Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Полицейские детективы » De Cock en een strop voor Bobby
De Cock en een strop voor Bobby - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Cock en een strop voor Bobby

Электронная книга - «De Cock en een strop voor Bobby». Краткое содержание книги:

Een jonge onervaren rechercheur trekt zich de dood van een prostituee zozeer aan dat hij op zoek gaat naar de redenen voor haar zelfmoord.
1 ... 22 23 24 25 26 27 28 29 30 ... 34
Перейти на страницу:

Hij speelde met zijn aansteker.

‘Jij was het niet met hem eens. Je zei iets van moord. Had je daar een bepaalde reden voor?’

Ik zweeg. Wat moest ik doen? Ik kneep zo hard in mijn eigen hand dat mijn nagels in mijn vlees drukten.

‘Had je daar een bepaalde reden voor?’ herhaalde de commissaris.

‘Ik… ik kon mij niet voorstellen, dat een man als Bobby Brakel zelfmoord had gepleegd,’ zei ik aarzelend.

De commissaris keek mij strak aan.

‘Hier is de sleutel van zijn kamer,’ zei hij. ‘Ik draag aan jou het verdere onderzoek in de zaak Bobby op.’

‘Maar…’ stamelde ik.

‘Je kunt gaan, Versteegh. Binnen een paar dagen verwacht ik een rapport van je bevindingen.’

Ik zuchtte, nam de sleutel aan en verliet de commissaris.

Toen ik terugkwam in de recherchekamer hield het geratel van de schrijfmachines op. Mijn collega’s keken mij aan en zeiden niets. Alleen De Wilde werkte ijverig door. Hij had gekletst.

Ik voelde het.

Zwijgend trok ik mijn jas aan. Toen ik de deur uit wilde stappen, merkte ik dat ik geen potlood bij mij had.

Stom, dacht ik, natuurlijk thuis laten liggen.

Door de stilte stapte ik naar het bureau van Geert.

‘Geef me even een potlood,’ zei ik. ‘Ik heb de mijne vergeten.’ Geert pakte een potlood uit zijn borstzakje en gaf het aan mij. ‘Dank je,’ zei ik.

Ik knoopte mijn jas dicht en verliet de recherchekamer.

Het lichaam van Bobby was al weggehaald. Alleen het stukje koord boven aan de deur van de wc herinnerde nog aan zijn dood. Ik ging aan de tafel zitten en keek de kamer rond. Een ding was mij nog niet duidelijk. Het was een probleem waarvoor ik nog geen oplossing had. Ik nam mijn aantekenbloc voor mij en begon de situatie te schetsen. De toegangsdeur en het slot hadden mijn bijzondere aandacht. Ik tikte nerveus met het potlood op tafel. Hoe kon het, dacht ik. Het moest toch mogelijk zijn. In gepeins bracht ik het potlood naar mijn mond en streek met mijn vingers langs het gladde hout. Plotseling had ik het. Het was eigenlijk een opdoemen van een herinnering. Het trucje dacht ik, het oude trucje voor het afsluiten van een deur. Zo moest het gegaan zijn. Ik liep naar de deur. Op mijn knieën onderzocht ik de onderkant. Ik haalde mijn oude loep uit mijn binnenzak en onderzocht elke vierkante centimeter. Ten slotte vond ik wat ik zocht. Een kleine insnijding in het hout.

De rest van de dag besteedde ik aan het zoeken van een jongeman. Het kostte mij enige uren. Toen ik hem uiteindelijk vond, had ik een lang gesprek met hem. Pas laat in de middag kwam ik thuis. Ik was doodmoe. Ik voelde mij ziek. Ik barstte van de hoofdpijn. Het was nog licht toen ik in bed kroop, maar toch sliep ik tot de volgende dag.

Ik had die zaterdag verlof gevraagd. Het was beslist nodig dat ik er die dag tussenuit trok. Ik had de verwondering gehoord in de stem van de commissaris, toen ik hem belde. Het was niet gebruikelijk dat een rechercheur verlof nam wanneer hij met een belangrijk onderzoek bezig was. Maar hij had niets gevraagd en gewoon zijn toestemming gegeven. Ik vroeg mij af of ik hem niet beter in vertrouwen kon nemen. Maar waarom zou ik dat doen? Waarom zou ik de verantwoordelijkheid van mij afschuiven en daardoor een ander in een gewetenssituatie plaatsen? Bovendien kende ik zijn uiteindelijk besluit. Het had geen zin hem in te lichten. Ik moest het zelf doen. De keuze lag aan mij en ook de verantwoordelijkheid.

Ik liet die morgen mijn dienstfiets in de box staan en reed met de tram naar het station. Aan het loket kocht ik een kaartje en stapte in de trein naar Zandvoort. De trein was bijna leeg. In november was Zandvoort niet zo in trek.

Toen de trein zich al in beweging zette, plofte een man tegenover mij in de kussens. Ik schatte hem een goede vijftiger. Hij was corpulent met een te rood gezicht en een aanleg voor een plotselinge dood door hartverlamming. Ik had die typen vaak ontmoet in cafés, in warenhuizen, achter het stuur van hun auto, of gewoon midden op het trottoir. Om hen heen een kringetje gezichten en vage uitlatingen: ‘Meneer werd plotseling onwel.’

De man wiste zich het zweet van zijn voorhoofd en knoopte zijn jas los. ‘Is dat haasten,’ zei hij. ‘Ik heb altijd moeite met de tijd. Ik ben wat men noemt een laatkomer.’

‘Zo zijn er meer,’ zei ik.

Hij trok de sjaal van zijn hals.

‘U lijkt mij geen laatkomer,’ zei hij.

Ik schudde mijn hoofd. ‘Nee,’ zei ik, ‘niet in de gewone zin van het woord.’

De man herstelde de regelmaat van zijn ademhaling en de trein hobbelde over een paar wissels. We wiegden heen en weer. Ik keek over het IJ en daarna tegen de achterkant van een rijtje gore woonpakhuizen. Er wapperden een paar luiers aan een lijn. Nieuw leven, dacht ik, begint met honderden doeken zeik en drek. Het duurt jaren voordat een mens zindelijk is; sommigen worden het nooit.

‘Ik ben eigenlijk mijn leven lang te laat gekomen,’ zei de man. ‘Ik kwam zelfs te laat op de dag van mijn huwelijk. Toch probeer ik altijd op tijd te zijn, maar het lukt mij haast nooit. Er komt altijd wat tussen.’

‘Maar u blijft pogen,’ zei ik.

‘Po-gen,’ herhaalde de man. Hij proefde het woord op zijn tong om de smaak vast te stellen. ‘Ja,’ zei hij bedachtzaam, ik blijf pogen.’ Hij vond het een vreemd woord.

Ik dacht aan het zo moeilijke begrip ‘poging’ in het Wetboek van Strafrecht. Poging tot misdrijf is strafbaar — zo staat er — wanneer het voornemen van de dader zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard en de uitvoering daarvan alleen door omstandigheden van zijn wil onafhankelijk niet is voltooid. Ik kende het nog woordelijk. Het was er ook ingehamerd, destijds bij mijn opleiding. Hoe lang was dat alweer geleden? Ik was toen nog jong en dacht rechtlijnig. Ik wist het toen, nu niet meer. Wat ligt er tussen de gedachte en de daad? De Wet geeft daarop een klaar antwoord: de uitvoering. En als men niet tot de uitvoering komt?

Wat is nu ‘een begin van uitvoering’, zoals gesteld in de omschrijving van het begrip poging?

Wanneer iemand zijn pistool doorlaadt en op weg gaat met het vaste voornemen om een ander neer te schieten, is dat dan een begin van uitvoering?

‘Het is treurig hoor,’ zei de man, ‘als je een laatkomer bent.’

Ik gaf geen antwoord. Ik wist niet of ik ja moest knikken of nee moest schudden. Was het treurig? Ik was ook te laat gekomen, maar betreurde ik dat?

Bobby was al dood. Ik zag hem nog hangen aan de deur van zijn eigen wc. Het was geen prettig gezicht. Ik verwonderde mij erover dat de verandering in mij zich zo snel had voltrokken. Ik was gekomen als een moordenaar met in mijn hoofd een geraffineerd plan om hem zonder pardon neer te schieten. Ik had de uitvoering niet voltooid, maar dat was geen eigen keuze geweest, geen eigen wilsbesluit. Omstandigheden die zich aan mijn wil onttrokken hadden de uitvoering belet. Was ik dus strafbaar? Vielen mijn handelingen in de omschrijving van een strafbare poging?

Ik had mijn plan tot in de details uitgewerkt en de enscenering koelbloedig overdacht. Ik was gegaan in de overtuiging dat er niets mis kon gaan. Er had ook niets mis kunnen gaan. Het plan was waterdicht. Ik had er de jurisprudentie op nagelezen en wist dat ik onherroepelijk zou zijn vrijgesproken. Er zou vermoedelijk niet eens een terechtzitting van zijn gekomen.

Maar ik was te laat. Bobby was al dood. Het was een vreemde gewaarwording geweest. Plotseling stond ik tegenover het dode lichaam van de man naar wiens dood ik zo vurig had verlangd, dat ik zelf de beul had willen zijn.

Het opmerkelijke was dat ik mij zo snel had omgeschakeld. Het was gewoonte, dacht ik. Ons doen en laten bestaat voor meer dan negentig procent uit gewoontehandelingen. Het is de sleur, waaraan de mens zich zo moeilijk kan onttrekken en zich ook niet onttrekken wil. Het geeft een gevoel van zekerheid en veiligheid. Ik dacht aan de film Modern Times. Het was al jaren geleden dat ik de film had gezien, maar nog leeft in mijn herinnering het beeld van Charly Chaplin. Twee grote sleutels in handen die voortdurend bezig zijn dezelfde bewegingen te maken. In elk situatie die maar even aan de lopende band herinnerde, reflecteerden die handen. Voorwaardelijke reflex, noemt men dat.

1 ... 22 23 24 25 26 27 28 29 30 ... 34
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)