Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 191 192 193 194 195 196 197 198 199 ... 217
Перейти на страницу:

Lan bewoog. Hij trok zijn zwaard niet, tegen een Aes Sedai zou hij daarmee toch geen schijn van kans hebben, maar het ene ogenblik stond hij nog roerloos en een tel daarna had hij zich op het tweetal geworpen. Vlak bij hen gromde hij alsof hij hard werd geraakt, maar hij stortte zich op hen en sloeg beide Zwarte zusters tegen de stoffige vloer. Wat alle sluizen wijd openzette.

Lan duwde zichzelf op handen en knieën overeind, duizelig zijn hoofd schuddend. Een bonkige vechtjas hief een met ijzer beslagen knuppel op om zijn schedel in te slaan. Mart stak de man met zijn speer in de buik, terwijl Beslan en Nalesean naar voren stoven om de aanvalskreten van de Duistervrienden te beantwoorden. Lan kwam wankelend overeind, en zijn zwaard schoot zoevend vrij om een Duistervriend van kruis tot hals open te kerven. Er was niet veel ruimte in de gang om met een zwaard of ashandarei te werken, maar daardoor konden ze het tegen de grote overmacht opnemen zonder meteen onder de voet te worden gelopen. Grauwende mannen verdrongen elkaar om hen aan te vallen, elkaar wegduwend voor meer ruimte om toe te steken of met hun knuppels te zwaaien.

Rond de Zwarte zusters en Nynaeve bleef enige ruimte over; daar zorgden ze zelf voor. Een magere Andoraanse Roodarm botste bijna tegen Falion op, maar schoot op het allerlaatste moment ineens omhoog en vloog de gang door, twee breedgeschouderde Duistervrienden neermaaiend voor hij tegen de muur klapte en omlaag gleed. De achterkant van zijn hoofd liet een bloedige vlek achter op het gebarsten, stoffige pleisterwerk. Een kale Duistervriend wrong zich door de verdedigers heen en vloog met een uitgestrekt mes op Nynaeve af; hij krijste toen zijn voeten plotseling onder hem vandaan werden gerukt. Hij verstomde toen zijn gezicht zo hard de vloer raakte dat zijn hoofd weer terugkaatste.

Het was duidelijk dat Nynaeve niet meer afgeschermd was. Dat bleek niet alleen uit de kilte van de vossenkop die over Marts borst heen en weer schoof, maar ook uit de woeste blikken van Nynaeve en de Zwarte zusters die in een of ander gevecht waren gewikkeld en de strijd om hen heen negeerden. De twee Wijzevrouwen keken vol afgrijzen toe; ze hadden hun kromme dolken in de vuist, maar drukten zich tegen de muur en staarden met grote ogen en open monden van Nynaeve naar de anderen.

‘Vecht!’ snauwde Nynaeve. Ze wendde haar hoofd net genoeg om hen aan te kijken en Falion en Ispan toch in het oog te houden, ‘Ik kan het niet alleen af; ze zijn verbonden. Als jullie dat niet doen, zullen zij je doden. Jullie zien toch wat ze zijn!’ De Wijzen keken haar aan alsof ze eiste dat zij de koningin in het gezicht spuwden. Temidden van al het geschreeuw en gegrom lachte Ispan welluidend, maar vanboven klonk ook onverwachts een schrille kreet vanuit het trapgat. Nynaeves ogen schoten die kant op. Plotseling wankelde ze en haar hoofd draaide terug, als dat van een verwonde das. Ze keek zo razend dat Falion en Ispan er wijzer aan zouden doen op de vlucht te slaan. Nynaeve gunde zich echter tijd voor een gekwelde blik op Mart. ‘Daarboven werd geleid,’ zei ze tussen haar tanden door. ‘Moeilijkheden daar.’

Mart aarzelde. Waarschijnlijk had Elayne een rat gezien. Waarschijnlijk... Hij slaagde erin een dolkstoot te ontwijken die op zijn ribben was gericht, maar er was geen ruimte om terug te stoten met de ashandarei of om de schacht als vechtstok te gebruiken. Beslan stak langs hem heen en trof zijn aanvaller in het hart. ‘Alsjeblieft, Mart,’ zei Nynaeve strak. Ze smeekte nooit. Ze zou liever haar eigen keel doorsnijden. ‘Alsjeblieft.’

Met een vloek trok Mart zich terug uit het gevecht en sprong de steile smalle treden op. Hij rende in één ruk alle vijf de donkere trappen op. Er was geen enkel venster dat licht doorliet. Als het alleen maar een rat was, zou hij Elayne door elkaar rammelen tot haar tanden... Hij vloog de bovenste verdieping op, die nauwelijks beter verlicht was dan het trappenhuis. Er was slechts een enkel raam aan de straatkant. Hij belandde in een tafereel als uit een nachtmerrie.

Overal om hen heen lagen vrouwen plat op de vloer, onder wie Elayne. Ze lag half tegen de muur en haar ogen waren gesloten. Vanin kroop met bloedende neus en oren op zijn knieën rond, terwijl hij zich zwakjes aan de muur probeerde op te trekken. De laatste vrouw die nog overeind stond, Janira, vloog bij het zien van Mart meteen op hem af. Hij vond haar op een valk lijken door haar kromme snavelneus en hoge jukbeenderen, maar nu was haar gezicht met de opengesperde zwarte ogen vertrokken en vol afgrijzen.

‘Help!’ krijste ze hem toe, en een man greep haar van achteren. Hij zag er gewoon uit, misschien iets ouder dan Mart, even lang en even slank, gekleed in een eenvoudige grijze mantel. Glimlachend hield hij Janira’s hoofd met twee handen vast en gaf een felle ruk. Het geluid van haar brekende nek klonk als een knappende droge tak. Ze viel in een vormeloze hoop neer en hij keek omlaag. Heel even toonde zijn glimlach iets van... vervoering.

Achter Vanin was een groep mannen bij het licht van een paar lantaarns bezig een deur open te wrikken. Mart merkte het gepiep van de verroeste scharnieren nauwelijks op. Zijn ogen vlogen van Janira’s levenloze lichaam naar dat van Elayne. Hij had Rhand beloofd haar te beschermen. Hij had het beloofd. Met een schreeuw wierp hij zichzelf met uitgestoken ashandarei op de moordenaar.

Mart had gezien hoe Myrddraal zich bewogen, maar deze kerel was nog sneller, hoe ongelooflijk dat ook leek. Hij scheen gewoon voor de speer opzij te vloeien, de schacht vast te grijpen, waarna hij zich op zijn hakken omdraaide en Mart vijf stappen van zich afwierp, de gang in.

Mart raakte de grond in een stofwolk en hapte naar adem. De ashandarei schoot uit zijn handen. Gierend naar lucht duwde hij zich overeind. De vossenkop bengelde uit zijn open hemd. Hij trok een mes onder zijn mantel vandaan en wierp zich weer op de man, terwijl Nalesean met getrokken zwaard net boven aan de trap verscheen. Nu hadden ze hem, hoe snel hij...

De man deed een Myrddraal stijf lijken. Hij gleed langs Naleseans stoot, alsof hij geen botje in zijn lijf had. Zijn rechterhand schoot naar Naleseans keel. Met een nat scheurend geluid trok hij zijn hand weer terug. Bloed spoot langs Naleseans baard. Zijn zwaard viel rinkelend op de stoffige stenen vloer en hij greep met beide handen zijn opengescheurde nek vast. Terwijl hij viel, spoot het bloed tussen zijn vingers door.

Mart wierp zich op de rug van de doder en gedrieën stortten ze op de vloer. Hij had geen gewetenswroeging om zonodig een man in de rug te steken, en zeker niet bij een man die iemands keel kon openrukken. Hij had Nalesean in bed moeten laten. Die droevige gedachte kwam bij hem op toen hij het lemmet hard naar binnen dreef, en vervolgens een tweede keer, een derde keer.

De man wrong zich los uit zijn greep. Het was onmogelijk maar op de een of andere manier wist de kerel onder hem zich om te draaien en het mes uit zijn hand te trekken. Vlak voor zich zag hij Naleseans starende ogen en bloedende keel als waarschuwing. Wanhopig greep hij de polsen van de man beet. Een hand gleed opzij door het bloed dat over de hand van de kerel vloeide.

De man glimlachte naar hem. Hij had een mes in zijn zij en glimlachte! ‘Hij wil jou evenzeer dood als haar,’ zei hij zacht. En hij bewoog zijn handen naar Marts hoofd, alsof die hem helemaal niet vasthield, en drukte Marts armen opzij.

Mart duwde uit alle macht en gooide vergeefs al zijn gewicht op de armen van de kerel. Licht, hij leek op een kind dat tegen een volwassen man vocht. De man maakte er een spelletje van, nam er de tijd voor. Handen raakten zijn hoofd aan. Waar bleef zijn bloedgeluk? Hij gaf een ruk met wat misschien zijn laatste krachten waren... en de vossenkop raakte de wang van de man aan. De kerel brulde luid. Er kringelde rook langs de randen van de vossenkop, en zijn huid siste als gebraden spek. Hij wierp Mart krampachtig met handen en voeten van zich af. Ditmaal vloog Mart tien stappen ver weg en gleed hij door.

Toen hij duizelig overeind krabbelde, stond de man alweer rechtop. Zijn handen raakten bevend zijn gezicht aan. Waar de vossenkop hem had geraakt, was zijn wang getekend door een rauw en rood merkteken. Aarzelend voelde Mart aan de vossenkop. Die was koud. Niet de kou van een geleidster – misschien waren ze beneden nog steeds bezig, maar dat was te ver weg – maar slechts de koelte van zilver. Hij had geen idee wie deze kerel was, maar hij was beslist niet menselijk. Niet met zo’n brandwond en drie steekwonden, en met het mes nog steeds in z’n zij. Dat alles moest hem echter wel zoveel ophouden dat Mart de kans zou krijgen de trap te bereiken. Het was heel mooi om Elayne en Nalesean te wreken, maar dat zou kennelijk vandaag niet meer gebeuren, en hij wilde geen reden zoeken om Mart Cauton te wreken.

1 ... 191 192 193 194 195 196 197 198 199 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)