Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 193 194 195 196 197 198 199 200 201 ... 217
Перейти на страницу:

Sumilo schrok even, maar haar handen hielden niet op. ‘Vergeef me, Aes Sedai,’ zei ze ademloos en hakkelend. ‘Ik weet dat ik niet geacht word... Ze gaat dood als ik niet... Ik weet dat ik niet geacht werd door te gaan met mijn pogingen... Ik wilde alleen maar leren, Aes Sedai. Alstublieft.’

‘Nee, nee, ga door,’ zei Nynaeve verstrooid. Ze schonk de meeste aandacht aan de vrouw naast haar, maar niet alles. ‘Je schijnt een paar dingen te kennen die zelfs ik niet... Ik bedoel, je gaat op een heel aparte manier met de stromingen om. Ik vermoed dat een heleboel zusters dat van je zullen willen leren.’ Half binnensmonds voegde ze eraan toe: ‘Misschien laten ze mij dan met rust.’ Dat laatste kon Sumilo niet gehoord hebben, maar door Nynaeves eerdere woorden leek haar kin tot op haar omvangrijke boezem open te vallen. Haar handen bewogen echter onvermoeid verder.

‘Elayne,’ ging Nynaeve door, ‘zou jij naar de Schaal kunnen kijken. Ik vermoed dat het dié deur is.’ Ze knikte naar de juiste deur, die net als een handvol andere deuren openstond. Dat deed Mart even met zijn ogen knipperen, tot hij twee in doeken gewikkelde bundeltjes ervoor zag liggen, waar de plunderaars ze kennelijk hadden laten vallen. ‘Ja,’ mompelde Elayne. ‘Ja, dat kan ik tenminste.’ Ze hief een hand op naar de nog steeds geknielde Vanin, liet hem zuchtend zakken en liep de kamer in, waaruit onmiddellijk een stofwolk dreef en het geluid van hoesten klonk.

De Wijzevrouw was niet de enige die Nynaeve en Lan had gevolgd. Ieine stapte het trapgat uit, de Taraboonse Duistervriend voor zich uit duwend. Ze hield de arm van de Zwarte zuster op haar rug gebogen en had haar nek in een stalen greep. leines kaak stond strak en haar mond was dichtgeknepen; haar gezicht was min of meer vertrokken uit vrees dat ze nu zeker levend gevild zou worden voor het mishandelen van een Aes Sedai. Ze straalde ook iets van vastberadenheid uit om vast te blijven houden, wat er ook mocht gebeuren. Nynaeve had soms zo’n soort invloed op mensen. De ogen van de Zwarte zuster stonden groot van afgrijzen, en ze zou in elkaar gezakt zijn als Ieine haar niet zo stevig had vastgehouden. Ze moest beslist afgeschermd zijn, en het was even zeker dat ze liever gevild zou worden dan wat haar nu te wachten stond. Er druppelden tranen uit haar ogen, en haar mond was vertrokken in geluidloze snikken.

Ze werden gevolgd door Beslan, die een bedroefde zucht slaakte toen hij Nalesean zag, en een nog diepere zucht bij het zien van de vrouwen. Hij werd gevolgd door Harnan en drie Roodarmen: Fergin, Gorderan en Metwin. De drie die aan de voorzijde van het gebouw hadden gestaan. Harnan en de anderen hadden bloederige sneden in hun jassen, maar Nynaeve moest ze beneden al geheeld hebben. Ze bewogen zich niet alsof ze gewond waren. Maar ze zagen er heel onderdanig uit.

‘Wat is er aan de achterkant van het huis gebeurd?’ vroeg Mart zacht. ‘Bloedvuur als ik het weet,’ zei Harnan. ‘We botsten recht op een troep schurken met verborgen messen. Er was er een die zich bewoog als een slang...’ Hij trok zijn schouders op en voelde verstrooid aan het met bloed bevlekte gat in zijn jas. ‘Iemand van dat stel reeg me aan het mes, en toen ik mijn ogen weer opendeed, boog Nynaeve Sedai zich over mij heen en waren Mendair en de anderen zo dood als een schapenbout van gisteren.’

Mart knikte. Een man die bewoog als een slang. En als een slang uit kamers wist te komen. Hij keek de hal rond. Reanne en Tamarla stonden weer – en schikten hun kleren goed, uiteraard – net als Vanin, die in de kamer tuurde waar Elayne nog wat meer vloeken uitprobeerde, kennelijk met even weinig resultaat als daarnet. Het was door haar gehoest moeilijk uit te maken. Nynaeve stond op en hielp Sibelle overeind, een magere vrouw met stroblond haar. Sumilo hield zich nog steeds bezig met Famelle. Maar hij zou nooit meer Melores boezem bewonderen; Reanne knielde neer, legde haar benen en armen recht en sloot haar ogen. Tamarla deed hetzelfde bij Janira. Twee Wijzevrouwen dood, en zes Roodarmen. Gedood door een... man die niet aangeraakt kon worden door de Kracht.

‘Ik heb hem!’ riep Elayne opgewonden. Ze liep de gang weer op en hield een omvangrijk, rond pak in vergane stof in haar armen, dat Vanin niet van haar mocht overnemen. Ze zat van onder tot boven onder het stof, alsof ze erin had liggen rollen. ‘We hebben de Schaal der Winden, Nynaeve!’

‘In dat geval,’ kondigde Mart aan, ‘zorgen we ervoor dat we hier als de gesmeerde bliksem vertrekken.’ Niemand bestreed dat. O ja, Nynaeve en Elayne stonden erop dat alle mannen zakken van hun mantels maakten voor de dingen die ze in de kamer hadden aangetroffen – ze belaadden er zelfs de Wijzevrouwen en zichzelf mee – en Reanne moest naar beneden gaan om mannen te werven om hun doden naar de steiger te brengen, maar niemand ging ertegen in. Hij betwijfelde of de Rahad ooit zo’n vreemde of haastige groep mensen had gezien als de stoet die zijn weg naar de rivier zocht.

39

Beloften nakomen

‘Bloedvuur, we gaan hier nu weg,’ zei Mart wat later opnieuw, en ditmaal werd hij tegengesproken. Er was het laatste halve uur bijna ruzie uitgebroken. Buiten was de zon net voorbij het hoogste punt. De passaatwinden verminderden de hitte iets. De strakke gele gordijnen voor de grote ramen bolden op en klapten bij een windvlaag. Zo’n drie uur geleden, in het Tarasin-paleis, hadden de dobbelstenen nog gekletterd, en hij was zo geïrriteerd dat hij tegen iets of iemand aan wilde schoppen. Hij trok aan de sjaal die hij rond zijn nek had gebonden. Het voelde alsof het touw van het litteken er weer zat en aangetrokken werd. ‘Bij de liefde van het Licht, zijn jullie allemaal blind? Of gewoon doof?’

Tylin had een groot vertrek beschikbaar gesteld, met groene wanden en een hoog blauwe plafond. Er stonden bijna geen meubels, slechts wat vergulde stoelen en tafeltjes die met paarlemoer waren ingelegd, maar desondanks was het er overvol. Die indruk wekte het althans. Tylin zelf zat voor een van de drie marmeren haarden met haar benen over elkaar, lichtjes schoppend tegen haar blauwe en gele onderrokken. Ze glimlachte flauwtjes, terwijl haar donkere arendsogen op hem gericht waren en haar vingers afwezig het met juwelen bezette heft van haar kromme mes streelden. Hij vermoedde dat Elayne of Nynaeve met haar gepraat hadden. Zij zaten er ook, aan weerszijden van de koningin en op de een of andere manier droegen ze niet alleen schone kleren, maar hadden zelfs een bad genomen, hoewel ze na hun terugkomst in het paleis bijna niet uit zijn zicht waren verdwenen. Ze waren in hun lichte zijden gewaden haast even waardig en koninklijk als Tylin. Hij wist niet zeker op wie ze indruk wilden maken met al dat kant en dat ingewikkelde borduurwerk. Ze leken klaar te zijn voor een paleisbal, niet voor een reis. Zelf had hij nog steeds zijn vuile kleren aan. De stoffige groene jas stond open en de zilveren vossenkop hing strak in de hals van zijn halfopen hemd. Een knoopje had het leren koord korter gemaakt, maar hij wilde het zegel tegen zijn blote huid voelen. Per slot van rekening was hij in het gezelschap van geleidsters. Eigenlijk hadden die drie vrouwen op zich de kamer al overvol kunnen laten lijken. Wat hem betrof, kon Tylin dat in haar eentje nog wel klaarspelen. Als Nynaeve of Elayne écht met haar hadden gepraat, kwam het goed uit dat hij vertrok. Ieder van het drietal had het alleen klaar kunnen spelen, maar...

‘Dit is belachelijk,’ verkondigde Merilille. ‘Ik heb nog nooit gehoord van schaduwgebroed dat gholam wordt genoemd. Hebben jullie erover gelezen?’ Dat laatste was tegen Adeleas en Vandene, Sareitha en Careane. Ze zaten tegenover Tylin en de koele waardigheid van deze vijf Aes Sedai maakte tronen van hun stoelen met de hoge ruggen. Hij begreep niet waarom Nynaeve en Elayne er als standbeelden bij zaten, even koel en ernstig, maar doodstil. Ze wisten ervan en ze begrepen het, maar om de een of andere reden hadden Merilille en dat stel nu hun tongen gekluisterd. Mart Cauton daarentegen, was een boeren-schelm die een schop verdiende, en ze waren allen bereid die te geven, met Merilille voorop.

1 ... 193 194 195 196 197 198 199 200 201 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)