Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 187 188 189 190 191 192 193 194 195 ... 217
Перейти на страницу:

38

Vijf verdiepingen

Als het had gekund, zou Mart eruit zijn gesprongen om de koets zelf te trekken. Volgens hem zouden ze dan sneller gaan. De zon was nog niet eens helemaal op, maar de straten waren reeds verstopt door wagens en karren die zich een weg door de menigte en door de wind opgewaaide stofwolken zochten. Overal klonk geschreeuw en vloekten voerlui tegen mensen die opzij gedwongen moesten worden. Er gleden zoveel boten door de grachten dat iemand door van de ene op de andere boot te stappen ze bijna als straat had kunnen gebruiken. De stad gonsde van het lawaai. Ebo Dar scheen de verloren tijd van gisteren en wellicht van Hoog Gesselein en het Lichtfeest te willen inhalen. Dat mocht ook wel als je in aanmerking nam dat morgenavond het Gloeikooltjes-feest werd gevierd, en twee dagen daarna Maddinsdag, ter ere van de stichter van Altara, waarna het Halfmaansfeest de avond daarop volgde. Zuiderlingen hadden de naam harde werkers te zijn, maar hij dacht dat dat meer kwam doordat ze zo hard moesten werken om al die feesten en vrije dagen goed te maken. Het wonderlijke was dat ze dat nog opbrachten ook.

Eindelijk kwamen de koetsen bij de rivier aan en stopten bij een lange stenen kade, waarlangs zich talloze stenen trappen bevonden om op de boten te kunnen stappen die lagen aangemeerd. Hij stak een stuk donkergele kaas en een homp brood in zijn zak en propte de mand onder de bank. Hij had honger, maar iemand in de keuken had zich te veel gehaast; een groot deel van de mand werd in beslag genomen door een aardewerken pot vol oesters, maar de keuken was vergeten ze te koken.

Hij haastte zich achter Lan aan en liet het aan Nalesean en Beslan over om Vanin en de anderen uit de achterste koetsen te helpen. Er waren ruim tien man, en zelfs de Cairhiener was niet echt klein, zodat ze als appelen in een vat hadden gezeten. Stijfjes klauterden ze naar buiten.

Mart liep voor de zwaardhand uit naar de eerste koets, met de ashandarei aan zijn schouder. Al zou iedereen het horen, Nynaeve en Elayne zouden er allebei van langs krijgen. Proberen om Moghediens aanwezigheid te verbergen! Om nog maar te zwijgen van de dood van twee van zijn mannen! Hij zou ze... Opeens drong scherp tot hem door dat Lan achter hem als een stenen standbeeld boven hem oprees, met een zwaard aan de zij, dus paste hij zijn gedachten aan. In ieder geval zou de erfdochter te horen krijgen hoe hij dacht over het geheimhouden van zoiets.

Bij de koets aangekomen stond Nynaeve op de kade haar hoed vast te binden terwijl ze met de vrouwen in de koets praatte. ‘... het gaat natuurlijk wel over, maar wie had gedacht dat uitgerekend het Zeevolk zoiets zou willen, zelfs als je alleen bent?’

‘Maar Nynaeve,’ zei Elayne, toen ze met haar hoed in de hand uitstapte, ‘je zei toch dat het gisteravond zo verrukkelijk was? Hoe kun je dan klagen over...’

En op dat ogenblik merkten ze hem en Lan op. Nou ja, eigenlijk alleen Lan. Nynaeves ogen werden steeds groter, en haar blos kon het opnemen tegen een zomerse zonsondergang. Misschien wel een hoog-zomerse. Elayne stond stokstijf stil, nog steeds met haar voet op de treeplank, en keek de zwaardhand zo dreigend aan dat je gedacht zou hebben dat hij hen steels had beslopen. Lan keek echter op Nynaeve neer en van zijn gezicht viel evenveel af te lezen als van een schutting-paal. En hoewel Nynaeve van plan leek te zijn om zich onder de koets te verstoppen, keek ze op naar Lan alsof er niemand anders op de hele wereld bestond. Toen Elayne merkte dat haar boze blik verspild was, stapte ze van de treeplank en ging opzij voor Reanne en de twee Wijzevrouwen met wie ze de koets had gedeeld; Tamarla en een oudere Saldeaanse, die Janira heette. Niet dat de erfdochter het opgaf, o nee. Ze richtte haar blik op Mart Cauton, en als die al veranderde, dan was het slechts om bozer te kijken. Hij snoof en schudde zijn hoofd. Als een vrouw ongelijk had, zocht ze meestal zoveel verkeerde dingen bij de eerste de beste man, dat die uiteindelijk dacht dat hij het eigenlijk fout had gedaan. Volgens al zijn oude of eigen herinneringen waren er slechts twee gelegenheden waarbij een vrouw haar fout toegaf: als ze iets van hem wilde en als het midden in de zomer sneeuwde.

Nynaeve trok aan haar vlecht, maar niet met overgave. Haar vingers frommelden wat en vielen omlaag, waarna ze in haar handen begon te wringen. ‘Lan,’ zei ze onzeker, ‘je moet niet denken dat ik over...’

De zwaardhand onderbrak haar rustig, boog en bood haar zijn arm aan. ‘We zijn in gezelschap, Nynaeve. Alles wat jij in gezelschap wilt zeggen, kun je zeggen. Mag ik je naar de boot begeleiden?’

‘Ja,’ zei ze, en ze knikte zo heftig dat ze bijna haar hoed verloor. Haastig zette ze hem met twee handen recht. ‘Ja. In gezelschap. Je kunt me begeleiden.’ Ze legde haar arm op de zijne en kon zich weer iets beter beheersen, haar gezicht althans. Ze hield haar mantel met haar vrije hand op en trok Lan zowat over de kade naar de aanlegplaats. Mart vroeg zich af of ze misschien ziek was. Hij vond het prachtig als Nynaeve een toontje of zes lager moest zingen, maar dat duurde nooit langer dan twee zuchten. Aes Sedai konden zichzelf niet Helen. Misschien moest hij Elayne voorstellen om Nynaeve te behandelen voor wat haar mankeerde. Zelf vermeed hij Heling als de dood, of als trouwen, maar hij geloofde best dat andere mensen er baat bij konden hebben. Eerst wilde hij echter nog wat kwijt over geheimen.

Hij deed zijn mond open en hief vermanend zijn vinger...

... en Elayne porde in zijn ribben met de hare. De boze blik onder haar pluimhoed was zo koud dat zijn tenen er pijn van deden. ‘Vrouw Corlie,’ zei ze op de ijzige toon van een koningin op haar troon, ‘heeft mij en Nynaeve de betekenis van die rode bloemen op die mand uitgelegd. Ik zie dat je gelukkig nog het fatsoen hebt om ze te verbergen.’

Zijn gezicht werd nog roder dan dat van Nynaeve. Een paar stappen verder stonden Reanne Corlie en de andere twee vrouwen hun hoeden vast te maken en hun kleren goed te doen, zoals vrouwen altijd deden nadat ze zijn opgestaan, gaan zitten of drie passen hebben gelopen. Ondanks de aandacht die ze aan hun kleren besteedden, was er genoeg over om ook zijn kant op te gluren, en ditmaal nu eens niet afkeurend of geschokt. Hij had niet geweten dat die bloedbloemen iets betekenden! Geen enkele zonsondergang was met zijn gezicht te vergelijken.

‘Zo!’ Elaynes stem was zacht en haar woorden waren alleen voor zijn oren bedoeld, maar ze dropen van afkeer en walging. Met een ruk trok ze haar mantel van hem weg. ‘Het is waar! Ik kon het niet gelóven. Zelfs niet van jou! En Nynaeve zéker niet. Elke belofte die ik je gedaan heb, is hierbij van nul en génerlei waarde! Ik hou nooit een belofte aan een man die zich met geweld aan een vrouw opdringt. Aan welke vrouw dan ook en zeker aan een koningin, die hem heeft aangeboden om...’

‘Mij opdringen aan haar!?’ brulde hij. Dat probeerde hij tenminste, maar omdat hij zich verslikte klonk het als gepiep.

Hij greep Elayne bij de schouders en trok haar van de koets weg. Dokwerkers in smerige groenleren vesten haastten zich voorbij met zakken op hun schouders of rolden vaten over de kade. Een paar duwden lage handkarren vol kisten. Allen vermeden met een grote bocht de koetsen. De koningin van Altara mocht dan niet veel macht bezitten, maar haar zegel op de koetsen zorgde ervoor dat burgers haar de ruimte gaven. Pratend liepen Nalesean en Beslan voor de Roodarmen uit naar de aanlegsteiger. Vanin sloot de rij en staarde mismoedig naar de woelige rivier; hij beweerde dat hij een gevoelige maag voor boten had. De Wijzevrouwen uit de twee koetsen hadden zich om Reanne verzameld en keken toe, maar waren te ver weg om het te horen.

Toch fluisterde hij hees: ‘Nou moet jij eens naar mij luisteren! Die vrouw weet niet wat nee is! Ik zeg nee, en ze lacht me uit! Ze heeft me uitgehongerd, bedreigd, achtervolgd! Ze heeft meer handen dan de dolste vrouw die ik ooit ben tegengekomen. Ze heeft gedreigd mij door haar kamermeisjes te laten uitkleden als ik haar niet...’ Opeens besefte hij wat hij er allemaal uitflapte. En tegen wie. Verwoed klemde hij zijn kiezen op elkaar om zijn mond niet open te laten hangen. Hij richtte al zijn aandacht op een van de metalen raven waarmee de schacht van de ashandarei was ingelegd, zodat hij haar niet aan hoefde te kijken. ‘Ik bedoel alleen maar: je begrijpt er niks van,’ mompelde hij. ‘Je zet alles op z’n kop.’ Hij waagde haar vanonder de rand van zijn hoed even aan te kijken.

1 ... 187 188 189 190 191 192 193 194 195 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)