De Cock en een strop voor Bobby
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #1
- Год: 2004
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-0614-9
- Жанр: Полицейские детективы
Электронная книга - «De Cock en een strop voor Bobby». Краткое содержание книги:
Zo dacht ik erover en ik zou ook zeker zonder schokken naar mijn pensioen zijn gesukkeld, wanneer een paar omstandigheden en een reeks van gebeurtenissen mij niet tot twijfel hadden gebracht, twijfel aan de juistheid van mijn instelling en twijfel aan de waarde van de door mij gehanteerde normen.
Toen wij jou het bericht van de dood van Mientje brachten, zei je, dat je Bobby met je eigen handen zou kunnen vermoorden en Geert vroeg zich af waarom je dat nog niet had gedaan. Ik vond dat toen bespottelijk en dwaas. Ik kon vooral Geert niet begrijpen. Als rechercheur waren zijn reacties volgens mij niet juist. Het was impulsief en niet doordacht. Geert reageerde nog vanuit zijn gevoel. Hij had nog niet de ware recherchementaliteit. Ik besloot die mentaliteit bij hem aan te kweken, omdat hij anders niet in staat zou zijn om zijn werk goed te verrichten. Maar, zo begon ik mij af te vragen, is die mentaliteit noodzakelijk? Kan men een volstrekt politieman zijn wanneer men denkt en handelt als mens en menselijke gevoelens laat spreken. Het weloverwogen antwoord was “nee”.
Alleen wanneer men zijn eigen gevoelens onderdrukt en alles aanvaardt, wanneer men zich niet meer afvraagt wat recht of onrecht is, maar slechts wettelijke normen hanteert, kan men zich als politieman handhaven, zonder voortdurend in conflict te komen met zijn eigen geweten.
Maar als je alles aanvaardt, ben je een slappeling. Het zijn de woorden van Geert. Ik wilde daar toen niet aan. Ik had die ware recherchementaliteit. Ik was keihard. Ik was geen slappeling, dacht ik, maar een man met een vast karakter, die alles wist, die alles al eens had meegemaakt en door niets uit zijn evenwicht was te tillen. Het was een grove denkfout.
Bij al die honderden zaken, die ik in mijn leven had onderzocht en al het leed waarin ik had gehandeld, was ik nooit persoonlijk betrokken geweest. Het was altijd buiten mij om gegaan. Ik was nooit deelgenoot geweest, alleen maar toeschouwer. Ik had mij altijd veilig gevoeld achter dat masker van onaantastbaarheid. Op den duur groeide in mij zelfs een gevoel van superioriteit. Ik achtte mij verheven boven al die mensen, die zich zo door hun gevoelens lieten leiden, dat zij niet meer verstandelijk reageerden. Ik vond dat dom, ja zelfs dierlijk, omdat ik gevoel in de abstracte zin beschouwde als een instinct. Een mens moest zich niet laten leiden door instincten, die toch niet meer waren dan rudimenten uit ons dierlijk verleden.’ Ik zuchtte. ‘Ja, zo dacht ik, totdat Bobby erop zinspeelde dat hij Marjan wel eens in de prostitutie zou kunnen brengen. Geert, jij was er bij en je hebt gezien hoe ik mijn zelfbeheersing verloor en Bobby naar de keel vloog. Ik was razend en had mijzelf niet meer in de hand. Door die vage toespeling van Bobby voelde ik voor het eerst iets van de hartstocht, die een mens tot misdaad kan brengen. Maar jouw verdriet, Van der Kerk, over de dood van Mientje en je haatgevoelens ten opzichte van Bobby, kregen voor mij pas realiteit, toen ik bemerkte dat Bobby werkelijk zijn vingers naar Marjan had uitgestrekt en geprobeerd had haar in zijn netten te strikken.’
‘Marjan?’ riep Geert onthutst.
‘Ja Geert, Marjan. Ze heeft het mij zelf verteld. Het is hem echter niet gelukt. Marjan had voldoende weerstand. Begrijp me goed, Van der Kerk, dit is geen blaam op Mientje. We bepalen zelf niet de omstandigheden waaronder wij opgroeien. Het is ook geen blaam op jou, want je hebt gedaan wat je dacht dat goed was. Onze verantwoordelijkheid reikt vaak verder dan ons vermogen.
Maar wanneer kunnen en mogen wij ons op onvermogen beroepen? Ik had lijdelijk toegezien toen Bobby Mientje in de prostitutie bracht. Ik had gemeend, dat dit alles zich aan mijn verantwoordelijkheid onttrok. De Wet gaf mij geen gelegenheid iets te doen, dus deed ik niets. Maar moest ik mij ook achter de Wet verschuilen, wanneer Marjan door Bobby werd belaagd. In hoeverre mocht ik op haar weerstand rekenen. Ik besloot niets te riskeren en niet langer lijdelijk toe te zien, maar te handelen. Als de Wet mij geen bevoegdheden gaf, dan zou ik zelf rechter zijn.
Een moord is een daad van een dwaas. Maar een gerechtelijke moord? Er zijn nog diverse landen die de doodstraf kennen. Ik ben persoonlijk tegen de doodstraf. Niet omdat ik mij geen daden kan voorstellen die de dood als straf rechtvaardigen, maar omdat ons werk zo gebrekkig is. Men kan een rechercheapparaat nog zo perfectioneren, het blijft het werk van mensen. De mogelijkheid van een gerechtelijke dwaling blijft open en de dood is zo onherroepelijk. Maar voor mij had Bobby de doodstraf verdiend en de bewijzen waren afdoende.
Toen jij bij mij kwam, Van der Kerk, en het adres van Bobby vroeg, zei je: “Er bestaat toch nog wel ergens recht. Wie weet er dan nog beter dan jij, dat hij mijn kind de dood heeft ingejaagd. Is dat dan geen moord?”
Je had gelijk. Niemand wist het beter dan ik. De zelfmoord van Mientje was een moord.’
Ik zag hoe Van der Kerk heftig reageerde.
‘Nee, Van der Kerk, het was geen moord in wettelijke zin. Bobby was volgens de Wet niet strafbaar. Het was een morele moord. Daarom, en om zoveel dingen meer, besloot ik tot een morele daad van rechtvaardigheid. Bobby was niet wettelijk strafbaar. Ook ik zou niet wettelijk strafbaar zijn. Door mijn opzet en plan zou ik net als hij niet binnen de strafbepalingen van de Wet vallen. Op die bewuste avond ging ik op weg om Bobby te vermoorden.’ ‘Jij, Versteegh?’
‘Ja, ik. Ik was aangesteld om het recht te handhaven. Wel, dat wilde ik doen. Ik weet dat het nogal pathetisch klinkt, maar op dat moment voelde ik het zo.
Mijn plan berustte op zelfverdediging. Ik zou Bobby neerschieten met mijn dienstpistool en het doen voorkomen alsof ik uit noodweer had gehandeld. Het was een simpel plan, maar perfect in zijn eenvoud. Er zouden geen getuigen zijn. Men zou later kunnen gissen naar de ware toedracht, maar men zou nooit het tegendeel van mijn beweringen kunnen leveren.’
Ik glimlachte om mijn eigen genialiteit.
‘Maar,’ zei ik met plotselinge stemverheffing, ‘ik heb Bobby niet vermoord. Hij was al dood.’
Ik wachtte even om de reacties van mijn gasten te registreren. Ze waren gering. Van der Kerk knipperde met zijn ogen en Geert knabbelde aan zijn nagels.
Ik stond langzaam op en schonk nog eens in. De cognac klokte in de glazen. Geert en Van der Kerk keken zwijgend toe.
Ik ging weer zitten en nipte aan mijn glas.
‘Toen ik bij de woning van Bobby kwam,’ zo ging ik verder, ‘duwde ik de buitendeur open en schuifelde de donkere gang in. De gang heeft ongeveer in het midden een kleine knik. Ik was ongeveer tot bij die knik gekomen, toen plotseling de deur van Bobby’s kamer werd opengegooid en een meisje met wapperende haren naar buiten rende. Ik zag alleen haar silhouet, dat zich aftekende tegen het licht dat uit de kamer van Bobby in de gang straalde. Ik drukte mij tegen de muur en maakte mij zo plat mogelijk. De knik beschermde mij tegen het licht uit Bobby’s kamer. Het meisje schoof mij zo rakelings voorbij dat ik de geur van haar parfum nooit meer zal vergeten. Ik begreep nog niet waarom het meisje zo in paniek was. In ieder geval kwam ze uit de kamer van Bobby. Ik liep haar na en zag dat ze in de richting van het politiebureau rende. Toen ze uit het gezicht was, sloop ik voorzichtig weer de gang in. De deur van de kamer stond open. Ik stapte naar binnen. Mijn hand in de zak van mijn jas omklemde het koude staal van mijn pistool. Plotseling zag ik Bobby. Eén blik was voldoende om mij ervan te overtuigen dat hij dood was. Ik begreep dat ik weinig tijd had voor een grondig onderzoek. Op het alarm van het meisje zouden spoedig agenten komen en ik wilde niet dat ze mij in de kamer van Bobby zouden aantreffen.
Ik keek naar het lichaam, hangend aan een koord en zag het omgevallen krukje aan zijn voeten.
Bobby was dood, daar was geen twijfel aan. Het had dus ook geen zin om het koord door te snijden. Hij was toch niet meer tot leven te brengen. Ik liet hem dan ook rustig hangen en nam de situatie in ogenschouw. Ik zag bijna onmiddellijk dat het geen zelfmoord was. Jaren praktijk leren je op dingen letten waaraan een ander achteloos voorbijgaat. Bobby had zichzelf niet opgehangen, Hij werd opgehangen.