Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 189 190 191 192 193 194 195 196 197 ... 217
Перейти на страницу:

‘Beslan, breekt die storm los voor we terugkomen uit de Rahad?’ Hij nam een hap van de pittige kaas. In Ebo Dar hadden ze vijftig verschillende soorten en die waren allemaal goed. Nynaeve hing nog steeds over het hekwerk. Hoeveel had zij vanochtend gegeten? ‘Ik weet nergens een goede schuilplek als we erdoor overvallen worden.’ Hij kon geen enkele herberg in de Rahad bedenken waar hij de vrouwen mee naartoe kon nemen.

‘Dit is geen storm,’ zei Beslan, en hij ging op het hekwerk zitten. ‘Dit is de winterpassaat. Die winden komen twee keer per jaar, in de late winter en de late zomer, maar het moet veel harder waaien wil het een storm worden.’ Hij keek mismoedig uit over de baai. ‘Elk jaar brengen – brachten – de winden schepen van Tarabon en Arad Domein. Ik vraag me af of dat ooit nog zal gebeuren.’

‘Het Rad weeft,’ begon Mart, en hij verslikte zich in een stukje kaas. Bloed en as, hij sprak al bijna als een grijsaard die zijn botten voor de haard moest warmen. En hij maakte zich zorgen of hij de vrouwen naar een herberg van laag allooi kon meenemen. Een jaar, nee, een halfjaar geleden, zou hij ze hebben meegenomen om te lachen om hun uitpuilende ogen en hun preutse gesnuif. ‘Nou ja, misschien hebben we toch nog pret in de Rahad. Op z’n minst zal iemand proberen een beurs te stelen of Elaynes ketting af te trekken.’ Wellicht had hij zoiets nodig om de smaak van ernst weg te krijgen. Ernst. Licht, wat een woord om Mart Cauton mee te beschrijven! Tylin moest hem meer angst hebben aangejaagd dan hij dacht, als hij op die manier al in elkaar kromp. Wellicht had hij meer van Beslans pleziertjes nodig. Dit was waanzin – hij had nog nooit een gevecht meegemaakt dat hij niet liever had ontweken – maar misschien...

Beslan schudde zijn hoofd. ‘Als iemand zoiets kan vinden, ben jij het wel, maar... We worden vergezeld door zeven Wijzevrouwen, Mart. Met eentje naast je kun je iemand zelfs in de Rahad een opdonder geven, waarna hij zich verbijt en wegloopt. Met vrouwen net zo. Een vrouw kussen is toch heel vervelend als je niet het gevaar loopt haar mes in je ribben te krijgen?’

‘Bloedvuur,’ gromde Nalesean in zijn baard. ‘Dat klinkt alsof ik me voor niets uit bed heb gesleept. Dit wordt dus een vervelende ochtend.’ Beslan beaamde het, een en al medeleven. ‘Maar als we geluk hebben... De stadswacht doet van tijd tot tijd de ronde in de Rahad, en als ze op smokkelaars uit zijn, kleden ze zich als gewone mensen. Ze denken blijkbaar dat niemand een groep van tien opvalt, terwijl die mannen naast hun andere dingen allemaal een zwaard dragen. Ze zijn altijd zo verbaasd als de smokkelaars ze in een hinderlaag lokken, en dat gebeurt bijna altijd. Als Marts ta’verengeluk voor ons werkt, heb je kans dat ze ons aanzien voor de stadswacht, en dan zullen enkele smokkelaars proberen ons aan te vallen voor ze die rode riemen opmerken.’ Nalesean richtte zich op en wreef in zijn handen.

Mart staarde hen dreigend aan. Misschien waren Beslans pleziertjes niet echt wat hij nodig had. Om maar iets te noemen; hij had meer dan genoeg van vrouwen met messen. Nynaeve hing nog steeds over de rand van de boot voor hen; dat zou haar leren om zich vol te proppen. Hij schrokte het laatste stuk kaas naar binnen en begon aan het brood, terwijl hij de dobbelstenen in zijn hoofd probeerde te negeren. Een rustige tocht zonder moeilijkheden klonk helemaal niet slecht. Alles vlug afgehandeld en dan even snel uit Ebo Dar weg.

De Rahad was weer geheel de buurt zoals hij die kende en voldeed volledig aan Beslans vrees. De wind maakte het gevaarlijk om na de steiger de gebarsten stenen trap te beklimmen, en daarna werd het alleen maar erger. Overal waren kanalen te zien, net als aan de overkant van de rivier, maar hier waren de bruggen heel gewoontjes. De smerige stenen brugleuningen waren gebroken of vergaan, en de helft van de kanalen was zo verzand dat jongens er tot aan hun middel in konden rondwaden. Er was nauwelijks een boot te zien. Aan de smalle straatjes met hun kapotte plaveisel – waar dat niet opgebroken en weggehaald was – stonden hoge gebouwen vlak naast elkaar en vele huizenblokken toonden aangetaste baksteen waar grote plakken van het schilferende pleisterwerk waren verdwenen. In de schaduwen rond de gebouwen was de ochtend nog niet doorgedrongen. Van elke drie vensters was er een waarvoor goor wasgoed te drogen hing, behalve bij leegstaande gebouwen. Daar gaapten de ramen als lege oogkassen in een schedel. Er hing een verstikkende zuurzoete geur van verrotting. Het kwam van de pispotten die de afgelopen maand waren geledigd en van wegrottend oud vuil dat zomaar overal was neergegooid. Voor elke vlieg aan de overkant zoemden er hier honderden rond in groene en blauwe wolken. Zijn oog viel op de afgebladderde blauwe deur van De Gouden Hemelkroon en hij huiverde bij de gedachte van een schuilplaatsje tegen de storm voor de vrouwen, wat Beslan ook gezegd had. Toen huiverde hij weer omdat hij gehuiverd had. Er gebeurde iets met hem, en het stond hem helemaal niet aan.

Nynaeve en Elayne wilden met alle geweld de leiding nemen. Reanne liep tussen hen in en de Wijzevrouwen liepen dicht achter hen aan. Lan bleef als een wolfshond vlak naast Nynaeve lopen. Zijn hand rustte op het gevest van zijn zwaard en zijn ogen zwierven overal zoekend rond en verspreidden een stille dreiging. Eigenlijk betekende hij zelfs hier al meer dan genoeg bescherming voor handenvol knappe zestienjarige meisjes die allemaal een zak goud droegen, maar Mart stond erop dat Vanin en de anderen hun ogen openhielden. De vroegere paardendief en stroper liep zo dicht bij Elayne, dat het niemand kwalijk genomen kon worden als die dacht dat hij haar zwaardhand was, zij het enigszins dik en verfomfaaid. Op Marts bevel sperde Beslan betekenisvol zijn ogen open, en Nalesean streelde geprikkeld zijn baard en bleef mopperen dat hij nog steeds in bed had kunnen liggen.

In de Rahad schreden de mannen hooghartig door de straten. Ze droegen vaak gerafelde vesten op het blote lijf, grote koperen oorringen en ringen aan hun vingers, ook van koper en bezet met gekleurd glas. Ze hadden een mes, soms wel twee, in hun riem gestoken. Hun handen zweefden boven die messen en ze staarden uitdagend rond naar ieder die een verkeerde blik wierp. Anderen slopen verstolen van hoek tot hoek of van deuropening naar deuropening, zoals de broodmagere blaffende honden in smalle donkere steegjes waar een mens zich nog maar net in kon persen. Deze lieden hielden hun messen bij de hand, en niemand kon zeggen wie zou wegrennen en wie zou toesteken.

Over het algemeen deden de mannen ver onder voor de vrouwen, die wel tweemaal zoveel koperen sieraden droegen, al stapten ook zij rond in versleten kleren. Uiteraard hadden ze messen bij zich, en hun trotse, donkere blikken stuurden meerdere soorten uitdagingen rond. Kortom, de Rahad was een plaats waar mensen in zijde nauwelijks tien stappen konden lopen zonder neergeslagen te worden. En wanneer ze volkomen uitgekleed in een steegje op een hoop vuil bijkwamen, dan kwamen ze er nog goed af. Het alternatief was dat ze helemaal niet meer wakker werden. Maar...

Uit minstens de helft van de huizen schoten kinderen met geschilferde aardewerken kommetjes op hen af. Ze waren door hun moeders gestuurd voor het geval de Wijzevrouwen wat water wilden drinken. Mannen met littekens in hun gezicht en moordlust in de ogen staarden met open mond naar de groep van zeven Wijzevrouwen, bogen dan houterig en vroegen beleefd of ze hen van dienst konden zijn of iets konden dragen. Vrouwen met soms nog meer littekens en zulke felle ogen dat zelfs Tylin zou terugdeinzen, maakten een onhandige knix en vroegen fluisterend of ze de weg konden wijzen, en of iemand zich zo had misdragen dat er zoveel Wijzen moesten komen? Als dat het geval was, werd stilzwijgend maar nadrukkelijk aangeduid, hoefden Tamarla en de rest geen moeite meer te doen en slechts de naam te noemen.

1 ... 189 190 191 192 193 194 195 196 197 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)