les, de moeilijkste van al. Het planten van het zwaard.’

‘Elke morgen heb je me een uur lang niets anders laten doen dan dit rottige zwaard trekken en het weer in de schede steken. Staand, zittend, op de grond liggend. Ik geloof dat het me best zal lukken het weer terug te steken zonder mezelf te snijden.’ ik zei dat je moest luisteren, schaapherder,’ bromde de zwaardhand. ‘Er zal een tijd komen dat je ten koste van alles een doel moet bereiken. Het kan gebeuren tijdens een aanval of een verdediging. En de enige manier is het zwaard in je lichaam te planten.’

‘Dat is belachelijk,’ zei Rhand. ‘Waarom zou ik ooit...?’ De zwaardhand onderbrak hem. ‘Je zult het weten als het zover is, schaapherder, als de prijs het gewin waard is en je geen andere keus gelaten wordt. Dat wordt planten van het zwaard genoemd. Onthoud dat.’

De Amyrlin Zetel verscheen en schreed de binnenplaats over met Leane, die haar staf droeg, en heer Agelmar. Zelfs in een groene fluwelen mantel leek de heer van Fal Dara tussen al die gewapende mannen niet uit de toon te vallen. Er was nog geen enkele andere Aes Sedai te bekennen. Toen ze langs Rhand liepen, ving hij iets op van hun gesprek.

‘Maar Moeder,’ protesteerde Agelmar, ‘u hebt geen tijd gehad om uit te rusten van uw reis. Blijf tenminste nog een paar dagen. Ik beloof u vanavond een feest zoals u in Tar Valon nauwelijks zult meemaken.’ De Amyrlin liep door en schudde het hoofd. ‘Dat kan ik niet, Agelmar. Je weet dat ik zou blijven als ik kon. Ik was helemaal niet van plan lang te blijven, en dringende zaken vergen mijn aanwezigheid in de Witte Toren. Ik had er al moeten zijn.’

‘Moeder, het beschaamt mij dat u komt en de volgende dag reeds vertrekt. Ik bezweer u dat er geen herhaling zal zijn van de vorige nacht. Ik heb de wachten bij de stadspoorten en de burcht verdrievoudigd. Ik heb buitelaars uit de stad en een bard uit Mos Shirare laten komen. Bovendien is koning Easar zelf al uit Fal Moran onderweg. Ik heb hem bericht gestuurd zodra...’ Hun stemmen stierven weg toen ze de binnenplaats overstaken en werden overstemd door het lawaai van de drukte. De Amyrlin had geen enkele keer in de richting van Rhand gekeken. Toen Rhand omlaag blikte, was de zwaardhand verdwenen en nergens meer te zien. Loial stuurde zijn paard weer naar Rhand. ‘Die man is moeilijk vast te houden, hè? Hij is er niet, dan is hij er wel, dan is hij verdwenen, en je ziet hem niet komen of gaan.’

Het planten van het zwaard. Rhand huiverde. Alle zwaardhanden zijn gek.

De zwaardhand met wie de Amyrlin sprak, sprong plotseling in het zadel. Hij was al in volle galop voordat hij de openstaande poort had bereikt. Ze bleef hem nakijken; haar houding leek hem aan te sporen nog sneller te gaan.

‘Waar gaat die zo haastig naar toe?’ vroeg Rhand zich hardop af. ‘Ik heb gehoord,’ zei Loial, ‘dat ze vandaag iemand helemaal naar Arad Doman zou sturen. Er doen geruchten de ronde dat er moeilijkheden zijn op de Vlakte van Almoth, en de Amyrlin Zetel wil precies weten wat er aan de hand is. Wat ik niet begrijp, waarom nu pas? Naar ik hoor, kwamen die geruchten met de Aes Sedai uit Tar Valon mee.’

Rhand voelde zich verkillen. Egwenes vader had thuis een grote kaart, een kaart die Rhand meer dan eens bekeken had. Hij had er vaak bij zitten dromen voor hij had ontdekt hoe de werkelijkheid echt was als die dromen uitkwamen. Het was een oude kaart met streken en landen die volgens de kooplieden niet meer bestonden, maar de Vlakte van Almoth was aangegeven, tegen de Kop van Toman aan. Wij zien elkaar weer op de Kop van Toman. Het was helemaal aan de andere kant van de wereld die hij kende, aan de Arythische Oceaan. ‘Het heeft niets met ons te maken,’ fluisterde hij. ‘Niets met mij te maken.’ Loial leek het niet te horen. Hij wreef langs de zijkant van zijn neus met een vinger zo groot als een worst en staarde nog steeds naar de poort waardoor de zwaardhand was verdwenen. ‘Als ze meer wilde weten, waarom heeft ze dan niet vóór haar vertrek iemand uit Tar Valon gestuurd? Maar jullie mensen zijn altijd ineens opgewonden, voortdurend aan het rondspringen en schreeuwen.’ Zijn oren stonden opeens stijf van verlegenheid. ‘Het spijt me écht, Rhand. Nu hoor je het zelf eens: spreken voor ik nadenk. Ik ben soms haastig en opgewonden, weet je.’

Rhand lachte. Het stelde niet veel voor maar het was fijn om weer eens om iets te kunnen lachen. ‘Misschien zouden we, als we net zo lang leefden als jullie Ogier, ook wel wat bedaarder zijn.’ Loial was negentig jaar oud; naar Ogiermaatstaven nog tien jaar te jong om alleen buiten de stedding te zijn. Zijn vertrek was het bewijs van zijn haast, beweerde hij. Als Loial een opgewonden Ogier was, bedacht Rhand, dan moesten de meesten wel van steen zijn gemaakt. ‘Misschien wel,’ zei Loial nadenkend, ‘maar jullie mensen doen zoveel met je leven. Wij kruipen eigenlijk alleen maar bij elkaar in onze stedding. Het planten van de gaarden, en ook het bouwen, was al gereed voor het einde van de Lange Ballingschap.’ De gaarden lagen Loial na aan het hart, niet de steden, waar de mensen bij de Ogier het eerst aan dachten. De gaarden waren aangelegd om de Bouwers aan hun stedding te herinneren en juist voor die bossen had Loial zijn stedding verlaten. ‘Sinds we naar onze stedding zijn teruggekeerd, hebben we...’ Zijn woorden stierven weg toen de Amyrlin naderde. Ingtar en de anderen verschoven in het zadel, klaar om af te stijgen en te knielen, maar ze gebaarde hen te blijven zitten. Leane stond naast haar en Agelmar een stap erachter. Uit zijn sombere gezicht viel af te leiden dat hij zijn pogingen had opgegeven om haar over te halen langer in Fal Dara te blijven.

1 ... 42 43 44 45 46 47 48 49 50 ... 203
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)