Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Grote Jacht
De Grote Jacht - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Grote Jacht

Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:

De Grote Jacht
1 ... 39 40 41 42 43 44 45 46 47 ... 203
Перейти на страницу:

Het kostte haar moeite naar hem toe te gaan, maar ze wist zeker dat haar gezicht kalm stond toen ze hem aankeek, ik zoek Rhand.’ Ze wilde niet toegeven dat ze geprobeerd had hem te ontlopen. ‘We hebben alles gezegd wat er te zeggen viel en dat was een hele tijd geleden. Ik zette mezelf voor gek — wat ik niet nog eens zal doen – en je zei me te gaan.’

‘Ik heb nooit gez...’ Hij haalde diep adem. ‘Ik heb je verteld dat ik geen bruidsgeschenk te bieden had, alleen de kleren van een weduwe. Geen geschenk dat een man een vrouw mag aanbieden. Geen enkele man die zich een man noemt.’

‘Ik begrijp het,’ zei ze koel. ‘Hoe dan ook, een koning geeft geen geschenken aan dorpsvrouwen. En deze dorpsvrouw zou het niet aannemen. Heb je Rhand gezien? Ik moet hem spreken. Hij is bij de Amyrlin geweest. Weet jij wat ze van hem wilde?’ Zijn ogen schitterden als blauw ijs in de zon. Ze zette zich schrap en wierp hem een even ijzige blik toe.

‘De Duistere hale Rhand Altor en de Amyrlin Zetel,’ gromde hij en drukte iets in haar hand. ‘Ik geef je een geschenk en je zult het aanvaarden, al moet ik het met staal om je nek klinken.’ Ze sloeg haar ogen neer. Als hij boos was, keek hij net zo venijnig als een blauwooghavik. In haar hand lag een zegelring van zwaar goud, getekend door ouderdom en bijna groot genoeg voor allebei haar duimen. Het zegel toonde een kraanvogel in de vlucht boven een lans en een kroon en was nauwkeurig tot in het kleinste detail vervaardigd. Ze hield haar adem in. De ring van de koningen van Malkier! Ze vergat boos te kijken en hief haar gezicht op. ‘Dit kan ik niet aannemen, Lan.’

Hij haalde achteloos de schouders op. ‘Het is niets. Oud en waardeloos. Maar er zijn mensen die hem zullen herkennen. Toon de ring en je kunt bij iedere heer in de Grenslanden aanspraak maken op het gastrecht en op hulp, als je die nodig hebt. Toon hem aan een zwaardhand en hij zal hulp geven of mij bericht sturen. Stuur hem mij toe of stuur een hiermee verzegeld bericht en ik kom naar je toe, zonder te dralen of falen. Dat zweer ik.’

Haar ogen vulden zich met een waas van tranen. Als ik nu ga huilen, breng ik mezelf om. ‘Ik kan niet... ik wil geen geschenk van je, al’Lan Mandragoran. Neem de ring terug.’

Hij weerde al haar pogingen af. Zijn hand vouwde zich om de hare, teder, maar sterk als een keten.

‘Neem hem dan om mijnentwil. Als gunst aan mij. Of gooi hem weg, als hij je niet aanstaat. Ik kan hem toch niet gebruiken.’ Hij streelde haar wang met een vinger en ze schrok. ‘Nu moet ik gaan, Nynaeve Mashiara. De Amyrlin wil voor de middag vertrekken en er moet nog veel worden gedaan. Misschien hebben we onderweg naar Tar Valon nog tijd om te praten.’ Hij draaide zich om, liep de gang door en was verdwenen.

Nynaeve voelde aan haar wang. Daar had hij haar aangeraakt, MASHIARA. Het betekende een met hart en ziel geliefde, maar in een hopeloze liefde. Zonder hoop, niet terug te winnen. Dwaas! Hou op je te gedragen als een meisje dat baar haren nog steeds niet in een vlecht heeft. Het heeft geen zin dat hij je laat voelen... Ze hield de ring krampachtig vast en draaide zich om. En stond oog in oog met Moiraine. ‘Hoe lang sta je hier al?’ wilde ze weten. ‘Niet lang genoeg om iets te horen wat ik niet had mogen horen,’ zei de Aes Sedai gladjes. ‘We zullen zéker spoedig vertrekken. Dat heb ik nog opgevangen. Je moet je spullen gaan pakken.’ Vertrekken. Het was niet tot haar doorgedrongen toen Lan het zei. ‘Ik moet afscheid nemen van de jongens,’ mompelde ze en keek Moiraine toen scherp aan. ‘Wat heb je met Rhand gedaan? Hij moest bij de Amyrlin komen. Waarom? Heb je haar over... over...?’ Ze kon het niet over haar lippen krijgen. Hij was van haar eigen dorp en ze was maar net iets ouder dan hij. Ze had een paar keer op hem gepast toen hij nog klein was. Maar ze kon niet eens denken aan wat hij geworden was zonder dat haar maag verkrampte. ‘De Amyrlin zal met alledrie praten, Nynaeve. Ta’veren zijn niet zo gewoon dat ze de kans zou willen missen om er drie tegelijk te ontmoeten. Misschien spreekt ze hen wat moed in, want ze gaan met Ingtar mee, achter de dieven van de Hoorn aan. Ze vertrekken ongeveer tegelijk met ons, dus kun je maar beter opschieten met afscheid nemen.’

Nynaeve sprong naar het dichtstbijzijnde schietgat en tuurde naar het voorplein. Overal stonden pakpaarden en rijpaarden, en mannen haastten zich roepend naar elkaar tussen hen door. De enige open plek was rond de palankijn van de Amyrlin met de twee paarden, die zonder dienaren geduldig stonden te wachten. Er waren ook enkele zwaardhanden die hun rijdieren nakeken. Aan de overkant van het plein stond Ingtar met een groep Shienaranen in wapenrusting om zich heen. Soms stak een zwaardhand of een van Ingtars mannen de binnenplaats over om iets te zeggen.

‘Ik had de jongens bij jou weg moeten halen,’ zei ze terwijl ze naar buiten keek. En Egwene, als ik dat kan klaarspelen zonder haar te doden. Licht, waarom moest ze met die vervloekte gave worden geboren? ik had ze terug naar huis moeten brengen.’

‘Ze zijn oud genoeg om niet meer aan je schort te hangen,’ zei Moiraine droogjes. ‘En je weet heel goed waarom je dat nooit zou kunnen doen. Voor één van hen tenminste niet. Bovendien zou dat betekenen dat je Egwene in haar eentje naar Tar Valon laat gaan. Of heb je besloten Tar Valon te vergeten? Als je eigen gebruik van de Kracht niet geschoold wordt, zul je nooit in staat zijn hem tegen mij te gebruiken.’

Nynaeve draaide zich met open mond om. Ze kon het niet helpen. ‘Waar heb je het over?’

‘Dacht je dat ik het niet wist, kind? Nou ja, zoals je wilt. Ik neem aan dat je inderdaad naar Tar Valon gaat? Ja, dat dacht ik wel.’ Nynaeve wilde haar slaan, wilde het glimlachje wegslaan dat over het gezicht van de Aes Sedai gleed. Aes Sedai waren niet in staat geweest om hun krachten openlijk te gebruiken sinds het Breken, laat staan de Ene Kracht, maar zij spanden samen en gebruikten mensen. Ze trokken aan de touwtjes als poppenspelers. Ze bespeelden tronen en naties als stenen op een Steenbord. Ze wil ook mij op de een of andere manier gebruiken. Als het met een koning of koningin kan, waarom dan niet met een Wijsheid? Net zoals ze Rhand gebruikt. Ik ben geen kind, Aes Sedai.

‘Wat ga je nu met Rhand doen? Heb je hem niet genoeg gebruikt? Ik weet niet waarom je hem niet hebt laten stillen, nu de Amyrlin hier is met al die andere Aes Sedai, maar je moet een reden hebben. Je bent een plan aan het uitbroeden. Als de Amyrlin wist wat je aan het doen was, wed ik dat...’

Moiraine onderbrak haar. ‘Waarom zou een Amyrlin belangstelling voor een schaapherder hebben? Natuurlijk, als haar aandacht wordt getrokken, op de verkeerde manier, zou hij gestild kunnen worden. Per slot van rekening is hij wat hij is. En er is een heleboel boosheid na gisteravond. Iedereen zoekt een zondebok.’ De Aes Sedai zweeg en liet de stilte voortduren. Nynaeve staarde haar met opeengeklemde kaken aan.

‘Ja,’ zei Moiraine ten slotte, ‘het is veel beter om een slapende leeuw te laten slapen. Het lijkt me het beste als je nu gaat pakken.’ Ze liep weg, schijnbaar over de vloer glijdend, in de richting waarin Lan was verdwenen.

Nynaeves gezicht vertrok en ze sloeg met haar vuist tegen de muur. De ring stak in haar handpalm. Ze opende haar hand om hem te bekijken. Door de ring laaide haar woede nog feller op; het gaf haar haat een doel. Ik zal leren. Je denkt dat je aan mij kunt ontsnappen, omdat je het al kunt. Maar ik zal beter leren dan je denkt, en ik zal je ten val brengen voor wat je hebt gedaan. Voor wat je Mart hebt

aangedaan, en Perijn. Voor Rhand, het Licht helpe hem en de Schepper behoede hem. In het bijzonder voor Rhand. Haar hand sloot zich om de zware gouden ring. En voor mij.

Egwene keek toe hoe het kamermeisje haar jurken in een met leer overtrokken reiskist legde. Het voelde nog steeds wat vreemd, zelfs na een maand ervaring, dat een ander deed wat zij best zelf kon doen. Het waren zulke mooie gewaden, geschenken van vrouwe Amalisa, net als de grijszijden rijkleding die ze droeg, hoewel die onopgesmukt was afgezien van een paar morgensterren op de borst. De meeste andere gewaden waren veel rijker bewerkt en zouden zelfs met Zonnedag of Beltije opvallen. Ze zuchtte en bedacht dat ze de volgende Zonnedag in Tar Valon zou zijn, niet in Emondsveld. Uit het weinige dat Moiraine haar had verteld over het oefenen van de Novices – bijna niets eigenlijk – kon ze opmaken dat ze de volgende Beltije in de lente, of zelfs de Zonnedag erna, niet thuis zou zijn, Nynaeve keek de kamer in. ‘Ben je klaar?’ Ze kwam binnen. ‘We moeten al gauw op de binnenplaats zijn.’ Ook zij droeg rijkleding, van blauwe zijde, met rode liefdesknoopjes op de boezem. Ook een geschenk van Amalisa.

1 ... 39 40 41 42 43 44 45 46 47 ... 203
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)