Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 178 179 180 181 182 183 184 185 186 ... 217
Перейти на страницу:

‘Ik zag je vriend die kant uit schieten, Toram.’ Met een van afkeer verwrongen mond wuifde Caraline vaagjes een richting op. ‘Ik neem aan dat je hem bij de drankjes zult vinden, of anders onder de meisjes die hij lastig valt.’

‘Later, mijn schat.’ Hij probeerde haar wang te strelen en keek vermaakt toen ze achteruitstapte. Meteen richtte hij zijn vermaak op Rhand. En op het zwaard aan zijn heup. ‘Zullen we wat aan sport doen, neef? Ik noem je maar zo, omdat we neven zullen zijn zodra Caraline mijn vrouw is geworden. Met oefenzwaarden, uiteraard.’

‘Zeker niet,’ lachte Caraline. ‘Hij is een jongen, Toram, en hij weet amper het ene eind van dat ding van het andere te onderscheiden. Zijn moeder zou het me nooit vergeven wanneer ik hem toestond...’

‘Sport,’ zei Rhand opeens. ‘Ik wil weleens zien waar dit toe leidt. Ik stem toe.’

36

Wapens

Min wist niet of ze moest kreunen, schreeuwen of gaan zitten huilen. Caraline staarde met grote ogen naar Rhand en leek door dezelfde keus bevangen.

Lachend wreef Toram zijn handen over elkaar, iedereen! Luister! Jullie gaan een mooie sport zien. Maak ruimte vrij. Maak ruimte vrij.’ Hij beende weg en gebaarde mensen uit het midden van de tent opzij te stappen.

‘Schaapherder,’ gromde Min, ‘je hersens zijn niet eens van wol, je hebt helemaal geen hersens in je kop.’

‘Ik zou het niet op die manier willen stellen,’ merkte Caraline wel heel droog op, ‘maar ik stel wel voor dat je nu weggaat. Welke... kunstjes je ook denkt te gebruiken, er zijn zeven Aes Sedai in deze tent, waaronder vier Roden die recentelijk vanuit het zuiden zijn aangekomen en op weg zijn naar Tar Valon. Als een van hen ook maar het flauwste vermoeden heeft, vrees ik zeer dat wat er van deze dag had kunnen komen, nooit zal gebeuren. Vertrek.’

‘Ik ga geen enkel... kunstje gebruiken.’ Rhand gespte zijn zwaardriem los en overhandigde die aan Min. ‘Als ik jou en Darlin op de een of andere manier heb beïnvloed, kan ik Toram wellicht op een andere manier raken.’ De menigte drong naar achteren en liet een stuk van twintig bij twintig pas vrij tussen twee van de grote middenpalen. Sommigen keken naar Rhand en er werd nogal wat in ribben gepord of besmuikt gelachen. De Aes Sedai kregen natuurlijk ereplaatsen aangeboden: Cadsuane en haar twee vriendinnen aan de ene kant, vier leeftijdloze vrouwen met Rode stola’s aan de andere. Cadsuane en haar gezellinnen namen Rhand met openlijke afkeuring op en toonden nog net geen ergernis, maar wel meer dan elke Aes Sedai ooit liet blijken. De Rode zusters leken zich echter meer zorgen te maken over de drie andere vrouwen. Ze stonden weliswaar tegenover elkaar, maar wisten het te doen voorkomen alsof de andere drie er niet waren. Niemand kon zo blind zijn zonder er moeite voor te doen.

‘Luister naar me, nééf.’ Caralines zachte stem trilde van spanning. Ze stond heel dicht bij hem, met haar hoofd achterover om naar hem op te kijken. Ze reikte amper tot zijn borst maar leek bereid hem een draai om de oren te geven. ‘Als je geen bijzonder kunstje gebruikt,’ vervolgde Caraline, ‘kan hij je heel erg verwonden, zelfs met oefenzwaarden, en dat zal hij doen ook. Hij heeft er nooit van gehouden dat iemand aan dingen komt die hij als de zijne beschouwt. Hij neemt aan dat iedere leuke jongeman die mij aanspreekt mijn minnaar is. Als kind heeft hij een vriend – een vriend nog wel! – van de trap geduwd, wat diens rug heeft gebroken. Enkel omdat Derowin zonder zijn toestemming op Torams paardje reed. Vertrek, neef. Niemand zal je erom minachten. Niemand verwacht van een jongen dat hij het tegen een zwaardmeester kan opnemen. Flatona – of hoe je ook heet – help me hem over te halen!’

Min wilde wat zeggen en Rhand legde een vinger op haar lippen. ‘Ik ben wie ik ben,’ glimlachte hij. ‘En ik denk niet dat ik voor hem kon wegvluchten als ik dat niet was. Dus hij is een zwaardmeester.’ Hij knoopte zijn jas los en schreed het vrijgemaakte stuk op.

‘Waarom zijn ze koppig als je dat het minst kunt gebruiken?’ fluisterde Caraline met een stem vol ergernis. Min kon slechts instemmend knikken.

Toram had zich tot op zijn hemd en broek uitgekleed en droeg twee oefenzwaarden. De klingen waren bijeengebonden dunne latjes. Hij trok een wenkbrauw op bij de aanblik van Rhand die alleen zijn jas open had hangen. ‘Dat zal je bewegingen hinderen, neef.’ Rhand haalde zijn schouders op.

Zonder waarschuwing gooide Toram hem een zwaard toe. Rhand plukte het lange gevest uit de lucht.

‘Door die handschoenen wordt het glad, neef. Je hebt een vaste greep nodig.’

Rhand pakte het gevest met beide handen vast en draaide zich wat opzij, de kling omlaag en de linkervoet naar voren.

Toram hief beide handen op, alsof hij wilde zeggen dat hij al het mogelijke had gedaan. ‘Nou ja, in elk geval weet hij hoe hij moet staan,’ lachte hij en bij het laatste woord sprong hij naar voren, waarbij hij met al zijn snelheid en kracht uithaalde naar Rhands hoofd.

Met een luid geklak sloeg de bos latten op de andere lattenbos. Rhand had niets bewogen, alleen het zwaard. Heel even staarde Toram hem aan en Rhand keek kalm terug. Toen begon hun dans.

Het was het enige woord dat Min kon bedenken om die glijdende, vloeiende bewegingen van flitsende en tollende houten wapens te beschrijven. Ze had Rhand op het zwaard zien oefenen tegen de beste mannen die hij kon vinden, vaak tegen twee, drie of vier man tegelijk, maar hierbij vergeleken stelde dat niets voor. Het ging zo mooi en zo gemakkelijk dat je kon vergeten dat er bloed gevloeid zou hebben als die latten van staal waren geweest. Behalve dat geen enkele kling vlees raakte. Ze dansten voor- en achteruit, draaiden om elkaar heen, nu eens tastend, dan weer uithalend. Rhand viel aan, verdedigde, en elke beweging werd onderstreept door dat luide geklak.

Caraline greep Mins arm hard beet zonder haar ogen van de schermutseling af te wenden. ‘Hij is ook een zwaardmeester,’ zuchtte ze. ‘Dat moet. Moet je zien!’

Min keek en klemde Rhands zwaardgordel en schede tegen zich aan, alsof die hemzelf waren. Elke beweging was pure schoonheid en wat Rhand ook dacht, Toram had zichtbaar liever een wapen van staal gehad. Kille woedde brandde op zijn gezicht en hij drukte harder en harder door. Toch raakte zijn wapen slechts het wapen van de ander, maar nu trok Rhand zich voortdurend verder terug en gebruikte zijn zwaard verdedigend, terwijl Toram naar voren bewoog, aanviel, de ogen glinsterend van ijzige woede.

Ergens buiten krijste iemand, een gehuil van volkomen afgrijzen, en opeens werd de enorme tent in de lucht opgeheven en verdween in een dik grijs dat de hemel verborg. Aan alle kanten kolkte mist rond, gevuld met ver geschreeuw en gegil. Dunne slierten kringelden het gat in dat de tent had achtergelaten. Iedereen keek verbijsterd om zich heen. Bijna iedereen.

Torams houten kling trof met een botten krakend geluid Rhands zijde, waardoor hij dubbelboog. ‘Je bent dood, neef,’ spotte Toram die zijn zwaard hoog ophief voor een volgende slag, en toen verstarde, starend naar een deel van de zware grijze mist boven hen... dat stevig werd, tastbaar. Het had een misttentakel kunnen zijn, maar een dikke drietenige arm reikte omlaag, sloot zich om de stevigste Rode zuster en griste haar de lucht in, voor iemand zich had kunnen bewegen.

Cadsuane was de eerste die de schok te boven kwam. Haar armen gingen omhoog en schudden de stola van haar schouders, haar handen maakten een draai en een vuurbol leek uit iedere handpalm omhoog te schieten en in de mist door te dringen. Ergens in de hoogte barstte iets opeens in vlammen uit, een felle vuurschicht die onmiddellijk verdween en de Rode zuster kwam in zicht en viel met een plof op het tapijt, vlak bij de op één knie gezeten Rhand, die zijn hand tegen zijn zij drukte. Ze zou met haar gezicht omlaag zijn neergekomen, als haar hoofd niet zo was rondgedraaid dat haar dode ogen in de mist omhoogstaarden.

Het beetje rust dat in de tent was overgebleven, vervloog nu volkomen. De Schaduw was vlees gegeven. Krijsende mensen vluchtten alle kanten op, liepen schragen omver. Heren en vrouwes worstelden zich langs dienaren, en bedienden stootten edelen opzij.

1 ... 178 179 180 181 182 183 184 185 186 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)