Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 182 183 184 185 186 187 188 189 190 ... 217
Перейти на страницу:

‘Het Zonnepaleis,’ droeg Cadsuane de boer op. ‘Zo snel als die vlooienbalen van je kunnen draven.’

Natuurlijk was dat niet zo eenvoudig, zelfs niet voor een Aes Sedai. Ander Tol had een kar vol rimpelige knollen die hij in de stad wilde gaan verkopen. Hij was van zins zo ver mogelijk uit de buurt van het Zonnepaleis te blijven, waar de Herrezen Draak naar zijn zeggen mensen opat die aan het spit waren gebraden door Aielvrouwen van wel tien voet lang. Al kwamen alle Aes Sedai erom smeken, hij waagde zich nog geen span in de buurt van het paleis. Waarop Cadsuane hem een beurs toegooide, waardoor zijn ogen na een blik op de inhoud uit de kassen dreigden te rollen, zeker toen ze hem meedeelde dat ze zojuist zijn knollen had gekocht en hem en zijn kar had gehuurd. Als het idee hem tegenstond, kon hij de beurs weer teruggeven. Dat zei ze met de vuisten in de zij en een blik die hem duidelijk maakte dat ze de kar ter plekke zou verslinden als hij waagde die beurs terug te geven. Waarna zelfs Ander Tol een redelijk man werd. Samitsu en Niande laadden de kar af en de knollen vlogen zomaar door de lucht om netjes aan de kant van de weg te worden gestapeld. Gezien hun ijzige gezichten was dat niet iets waarvoor ze ooit hadden gedacht de Ene Kracht te gebruiken. Aan Darlins gezicht te zien was hij opgelucht dat ze hem niet vroegen te helpen. Ander Tol zat op de bok van de kar, met zijn kaak op zijn knieën. Hij voelde aan de beurs, alsof hij zich afvroeg of er voor zoiets wel genoeg munten bestonden.

Ze maakten het zich in de kar gemakkelijk en legden een bed aan voor Rhand van het stro dat onder de knollen had gelegen. Cadsuane zat tegenover Min die naast Rhand zat. Baas Tol klakte met de teugels en vond verrassend veel snelheid in zijn muilezels. De kar schokte en hotste verschrikkelijk; de wielen rammelden niet alleen, ze waren blijkbaar ook niet volkomen rond. Min had graag wat stro voor zichzelf overgehouden, maar zag vermaakt dat Samitsu en Niande een steeds strakker gezicht toonden, terwijl ze op en neer hupten. Caraline glimlachte hen breeduit toe. De Hoogzetel van Huis Damodred deed geen moeite haar pret te verbergen dat Aes Sedai ook eens tot een woeste rit veroordeeld waren, al schoot zij door haar lichte gewicht eerder en hoger omhoog en kwam ze met een hardere klap neer dan de andere vrouwen. Darlin hield zich vast aan de zijplanken van de kar en leek niet te merken dat hij zo stevig door elkaar werd geschud. Hij bleef fronsend van Caraline naar Rhand kijken.

Ook Cadsuane maalde klaarblijkelijk weinig om haar klapperende tanden. ‘Ik reken erop dat we er voor de avond zijn, baas Tol,’ riep ze, wat wel meer geklets met de teugels opleverde, maar geen hogere snelheid. ‘Goed, vertel me nu eens,’ zei ze, zich tot Min wendend. ‘Wat is er precies gebeurd, de laatste keer dat deze jongen wakker werd met allemaal onbekende Aes Sedai om zich heen?’ Haar ogen hielden die van Min stevig vast.

Hij wilde dat het geheim werd gehouden, zo lang als mogelijk was. Maar hij lag op sterven en de enige kans die hij volgens Min had, lag bij deze drie vrouwen. Misschien zou die kennis niets helpen. Misschien zouden ze door die kennis tenminste iets van hem begrijpen. ‘Ze hebben hem in een kist gestopt,’ begon ze.

Ze wist niet precies hoe het haar lukte verder te vertellen, behalve dat ze gewoon moest. Of waarom ze niet in tranen uitbarstte, maar ze was niet van plan opnieuw in te storten, wanneer Rhand haar nodig had. Op de een of andere manier kon ze van de opsluiting en de aframmelingen verhalen zonder dat haar stem trilde, tot aan de eed van trouw van Kiruna en de anderen. Darlin en Caraline keken stomverbaasd. Samitsu en Niande vonden het blijkbaar gruwelijk. Naar bleek om een andere reden dan ze dacht.

‘Hij heeft drie zusters... gesust?’ zei Samitsu schril. Opeens sloeg ze een hand voor haar mond, boog zich over de zijkant van de zwaaiende kar en begon luid over te geven. Niande deed al hetzelfde nog voor zij begon. Het tweetal hing over de zijplank en braakte hun maag leeg. En Cadsuane... Cadsuane raakte Rhands bleke gezicht aan en veegde wat lokken van zijn voorhoofd. ‘Wees niet bang, jongen,’ zei ze zachtjes. ‘Ze heeft mijn taak en die van jou zwaarder gemaakt, maar ik zal je niet meer pijn doen dan noodzakelijk is.’ Inwendig voelde Min zich verkillen.

De poortwachters van de stad schreeuwden de voortbolderende kar toe te stoppen, maar Cadsuane beval baas Tol door te rijden en hij ranselde zijn dieren nog harder voort. De mensen op straat sprongen opzij om niet overreden te worden en de ratelende kar liet een spoor achter van geschreeuw en gevloek, van omgevallen draagstoelen en koetsen die zich in kraampjes hadden geboord.

De kar denderde door straten, over de brede helling omhoog naar het Zonnepaleis, waar schildwachten in de kleuren van heer Dobraine zich naar buiten repten, alsof ze gereed waren om horden krijgslieden af te slaan. Terwijl baas Tol uit alle macht schreeuwde dat hij dit van de Aes Sedai moest doen, zagen de soldaten Min. En daarna Rhand. Min had al eerder gedacht dat ze in een wervelwind beland was, maar ze had ongelijk gehad.

Een twintigtal mannen probeerde tegelijk Rhand uit de kar te tillen en zij die erin slaagden hem vast te pakken, behandelden hem even zacht als een boreling. Vier droegen hem aan weerszijden met in elkaar gehaakte armen. Cadsuane moest wel duizend keer herhalen dat hij niet dood was, terwijl ze zich het paleis in haastten en door gangen renden die langer leken dan Min zich herinnerde. Steeds meer Cairhiense soldaten sloten zich achter hen aan. Het leek of in elke deur en zijgang edelen opdoken, die met bloedeloze gezichten toekeken hoe Rhand langs hen werd gedragen. Ze zag Caraline en Darlin niet meer en besefte dat ze zich niet kon herinneren hen na Tols kar nog gezien te hebben. Ze wenste hun alle geluk en vergat hen weer. Rhand was de enige om wie ze gaf. De enige ter wereld.

Nandera stond voor de deuren met de vergulde opgaande zonnen bij de andere Far Dareis Mai die Rhands vertrekken bewaakten. Toen de grijzende Speervrouw Rhand zag, stortte haar rotsharde Aiel-uiterlijk volkomen in elkaar. ‘Wat is er met hem gebeurd?’ huilde ze met wijd open ogen. ‘Wat is er gebeurd?’ Enkele andere Speervrouwen begonnen te kreunen, een zacht huiveringwekkend geluid als een klaagzang. ‘Stil!’ bulderde Cadsuane, en ze klapte eenmaal donderend in haar handen. ‘Jij, meisje. Hij moet in bed. Hop-hop.’ Nandera hopte. Rhand werd uitgekleed en lag in een oogwenk in bed, met Samitsu en Niande over hem heen gebogen. De Cairhienin werden de kamer uit gejaagd en Nandera bij de deur herhaalde Cadsuanes aanwijzingen dat hij door niemand gestoord mocht worden. Dit alles gebeurde zo snel dat het Min duizelde. Ze hoopte op een dag mee te maken dat Cadsuane de Wijze Sorilea ontmoette. Het zou zeker gebeuren en bijzonder het heugen waard zijn.

Maar als Cadsuane dacht dat haar aanwijzingen echt alles en iedereen buiten zouden houden, had ze het mis. Ze had met de Ene Kracht haar stoel nog niet naast Rhands bed geplaatst of Kiruna en Bera schreden trots naar binnen, de heerseres van een hof en de meesteres van een hofstede.

‘Wat hoor ik allemaal over...?’ begon Kiruna woest. Ze zag Cadsuane. Bera zag Cadsuane. Tot Mins verbijstering bleven ze stokstijf staan en vielen hun monden half open.

‘Hij is in goede handen,’ merkte Cadsuane op. ‘Tenzij een van jullie de laatste tijd opeens veel meer aanleg voor Heling heeft ontwikkeld dan ik me kan herinneren.’

‘Goed, Cadsuane,’ zeiden ze bedeesd. ‘Nee, Cadsuane.’ Min deed haar mond dicht.

Samitsu pakte een met ivoor ingelegde stoel die tegen de muur stond, spreidde haar donkergele rok en ging met gevouwen handen zitten kijken hoe Rhands borst onder het laken rees en daalde. Niande liep naar Rhands boekenplank, koos een boek uit en vlijde zich bij een venster neer om wat te lezen. Lézen! Kiruna en Bera wilden gaan zitten, maar keken eerst naar Cadsuane en wachtten op haar ongeduldige knik voor ze dat deden.

‘Waarom doen jullie niets?’ riep Min.

‘Dat zou ik ook willen vragen,’ zei Amys terwijl ze de kamer binnen liep. De jeugdige Wijze met het witte haar keek even strak naar Rhand, verschoof haar bruine omslagdoek en wendde zich tot Kiruna en Bera. ‘Jullie kunnen gaan. En Kiruna, Sorilea wenst je wederom te zien.’ Kiruna’s donkere gezicht werd bleek, maar het tweetal stond op, maakte een knix en mompelde: ‘Ja, Amys.’ Zelfs nog gedweeër dan voor Cadsuane, en ze vertrokken met een verlegen blik op de Groene zuster.

1 ... 182 183 184 185 186 187 188 189 190 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)