Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Grote Jacht
De Grote Jacht - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Grote Jacht

Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:

De Grote Jacht
1 ... 41 42 43 44 45 46 47 48 49 ... 203
Перейти на страницу:

Hij schrok. ‘Nee. Ze heeft niet... Egwene, de Amyrlin...’ Hij schudde zijn hoofd. ‘Ze heeft me niets gedaan.’

Ze had het gevoel dat hij iets heel anders had willen zeggen. Gewoonlijk kon ze alles uit hem krijgen, alles wat hij voor zich wilde houden, maar als hij echt koppig was, was het gemakkelijker om met je nagels een steen uit een muur te peuteren. Aan de lijnen van zijn kaak te zien was hij op dit moment op z’n koppigst. ‘Wat wilde ze van je, Rhand?’

‘Niets belangrijks. Ta’veren. Ze wilde ta’veren zien.’ Zijn gezicht werd zachter toen hij op haar neerkeek. ‘En jij, Egwene. Ben jij in orde? Moiraine zei dat je dat was, maar je lag zo roerloos. Ik dacht eerst dat je dood was.’

‘Nou, dat ben ik niet.’ Ze lachte. Ze kon zich niet meer herinneren wat er gebeurd was nadat ze Mart had gevraagd mee naar de kerkers te gaan, tot ze wakker was geworden in haar eigen bed. Toen ze hoorde wat er die nacht was gebeurd, was ze bijna blij dat ze zich niets meer kon herinneren. ‘Moiraine zei dat ze mij vanwege mijn dwaasheid graag de hoofdpijn gunde als ze alleen de rest had kunnen helen, maar dat kon ze niet.’

‘Ik heb je gezegd dat Fajin gevaarlijk was,’ mompelde hij. ‘Ik zei het, maar je wou niet luisteren.’

‘Als je zo gaat praten,’ zei ze ferm, ‘geef ik je aan Nisura door. Zij zal niet met je praten zoals ik doe. De laatste man die zich een weg trachtte te banen door de vrouwenvertrekken heeft een maand tot zijn ellebogen in het zeepwater gestaan om in de wasserij te helpen en hij zocht alleen maar zijn verloofde om een ruzie bij te leggen. Zelfs hij wist dat hij maar beter geen zwaard kon dragen. Het Licht weet wat ze met jou zouden doen.’

‘Iedereen wil iets met me doen,’ gromde hij. ‘Iedereen wil me ergens voor gebruiken. Nou, ik laat me niet gebruiken. Als we eenmaal de Hoorn en Marts dolk gevonden hebben, zal ik nooit meer gebruikt worden.’

Met een geërgerde grom pakte ze hem bij de schouders en dwong hem haar aan te kijken. Ze keek boos terug. ‘Als je onzin blijft uitkramen, Rhand Altor, zweer ik dat je een draai om je oren krijgt.’

‘Nu klink je net als Nynaeve.’ Hij lachte, maar toen hij haar weer aankeek, verdween zijn lach snel. ‘Ik neem aan... ik neem aan dat ik je nooit meer zal zien. Ik weet dat je naar Tar Valon moet, ik weet het. En je wordt een Aes Sedai. Ik heb het gehad met Aes Sedai, Egwene. Ik wil niet naar hun pijpen dansen, niet voor Moiraine, voor niemand niet.’

Hij zag er zo verloren uit dat ze zijn hoofd op haar schouder had willen leggen, en zo koppig dat ze hem echt een draai om zijn oren wilde geven. ‘Luister naar me, stom rund. Ik wórd een Aes Sedai en ik zal een manier vinden om je te helpen. Beloofd.’

‘De volgende keer dat je me ziet, wil je me waarschijnlijk stillen.’ Ze keek haastig om zich heen; ze waren alleen in dit gedeelte van de gang. ‘Als je je tong niet in bedwang houdt, zal ik niet in staat zijn je te helpen. Wil je dat iedereen het te weten komt?’

‘Te veel mensen weten het al,’ zei hij. ‘Egwene, ik wou dat de dingen anders waren, maar dat zijn ze niet. Ik wou... Pas goed op jezelf. En beloof me dat je niet de Rode Ajah kiest.’ Toen ze haar armen om hem heen sloeg, maakten haar tranen alles mistig. ‘Pas goed op jezelf,’ zei ze fel. ‘Als je dat niet doet, ga ik... ik...’ Ze dacht dat ze hem hoorde mompelen: ik hou van je,’ en toen maakte hij vastberaden haar armen los en duwde haar zachtjes weg. Hij draaide zich om en liep van haar weg, bijna hollend. Ze schrok toen Nisura haar arm aanraakte. ‘Hij ziet eruit alsof je hem een taak hebt opgedragen die hij niet aangenaam vindt. Maar hij mag je er niet om zien huilen. Dat verknoeit alles. Kom, Nynaeve wil je spreken.’

Egwene veegde haar wangen droog en volgde de andere vrouw. Pas goed op jezelf, lompe wolkop. Licht, zorg voor hem.

9

Afscheid

Op de voorhof heerste een ordelijke bedrijvigheid toen Rhand er uiteindelijk aankwam met zijn zadeltassen en de bundel waarin de harp en de fluit van Thom waren gewikkeld. De zon klom naar de middag. Mannen waren gehaast bezig met de paarden, trokken aan zadelriemen en paktuig en riepen met luide stem. Anderen snelden met water of de laatste pakken naar de pakpaarden en krijgslieden, of vlogen weer weg om iets te halen dat ze zich opeens herinnerden. Maar allen leken precies te weten wat ze deden en waar ze naar toe gingen. De omlopen en schuttersgalerijen stonden vol mensen en de ochtendlucht zinderde van opwinding. Er klonk hoefgekletter op de keien. Een van de pakpaarden begon achteruit te slaan en stalknechten snelden toe om hem te kalmeren. Overal hing een zware paardenlucht. Rhands mantel probeerde op te waaien in de bries die de havikbanieren op de torens liet wapperen, maar de boog op zijn rug verhinderde dat. Buiten de open poorten klonken geluiden van de piekeniers en boogschutters van de Amyrlin, die door een zijpoort het plein opmarcheerden. Een heraut probeerde zijn hoorn uit. Enkele zwaardhanden gluurden naar Rhand terwijl hij over de binnenhof liep; een paar trokken hun wenkbrauwen op toen ze het reigerzwaard zagen, maar niemand zei iets. De helft van hen droeg de mantels waarvan je zo draaierig werd. Daar stond Mandarb, het ros van Lan, groot en zwart en met felle ogen, maar Lan zelf was er niet, net zo min als de Aes Sedai of de vrouwen. Moiraines witte merrie, Aldieb, trappelde parmantig naast de hengst.

Rhands vos stond bij de groep aan de andere kant van het plein, bij Ingtar, een vaandrager die Ingtars Grijze Uilbanier droeg en nog twintig geharnaste lieden met speren die in stalen punten van twee voet uitliepen. Iedereen zat al in het zadel. De spijlen van hun helmen bedekten hun gezicht, terwijl de goudkleurige mantels met de Zwarte Havik op de borst de harnassen verborgen. Alleen de helm van Ingtar had een teken op de rand: een halve maan met de punten omhoog. Rhand herkende een paar van de mannen. De ruige, eenogige Uno, met een groot litteken over zijn gezicht. Ragan en Masema. En anderen waarmee hij weleens een woordje had gewisseld of een spelletje Steen gespeeld. Ragan wuifde en Uno knikte, maar Masema was niet de enige die hem koud aankeek en zich vervolgens omdraaide. De pakpaarden stonden geduldig te wachten met zwaaiende staarten.

De grote vos danste toen Rhand zijn zadeltassen en bundel vastbond achter de hoge zadelboom. Hij stak zijn voet in de stijgbeugel en mompelde: ‘Rustig, Rooie,’ terwijl hij in het zadel gleed, maar hij liet de hengst wat ronddartelen om iets van zijn spanning uit de stal kwijt te raken.

Tot Rhands verrassing kwam Loial uit de stallen rijden om zich bij hen te voegen. Het rijdier van de Ogier, met zijn lange vetlokken, was even groot en zwaar als een eersteklas Durraans strijdros. Daarnaast leken de andere paarden bijna even groot als Bela, maar met Loial in het zadel leek zijn ros een pony.

Voor zover Rhand kon zien, droeg Loial geen wapens; hij had nog nooit gehoord van een Ogier die een wapen gebruikte. Hun stedding bood genoeg bescherming. En Loial had zo zijn eigen gedachten over wat er nodig was voor een reis. De uitpuilende zakken van zijn grote reismantel spraken voor zich en zijn zadeltassen vertoonden de vierkante uitstulpingen van boeken.

1 ... 41 42 43 44 45 46 47 48 49 ... 203
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)